8-daagse Uitzicht over de Olijfberg

Auteur(s):
M. Jansen
Reisdatum:
19-02-2011 t/m 26-02-2011
Waardering:
3,5 sterren 17 stemmen
Ergens in januari : “Mam,. Heb je geen zin om in de voorjaarsvakantie weer samen weg te gaan?” Sommige vragen hoef je me geen 2 x te stellen Maar waar naar toe? Ergens waar we nog geen van beiden waren, ergens waar het niet te koud is om veel buiten te zijn, ergens waar naar toe het geen dag vliegen is. Na diverse bestemmingen die afvielen kwamen we op de vakantiebeurs op het idee te gaan kijken voor Israel en zowaar, het lukte ons om een rondreis van een week te boeken.

Israel, het land wat ik ken van de Bijbelverhalen van vroeger, het land wat ik ken van de vele berichten op tv, het land wat vraagtekens oproept als het om hun politieke keuzes gaat. Het liedje ‘Jerushalajim shel zahav’ zoemt regelmatig door m’n hoofd.

Zaterdagmiddag 19 februari vertrekken we, de treinen naar Schiphol blijken door een leidingbreuk niet te rijden, dus Ron brengt ons met de auto naar de luchthaven . De vlucht met KLM gaat snel, eten, slapen, lezen. Midden in de nacht komen we aan op Ben Gurion, het vliegveld bij Tel Aviv. Een zeer onvriendelijke dame bekijkt onze paspoorten en reageert agressief als we aangeven dat we geen stempel in ons paspoort willen hebben, want dan kun je met dit paspoort een groot aantal Arabische landen niet in en er staan er nog een paar op ons verlanglijstje (alhoewel we daar nu maar even mee wachten gezien de onrust in veel Arabische landen…), maar we mogen door.

Een taxi brengt ons naar het hotel en we gaan een paar uur heerlijk slapen. We zijn al vroeg weer wakker ( gelukkig leiden we beiden aan dit familiekwaaltje). Na een ontbijt nemen we een taxi naar Hertz, waar we een auto huren, het lijkt even lastig te worden omdat we geen ‘stamp’ in ons paspoort hebben en geen formulier wat bewijst dat we tourists zijn, maar we krijgen de auto mee. Helaas is er geen GPS in de auto aanwezig, een goede kaart ontbreekt en R. ontdekt tot haar schrik dat het een automaat is.

We rijden nog maar 5 minuten als R. iets af wil remmen en we PATS stilstaan, midden op de drukke weg, een motor kan ons net ontwijken. Deze Suzuki Splash reageert iets anders dan haar oude Swiftje. We zitten daarna even niet echt gemakkelijk en besluiten zo snel mogelijk de stad uit te rijden, zodat R. even kan wennen aan de auto. Tot onze verbazing zitten we direct op de weg naar Haifa ( ach je, je kunt kaartlezen of je kunt het niet, he?) Ons eerste doel, Yafo ( Jaffa) laten we voor wat het is, we rijden naar het noorden. Het begint te stormen, het begint te plenzen.

Opeens zien we een afslag naar Caeserea en we komen bij de resten van de oude stad. De zee slaat hoog over de kademuren, het is een schitterend gezicht, die oude stadsresten met de woeste zee op de achtergrond. Kletsnat stappen we weer in en rijden naar Akkoo, een mooi oud stadje waar het ook noodweer is, maar nadat we heerlijk gegeten hebben en opgelucht zijn dat de auto niet is weggedreven, wordt het droog en gaan we het stadje bekijken, mooie moskee, leuke soukh, idyllisch haventje. De stad uitkomen blijkt een crime, de weinige borden die in de stad staan zijn allemaal in het Hebreeuws en dat is niet zo eenvoudig te lezen, absoluut onbegrijpelijk dus…. Maar we vinden de weg naar Tiberias, waar een hotel geboekt is. Het weer wordt steeds slechter, het wordt snel donker. De weg gaat door bergachtig land, scherpe bochten, weinig zicht, geen verlichting langs de weg, plensbuien, onweer en dat alles in een vreemde auto: R. heeft voor mij het diploma met-noodweer-door-Israel rijden met glans gehaald!

Als we de stad naderen doemt er een nieuw probleem op, hoe vinden we in vredesnaam ons hotel in een stad waar het giet van de regen, donker is, alles in het Hebreeuws en Arabisch staat, en we geen flauw idee hebben waar we moeten zijn? Ik hoop op ‘het wonder van Tiberias’…. We besluiten de stad in te rijden om wat te drinken te kopen. In het kleine winkeltje waar we onze inkopen doen vragen we naar het hotel: Prima Galil Tiberias. De eigenaar neemt ons mee en wijst ons waar we volgens hem moeten zijn, vlak om de hoek, Ik ga er naar binnen, maar weet direct dat dit niet de juiste plek is (gelukkig niet…), de eigenaar wil me dolgraag een kamer geven, maar uiteindelijk begrijpt hij dat ik al iets elders gereserveerd heb, hij kan alleen hebreeuws lezen, maar begrijpt na een tijdje dat ik Hotel Prima zoek, het blijkt vlakbij te liggen en zowaar, een paar minuten later staan we op de parkeerplaats! Het wonder van Tiberias! Het is inderdaad een prima hotel, vooral het ontbijt is geweldig! Enorm veel keus, heerlijk gekruid allemaal, alleen niets van vlees of vleeswaar, maar dat missen wij niet.

Vanuit Tiberias, waar we 3 nachten verblijven, bekijken we de omgeving. Het is vreemd te rijden naar Nazareth, een leuk stadje met een prachtige kerk, vol met tegelplateaus vanuit de hele wereld waarop Maria met Jezus afgebeeld staat in de stijl van het betreffende land. Als we bij de auto aankomen blijkt deze compleet te zijn ingebouwd, na een kwartiertje komt gelukkig de eigenares van de auto naast ons en de parkeerbeheerder weet ons autootje daarna naar de straat te manoevreren.

We rijden door Kana, ik vraag me even af waarom er een weddingchurch is en waarom de weddingwine aangeprezen staat, tot ik de link leg met het water wat in wijn veranderde. In Taghba staat de geschiedenis van de 2 broden en de 5 vissen afgebeeld in een tegelvloer, vlakbij ligt Kafer Nahum ( Capernaum) waar de resten van de oude stad, gelegen aan het meer van Galilea, te zien zijn.

De volgende dag gaan we naar de Golanvlakte, een naam die ik associeer met felle gevechten. Het blijkt een prachtig bergachtig gebied, groene heuvels, overal bloeiende bloemen, schitterend, we bekijken het hooggelegen fort van Nimrod, uit de kruisvaarderstijd, wandelen in het natuurgebied van Tel Dan, natte voeten…. In een klein dorpje eten we falafel zoals falafel hoort te zijn, heerlijk gekruid met veel salade, tahina, humus en frietjes in de pitta.

Het mooist vinden we Gamla, een prachtig natuurgebied met brede kloof waarin de resten van een zeer oude nederzetting, de adelaars scheren voortdurend rondom ons.

De volgende dag vertrekken we naar Jeruzalem. De tocht gaat door het prachtige Jordaandal, een brede vallei, in Galilea groen en vruchtbaar, als we Judea naderen komen we langzaam in fascinerend woestijngebied. Ook fascinerend, maar vooral luguber, zijn de afzettingen links van de weg, 3 rijen met hekken, prikkel- en schrikdraad . We moeten naar hotel Rimonim, in Prima hebben ze gebeld hoe we er naar toe moeten rijden, maar de genoemde afslag is onvindbaar ( later bleek dat die op de route vanaf Tel Aviv ligt…), wel weten we nu dat het hotel voorheen Shalom heette, belangrijke informatie, merken we later. We stoppen bij de stadsmuur van the Old City, daar vragen we een taxichauffeur waar ons hotel is, hij blijkt de naam Shalom te kennen en biedt aan voor ons uit te rijden naar het hotel en ons daarna naar Bethlehem te brengen. Over Bethlehem zaten we nog te dubben, onze auto mag niet het Palestijns gebied in, we waren gebeld door de reisorganisatie met het voorstel zelf tot de grenspost te rijden om daar opgewacht te worden door ene Edward, maar echt enthousiast waren we daar niet over. R. kan uitstekend afdingen en het resultaat is zodanig dat we op het aanbod ingaan.

Als we naar Bethlehem rijden wordt de chauffeur bij een grenspost aangehouden en hoe hij ook in discussie gaat, we mogen niet doorrijden, omkeren dus! Bij een volgende, grotere post lukt het wel. In Bethlehem bezoeken we de prachtige geboortekerk, erg indrukwekkend en doen we wat inkopen. Gelukkig worden we op de terugweg niet aangehouden.

We laten ons afzetten bij de Jaffapoort van de oude binnenstad. We zien direct het verschil met Tiberias, hier zien we overal orthodoxe Joden, maar ook vertegenwoordigers van allerlei andere religies, allemaal herkenbaar aan hun kleding. Ik had me niet gerealiseerd dat de vrouwen (en dochters)van de orthodoxe joden ook zeer conservatief gekleed zijn, lange donkere rokken, hoogsloten kleding, lange mouwen, vaak het hoofd bedekt, ze zien er zeer gedwee uit. De mannen lijken te kiezen uit 3 mogelijkheden, ze lezen in de Thora, ze hebben een telefoon tegen hun oor geplakt of ze duwen een kinderwagen. De oude stad bestaat uit diverse wijken, de Joodse, de moslim, de christelijke en de Armeense wijk. We komen bij de Klaagmuur uit, mannen en vrouwen gescheiden, religieuzen en toeristen door elkaar. We mogen nu foto’s maken, later op de sabbath (van vrijdagavond 17 uur tot zaterdagavond zonsondergang) blijkt dat verboden te zijn. Bij de Klaagmuur laat R. haar fototoestel vallen, hij is kapot, balen dus. We vinden na het eten snel de buslijnen naar het hotel, de naam Hotel Shalom blijkt gelukkig algemeen bekend, we checken in.

De volgende dag willen we naar de Tempelberg, we nemen de auto mee. Als we er aankomen blijkt er nu al een gigantische rij te staan, en we zien een file van bussen. Omdat we gehoord hadden dat je je eigenlijk aan moet melden, nemen we de gok niet en rijden we verder, naar de Olijfberg. We parkeren de auto bovenaan en lopen naar beneden, overal kom je kerken en andere plekken tegen met overbekende namen. Op de plaats waar Jezus het Onze Vader aan zijn discipelen geleerd zou hebben staat een kerkje met tegelplateaus waarop in 60 talen en dialecten het gebed te lezen is, heel bijzonder. Gethsemane, Golgotha, vreemd te lopen op plaatsen met deze namen. In de tuin bij de kerk op Gethsemane staan olijfbomen waarvan aangetoond is dat ze 2000 jaar oud zijn, wat hebben zij allemaal ‘gezien’? Het uitzicht op de oude stad is schitterend. De klim terug omhoog is zwaar, het is warm en de weg stijgt snel. Als we even een grot ingaan verzwik ik mijn voet, maar gelukkig zijn we dicht bij de auto.

We rijden naar de Dode zee, ook hier prikkeldraadafzettingen, je kunt maar op weinig plekken bij de zee komen. We gaan niet naar het overbekende Ein Gevi, maar slaan af bij een eerder strandje, leuk, niet druk. De temperatuur is snel van 21 naar 27 graden gestegen. Natuurlijk smeren we ons in met modder en drijven we even in de zee rond, voor mij de eerste keer, R. dreef er afgelopen herfst aan de kant van Jordanië al in het zoute water. Als ik ’s avonds mijn badpak uitspoel, ligt hoewel ik me goed afgedoucht had, de wastafel vol zoutkorrels. Omdat we voor donker terug willen zijn gaan we niet verder de woestijn in. We rijden naar het hotel, het vinden van de juiste weg blijkt geen probleem, en gaan later met de bus naar de stad om te eten.

De volgende dag hebben we geen echt doel, we nemen de bus naar de oude stad en lopen rond, we gaan naar de schitterende Heilige Grafkerk, bekijken plekken waar we nog niet waren en genieten op terrasjes van de zon. Het valt ons op dat vanaf 2 uur steeds meer winkeltjes sluiten en dat er nog maar weinig gebouwen open zijn, de voorbereidingen voor de Sabbath zijn begonnen. In plaats van alleen maar hoge zwarte hoeden zien we een soort bontmutsen verschijnen op de hoofden van de orthodoxe Joden . Een jongen die ons spontaan rond wil leiden zegt ons vooral niet te vergeten rond 5 uur naar de Klaagmuur te gaan. Daar stroomt het inderdaad snel vol met Joodse mensen, orthodoxen, maar ook veel met een keppeltje of ander hoofddeksel, mannen rennen om op tijd te zijn, alles spoedt zich naar die ene plaats, er wordt luidop gelezen in de Thora, het woord ‘Adonai ‘ klinkt alom, maar er zijn ook groepen jongens aan het zingen en dansen, het lijkt een groot feest, heel bijzonder.

Als we het ijskoud hebben zoeken we in de Moslimwijk een cafeetje (want daar is alles uiteraard nog wel open). Terwijl overal de Joodse mensen nog steeds in grote getale richting Klaagmuur gaan klinkt de oproep voor het gebed vanaf de moskee boven de hoofden, mooi, deze mengeling! Als we warm geworden zijn zoeken we een taxi ( het is Sabbath, dus er rijden geen bussen …) die ons naar het hotel brengt. De Sabbathlift ( die op elke verdieping -17!- stopt) is in werking. We gaan vroeg naar bed, want om 1 uur rijden we weg, naar Ben Gurion.

De 3 uur op het vliegveld vliegen om, veel controles, lange rijen. De vlucht gaat weer snel, we zijn 20 minuten vroeger dan gepland op Schiphol en als we bij de bagageband aankomen blijken onze beider koffers al direct langs te glijden. Ron staat klaar bij de gate, dus we kunnen direct weg, het regent, het is kil, we zijn thuis …

Ook deze mooie reis zit er weer op. Het was een bijzondere week. We zijn blij dat we niet zoals bijna alle toeristen die we zagen en spraken, met een groep reisden. Het rijden met een eigen auto, het zoeken naar de weg, het zelf bepalen wat we gingen zien, de mensen die we gesproken hebben, het geeft een goed beeld van het land.

Een land wat landschappelijk veel mooier is dan ik dacht, een land met bizarre kanten, aan de ene kant een land waarin veel bevolkingsgroepen naast elkaar leven, ieder met hun eigen gewoontes, ieder met hun eigen kledingvoorschriften, een land waarin aan de andere kant felle tegenstellingen bestaan tussen Palestijnen en Joden, waarin muren en prikkeldraadversperringen staan die mensen vrije doorgang verbieden.

Een land waarin ik, als buitenstaander, geen stelling durf te nemen, geen stelling kan nemen, een land waarvan ik blij ben dat ik een deel heb kunnen zien.

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!