23-daagse Hoogtepunten van Zuid-Amerika

Auteur(s):
K. Fischer
Reisdatum:
05-10-2009 t/m 27-10-2009
Waardering:
3,5 sterren 9 stemmen
Een nieuwe drieentwintig-daagse reis van Fox Naar Zuid-Amerika. Vooral de combinatie van Incacultuur en Machu Picchu met de Braziliaanse Iguazu-watervallen en Rio de Janeiro trekt mij.

KLM brengt ons probleemloos in bijna dertien uur direct naar Lima, Peru, tienduizendvijfhonderd kilometer van huis. ’s Avonds een wandeling naar een druk centraal plein: in een kerk het laatste gedeelte van een mis. Gevoel van dankbaarheid, dat we dit met zijn tweeën kunnen beleven. De kleuren en ornamenten van het kerkgebouw zijn ongewoon. Een groot warenhuis en een lekker broodje bij een stalletje. Moe naar bed.

Een korte nacht – geen groot probleem, omdat we door de jetlag toch vroeg wakker worden. Het vliegtuig van de binnenlandse vlucht is nieuwer dan de KLM-Boeing 777-200, die ons naar Lima bracht. Een vlucht langs de Andes voorbij aan stralend witte bergtoppen tot zesduizendvierhonderd meter toe.

Zeven uur ’s ochtends zijn we al twaalfhonderd kilometer verderop in Cusco in het Incagebied. Door naar Pisac. Hoog boven de stad mooie Incaruïnes: de terrassen van vroeger zijn hersteld. De ingenieuze opbouw en hun irrigatiesysteem zijn aangehouden. Er zijn hier maar twee seizoenen: het natte, besteed aan landbouw met drie verschillende oogsten en het droge gewijd aan huizenbouw en de conservering van voedsel. In Pisac zelf een grote Indiaanse markt: we gaan ook voor de bijl met een houten Andesfluit, een zilveren hanger met passende oorbellen en een geweven ceintuur. Ank is er heel blij mee.
In de middag in de Incavallei een magnifieke Incastad: geweldig uitzicht – men wilde toen dicht bij de goden zijn. De machtige stenen, die ondanks meerdere hoeken zonder voegen en specie aan elkaar passen. Behoorlijk klimmen op achtentwintighonderd meter hoogte, maar zeer de moeite waard. Doodop naar bed.

Een superdag: zon bij het opstaan. Met een treintje door de Incavallei langs de rivier de Urubamba naar het stadje aan de voet van Machu Picchu. Met een bus omhoog naar de afgelegen opgraving. Onze energieke reisleidster Martina vertelt ons tevoren enthousiast van haar bezoek aan deze site ruim vijfentwintig jaar geleden, toen nog helemaal niet toeristisch. Zij koestert deze herinnering. Ik moet terugdenken aan mijn eerste nacht slapen in de open lucht, zomer 1960, negentien jaar oud, student Klassieke Talen, vanuit Oostenrijk liftend naar Griekenland. Delphi, het Schathuis van de Atheners daar, sterrenhemel boven mij – ik zie een vallende ster. Nu is dit in Delphi ondenkbaar. Dit Schathuis heb ik later als uitgangspunt gebruikt voor de door mij gemaakte houten tempel van Antieke Cultuur op het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam.

Het bezoek van Machu Picchu nu eist van de reisleiding veel geregel: aparte kaartjes voor de trein, de bus omhoog, de entree boven, de bus omlaag en de trein terug, vaak op naam. Maar onze leuke groep van negentien personen van drieendertig tot negenenzeventig en van tweemeterdrie tot eenachtenvijftig volgt gedwee alle aanwijzingen van “Juf” Martina. We worden boven rijkelijk beloond: Machu Picchu toont zich in het volle zonlicht. Ik ken de plattegrond van buiten, maar de werkelijkheid is veel mooier.

Na de interessante rondleiding - in lange broek wegens de zandvlooien - hebben we royaal de tijd voor eigen onderzoek: tijdens mijn opleiding Handvaardigheid aan de Rietveldacademie waren de kunstig aaneengevoegde rotsblokken een inspiratiebron bij mijn hakken in hout. Nu ben ik dertig jaar later hier, zie de blokken en kan ze zelfs aanraken – blij en dankbaar.

Zo laat mogelijk verlaten we de site. Na ruim drie uur treinreis voldaan in Cusco, een belangrijk Incacentrum. Een vrije dag in de stad. We hebben van Martina genoeg tips gekregen, om de dag te vullen. De berg op naar Incaverdedigingswerken: de kunstig gevormde blokken hier zijn tot acht meter hoog, de grootsten, die we gezien hebben. Mooi uitzicht over de stad. Ik ontmoet daar de Peruaanse leraar met zijn klas weer, die ik al bij het inchecken in Lima heb gesproken. Leraarschap geeft over de hele wereld een band. Veel Peruaanse schoolklassen bezoeken Cusco op zoek naar hun Incaverleden.

Later in de stad een katholieke feestdag: het heiligenbeeld wordt in een processie meegevoerd, zoals vroeger de mummies van de voorouders bij feestelijke gelegenheden werden getoond. We bezoeken veel kerken met overdadige barokke altaren en veel schilderijen. De Spanjaarden hebben handig gebruik gemaakt van deze schilderijen, om de bevolking voor zich te winnen. Inheemse zaken, zoals kleding, gereedschappen en woonomgeving werden opgenomen, om het wantrouwen weg te nemen. Veel kerken staan op de funderingen van Incatempels. Moe van een hele dag lopen vroeg naar bed.

Een reisdag van Cusco naar Puno in het Zuiden. We klimmen van vierendertighonderd meter naar een pas van ruim drieënveertighonderd meter. Ik ben nog nooit zo hoog geweest, ruim vijfhonderd meter hoger dan de hoogste Oostenrijkse berg, de Grossglockner. Je voelt de hoogte door lichte duizeligheid. Martina heeft een picknick verzorgd op deze pas.

Op de hoogvlakte dicht bij Puno de graftorens van Sillustani, mooi gevormde stenen hulsels tot wel twaalf meter hoog. Pre-incaculturen begroeven hun doden in deze bouwsels, van binnen lijkend op een baarmoeder, gereed voor de aanstaande wedergeboorte.

Onderweg door het landschap vallen bij de eenvoudige huizen van leem soms de nieuwe verzinkte golfplaten op het dak op en kleine toiletgebouwtjes van één maal één meter naast de huizen. Dit zijn giften van de regering voor de arme plattelandsbevolking. Bezoek aan zo ’n kleine boerderij: bereidwillig krijgen we hun keuken met landbouwproducten te zien, beesten, zoals alpaca’s, varkens en cavia’s en de zeer eenvoudige woonruimtes. De huisbaas toont ons een opgezette condor, die voor religieuze doeleinden wordt gebruikt. De vermenging van Incareligie met het christelijk geloof is overal aanwezig. De huizen bestaan uit zelf gevormde, ongebrande lemen stenen en een dak van riet of golfplaat. We hebben zo een huis voor tweehonderdvijftig euro aangeboden gezien.

’s Avonds in Puno lekker eten met een leuke folkloreshow: uitbundige dans afgewisseld met een echt Andes-orkest.

Vrije dag in Puno aan het Titicaca-meer op achtendertighonderd meter hoogte. Door goede medicijnen (Sorojchipills) is de hoogteziekte in de groep aardig onder controle. Bijna iedereen gaat mee met de excursie naar het meer. Met fietstaxi’s naar de haven, met onze boot naar de drijvende rieteilanden van de Uros-indianen. Ze maken zeer veel van riet, zelfs boten. Met zo een boot, lijkend op de Kon-tiki van Thor Heyerdahl , naar een ander drijvend eiland. Later met de grote boot naar het eiland Taquile met drieduizend bewoners, die in coöperaties samenwerken.

We klimmen naar het centrum op bijna vierduizend meter en krijgen en lekkere lunch met soep en forel aangeboden. Op het plein is net een voorlichtingsbijeenkomst van de regering voor de dorpsoudsten aan de gang. Men wil de moderne tijd met trouwboekje en paspoort ook hierheen brengen. Mooie uitzichten, over vele treden terug naar onze boot.

De avondmis in de kathedraal van Puno. Na het Onze Vader de vredeswens met hartelijke omarmingen met onbekenden. Rozig van de zon en het water naar bed.

Reizen van Puno naar La Paz in Bolivia. Een stop bij een veemarkt. We vallen een beetje uit de toon te midden van de Indianen met hun runderen. Voor ongeveer tweehonderd euro kunnen we een éénjarig stierkalf meenemen. Toch maar niet. In een dorp verderop de wekelijkse openbare zondagsviering. Hijsen van de nationale vlag en zingen van het volkslied met veel “Patria” en “Amor”. Een defilé van allerlei groeperingen in hun mooiste outfit. Na door de week alleen maar in het stof te hebben gewerkt leeft men echt naar de zondag toe.

Een snelle grensovergang van Peru naar Bolivia. We hebben volgzaam alle raadgevingen van Juf Martina opgevolgd, zoals niet lachen bij/uitlachen van overheidsdienaren. Over de grens de mooie opgraving van Tiwanaku, belangrijke voorlopers van de Inca’s. Tempels met half verzonken pleinen, grote plateaus en een piramidetempel.

In La Paz een mooi hotel in het centrum. De stad ligt gedeeltelijk op vierduizend meter hoogte en wordt door bergen van meer dan zesduizend meter bewaakt. Een feestelijke avondmis in de volle Sint Franciscus-basilica. De pastoor ziet eruit als de Christus-beelden in Zuid-Amerika: lang wit haar, baard en wijd uitgestrekte armen. Overal in de kerk is Sint Franciscus aanwezig: altaren, beelden, posters. Mijn gedachten hier in La Paz dwalen af naar mijn Amsterdamse school, oorspronkelijk van de Zusters Franciscanessen, en ik stuur de zegen aan het einde door naar Amsterdam.

Vrije dag in La Paz. Met een plattegrond van Martina te voet op stap. We voelen ons de hele dag veilig in deze lawaaierige stad met heel druk verkeer. Een interessant museum van muziekinstrumenten en een prachtig etnografisch museum met mooie Indianenmaskers.

In de middag een stadstoer door de buitenwijken naar grillige rotsformaties buiten de stad en door het centrum naar een uitzichtspunt over de stad heen. ’s Avonds slenteren door het voetgangersgebied met de vele stalletjes. We hebben het idee, dat we het belangrijkste hebben gezien. Het leukste zijn de zeer verschillende mensen op straat, Indiaanse vrouwen met hun onderscheiden bolhoeden, al naar gelang de stam. Meestal Indiaanse gezichten, maar toch weer telkens anders. Bijna geen dikke mensen op straat, heel weinig Spaanse trekken. Koffers pakken voor de binnenlandse vlucht morgen.

Dagprogramma: vliegreis La Paz – Sucre. Een rustig begin van de dag. De ochtendmis in de Sint Franciscus-basilica met de Christus-pastoor van twee dagen geleden. “Christus” daalt voor de preek de altaartreden af en houdt mild glimlachend een korte bemoedigende toespraak midden tussen de gelovigen.

Naar het vliegveld, mooi omgeven door witte bergtoppen. Om onduidelijke redenen (weersomstandigheden / motorpech) vertraging. Martina kan als compensatie een lunch regelen. Slikvingerend gaat bij ons de gepaneerde kwart kip (“Backhendel”) met pommes en nasi erin. De niet aangeroerde porties gaan in het vliegtuig mee voor dankbare arme Indianenkinderen in Sucre.

Met vijf uur en zeven minuten vertraging in een nette Boeing 727-200 met stewardessen in hotpants naar Sucre. Een stadspaleis in het centrum als sfeervol onderkomen. Onze koffers blijken zonder ons toedoen weer in onze kamer in Sucre aanwezig, nadat wij ze in La Paz buiten de kamerdeur hadden gezet. Het Fox-label doet wonderen. Martina zorgt voor het inchecken en een paar aangewezen medereizigers halen ze van de band.

Voldaan van het feestmaal op het vliegveld en het vliegtuigeten gaan Ank en ik meteen Sucre in, een leuk studentenstadje uit de negentiende eeuw, een verademing na het drukke La Paz. De binnenhof met zuilen van de meest beroemde juridische faculteit van Zuid-Amerika. Studenten zijn een soort line-dans aan het oefenen, lachend kijken we toe. We wandelen verder. Dan onze meest leuk-vreemde theaterervaring - een open theaterdeur: Boliviaans clownfestival. Voor één euro zitten we in een zaal van tweehonderd personen, tweederde kinderen van vier tot tien met hun jonge ouders. Anderhalf uur lang clowns, dans a la Michael Jackson en line-dans. Soms is er een poppenkastsfeer – de kinderen leven druk mee. We genieten van het toneel en de toeschouwers. Op weg naar het hotel een soort carnavalsoptocht van jongelui met muziek en dans. In opgewekte stemming naar bed.

Een superdag in Sucre. Het witte stadje ligt op zevenentwintighonderd meter (geen last meer van hoogteziekte) en is goed te belopen. Recht tegenover ons mooie hotel (Posada) een wasserette: drie kilo wasgoed gewassen, gedroogd en gestreken voor tweeëurovijftig, ’s ochtends gebracht en om zeven uur ’s avonds gehaald. Na tien dagen alles weer schoon!

Veel mooie kerken en musea. Naar een Franciscusklooster met prachtig uitzicht over de stad. Een rondleiding door het klooster. Een schoolklas gaat ook mee: werkweek van de eindexamenklas met hun kunst-docente. Ik maak hen complimenten met hun serieuze belangstelling. Na afloop willen stoere jongens en giechelende meisjes met mij op de foto. Ik ben geroerd: leerlingen zijn overal hetzelfde.

Een ander klooster met een voorplein. Weer een schoolklas met hun muziekdocente. Er staat een cassettespeler. Ze vraagt haar leerlingen voor ons een demonstratie rock ’n roll te geven. Het is Westside-story – dansen op het plein. Ank filmt. Aan het einde dans ik met de lerares. Ik vertel dan aan de kinderen over de tweede helft vijftiger jaren, Elvis Presley, onze jeugd. Ze vinden, dat ik voor een achtenzestigjarige nog aardig bewegelijk ben.

Middagpauze in het hotel: veel musea/kerken zijn dan gesloten. Later naar een kerk - we zijn de enige bezoekers en mogen de toren op; mooi uitzicht: we staan onder de twee klokken. Stiekem luid ik beschaafd de uursklok en de kwartiersklok, hemels-zuivere klanken – geluksgevoel.

Dan in het centrum een video-geschiedenisles met een schoolklas vijftienjarige meisjes. Sucre was van 1825 tot 1899 hoofdstad van Bolivia. We staan in de mooie zaal van het toenmalige parlement. In de late middag een leuk museum voor maskers en één voor textiel. In de avond een mis in kleine kring in een prachtig kerkgebouw. Voldaan naar bed.

Een reisdag van Sucre naar Tupiza in Zuid-Bolivia, bijna vijfhonderd kilometer. We hebben een jarige in onze groep. Martina heeft het groots aangepakt: de bus blijkt versierd met ballonnen, slingers en fluitjes. De jarige wordt uitbundig toegezongen. We maken een omweg via Potosi, weer vierduizend meter hoog, vanwege het zilver in de afgelopen eeuwen één van de belangrijkste steden van Zuid-Amerika. De Spaanse zilvervloot van Piet Heijn had hier zijn schatten vandaan.

Stadsrondleiding: in de Munt werden ook Europese zilvermunten geslagen. Ook nu nog zoeken achtduizend arbeiders onder erbarmelijke omstandigheden gevoed door cocabladeren en alcohol in de mijn naar zilver, lood, tin en zink. Ze werken in kleine coöperaties, omdat de grote maatschappijen zich wegens gebrek aan rendement teruggetrokken hebben.

Ineens een stop: we zijn in een theesalon met een grote verjaardagstaart. De jarige verdeelt hem voor iedereen in porties en wordt weer toegezongen. Net als we klaar zijn met zingen komt er een muziekcorps langs. Het kan niet op.

Een lange stoffige weg in reconstructie door een droog landschap met veel cactussen, plukken dor steppengras en doornstruiken. De reis wordt onderbroken door een goed lunchpakket, verzorgd door Martina. Aankomst in Tupiza op bijna drieduizend meter en een gezamenlijk lekker diner bij een Italiaan naast het hotel. De jarige tracteert op een drankje. Er wordt voor de derde keer gezongen.

Het stadje, omgeven door rode bergen, is geliefd om zijn mooie omgeving. Op weg naar de Argentijnse grens. De hele route vanaf Sucre wordt gemoderniseerd. De bruggen van het nieuwe tracé ontbreken nog vaak: rijden door rivierbeddingen met veel stof. De Argentijnen aan de grens zijn niet zo dol op bezoek uit Bolivia (allemaal drugsdealers) en doen alles op hun dooie gemak. Martina weet ons er toch binnen redelijke tijd doorheen te sluizen. Zij maakt ons het wisselen van het geld erg gemakkelijk: vóór de grens het overgebleven papiergeld inleveren – zij wisselt het gezamenlijk en na de grens krijgen we het bedrag in de nieuwe valuta terug. Zo houden we geen Soles en Bolivianos over, die in het buitenland niet inwisselbaar zijn.

Argentinië oogt vanaf de grens netter dan het rommelige, arme Bolivia. Een lunchstop met Argentijnse stamppotgerechten, de eerste Argentijnse markt: Ank koopt twee fluiten voor de kleinkinderen. Aankomst in Tilcara in een leuk hotel, helemaal in inheemse stijl met rieten plafonds en stenen/lemen muren, maar met een moderne badkamer. We zijn nu op ongeveer vijfentwintighonderd meter hoogte, omgeven door bergen.

Meteen in de ochtend een Incafort in de buurt van Tilcara. Boven een adembenemend uitzicht naar alle kanten: grillige rotsformaties en duidelijke kleurverschillen in de ochtendzon. Verderop een rustige wandeling van een uur door een berglandschap van groen en alle aarde-tinten tot bijna wit - alle warme kleuren van sommige herfstcollecties. Daarbij vormen en structuren van rond tot rijk aan kloven. In het dorp een leuke zaterdagochtend Indianenmarkt. We kopen een Zuid-Amerikaans kerststalletje : i.p.v. de ezel een lama.

De verdere reis naar de provinciestad Salta. Ons hotel ligt dichtbij het centrum. Ik verbaas mij er telkens over, hoe snel we met een beetje hulp de weg weten te vinden. Een goed bestede zaterdagavond: de mis in de kathedraal, die meer Europees aandoet dan de kerken in Bolivia. Dan een rockconcert voor zeven euro in het provinciale theater: zevenhonderd meisjes en jongens van begin twintig, een rockconcert - niet mijn favoriete keuze, maar voor één uur leuk. Het theater wordt maar één keer per week op zaterdagavond bespeeld.

En dan een musical van bijna twee uur op het hoofdplein ter ere van Don Bosco, de Italiaanse priester uit de negentiende eeuw, die tegen de weerstand van de gegoede burgerij in zorgde voor de arme straatjeugd van Turijn. Hij stichtte later een geestelijke orde, de Salesianen. Ik heb goede herinneringen aan hem, omdat ik het laatste jaar middelbare school in Wenen op een internaat van de Salesianen heb doorgebracht.

Een lauwe lente-/zomeravond in Zuid-Amerika, rechts de verlichte kathedraal, recht boven ons de avondster en in totaal zestig enthousiaste spelers/dansers/zangers op het toneel. Ank naast me. Ik mag niet klagen. De ochtendmis in de Sint Franciscus-basilica. Het lijkt erop, dat de heilige in alle grotere Zuid-Amerikaanse steden zijn kerk heeft. Weer bidden voor het thuisfront. Het stedelijke museum in een mooi, oud gebouw met statige binnenhoven/patio’s.

De zondagmarkt in het uitgaansdistrict, lekker Argentijns rundvlees/chorizo eten en dan siësta. In de middag als hoogtepunt aan het plein het museum van de drie geofferde Incakinderen: gevonden in 1999 op zesduizendzevenhonderd meter hoogte in een ritueel graf, ongeschonden met alle grafgiften erbij, een kleine jongen en meisje van zes jaar en hun dienstmaagd van vijftien.

Een heilige berg, vierhonderdtachtig kilometer ten Westen van Salta op de grens met Chile. Ze werden geofferd aan de goden als bede/garantie voor het welzijn van de Incagemeenschap voor het komende jaar. Ze zijn gedrogeerd op deze grote hoogte achter gelaten en waarschijnlijk binnen zeer korte tijd door de koude overleden. We hebben het kleine meisje kunnen zien. De andere twee zijn in een diepvriescel van min twintig graden. Alle moderne onderzoeken worden op hen verricht. Dit museum is supermodern en een mooie afsluiting van onze speurtocht naar de Inca’s, die in Cusco/Peru begon.

Vroeg op voor de vlucht naar Buenos Aires. Met een tamelijk nieuwe MD-80 precies op tijd naar de hoofdstad. In een degelijk ouderwets vier-sterren-hotel op loopafstand van de Plaza de Mayo met zijn “Dwaze Moeders”. Slenteren door de stad met de brede avenues naar de gerestaureerde havenwijk. Lekker eten naast het hotel. Ontspannen in de sauna van het hotel, jammer genoeg gescheiden van Ank.

Vrije dag in Buenos Aires. Een voortreffelijk ontbijt in het tachtigjarige hotel. Stadsbezichtiging. We hebben een eigen bus en gids. Naar de verschillende wijken van de stad. La Boca is Voetbal en Tango. In Recoleta met veel groen naar het kerkhof daar. Vele tempelachtige gebouwen, mooier dan woonhuizen. We staan aan het graf van Evita Duarte Peron (1919 –1952). Een medereiziger blijft om gezondheidsredenen tijdens deze bezichtiging achter in de bus. Bij onze terugkomst wordt hij voorgelicht: “Je hebt niets gemist – dooie boel daar.”

In de vrije tijd naar het parlement (Congresso). In een museum daar veel over de bewogen geschiedenis van het land in de afgelopen zestig jaar. Weer Evita Peron en haar strijd voor vrouwenrechten.

’s Avonds de grootste T-bone steak van mijn leven en een Tangoshow. Ik weet helemaal niet, wat me te wachten staat, maar ik ben anderhalf uur gegrepen. Afwisselend videofilm: de Dikke en de Dunne en de Flintstones dansen Tango, een live-orkest (piano, bas, bandoneon en viool), drie zangers en drie dansparen. Kleding/verhalen van 1900, 1939, 1950 en heden volgen elkaar met naadloze overgangen op. Ik moet aan het huwelijk van prinses Maxima denken op 2-2-2002 met de Bandoneon in de Nieuwe Kerk in Amsterdam – nu zit ik met Ank naast me in Buenos Aires naar Tango te kijken – ik heb het niet zo slecht getroffen.

Nederlanders kennen Argentinië van de musical Evita met de balkon-scene op de Plaza de Mayo, en Maxima verbindt de twee landen. Ook het voetbal (WK 1978) geeft een band. Ik betrap mij erop, dat ik het lichtblauw van de Argentijse vlag mooi begin te vinden. We begrijpen nu iets meer van dit interessante land, dat het meest op Europa lijkt.

In de ochtend regent het pijpenstelen in Buenos Aires, de eerste regen voor ons sinds meer dan twee weken. We maken er een museumdag van. Metro met overstap. Als we twijfelen, worden we meteen geholpen. Museum Les Belles Artes, een combinatie van Rijksmuseum en Stedelijk in Amsterdam. Schilderijen en sculpturen chronologisch van vroeg tot heden. De Argentijnen in aparte zalen. Drie speciale tentoonstellingen met moderne kunst, waarvan één over Pop Art. We zijn er uren zoet mee. Verschillende Argentijnse schoolklassen krijgen er museumlessen.

In het hotel gereed maken voor de slaapbus naar de Braziliaanse grens. Een heel luxe bus, twee verdiepingen, brede stoelen, voetenbankjes – je kan er bijna languit liggen. In de bus een warme “vliegtuigmaaltijd”, koffie met koekje toe. Weer een jarige in de groep. Precies twaalf uur ’s nachts wordt hij toegezonden. Reisleidster Martina heeft voor gekoelde champagne gezorgd.

Om zeven uur in de bus ontbijt met koffie/thee. Buiten de rode aarde van Noord Argentinië en veel groen. Na bijna achttien uur de Argentijns-Braziliaanse grens in Foz do Iguazu. Probleemloze grensovergang, heel rustig. In de middag de watervallen. Ook hier heeft het de afgelopen dagen geregend, nu volop zon. Enorme hoeveelheden water, meer dan vijftig maal de Krimmler Wasserfälle in Oostenrijk. We nemen het looppad aan de Braziliaanse kant en kijken richting Argentinië. Elke honderd meter een ander uitzicht, één kilometer lang – overweldigend, donderend geluid, regenbogen, we worden drijfnat. Een kus van Ank te midden van dit natuurgeweld. Vroeg naar bed.

Een superdag in Iguazu. Vóór de volle toeristenbussen de grens over terug naar Argentinië, van de Samba naar de Tango. Strak blauwe hemel. Bijna alleen door een subtropische jungle naar de watervallen. Door de vele regenval van de afgelopen periode is de waterhoeveelheid nu vervijfvoudigd. We hebben er het lagedrukgebied van twee dagen geleden in Buenos Aires graag voor over. Volgens de gids was er sinds 2005 niet zo veel water. We nemen de bovenroute: enorme watermassa’s donderen omlaag. De mensen worden stil van zo veel natuurkrachten. We zijn bevoorrecht, dat we dit zo mogen zien.

Met een Jeep door de jungle naar de boten – onderweg zien we veel vlinders, die in de moddersporen snoepen van de aanwezige mineralen. Dan met een speedboot tot onder de watervallen. Van het reuze watergordijn wordt iedereen in de boot tot op de huid nat. We houden in onze onderbroeken, zittend op de laatste bank de schade beperkt. In een waterdichte zak kunnen we de overige spullen droog houden. Het is in de boot de sfeer van een Nederlands pretpark – wildwaterbaan – maar dan in een onvoorstelbaar mooie natuurcoulisse.

Daarna lopend de lage route, de watervallen van onderaf: we herkennen de loopbruggen, die zich boven ons bevinden. We hebben het idee, dat we ruim voldoende tijd voor dit natuurwonder gehad hebben.

Terug in het hotel douchen en naar de sauna – heel klein, maar als voordeel, dat Ank en ik samen zijn als enige bezoekers. Als afsluiting een heel leuke avond: een heerlijk buffet tot en met kwarteleitjes en dan een show – muziek en dans uit heel Zuid-Amerika met aan het einde een flink blok Brazilië. Voldaan naar bed.

Een reisdag van Iguazu naar Rio de Janeiro. Vreselijke donderbuien en uren tropische regen. Het ochtenduitje naar een vogelpark valt letterlijk in het water. Wat hebben we geboft, dat de afgelopen twee dagen met de watervallen zo zonnig waren. De vliegtuigen mogen voorlopig niet landen. Weer een moderne machine, een Boeing 737-800. Met krap drie uur vertraging in Rio. Nog snel een avondwandeling met de groep naar het strand van Copacabana, dat driehonderd meter van ons hotel ligt. Eerste indruk van de stad: vrolijk-rommelig.

Sightseeing in Rio. Met het tandradbaantje door een soort Hortus Botanicus/tropische kas, omhoog naar het Christusbeeld. Ik moet aan de pastoor in La Paz denken, die zo op hem leek. Komisch zijn de Japanners, die zich met uitgestrekte armen en het Christusbeeld in hun rug laten fotograferen. Prachtig uitzicht rondom: water, bergen, huizen. Wat ligt Rio toch mooi.

Naar het grote stadion van het nationale elftal. Negentigduizend mensen kunnen erin. Voetafdrukken van beroemde spelers. Mijn Weense jeugd haalt me in: jaren vijftig, Parkhotel Schönbrunn, het Braziliaanse elftal in Wenen. Ik kan een handtekening van de beroemde Didi (jaargang 1928) bemachtigen. Nu sta ik in Rio in zijn voetprints.

We stoppen bij het Samba-droom, dat ik via de TV van het carnaval in Rio ken. Naar de moderne kathedraal, die ons met wijd open deuren welkom heet. Dan een heel lekkere gezamenlijke maaltijd: buffet, maar alle soorten vlees aan het spit worden telkens weer aan de tafel langs gebracht. Naar hartelust schransen van het vlees.

In de middag met twee kabelbaantjes het Suikerbrood op: kleine aapjes op de granietrots – prachtig uitzicht rondom. We krijgen herkenningspunten. De avond voor onszelf: met de metro naar het oude centrum, zondagavond, mooi gelegen kerken, een open cultureel centrum in een statig bankgebouw van eind negentiende eeuw, mooie tentoonstellingen. We zijn er trots op, dat we de metro in Rio hebben bedwongen, die absoluut veilig blijkt te zijn.

Nog een halve dag voor onszelf. Weer het centrum in: onwaarschijnlijk mooie kerken van binnen door een beleid van “open deur”. Koffie en chocola in het beroemde Jugendstilcafé Colombo. Nog een uurtje pootje baden op het bekende Copacabana-strand en dan naar het vliegveld. Samen nog wat drinken en hartelijk afscheid nemen van reisleidster Martina. Iedereen wil nog wel een keer met haar mee op reis!

Algemeen:
De hotels waren netjes/leuk en lagen allemaal gunstig, om de omgeving te verkennen. Het ontbijt reikte van eenvoudig tot zeer uitgebreid. Nooit een waterkoker op de kamer.

Binnenlandse vluchten:
Op onze vier binnenlandse vluchten hadden we geen moment het idee met obscure maatschappijen / vliegtuigen te vliegen. De aangegeven vertrektijden klopten niet altijd.

Bus:
We wisselden telkens van bus. Hun kwaliteit verschilde. Het was telkens een hele kunst alle bagage opgeborgen te krijgen. Een enkele keer lukte dat alleen met behulp van het dak.

Veiligheid:
Spullen van waarde (geld, paspoort) in het hotel (kluis,koffer) achter laten, als je vrije tijd hebt. Tegenover de autoriteiten is het hotelkaartje voldoende voor identificatie. De hele reis een veilig gevoel.

Weer:
Onze reis in oktober was aan het einde van de droge maanden. Op één regendag in Buenos Aires na en een halve in Iguazu was er elke dag zon. De waterhoeveelheid in Iguazu was uitzonderlijk, echt een cadeautje.

Geld:
Het wisselen van geld leverde geen problemen op. Euro’s, dollars en lokale valuta waren bij de excursies welkom. In de centrale pot werden honderdzestig euro per persoon gestort voor vliegtax, sommige lunches, entrees, koffergelden fooien enz..

Route:
We hebben veel kilometers afgelegd. Van Schiphol tot Schiphol ongeveer negenentwintigduizend. Hierbij inbegrepen zeven vliegroutes en één slaapbus.

Groep/reisleiding:
Onze groep van negentien personen was positief denkend, gehoorzaam, behulpzaam, zeer geoefend in het reizen, kortom prettig. We hebben het getroffen met onze reisleidster Martina, Nederlandse, die jarenlang in Brazilië heeft gewoond. De bijnaam van (strenge) juf, die zij van sommigen kreeg, is een erenaam. Ze heeft voor ons met haar kennis en zorgzaamheid het maximale uit deze reis gehaald!

Klaus Fischer

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!