16-daagse Parels van China
- Auteur(s):
- H. van Gelder
- Reisdatum:
- 01-09-2011 t/m 16-09-2011
- Waardering:
-
4 sterren 14 stemmen
Inleiding
“Een goede reiziger is iemand die niet weet waar hij heen gaat, en een volmaakte reiziger weet niet waar hij vandaan komt”(Lin Yutang, 1895-1976, Chinees schrijver)
Op 30 april 2011 boekten mijn vrouw Wilma en ik de 16 daagse individuele rondreis “Parels van China”. Wij boekten voor het eerst een individuele reis (Couples Only), niet precies wetende wat ons daarbij wat betreft de organisatie te wachten zou staan. Een bezoek aan China staat al jaren op onze wensenlijst. Wel was er sprake van enige aarzeling omdat we wisten dat de mensenrechtensituatie in China, om het zacht te zeggen, voor enige verbetering vatbaar is. Zo was de kunstenaar Ai Weiwei net gearresteerd en zat de mensenrechtenactivist Liu Xiaobo een lange gevangenisstraf uit. Anderen werden nog onlangs opgepakt of kregen huisarrest. Omdat wij het land zo graag wilden bezoeken, zetten wij onze bezwaren opzij. Het geweten is rekbaar, als het eigenbelang maar voorop wordt gesteld.
Aan de hand van het programma van de reis, inclusief de door FOX aangegeven mogelijkheden om in de steden die wij zouden bezoeken optionele excursies te boeken, maar ook rekening houdend met door ons zelf verkregen gegevens over voor ons interessante mogelijkheden, maakten wij thuis al een globaal programma.
Wij bereidden ons verder enigszins voor op ons bezoek aan China door kennis te nemen van tijdschrift -en krantenartikelen, reisgidsen en literatuur, waaronder het bijzonder informatieve boek van Jan van der Putten: “Verbijsterend China, Wereldmacht van een andere soort”. Het door Informatie Verre Reizen VOF uitgegeven boekje “Te gast in China” geeft inzicht in de manier van leven in China en hoe Chinezen met elkaar omgaan.
1 september 2011
“Wie precies om vijf uur ergens moet zijn, heeft een verknoeide middag voor de boeg” (Lin Yutang, 1895-1976, Chinees schrijver)
Omdat het vliegtuig pas tegen 20.00 uur ’s avonds van Schiphol zou vertrekken was er die dag alle tijd om onze reistassen te pakken. Tijdens onze reis zouden wij tweemaal een Chinese familie bezoeken en daarom werden ook klompjes van aardewerk met Nederlandse motieven ingepakt, die als een geschenkje uit het verre Nederland zouden kunnen worden overhandigd. Gelukkig zagen wij bijtijds dat op de aan de onderzijde bevestigde stickers werd aangegeven dat de klompjes in China waren gemaakt en het leek ons juist om deze stickers te verwijderen. De rechtstreekse vlucht naar Beijing (Peking) verliep voorspoedig.
2 september 2011
“Andere mensen reizen om te zien wat er te zien valt, maar ik reis om te zien hoe de dingen veranderen” (Lieh Tzu, 440-370 V.C., Chinees wijsgeer, ook Lie Yu genaamd)
Om 12.30 uur plaatselijke tijd landde het vliegtuig in Beijing. Gedurende de zomertijd is het in China zes uur later is dan bij ons. Dat geldt, vreemd genoeg, voor heel China. In dat immense land zijn er dus geen tijdsverschillen. Men hanteert overal de Beijing -tijd. In de aankomsthal ontmoetten wij onze gids Bat Fu. Buiten wachtte een chauffeur ons op. Hij noemde zich Tree. In werkelijkheid was zijn naam Chui. Bat sprak goed Engels. Wij vormden, zo zei hij, met z’n vieren een familie.
Onderweg naar ons hotel vertelde Bat dat de auto’s om de luchtvervuiling te beperken niet alle dagen van de week in Beijing mogen rijden. Het eindcijfer op het nummerbord bepaalt de dagen van de week waarop de auto mag worden gebruikt. Desalniettemin was het, voor onze begrippen althans, zeer druk op straat. Dat is niet alleen het gevolg van het dagelijks groter wordende autopark, maar wordt mede veroorzaakt door de omstandigheid dat niet iedereen zich aan deze regel houdt. Al gauw werd het ons duidelijk dat, zo er al verkeersregels bestaan, de Chinese automobilist er zich niet veel aan gelegen laat liggen. Van alle kanten komt het verkeer op je af, maar wat opvalt is dat men elkaar, soms na hevig getoeter, de ruimte geeft. Bij zebra’s wordt per definitie niet voor voetgangers gestopt. Beijing telt ruim 20 miljoen inwoners. Veel mensen verruilen het platteland voor de grote stad, in de hoop daar werk te vinden. We reden langs torenhoge appartementencomplexen en zagen dat er alom werd gebouwd om nog meer woonruimte te creëren. We namen met de gids het programma van de volgende dag door en na een korte wandeling rond ons hotel hielden we het voor die dag voor gezien.
3 september 2011
“Beter een gebarsten stukje jade dan een ongeschonden dakpan” (Chinees spreekwoord)
‘s Ochtends vertrokken we voor een bezoek aan de Grote Chinese Muur bij Mutianyu, ongeveer 85 kilometer ten noorden van Beijing. Voor Mutianyu is gekozen omdat daar een goed uitzicht is over een deel van de muur en er geen grote mensenmenigten zijn. Onderweg werd gestopt bij een werkplaats waar producten van jade werden gemaakt. Een zeer arbeidsintensief proces dat van vader op zoon wordt overgedragen. Er werd uitleg gegeven en we zagen hoe uit witte en groene stenen jade werd geslepen. Ook werden schitterende lakwerken getoond.
We gingen vervolgens op weg naar de Muur. De totale lengte van de Muur wordt op meer dan 6000 kilometer geschat. De Muur is niet ononderbroken, maar bestaat uit een groot aantal muren en aarden wallen, stukje bij beetje aangelegd door verschillende dynastieën. Delen van de Muur zijn gerestaureerd, maar er zijn nog veel oude gedeelten. Om de paar honderd meter is een uitkijktoren gebouwd. Het grootste deel van de Muur kwam tot stand tijdens de Ming -dynastie (1368-1644), maar ook tijdens de Han-dynastie (206 V.C. - 220 N.C.) werd er al gebouwd. De Muur had als doel om vijandige volken uit het noorden tegen te houden.
Op de plek van bestemming aangekomen, stegen we eerst een stuk met de kabelbaan en vervolgens liepen we nog tal van treden omhoog tot we bij een deel van de Muur kwamen waarop kon worden gelopen. Het was een belevenis, ook omdat je besefte dat daaraan duizenden jaren geschiedenis zijn verbonden. Het uitzicht op diepe ravijnen en hoge bergen en alles daartussenin was vanaf de plek waar wij stonden adembenemend mooi. Hoog in de bergen kronkelde de Muur, afgewisseld met uitkijktorens, voort. We gingen met de kabelbaan weer een stuk naar beneden en na ons door een menigte souvenirverkopers te hebben heen geworsteld genoten we in een plaatselijk restaurant van een Chinese lunch.
Weer op krachten gekomen werd nog een kijkje genomen in een cloisonné fabriek. We zagen platen waarop op metaaldraden waren bevestigd waarmee vakjes tot stand kwamen die met email werden gevuld. We konden het fabricageproces van a tot z volgen. Daarna kon in een gigantische showroom kennis worden genomen van diverse cloisonné -producten.
We keerden terug in ons hotel en werden een uurtje later opgehaald voor een kort bezoek aan een winkelgebied. We wandelden eerst door een voedselmarkt waar onder meer allerlei soorten vis, soms nog levend, werden verhandeld. Er was heel veel eetbaars te zien en de gids gaf ons daarover uitleg. In een boekhandel werd ik aangesproken door een jonge Chinees. Dat aanspreken gebeurde later ook op andere plekken. De bedoeling is dan om met buitenlanders Engels te spreken, om zo het geleerde in praktijk te brengen.
Daarna vertrokken we naar het Liyuan theater voor het bijwonen van een Beijing Opera voorstelling. Er waren goede plaatsen voor ons gereserveerd. De beste plaatsen waren direct vóór ons. Daar stonden ronde tafels met een theepot, theekopjes en versnaperingen van allerlei aard. Daaraan konden de bezoekers met de duurste kaartjes zich tijdens de voorstelling tegoed doen en dat gebeurde ook, zo te horen. Voordat de voorstelling begon, speelde zich, om het reeds aanwezige publiek te onderhouden, al het een en ander af op het toneel. Een oeroud muziekinstrument werd bespeeld en een van de acteurs werd aangekleed. Laag na laag werd hij in prachtige doeken gewikkeld, van linten voorzien en tenslotte kreeg hij een al even prachtige hoofdtooi.
De Beijing Opera Show begon. Het was zonder meer een fascinerende voorstelling. De stemmen die alleen in de Beijing Opera’s zo klinken zijn van een bepaalde toonhoogte en timbre die de oorzenuw rechtstreeks raken, zonder deze overigens te beschadigen. De aankleding van de spelers was prachtig. De met dikke lagen schmink bedekte gezichten eveneens. De gebaren en de gezichtsuitdrukkingen die elk hun eigen bijzondere betekenis hebben, trokken voortdurend de aandacht. De voorstelling duurde ongeveer 80 minuten, maar we hebben ons geen seconde verveeld, ook al lukte het niet in om de precieze inhoud van de opera te achterhalen. Wel wisten we dat het om oeroude legenden ging en om strijd tussen verschillende al even oeroude bevolkingsgroepen en dat ook de liefde zo nu en dan een rol speelde. De jongeren in China hebben geen aandacht meer voor de Beijing Opera. Bezoekers van de voorstellingen zijn dan ook voornamelijk ouderen en toeristen.
4 september 2011
“Je mag dan vele huizen en hotels bezitten, je kan maar in één bed slapen” (Chinees spreekwoord)
De dag begon met een bezoek aan het park van de Tempel van de Hemel. Het is een prachtig aangelegd park waar van alles te doen en te zien was. Er werd alom gemusiceerd, gedanst en gezongen. Tal van Chinezen deden daar naar hartelust aan mee en menigmaal werden wij uitgenodigd om ook mee te doen. Op diverse plekken werd tai chi beoefend. Tai chi is een bepaalde vechtkunst die in verschillende vormen kan worden uitgeoefend. De vorm die wij zagen bestaat uit langzame bewegingen die een vast patroon volgen. Wij zagen een vorm waarbij een soort racket werd gebruikt met een balletje. Het is dan de kunst om dat balletje op het racket te houden. Wilma bedacht zich geen seconde en wierp zich ook in de ditmaal gelukkig vreedzame strijd. Diverse muzikanten lieten met oude Chinese instrumenten van zich horen en dat kon ook worden gezegd van de zanggroepjes die we her en der in het park aantroffen.
De huwelijksmarkt trok onze bijzondere aandacht. Tientallen Chinezen hadden zich op een bepaalde plek in het park verzameld om te proberen een man of vrouw te vinden die met hun zoon of dochter dan wel kleinzoon of kleindochter kennis zou willen maken. Daartoe had men het een en ander over de huwelijkskandidaat op papier gezet en op die papieren was een foto geplakt. Ook de lengte van betrokkene werd vermeld. In China is dat een belangrijk punt. Al met al een bijzondere ervaring.
In het park kon men zich als keizer en keizerin verkleden. Wij besloten om van de unieke mogelijkheid om je voor even een machtige persoon te wanen, gebruik te maken. Het aanwezige personeel nam ons onderhanden en hulde ons in prachtige gewaden. Ook de hoofddeksels mochten er zijn.
In het park ligt de Tempel van de Hemel. Hier werden door keizers uit de Ming -dynastie offers gebracht om de goden zover te krijgen dat zij voor een goede volgende oogst zorgden. Een marmeren pad leidde naar een grote ronde hal waarin de keizer drie dagen moest vasten, voordat de ceremonie kon beginnen.
Na het verlaten van de tempel zagen wij een man die met water Chinese karakters schilderde. Heel veel Chinezen blijven hun leven lang oefenen op het kalligraferen van de karakters. De Chinese taal kent wel 12.000 karakters, die meerdere betekenissen kunnen hebben. Men moet er zo’n 2500 beheersen om in het dagelijks leven vooruit te kunnen, bijvoorbeeld om de krant te kunnen lezen. Het spreekt vanzelf dat ook ik een penseel ter hand nam. Ik hield mij echter verre van de Chinese karakters, maar schilderde gewoon onze namen en die van onze gids.
Vervolgens gingen we naar het Plein van de Hemelse Vrede, het Tian’an men plein. Dit plein is 440.000 vierkante meter groot en is lange tijd het grootste plein ter wereld geweest. Nu zijn er in China pleinen die nog groter zijn. Het plein ligt aan de voet van de verboden stad. Midden op het plein staat het mausoleum waar Mao Zedong ligt opgebaard. Tegenover het mausoleum staat een obelisk, een gedenkteken voor de soldaten die tijdens de revolutie zijn gesneuveld. Aan de westkant van het plein ligt het parlementsgebouw, de Grote Hal van het Volk.
We liepen onder een groot portret van Mao Zedong de verboden stad in. In oude tijden mocht de Chinese bevolking hier niet komen. Om het gebouwencomplex loopt een diepe gracht en het geheel is door 10 meter hoge muren omgeven. De poort waar wij naar binnen gingen is van groot historisch belang, omdat hier op 1 oktober 1949 door Mao Zedong de Volksrepubliek China werd uitgeroepen.
De verboden stad is een gigantisch gebouwencomplex waar, in de tijden van de Ming (1368-1644) en Qing (1644-1911) -dynastieën de keizers, concubines, eunuchen en verder al het personeel dat nodig was, verbleven. De verboden stad is ongeveer 720.000 vierkante meter groot, telt honderden gebouwen en zo’n 9000 (woon)vertrekken, dus het spreekt vanzelf dat wij daarvan maar een beperkt gedeelte te zien kregen. In het buitenhof bevinden zich de Hal van de Opperste Vrede, de Hal van de Centrale Vrede en de Hal van de behoudende Vrede. In het Binnenhof bewonderden wij het Paleis van de Hemelse Puurheid, de Hal van de Eenheid en Vrede en het Paleis van de Wereldse Vrede. De soms immens grote gebouwen zijn niet voor het publiek toegankelijk, maar door deuropeningen kon toch een blik worden geworpen op het interieur. We zagen tronen waarop de keizers eertijds plaatsnamen en prachtige versieringen in de diverse vertrekken. Zo kregen we een indruk van de plekken waar de keizers hoge ambtenaren ontvingen, hun macht uitoefenden en belangrijke feesten en ceremonieën organiseerden. Voor de gebouwen waren tal van bronzen en stenen dieren opgesteld, zoals leeuwen, vogels en schildpadden. Alom zagen we geluk en voorspoed brengende draken, gebeeldhouwd, in hout uitgesneden, geschilderd, enz. Indruk maakte ook een bijna 17 meter lang en ruim 3 meter breed stenen reliëf naast de trappen naar de Hal van de Opperste Vrede, waarin negen daarin uitgehouwen draken door wolken werden omgeven. Tenslotte kwamen we bij gebouwen die bestemd waren voor de Keizerin met haar hofhouding. Het was een bijzondere ervaring om dit alles met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Tijdens de in 1966 door Mao Zedong gelanceerde Culturele Revolutie, toen er zoveel oude gebouwen en voorwerpen zijn vernietigd, is de Verboden Stad gelukkig gespaard gebleven.
Nog diep onder de indruk van wat wij hadden gezien gingen we vervolgens naar het Jingshan Park, een voormalige Keizerlijke tuin, ten noorden van de Verboden Stad. Ook hier werd gemusiceerd, gedanst en gezongen en we zagen en hoorden daar ook een verteller van verhalen over de Chinese geschiedenis. Het park is prachtig aangelegd met onder meer fruitbomen, cypressen en pijnbomen. Op een bord werd meegedeeld dat hier de laatste keizer uit de Ming Dynastie, ChongZhen, zelfmoord heeft gepleegd door zich aan een boom op te hangen.
Als laatste onderdeel van onze activiteiten van die dag woonden we een theeceremonie bij. Daarbij moet men echter niet denken aan een ceremonie zoals in Japan is te beleven. Er werd uitleg gegeven over verschillende soorten thee van Chinese origine en we mochten een aantal soorten proeven. Na de uitleg werden we naar een grote zaal gebracht waar tal van theesoorten, theekannen, theekopjes enz. waren uitgestald. Vermoeid van de lange wandeling en de indrukken die we hadden opgedaan, keerden we terug naar ons hotel.
5 september 2011
“Een gast stelt vriendschap op de proef: hoe langer hij toeft, des te magerder wordt de gastvrijheid” (Tu Fu, 712-770; Chinees dichter)
Deze dag bezochten wij het Zomerpaleis. Het rond 1750 gebouwde paleis ligt ongeveer 15 kilometer buiten het centrum van Beijing. Hier verbleven de Keizers en hun familieleden in de zomer, om de hitte van de stad te ontvluchten. Het paleis ligt in een groot park, Yiheyuan geheten, wat betekent tuin van de rustige vrede. Het park is werkelijk schitterend aangelegd. Na binnenkomst van het park liepen we door een overdekt wandelpad van ruim 700 meter lang, met 14.000 schilderingen. Op de banken werden onder meer Chinese spelen, zoals het Chinese schaakspel, beoefend. Aan het einde kwamen we bij een marmeren boot die op last van Keizerin-regentes Cixi (1835-1908) werd gebouwd. In het park ligt het kunstmatig aangelegde Kummingmeer. Een drakenboot bracht ons naar de overkant en over de mooie zeventien-bogen brug liepen we het park uit.
Een bezoek aan een Hutong mag bij een bezoek aan Beijing uiteraard niet ontbreken. Een Hutong is een traditionele ommuurde wijk met nauwe straatjes en kleine huizen. Bij de aanleg van de straatjes en de woningen is rekening gehouden met de Feng Shui filosofie die ervan uitgaat dat de omgeving het geluk kan beïnvloeden. Heel veel Hutongs zijn, vooral in de twintigste eeuw, afgebroken om plaats te maken voor appartementen en kantoren. Er zijn er echter nog honderden in Beijing. Hoewel de leefomstandigheden er niet ideaal zijn willen veel mensen er toch niet weg omdat zij hechten aan de sociale samenhang die daar nog bestaat. Chinese Yuppen azen op de woningen en hebben daar veel geld voor over. We maakten een kort ritje met een riksja naar de woning van mevrouw Zdang. Zij zorgde voor een heerlijke Chinese lunch en vertelde het een en ander over haar familie. Vervolgens werden we in haar huis rondgeleid. Een unieke mogelijkheid om de indeling van een Hutonghuis te zien. Meestal werden vier gebouwen rond een pleintje gebouwd. De binnenplaats bij het huis van mevrouw Zdang ontbrak echter omdat deze had plaatsgemaakt voor een woonvertrek. De overheid heeft gezorgd voor sanitaire voorzieningen en verwarming. Toen we vertrokken gaven we haar een stel aardewerk klompjes. Ze was er heel erg blij mee. Wij stapten vervolgens weer in de riksja en reden nog enige tijd door de nauwe straatjes.
Door een smal winkelstraatje wandelden we naar de Drumtower. Daar liepen we zo’n 70 treden omhoog om bij de trommels te komen. De trommels zijn muziekinstrumenten en werden in vroegere tijden gebruikt om de tijd aan te geven. Wij waren net op tijd om een korte demonstratie bij te wonen. Op zes trommels werd door evenzoveel medewerkers getrommeld. De akoestiek was prima. Het duurde maar even en we hadden graag nog langer genoten van het oorverdovende lawaai. We zagen er, zo werd ons verteld, de grootste trommel van China.
6 september 2011
“Onze voornaamste plicht is niet nog meer bloemen te naaien op zijde, maar kolen te bezorgen aan hen die bevriezen” (Mao Zedong, 1893-1976)
Omdat we die dag niet meer zouden terugkeren naar ons hotel, checkten we uit. We gingen eerst naar het Baihei park, het populairste park van Beijing. We genoten van de verschillende activiteiten, zoals muziek, dans en kalligrafie. Op ons verzoek bezochten we vervolgens het kunstenaarsdistrict 798. In vroegere fabriekshallen wonen en werken sinds 2002 tal van kunstenaars. Er zijn veel galeries en winkels gevestigd waar gerenommeerde kunstenaars en zij die het willen worden, hun kunnen tonen. Er viel veel moois, maar ook veel lelijks te zien. Opvallend waren de her en der staande kolossale beelden van dieren en mensen.
Vervolgens werd een bezoek gebracht aan het terrein waar in 2008 een deel van de Olympische Spelen werd gehouden. Middelpunt en hoogtepunt was toch wel het Beijing National Stadium, ook wel het Vogelnest genoemd. Het is een van de grootste stalen constructies ter wereld en dankt zijn naam aan de unieke vormgeving. Artistiek adviseur van dit project was de al eerder genoemde Ai Weiwei. Een rondgang over het terrein voerde ons verder langs de blauwe doos (het zwembad), de toren waarin destijds de pers was ondergebracht en de Olympische toorts, gebaseerd op een traditionele Chinese boekrol. Op het terrein kochten wij een paar vliegers. Zoals bekend staat het vliegeren in China in hoog aanzien.
Er was nog tijd over voor het bezoeken van de Yuan Hou zijdefabriek. Er werd toelichting gegeven over de ontwikkeling van rups tot cocon. Kilometers zijde worden machinaal van deze cocons afgewikkeld en daarvan worden prachtige producten gemaakt. Wel tachtig brede lagen zijdedraad op elkaar vormen een dekbed. Wilma mocht meehelpen met het spannen van een dergelijke laag. In de showroom zagen we alle mogelijke producten die van zijde kunnen worden gemaakt, waaronder kleding, dekbedden, dekbedovertrekken, kussens, enz.
Toen was het tijd voor een bezoek aan het Pekingeend -restaurant Hong Yun Lai. We kregen een tafel in een kamer voor ons alleen. Van een op een speciale manier bereidde eend werden kleine stukjes voor ons afgesneden. Omdat het vlees van een eend nogal flauw is, werden speciale sauzen opgediend. Daarnaast werden diverse Chinese specialiteiten op de ronddraaiende tafel gezet. Daarover werd de nodige uitleg gegeven. Het smaakte goed.
Toen we van voldoende calorieën waren voorzien vertrokken we naar het station, waar tegen acht uur onze nachttrein naar Xi’an zou vertrekken. We namen afscheid van onze voortreffelijke gids met veel gevoel voor humor en van onze chauffeur die ons veilig door Beijing loodste. In het reisprogramma van FOX wordt vermeld dat wij de nacht in een comfortabele softsleeper zouden doorbrengen. De softsleeper was in zoverre comfortabel, dat er slechts vier slaapplaatsen waren, maar verder moet men zich niet al teveel voorstellen bij het woord comfortabel. Het was er nauw en er was nauwelijks plaats voor onze bagage. Van slapen kwam ook niet veel. Maar we kwamen de nacht door en arriveerden de volgende dag om half negen in Xi’an.
7 september 2011
“Wie altijd beweert dat hij gelijk heeft, denkt nooit na” (Chen Chiju, 1558-1639; Chinees auteur)
In Xi’an, hoofdstad van de provincie Shaanxi, werden we opgewacht door onze nieuwe gids Jessica. Haar eigenlijke naam is Shen Bing. Gidsen kiezen vaak een Engelse naam omdat hun Chinese naam te moeilijk zou zijn voor buitenlanders. Onze chauffeur heet Wang (Wang Liang).
Xi’an was in de Tang periode de hoofdstad van China. De stad telt ongeveer 4 miljoen inwoners als het omliggende gebied dat onder het bestuur van Xi’an valt, niet wordt meegeteld. Na het inchecken in ons hotel vertrokken we naar een fabriek waar replica’s van terracottabeelden worden gemaakt. We kregen informatie over het productieproces. In het Historisch Museum van de provincie Shaanxi bewonderden wij archeologische en geschiedkundige cultuurschatten uit een periode van wel 6000 jaar. Tot de uitgestalde kunstwerken behoorden tal van bronzen voorwerpen, waaronder een 3000 jaar oud klokkenspel, beelden, schilderijen, voorwerpen van goud en jade, enz. Het is een prachtig museum met een zeer goede presentatie van de hier verzamelde kunstwerken. Jammer dat we hier maar zo kort konden zijn.
Vervolgens gingen we naar het museum van het wereldberoemde Terracottaleger. Dit leger werd in 1974 bij toeval door een boer ontdekt tijdens het graven van een waterput. Het is een werkelijk schitterend museum met zalen vol met krijgers op de plekken (putten) waar zij zijn gevonden, putten met dieren (schapen, honden, varkens, geiten), strijdwagens enz. Er zijn wel 8000 soldaten gevonden. Iedere soldaat is levensgroot en ieder heeft een andere gezichtsuitdrukking. Dit alles is ongeveer 2200 jaar oud en was bedoeld om de iets verderop gelegen graftombe van de eerste keizer van China, Qin Shihuangdi, te bewaken. Het was uniek in die tijd om het menselijk lichaam op ware grootte af te beelden. Heel veel is helaas in de loop van de tijd verwoest of beschadigd en men is druk bezig om beelden te restaureren. De oorspronkelijke beelden waren in diverse kleuren geverfd, maar toen de beelden in de open lucht kwamen verdwenen de kleuren als sneeuw voor de zon. Na jaren slaagde men erin om een methode te vinden om de kleuren te bewaren en weet men door toepassing van die methode geleidelijk aan steeds meer beelden met de oorspronkelijke kleuren te conserveren. Dat proces zal nog heel veel jaren in beslag nemen. In de museumwinkel zagen we de toevallig aanwezige ontdekker van het terracottaleger. Wij kochten een boekwerk en hierin plaatste hij een handtekening, met datum. Kan men een mooier souvenir mee naar huis nemen?
’s Avonds gingen we te voet op weg naar een Dumpling diner, gevolgd door een dans - en muziekshow. Een en ander vond plaats in het Xi’an Ancient Capital Theatre. Het oversteken van vaak brede straten bleek een kwestie van leven en dood te zijn. Gelukkig wist de gids de juiste momenten te kiezen om aan een oversteek te beginnen. We kregen een tafel op een verhoging, met een goed uitzicht op het toneel en kregen spoedig gezelschap van…. twee Nederlanders. Dumplings zijn hapjes deeg met een vulling van vlees, groente enz. Het deegomhulsel geeft aan wat de vulling behelst. Is de vulling bijvoorbeeld eendengehakt, dan is het deeg in de vorm van een eend gevouwen.
Na het diner begon een wervelende dans -en muziekshow: “The Tang-Dynasty Court Music and Dances”. Het gebodene bestond uit diverse onderdelen zoals tijdens de Qin -en Tangdynastie uitgevoerde zang –en muziekstukken, met op de achtergrond prachtige decors in de vorm van lichtbeelden. De honderden dansers waren in mooie, kleurrijke, gewaden gehuld. Het was werkelijk een lust voor oog en oor. In één woord schitterend.
8 september 2011
“Niemand kan duizend goede dagen na elkaar hebben; een bloem kan geen honderd dagen na elkaar bloeien” (Chinees spreekwoord)
Op deze vrije dag kozen wij voor een excursie naar de boeddhistische Grote Wilde Ganzen Pagode. De Pagode is tijdens de Tang dynastie gebouwd en later verhoogd. De pagode telt nu zeven verdiepingen en is 64 meter hoog. Een van de functies was om geschriften en beelden te herbergen die door de filosoof en reiziger Xuangzang gedurende een reis van 17 jaar uit wel honderd landen naar China werden meegenomen. De naastgelegen boeddhistische Dacien tempel is gebouwd om boeddhistische monniken uit India onderdak te bieden. Deze monniken brachten Indische producten mee, die in de tempel werden opgeslagen. Voor de tempel staat een standbeeld van Xuangzang. Wij waren er getuige van dat 46 monniken in de tempel geschriften reciteerden en hun rustgevende gezang lieten horen. Om de maat te houden sloegen een paar monniken op een belletje. In een ander deel van de tempel gaf een medewerker interessante uitleg over de vervaardiging van Chinese aquarellen. Werkelijk prachtige kunstwerken waarop vooral landschappen, bomen en bloemen zijn afgebeeld. Wij ontvingen ieder een vel papier waarop onze namen in Chinese karakters werden gekalligrafeerd. Het gaat daarbij om het weergeven van de klank van onze namen. De karakters van Wilma betekenen Only, Special en Jade en die van mij Sea, Happy en Gate. In een tuin maakten we nog gebruik van de gelegenheid om op een houten plankje een wens te schrijven. Onze wens was dat we na afloop van de reis naar China in goede gezondheid zouden terugkeren naar Nederland.
Rond Xi’an ligt een 14 kilometer lange muur. We gingen door de zuidelijke poort en verkenden een gedeelte van de muur te voet. Een ander deel legden we af in een riksja. Vanaf de muur hadden we uitzicht op een deel van de stad. Intussen had Jessica stoelen in een restaurant gereserveerd. We gingen genieten van een Hotpot. Het is een Chinese fondue waarbij in een pannetje met kokend water vlees, groente, eieren enz. gekookt kunnen worden. Een medewerkster van het restaurant stond ons gelukkig bij en af en toe kwam ook Jessica naar onze tafel om uitleg te geven. Een leuke en smakelijke belevenis.
Tot besluit van de dag bezochten we de Grote Moskee van Xi’an. In Xi’an wonen ongeveer 60.000 moslims. Dit is nog een gevolg van de omstandigheid dat Xi’an het eindpunt was van de zijderoute in het oosten van China. De moskee is een prachtig stelsel van gebouwen met veel versieringen. De moskee heeft geen minaretten. We mochten de moskee niet in omdat wij geen moslims zijn, maar we mochten wel naar binnen gluren. De binnenhoven van het complex stonden vol bijzondere bomen en planten.
9 september 2011
“Wraak is zitten wachten bij een rivier tot het lijk van je vijand voorbij komt drijven” (Lau-Tse, 570-490 V.C.; Chinees filosoof)
Omdat het vliegtuig naar Guilin om 08.00 uur zou vertrekken, checkten we al heel vroeg uit. Jessica gaf ons in de lobby van het hotel als afscheidscadeautje een granaatappel en een flessenopener met als afbeelding de eerste keizer van China. Zij wilde daarmee tot uitdrukking brengen dat zij ons met plezier had rondgeleid. Het plezier was geheel wederzijds.
Op het vliegveld namen we afscheid van Jessica. Het was een prima gids die ons in behoorlijk Engels heel veel wist te vertellen. Zij verrichtte haar taken in een flink tempo maar wij slaagden er, soms met enige moeite, in om haar bij te houden. We hebben veel plezier met haar gehad. Ook van onze uitstekende chauffeur werd afscheid genomen.
Ongeveer twee uur later werden we op het vliegveld van Guilin opgewacht door onze nieuwe gids Freddy (Dai Jun Yang) en onze chauffeur Pang. We gingen meteen door naar de rietfluitgrot (reed flute cave). Onderweg vertelde onze gids al veel wetenswaardigheden over Guilin. De stad ligt in de regio Guangxi, telt ongeveer 700.000 inwoners en ligt midden in het Karstlandschap. De rivier Li stroomt door Guilin. De vochtigheid in Guilin is groot. Daaraan is het te danken dat er zoveel bloemen, planten en bomen groeien en bloeien. We zagen tal van acacia’s die echter pas over een maand zouden gaan bloeien. Onze gids bleek alles te weten van bloemen, planten, bomen en struiken.
De rietfluitgrot dankt zijn naam aan het riet dat voor de ingang van de grot groeide. Er zijn immense kalksteenformaties. We maakten een lange wandeling langs stalagtieten en stalagmieten. Onderweg passeerden wij een ondergronds meer. Op de kalksteenformaties waren schijnwerpers gericht die deze formaties met verschillende kleuren belichtten. Dat is duidelijk op de toeristen gericht, maar wij vonden het jammer omdat de werkelijke kleuren van het kalksteen die op zichzelf al prachtig zijn, daardoor niet steeds zichtbaar waren.
’s Middags gingen we de stad in en liepen door een prachtig aangelegd park. In het park waren levensgrote poppen in felle kleuren opgesteld. In stalletjes werd van alles en nog wat aangeboden. Achter het park was een kleine dierentuin met twee slaperige panda’s. Ook dat pikten we toch maar mee op onze reis naar China. Op weg naar het park slaagden we erin om op eigen houtje drukke wegen over te steken. Toen we terugkeerden naar ons hotel werden we een paar maal geholpen door vrijwilligers die het verkeer stopzetten. Net zoals in Beijing wordt ook hier niet vrijwillig gestopt voor voetgangers die gebruik willen maken van zebra’s.
10 september 2011
“Een man met ervaring proeft niet van honing die op de scherpe punt van een dolk ligt” (Hung Tz-Ch’eng, Chinees Zenboeddhist uit de 16e eeuw)
Om 9.00 uur stonden we al in de lobby van ons hotel, klaar om een bezoek te brengen aan de Longshen Rijstterrassen. Vanaf een hoogte van ongeveer 1000 meter worden op diverse plateaus rijstplantjes geplant. Daarbij wordt gebruik gemaakt van buffels. Hoog in de bergen kan eenmaal per jaar rijst worden geoogst. In het dal tweemaal omdat het daar vochtiger is. In dorpjes in de heuvels wonen twee minderheden, te weten de Zhuang en de Yao bevolking. Zij leven voornamelijk van de landbouw.
De bevolking van China bestaat voor het overgrote deel uit Han -Chinezen. Er zijn 56 minderheden. De Zhuang bevolking is de grootste minderheid in China en ook in de regio Guangxi. Dan volgt in grootte de Yao bevolking. Vermeldenswaard is nog dat de één kind politiek van China niet geldt voor minderheden. Zij mogen twee kinderen hebben, tenzij ze in de stad wonen want dan geldt weer de algemene regel dat slechts één kind is toegestaan. Zhuang vrouwen dragen veelal zwarte kleren en Yao vrouwen dragen vooral paars -rode kledij. De Yao meisjes laten hun haar groeien tot hun achttiende jaar. Dan wordt het afgeknipt en daarna wordt in het haar geen schaar meer gezet. Het afgeknipte haar wordt bewaard. Zij verbergen hun haar tot ze trouwen. Het water waarin de rijst wordt gekookt wordt onder meer gebruikt voor het wassen van het haar. Dat zorgt voor goede voeding en houdt het haar zwart.
Na de lange autorit maakten we een wandeling van ongeveer 40 minuten naar de top van de heuvels. Maar alvorens hieraan te beginnen huurde ik een hoofddeksel en Wilma kocht een hoed van een mevrouw die tot de Yao bevolking behoorde. Tijdens de klim passeerden we tal van stalletjes waar allerlei ambachten werden uitgeoefend, zoals borduren, het vervaardigen van kammen van de hoorns van buffels en het maken van schoenen van touw. Op tal van plekken werd voedsel bereid. Er werden sojabonen gemalen, chilipepers gedroogd, enz. We konden ons naar boven laten dragen, maar we kozen ervoor om alle trappen op te lopen. Onderweg gebruikten we een voedzame lunch met allerlei lekkere Chinese gerechten. Daarna gingen we verder omhoog met uiteindelijk schitterende uitzichten op de rijstterrassen. Het was al met al een vermoeiende maar bijzonder interessante excursie, die we niet graag hadden willen missen.
Na terugkeer in Guilin bezochten we een zijde fabriek. De uitleg kwam nagenoeg overeen met de eerder in Beijing gekregen uitleg. Ook hier een grote toonzaal met prachtige producten. We keerden terug naar ons hotel. In de lobby stond een bruidspaar. Kennelijk zou in het hotel de huwelijksceremonie plaatsvinden. Een dergelijke ceremonie is een kostbare aangelegenheid, ook al omdat er zoveel genodigden zijn. Als een stel wil trouwen moet er eerst een certificaat worden gehaald bij de gemeente. De ceremonie kan soms jaren later plaatsvinden, als voldoende is gespaard om deze te bekostigen. We konden meteen kennismaken met een paar gebruiken. Alle genodigden overhandigden een rode enveloppe met geld aan het bruidspaar. De heren kregen een sigaret aangeboden die door de bruid werd aangestoken. De dames en de kinderen kregen snoepjes. Ook wij ontvingen er een paar.
11 september 2011
“De zekerste manier om bedrogen te worden is geloven dat je veel slimmer bent dan de anderen” (Chinees spreekwoord)
We stonden die dag vroeg op om tijdig bij de boot te zijn die ons over de Li rivier naar Yangshuo zou brengen. Onze bagage werd per auto vervoerd. Onderweg vertelde onze gids Freddy die in Yangshuo bij ons blijft, dat het in de winter erg koud kan zijn in Guilin. Er valt echter, behalve op de bergtoppen, geen sneeuw, maar de velden en wegen zijn wel met ijs bedekt. Een andere wetenswaardigheid is, dat over één à twee jaar de hoge snelheidstrein Guilin zal aandoen.
Om 9.30 uur vertrok de boot. We voeren met een rustig gangetje dwars door het Karstgebergte. Links en rechts grillig gevormde bergen. Nu eens begroeid met bomen en struikgewas, dan weer alleen bestaande uit kleurrijke rotsen. We stonden op het voordek en kwamen ogen tekort. Aan de oevers deden vrouwen de was. Verder zagen we buffels, aalscholvers en enkele berggeiten. Een parlevinker legde met zijn vlot aan en probeerde zijn waar aan de man te brengen. Halverwege deden we ons tegoed aan een heerlijke lunch. Op de boot werd van alles en nog wat te koop aangeboden. Wij zagen onder meer een glazen pot met slangen waarvan een aftreksel was gemaakt dat heerlijk scheen te smaken.
Na een vaartocht van vier uur kwamen we aan in Yangshuo. Een drukke straat met winkels en uitstallingen leidde naar ons hotel. Yangshuo is een stad met ongeveer 150.000 inwoners. Naar Chinese begrippen een kleine stad dus.
‘s Avonds werden we opgehaald door onze gids, die ons afleverde in het openluchttheater waar we Liu’s Impression Show zullen bijwonen. De voorstelling ging over een meisje, Sanjie Liu, die in de buurt van Guilin woonde en daar op het land werkte. Ze kon goed zingen en gebruikte haar talent om met haar liederen te protesteren tegen de behandeling van de boeren door lokale grootgrondbezitters. Ze moest haar verblijfplaats noodgedwongen verlaten en vestigde zich in Yangshuo. Ook in Yangshuo zong ze protestliederen. Uiteindelijk slaagden Liu en de boeren erin om de situatie waarin ze verkeerden te verbeteren. Dit alles werd door ongeveer 600 acteurs en actrices op een werkelijk schitterende wijze op en langs het water vorm gegeven, op een plek waar de Li rivier en de Yangshuo Yulong rivier samenkomen. Op het water voeren de sampans af en aan, het planten van de rijst en de andere bezigheden op het land werden op bijzondere wijze uitgebeeld. Dit alles, met op de achtergrond het karstgebergte, werd schitterend belicht en ook de muziek was prachtig om te horen. Het was een fantastisch mooie voorstelling, die was ontworpen door Zhang Yimou, dezelfde die ook de openings -en sluitingsceremonie van de olympische spelen in 2008 had geregisseerd. Diep onder de indruk keerden we terug naar ons hotel.
12 september 2011
“We hebben weinig nodig maar we begeren meer naarmate we meer bezitten” (Chinees spreekwoord)
Op deze dag werd in China het maanfestival gevierd. Het zware werk op het land is voorbij en er kan worden geoogst. Reden om met de familie samen te zijn, hemel en aarde te bedanken en om maankoeken te eten. Met de gids was afgesproken dat we een fietstocht door de rijstvelden zouden maken. Omdat het zo warm was raadde Freddy ons aan om de tocht gemotoriseerd te maken en wij kregen een, wat ik zou willen noemen, golfkar als vervoermiddel. We reden de stad uit en zagen dat een lange strook grond waarop vroeger rijst werd verbouwd, braak lag. Hier komen zeer waarschijnlijk appartementen voor 50.000 mensen die na de bouw van de Drie Klovendam in de Yangtse rivier, de grootste waterkrachtcentrale ter wereld, hun woonplaats moesten verlaten. De rit ging langs katoenvelden, rijstvelden, sinasappelbomen en velden waar aardappels en bonen worden geteeld.
Na een uurtje rijden kwamen we aan bij een boerenfamilie waar we zeer hartelijk werden ontvangen. Het bleek een vrij grote boerderij te zijn. De vrouw des huizes gaf ons veel uitleg over haar werkzaamheden en vertelde over haar familie. Ze was zeer trots op haar kleinzoons, waarvan er een verdienstelijk tekenaar was en een ander, kennelijk de studiebol van de familie, tal van diploma’s had verkregen, die oma op een muur van de woonkamer had bevestigd. Aan de buitenmuur hingen veel zelfverbouwde voedingsmiddelen te drogen. Buiten zagen we diverse grafstenen aan weerszijden van grafheuveltjes. Op het platteland is het toegestaan om overleden familieleden op het eigen land te begraven. In de grote steden is dat uiteraard niet mogelijk en is crematie voorgeschreven. Met tegenzin namen we afscheid en gaven we oma twee klompjes van aardewerk. Het was een bijzonder leuk en informatief bezoek aan een Chinese plattelandsfamilie.
’s Middags zaten we bij de rivier en daar werden veel foto’s van ons gemaakt met Chinese jongens en meisjes achter en naast ons. Ook wij namen op verzoek diverse foto’s. Een ervaring die opnieuw aantoonde dat buitenlanders in China nog steeds als bijzondere exemplaren van de mensheid worden beschouwd.
13 september 2011
“Als je maar twintig muntstukken hebt, besteed er dan tien aan brood om te leven en tien aan bloemen zodat je een reden hebt om te leven” (Chinees spreekwoord)
De dag begon met een wandeling door het Yangshuo park, in de nabijheid van ons hotel. Ook hier konden we weer tal van activiteiten gadeslaan. Tai chi werd ditmaal beoefend met waaiers. We zagen onder meer kaartspelende vrouwen en mannen. We dronken op een terras koffie. De serveerster vroeg ons waar we vandaan kwamen en even later kregen wij koffie waarbij op de melk in Chinese karakters het woord Holland was aangebracht.
’s Avonds haalde iemand ons op voor de aalscholvershow. Een motorbootje bracht ons samen met andere belangstellenden over de Li rivier naar onze bestemming. Het was aardedonker. Na een tijdje kwam een vlot met een visser langszij en samen voeren we verder. Op het vlot stond een grote mand, bestemd voor de vis, en voorop het vlot stond een grote schijnwerper. Vijf aalscholvers met een touwtje om hun nek zwommen voor de boot uit een doken af en toe onder water. De schijnwerper zorgde ervoor dat de aalscholvers de vis zagen zwemmen. Soms kwamen ze met een vis tevoorschijn. Deze aalscholvers werden uit het water gehaald en de vis werd dan, geholpen door de visser, in de mand gedeponeerd. Het touwtje zorgde ervoor dat de aalscholvers de vissen niet inslikten. Na een tijdje gingen wij met de visser aan land en wie wilde mocht een aalscholver op de arm nemen. Wilma liet dit natuurlijk niet aan zich voorbij gaan. Na gedane arbeid kregen de aalscholvers als beloning kleine visjes die ze konden verorberen als het touwtje rond hun nek werd losgemaakt.
14 september 2011
“Het volle leven, dat is eens en nooit weer, geen dag geeft je een tweede ochtend, seizoenen zijn dwingende termijnen, tijd wacht niet op de mens” (Tao Qian, 365-427, Chinees dichter)
Deze dag werd een bezoek gebracht aan twee dorpen, te weten Fuli en Xinping. Een door onze gids samengestelde excursie. Onderweg genoten we van prachtige vergezichten. We passeerden velden waarop rietsuiker werd verbouwd. Tal van sinasappelbomen en grapefruitbomen versierden het landschap.
In Fuli aangekomen zagen we dat een begrafenis werd voorbereid. Iemand was bezig met het maken van een draagbaar voor de kist. Een ander sneed van bamboe de draagstokken van de draagbaar. Verderop werd met bijzondere instrumenten muziek gemaakt, steeds opnieuw als er gasten aankwamen. In de woning van de overledene stond de kist, bedekt met doeken en een foto van de overledene was naast de kist geplaatst. Een vrouw, vermoedelijk de echtgenote van de overledene, zat bedroefd in een hoek van de kamer. Er werd in grote potten voor alle gasten gekookt.
Fuli is een dorp waar een aantal families zich bezighoudt met het maken van waaiers. Wij bezochten zo’n Fan factory en kregen uitvoerig uitleg over het productieproces. De hele familie doet hieraan mee. Grote en kleine waaiers werden aan ons getoond, maar ook tekeningen op rijstpapier. Wij mochten deelnemen aan het produceren van een waaier door een stokje te steken tussen de uit verschillende papierlagen bestaande waaier. Het was een feest voor het oog om te zien met hoeveel kunstenaarschap een en ander werd vervaardigd. Langs de huizen lopend en stiekem naar binnen kijkend, zagen we hier en daar een grote poster van Mao hangen. Deze is nog steeds populair bij een groot deel van de bevolking van China. Naast en boven de deuren hingen rode stroken met daarop gelukbrengende teksten en gekleurde tekeningen van woeste figuren, bedoeld om kwade geesten te verhinderen om de huizen binnen te gaan.
Even verderop bezochten we de voedselmarkt. We zagen diverse vissen, groenten, knollen enz. Onze aandacht ging vooral uit naar het vlees van een hond. Officieel is het eten van hondenvlees niet toegestaan, maar kennelijk bestaat ook in China het begrip gedogen, zodat het vlees van een hond toch nog hier en daar kan worden gegeten.
We reden verder naar Xinping, een dorp dat aan de Li rivier ligt, met een geschiedenis van 1800 jaar, eertijds een belangrijke doorvoerplek. Vanuit de haven hadden we een prachtig uitzicht op het karstgebergte. Van hieruit is de foto genomen die op het 20 Yuan bankbiljet staat. In de haven lagen tal van bootjes. Onze gids vertelde ons dat de bootjes niet mochten uitvaren en dus ook geen toeristen over de rivier mochten vervoeren, omdat de schippers hun diensten aanboden tegen tarieven die onder het door de autoriteiten gewenste niveau lagen. Tijdens ons bezoek kwamen er boten met politieagenten aan, die kennelijk tot taak hadden om te controleren of men zich wel aan de van hogerhand gegeven orders hield.
Teruggekeerd in ons hotel pakten we onze tassen in en om 19.00 uur werden we door Freddy en onze chauffeur opgehaald voor een autorit naar Guilin. Onderweg werd desgevraagd nog uitleg gegeven over de afbeeldingen op de bankbiljetten en vernamen we verder dat in vroegere tijden de Chinese karakters van boven naar beneden en van rechts naar links werden geschreven. De karakters worden tegenwoordig van links naar rechts geschreven. Wij vertelden onze gids dat wij naar muurkranten hadden gezocht, maar niet hadden gevonden. Wij kregen te horen dat er geen muurkranten meer waren in China. Wij waren van deze mededeling enigszins ondersteboven, omdat tot dan toe door ons was aangenomen dat die kranten nog zouden kunnen worden aangetroffen. In Guilin zette Freddy ons op de nachttrein naar Guangzhou (Kanton). Wij namen afscheid van chauffeur en gids. Ook deze chauffeur had ons veilig vervoerd. Freddy was een uitstekende en plezierige gids. Wij leerden veel van hem, vooral over alles wat groeit en bloeit in en rond Guilin en Yangshuo, maar hij wist ons ook over tal van andere zaken veel te vertellen. Om 20.00 uur werd het vertreksein gegeven. Ook nu beschikten we over een “comfortabele” softsleeper.
15 september 2011
“Het maakt niets uit of de kat wit is of zwart. Als ze muizen vangt is het een goede kat” (Deng Xiaoping, 1904-1997, Chinees politiek leider)
’s Ochtends om ongeveer 9.30 uur kwamen we aan in Guangzhou en maakten kennis met onze gids Jerry (Lee Jian) en onze chauffeur Tom (Xiao). Guangzhou telt ongeveer 14 miljoen inwoners en is de hoofdstad van de provincie Guangdon. Goed geslapen hadden we niet, maar dat weerhield ons er niet van om meteen na het wat verlate ontbijt te vertrekken voor een citytour.
We reden allereerst naar een boeddhistische tempel, Chenjia Ci. Het is geen tempel in de eigenlijke zin van het woord, maar een gebouw waarin oorspronkelijk leden van de wel uit 72 takken bestaande familie Chen bijeenkwamen. Nu is het een museum. Aan de buitenkant van de gebouwen zagen we in felle kleuren geschilderd houtsnijwerk en steenreliëfs. Het wemelde van de gedetailleerde figuren, zodat je ogen tekort kwam. Binnen bewonderden we ivoorsnijwerk, ceramiek, waaiers enz. enz. In het winkeltje blies een medewerker op een houten instrument en gaf iemand een demonstratie knipkunst.
Na het bezoek aan de tempel zouden we door de voedselmarkt lopen, maar het begon zo hard te regenen dat werd besloten om er met de auto langs te rijden. Een bezoek aan het Shamian Island trof een zelfde lot. We reden er wel doorheen en kregen zo toch een indruk van dit eiland. Eigenlijk was het ooit een zandbank die in de 19e eeuw over twee concessies (Frankrijk en Engeland) was verdeeld. Het herinnert aan de koloniale periode van Europa in China. Het eiland was belangrijk voor de buitenlandse handel. Er waren ook Nederlandse handelsondernemingen gevestigd. De historische gebouwen waar wij langs reden, deden dan ook Europees aan. Na 1949 werden in de panden overheidskantoren gevestigd en werden gebouwen verbouwd tot appartementen.
We namen in ons hotel aangekomen afscheid van onze gids en liepen nog even door de aan ons hotel grenzende winkelstraat. Verkoopsters kwamen uit de winkels om ons na te kijken. We gingen uit nieuwsgierigheid een drogisterij binnen waar medicijnen werden gemalen en afgewogen. Teruggekomen in ons hotel ontdekten we dat onze kamer uitkeek op een krottenwijk. Snel sloten we de gordijnen van onze luxueuze kamer.
16 september 2011
“Een leider is op zijn best als het volk nauwelijks weet dat hij bestaat”(Lau-Tse, 570-490 V.C., Chinees filosoof)
’s Morgens in alle vroegte vertrokken we naar het vliegveld, checkten in en stegen om 10.00 uur Chinese tijd op. Na een tussenlanding in Beijing landden we om 19.00 uur Nederlandse tijd op Schiphol. Onze in Xi’an op een houten plankje geschreven wens dat we na onze reis weer gezond in ons land zouden terugkeren, werd vervuld.
Naschrift
“Een ander doeltreffend middel om de lezer te misleiden, zijn de citaten. Dat zijn vaak slechts brokken opsmuk die van een kleed worden afgerukt; en nadat men ze heeft geprezen en opgehemeld, en als transcendentaal, zuiver en onbevlekt beschreven, brengen zij de lezers in de war, die het gehele werk niet hebben gelezen”(Lu Hsün, 1881-1936, Chinees auteur)
Wij hebben genoten van onze Couples Only reis naar China. Het spreekt vanzelf dat de kosten van een individuele reis meer bedragen dan van een groepsreis. Voor excursies moet immers, als je met z’n tweeën reist, meer worden betaald. Wij hadden het er graag voor over. Omdat we met ons tweeën reisden hadden we voortdurend direct contact met onze goed geïnformeerde gidsen en kwamen we ook in direct contact met Chinezen. Dat had ook het voordeel dat we in het korte tijdsbestek waarin onze reis plaatsvond toch veel te weten kwamen over de diverse onderdelen van ons programma en andere zaken die ons interesseerden. De organisatie van de reis was van de eerste tot de laatste minuut perfect. Een compliment voor FOX is hier zeker op zijn plaats.
De optionele excursies bleken desgewenst te kunnen worden aangevuld met andere excursies. Zo brachten wij een bezoek aan de 798 kunstenaarswijk in Beijing en maakten we een door de gids in Yangshuo zelf samengestelde excursie naar de dorpen Fuli en Xinping. Deze interessante bezienswaardigheden verdienen het om in de lijst van (optionele) excursies te worden opgenomen.
We merken nog op dat enige kennis van de Engelse taal wel nodig is omdat de gidsen Engels spreken en je zonder de nodige kennis veel zal ontgaan.
De in het verslag opgenomen citaten komen uit het door Gerd de Ley samengestelde boekje “Bronnen van Chinese Wijsheid”.
Herman van Gelder, september 2011
Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.