15-daagse Wonderschoon West-Canada

Auteur(s):
T. te Marvelde
Reisdatum:
07-06-2011 t/m 21-06-2011
Waardering:
4 sterren 76 stemmen
Dinsdag 7 juni 2011
Stipt op tijd vertrok het vliegtuig om 12.30 naar Calgary, waar we na 8 ½ uur aankwamen na een zeer voorspoedige vlucht. De douaneformaliteiten namen nauwelijks tijd in beslag, een verademing als je dat vergelijkt met een reis naar de USA.

We werden opgewacht door Vincent, onze reisleider voor de komende twee weken. De bus, die ons zal vervoeren is van de firma Brewster, een oud en gerenommeerd bedrijf, met hoofdkantoor in Banff. Eenmaal in de bus vertelde Vincent dat er een kleine wijziging in het programma was opgetreden. We zouden de komende twee nachten in een ander hotel verblijven dan gepland, weliswaar ook een Sandman hotel, maar helaas buiten de stad.

Darrell, onze chauffeur voor deze reis bracht ons daar in drie kwartier naar toe. Het hotel lag aan de Trans Canada Highway precies tegenover de schansen, waar op de Olympische winterspelen van 1988 het onderdeel schansspringen werd afgewerkt. Vincent had voor het avondeten gereserveerd bij Denny’s, het restaurant van het hotel. Nadat hij enkele praktische zaken met de groep had besproken kon deze lange dag met een bescheiden maaltijd worden afgesloten.

Woensdag 8 juni 2011
Om 9.45 uur vertrok de bus naar Calgary. Op het programma staat een stadstour. Het is bewolkt en de zon doet vergeefse pogingen door te breken. Maar alvorens daarmee te starten moet eerst nog worden gezocht naar een pinautomaat, want de pinautomaten bij de tankstations bij het hotel blijken onze betaalpassen niet te accepteren. Dat heeft nog wat voeten in aarde want ook een pinautomaat bij een bank weigert dienst. Uiteindelijk blijkt een pinautomaat in een kleine winkel wel te werken. Al met al heeft deze zoektocht naar Canadese dollars tot 11 uur geduurd.

Vervolgens zet de bus koers naar de eerste bezienswaardigheid, Fort Calgary. Daar is niet veel van over en na tien minuten had iedereen het eigenlijk wel gezien. Dit onderdeel zou zonder probleem uit het programma kunnen worden geschrapt.

Vervolgens wordt het Calgary Exhibition and Stampede Park bezocht, gelegen naast het Pengrowth Saddle Dome, de thuisbasis van de ijshockeyclub Calgary Flames. In dit park wordt jaarlijks de befaamde Calgary Stampede gehouden. Tijdens dit rodeo festival, het grootste festival van Canada staat de stad geheel in het teken van het wilde westen. Buiten de festivalperiode heeft het terrein echter niet veel te bieden en na een korte fotostop rijden we door naar het centrum van de stad. Daar liggen het oude en nieuwe raadhuis gebroederlijk naast elkaar tegenover de Olympic Plaza.

8 juni 2011We krijgen hier de keus om zelf Calgary te verkennen of mee te gaan naar het Heritage Park Historical Village, een openluchtmuseum in het teken van de geschiedenis van Canada. Wij kiezen voor het verkennen van de stad en gaan met een aantal gelijkgestemden naar de Calgary Tower. Eenmaal op de toren heb je een schitterend uitzicht over de stad. Het plateau op de top heeft rondom een glazen vloer, een aparte ervaring om daarop te staan…

We maken daarna een wandeling over Stephen Avenue de bekendste winkelstraat van Calgary, lunchen bij een Subway in het Toronto Dominion Square Shopping, nemen de (gratis) C-train terug naar het Olympic Plaza, waar we niet zonder trots constateren dat de naam van Yvonne van Gennip driemaal in een plaquette staat gebeiteld als winnaar van een gouden medaille bij het schaatsen. Daarna brengen we een bezoek aan het nabijgelegen Glenbow Museum, absoluut een aanrader. Er was een indrukwekkende expositie van het werk van de fotograaf Joseph Karsh, bekend van zijn portretten van beroemdheden en op een bovenverdieping werd de geschiedenis van Alberta in al zijn facetten getoond. Boeiend!

Om 5 uur verzamelt de groep zich weer bij het oude raadhuis (Old City Hall) en gaan we naar de Eau Claire Market, een bescheiden overdekt winkelcentrum. Dat is niet echt bijzonder en na een kwartier staan we weer buiten en lopen we naar The Old Spaghetti Factory, een restaurant waar de hele groep gezamenlijk dineert. Dat restaurant berekent een all-in prijs wat voor Canada niet gewoon is. Prijzen worden altijd exclusief belasting genoteerd. In Alberta bedraagt de belasting 5% en in British Columbia 12%. Vincent heeft voor de hele groep gereserveerd. Na een geslaagde maaltijd keren we moe maar voldaan terug naar het hotel.

Donderdag 9 juni 2011
Na een ontbijtje bij Subway (niet duur, snel en ook nog lekker) vertrekken we om 9.15 uur via de Trans Canadian Highway (the longest paved highway of the world) richting Banff. We rijden door een gebied dat langzaam van karakter verandert, aanvankelijk rijden we door de prairie, daarna door de Foothills en tenslotte door de Canadian Rockies. Onze chauffeur Darrell blijkt ook een goede gids te zijn en geeft een interessante toelichting op de geschiedenis van het gebied. We maken een fotostop bij een bisonfarm. Deze dieren, waarvan er vroeger ca 16 miljoen in het wild leefden zijn dankzij de plezierjacht in het begin van de vorige eeuw nauwelijks meer in het wild te vinden.

We vervolgen onze tocht door de Kananaskis en arriveren rond 11 uur bij de Boundary Ranch, waar ons een originele western lunch zal worden aangeboden. Voordat het zover is maken we eerst in twee groepen een rit met paard en wagen over de ranch. De rit duurt ongeveer 20 minuten. Het is geen spectaculaire rit, maar wel relaxed dankzij het zonnetje dat zich nu voor het eerst deze reis volop laat zien. De western lunch, gelardeerd met country muziek (en zo hoort het ook) was prima, zeker tegen het decor van de Rocky Mountains.

Met volle maag en in uitstekende stemming koersen we naar Banff National Park in de Rocky Mountains. Spoedig bereiken we het park. Onderweg zien we regelmatig de Rocky Mountain Sheep. Dit dier staat symbool voor het park. Ook worden elks gespot. Een elk is een wapiti, familie van het hert. Het park staat bekend om zijn schitterende bergmeren. We bezoeken als eerste het Two Jack Lake. Het meer ligt schitterend tussen de bergen evenals het nabij gelegen Lake Minnewanka, met 20 kilometer het langste bergmeer van Canada. Veel tijd om ervan te genieten is er niet want er staat een stadstour in Banff op het programma.

9 juni 2011Banff is een pittoresk plaatsje, dat absoluut de moeite van het bezoek waard is. In Banff bezoeken we de Bow Falls, de Surprise Corner en de Hoodoos. De Bow Falls zijn watervallen in de Bow River dichtbij het historische Fairmont Banff Springs Hotel. Aan de overzijde van de rivier ligt de Surprise Corner, die zo is genoemd vanwege het verrassend mooie uitzicht dat je daar hebt op dat hotel. Vanaf een uitkijkpunt langs Tunnel Mountain Road heb je bij een bocht in de Bow River een fantastisch uitzicht op de rivier en de Hoodoos, de versteende zuilen op de oever tegen een achtergrond van majestueuze bergen.

Omdat het weer uitstekend is wordt nu van de gelegenheid gebruik gemaakt om met een gondel naar de top van Sulphur Mountain te gaan. De vierpersoonsgondels doen er circa 10 minuten over om de 800 meter hoger gelegen bergtop te bereiken. Vandaar kun je nog naar een circa 1 km verder gelegen bergtop wandelen. Vanaf beide toppen is het uitzicht adembenemend. Er is een schitterend uitzicht op Banff en de omringende bergketens. Deze optionele excursie is een aanrader.

Daarna rijden we naar Banffs Inn, Swiss Village gelegen aan Banff Avenue ongeveer 1 kilometer buiten het centrum van het dorp. Het hotel verstrekt kaartjes waarmee onbeperkt met de bus kan worden gereisd. Er zijn twee lijnen, die rechtstreeks naar het centrum gaan en de bushalte staat bij het hotel. We maken dan ook van de bus gebruik om ’s avonds een hapje te gaan eten in het centrum.

Vrijdag 10 juni 2011
10 juni 2011Vandaag is een vrije dag. Het is zonnig! Vincent heeft voor de liefhebbers een wandeling georganiseerd langs de Bow river. De meest groepsleden maken gebruik van die mogelijkheid. Wij kiezen ervoor Banff te verkennen. Het plaatsje is toeristisch, maar daar merk je in juni nog niet veel van, maar in augustus is het er altijd heel erg druk. Geschat wordt dat het jaarlijks bezoekersaantal 4 miljoen bedraagt. Het ligt in een dal dat wordt omzoomd door besneeuwde bergen, die vanuit alle hoeken van het stadje zijn te zien. In het verlengde van de hoofdstraat, Banff Avenue doemt aan de noordkant de 2998 meter hoge Cascade Mountain op. Dat is een fantastisch beeld, dat op vele ansichtkaarten is terug te vinden.

We maken er een relaxte dag van. We zitten in het park, we winkelen wat, lopen door allerlei straatjes, kopen souvenirs, drinken koffie bij Evelyn’s, lunchen bij Subway en dineren bij Tommy’s, een pub.

Zaterdag 11 juni 2011
Deze dag staat in het teken van de Icefields Parkway, ook bekend als Highway 93, die wel gezien wordt als de mooiste weg ter wereld. De weg is de hoofdader van de nationale parken Banff en Jasper. Vanaf Banff nemen we de Bow Valley Parkway, waar we geacht worden vóór 9 uur niet te rijden om de dieren ook hun rust te gunnen. Deze smalle door bossen leidende weg loopt parallel aan de Trans Canada Highway. Ondanks de weersvoorspellingen van regen en thunderstorms zal het de hele dag redelijk goed weer blijven.

11 juni 2011Onze eerste stop is bij Johnston Canyon. Vanaf het café-restaurant bij de ingang kan gekozen worden voor een aantal trails, waarvan onze groep gezien de tijd de kortste neemt, de Low Falls Trail. We hebben ongeveer een uur de tijd om de wandeling van ruim een kilometer naar de waterval te maken. Een schitterend pad door het bos langs de onstuimige Johnston Creek leidt ons naar het doel. De trail is een prachtig begin van de dag.

Bij Castle Mountain stoppen we 10 minuten om het nest van een visarend (osprey) op een brug over de Bow River te bekijken om vervolgens een fotostop te maken bij Morant’s Curve. Dit klassieke uitzichtpunt is vernoemd naar Nicholas Morant, die in de jaren ’30 en ’40 van de vorige eeuw als fotograaf voor de Canadian Pacific Railway werkzaam was. Hier volgt de spoorlijn de Bow River in een bocht tegen een decor van bergreuzen. Helaas kwam er op dat moment geen trein langs, dan zou het plaatje echt compleet zijn geweest.

Niet ver van Lake Louise, dat we morgen zullen bezoeken gaat de Bow Valley Parkway op in de Trans Canada Highway en enkele kilometers verder splitst zich dan de Icefields Parkway af. Deze 230 kilometer lange weg loopt van Lake Louise tot Jasper. Nauwelijks zijn we op de Icefields Parkway of we zien enkele auto’s stilstaan of langzaam rijden. Wat ruist daar in het struikgewas? Het is een grizzly! Hoewel het zicht enigszins beperkt wordt door de beplanting is hij toch af en toe even wat beter zichtbaar. We leggen hem zo goed en kwaad als mogelijk vast op de gevoelige plaat en koersen vervolgens naar de Crowfoot Glacier . De gletsjer wordt van de weg gescheiden door de Bow River en heeft de vorm van een kraaienpoot. Honderd jaar geleden telde de poot nog drie tenen, maar sinds de veertiger jaren van de vorige eeuw zijn het er nog maar twee.

Slechts 6 kilometer verder ligt Bow Lake, dat gevoed wordt door de Bow Glacier, afkomstig van het Wapta Icefield. Het is een schitterend meer, dat deels nog bedekt was met ijs. Bij het meer heeft Jimmy Simpson in 1920 de Num-Ti-Jah (een aboriginal woord voor marter) lodge gebouwd. Boven de deur hangt het bordje “Jimmy Simpson’s Trading post”. Binnen is een souvenirwinkeltje annex café en met dank aan Jimmy, die in 1972 op 95-jarige leeftijd stierf hebben we een kop koffie genomen.

We rijden verder naar het noorden, passeren de Saskatchewan River Crossing, waar we later die dag zullen terugkeren, om na een korte stop bij de Big Bend, waarvandaan de Bridal Veil Falls goed zijn te zien door te rijden naar Icefield Centre. We bevinden ons dan inmiddels in het Jasper National Park. Het Icefield Centre is een bezoekerscentrum met horecagelegenheid en winkel en fungeert als uitvalsbasis voor een bezoek aan de Athabasca Gletsjer. Dit uitstapje wordt “de Columbia Icefield Glacier Adventure” genoemd. De Athabasca gletsjer is een van de uitlopers van het Columbia Icefield, die dankzij zijn gunstige ligging dichtbij de Icefields Parkway jaarlijks veel bezoekers trekt. Helaas trekt de gletsjer zich in rap tempo terug als gevolg van de opwarming van de aarde.

Met een gewone bus worden we naar de voet van de gletsjer vervoerd, waar we overstappen in een ice explorer van Brewster. De ice explorer is een 6 wiel aangedreven bus met manshoge wielen, die geschikt is de zeer steile gletsjer op te rijden. Eenmaal op de gletsjer wordt je in de gelegenheid gesteld ongeveer 20 minuten op de 300 meter dikke ijslaag rond te lopen. De gletsjer ligt tussen bergen waarvan Snow Dome de meest bijzondere is. De berg geeft zijn water af aan 3 oceanen, aan de Grote Oceaan via de Columbiarivier, aan de Noordelijke IJszee via de Athabasca rivier en aan de Hudsonbaai via de North Saskatchewan-rivier en is in dat opzicht uniek.

Na het bezoek rijden we over Icefields Parkway terug naar Crossing. Bij het fotogenieke Weeping Wall viewpoint maken we even een fotostop. De Weeping Wall is een rots massief waaruit talloze kleine watervallen komen. Aan de andere kant van de weg slingert de North Saskatchewan river zich door het ruige landschap. Een stop is absoluut de moeite waard.

Rond 17.00 uur arriveren wij bij The Crossing, een prachtig complex, waar Brewster in 1948 het eerste gebouw, de receptie heeft laten bouwen. De hotelkamers zijn als het ware houten rijtjeshuizen voorzien van alle comfort en gelegen tegen een schitterend bergdecor. Alvorens in te checken lopen we eerst nog naar het nabijgelegen Saskatchewan River viewpoint. Die wandeling is zeker de moeite waard want het uitzicht op deze tot Canadian Heritage River benoemde rivier is fantastisch. Het buffet dat we later in The Crossing hadden was trouwens ook niet verkeerd!

Zondag 12 juni 2011
We vervolgen op deze bewolkte dag waarop ook regelmatig de zon weet door te breken onze weg naar het zuiden over de Icefields Parkway. Niet ver van Bow Lake zien we ineens wat auto’s langs de weg staan. Die staan daar natuurlijk niet zomaar en inderdaad waren er twee grizzly ’s te zien op enkele tientallen meters van de weg in het open veld. Een moeder en een jong (cub). We nemen de tijd om ze te fotograferen en zetten dan onze tocht voort naar Lake Louise Village, waar we bij een supermarkt en een bakkertje wat inkopen doen voor de lunch.

12 juni 2011Veel tijd brengen we daar niet door, we gaan naar het nabijgelegen Lake Louise. Het is maar een paar minuten met de bus en als je dan vanaf het parkeerterrein naar het meer bent gelopen en ineens doemt Lake Louise op in al haar glorie past slechts een eerbiedig stilzwijgen. De schoonheid van het meer is intens, het groene water met de zon beschenen Victoria gletsjer aan de overkant, die schitterend in het water reflecteert en de met pijnbomen begroeide rotsen links en rechts van het meer maken een overweldigende indruk.

Aan de kop van het meer staat The Fairmont Chateau Lake Louise, een sprookjesachtig hotel, dat aan het eind van de 19e eeuw gebouwd werd door de Canadian Pacific Railway. Er staat een wandeling langs het meer op het programma en voor degenen die niet de wandeling langs het meer gaan maken is een bezoek aan dit hotel een goed alternatief. Je kunt er in de lobby luisteren naar een harpiste of een kopje koffie drinken in de coffeecorner. De wandeling langs het meer is echter ook zeer de moeite waard. De flora en fauna rond het meer zijn prachtig.

Na een dik uur zijn we weer terug en gaan we naar het nabijgelegen Moraine Lake. Daar lopen we via een bergpad naar een plateau hoog boven het meer. De ideale plek om in stille bewondering de lunch te nuttigen en te genieten van het adembenemende uitzicht op het in de vallei van de Wenkchemna mountains gelegen meer waarvan het emerald groene water deels nog met ijs is bedekt.

Na de lunch gaan we weer de Trans Canada Highway op, die ons via het Yoho National Park naar Golden zal voeren. We verlaten de provincie Alberta en rijden via de Kicking Horse Pass de provincie British Columbia binnen, waar we lange tijd worden begeleid door de Kicking Horse River.

Onze eerste stop is bij het Spiral Tunnels Viewpoint. De spoorlijn die in de periode 1881 -1885 door de Canadian Pacific Railway werd aangelegd maakt hier een aantal lussen in het gebergte om de hoogteverschillen te overbruggen en vanaf dit punt heb je een goed uitzicht op het traject waarin een tweetal tunnels zijn opgenomen, waar je als je er op het juiste moment bent de trein kunt zien, die over zichzelf heen kruist en uit een tunnel komt terwijl de laatste wagons nog de andere tunnel inrijden. Er staat ook een maquette opgesteld, die de loop van de spoorlijn in het gebergte inzichtelijk maakt. Hoewel we geruime tijd hebben gewacht zijn we uiteindelijk vertrokken zonder hem gezien te hebben.

Het midden in het Yoho National Park gelegen Emerald Lake is het derde meer dat we vandaag bezoeken. Weliswaar kan dit meer niet concurreren met de deze dag eerder bezochte meren, maar het bezoek bood een goede gelegenheid om even de benen te strekken en een drankje te drinken. Alvorens Yoho NP te verlaten bezoeken we nog de Natural Bridge. Dit is een indrukwekkende rotsformatie, waar de Kicking Horse River zich doorheen dringt en een waterval(letje) veroorzaakt, waar een loopbrug overheen gebouwd is die een goed uitzicht biedt op dit natuurspektakel.

Tenslotte verlaten we het Yoho NP om door te gaan naar Golden, waar aan het eind van de middag het Prestige Mountain Resort zullen bereiken. Het comfortabele hotel ligt buiten het centrum van de stad en met een aantal groepsleden dineren we in het Abc Country Restaurant dat behoort bij het hotel. Een goed besluit van een geslaagde dag!

Maandag 13 juni 2011
Om 9 uur vertrekken we richting Salmon Arm, net als Golden gelegen aan de Trans Canada Highway. Het is een bewolkte dag en al spoedig valt de eerste regen. Op de top van Mount McDonald in Glacier National Park ligt de Rogers Pass. Daar bevindt zich ook het Rogers Pass Discovery Centre, met onder meer een theater, een hal met modeltreinen, een expositie over flora en fauna van de streek en veel informatie over de pas. Het gebouw is open, maar al spoedig blijkt dat daarmee alles is gezegd. Het blijkt dat we niet verder kunnen komen dan de hal omdat men bezig zou zijn met een verhuizing. Maar niet getreurd, tegenover het informatiecentrum ligt de luxe Glacier Park Lodge, waar we dus wat meer tijd hebben voor een kop koffie. Dat dan weer wel. Vermeldenswaard is nog het feit, dat we op de top van de pas in een ander tijdzone belanden. Het is weer een uur vroeger! Van het gebied van de Mountain Standard Time zijn we beland in het gebied van de Pacific Standard Time.

De weg voert ons verder richting Revelstoke en alvorens daar aan te komen gaat de Trans Canada Highway langs en door het meest zuidelijke deel van het Mount Revelstoke National Park of Canada. In dit park bevindt zich ook de Giant Cedars Boardwalk Trail. Gelukkig is het inmiddels droog geworden als we het grote cederbos ingaan. De route is 500 meter en makkelijk te belopen via het houten pad. De natuur is hier werkelijk overweldigend, bijna surrealistisch en absoluut de moeite van een stop waard. Dat gold in iets mindere mate voor de nabijgelegen Skunk Cabbage Boardwalk, een 1,2 kilometer lange wandeling door een moerasachtig gebied, de habitat van de bever en de muskusrat, waar de stinkdierkool (de skunk cabbage) welig tiert. Skunk Cabbage ziet er uit als een gigantische krop sla. Voor de liefhebbers denk ik dan maar.

Omdat het weer begint te miezeren gaan we snel weer de bus in en rijden door naar Revelstoke waar onder meer het spoorwegmuseum is te vinden. Omdat er op dat moment geen belangstelling voor is rijden we door naar 3 Valley Gap, gelegen aan Three Valley Lake een paar kilometer voorbij Revelstoke, waar we zullen lunchen in The Cafeteria. Bij goed weer zou je daar wat meer tijd kunnen doorbrengen want het complex bevat onder meer het Three Valley Lake Chateau, een Heritage Ghost Town en een antiek automuseum. Bovendien kun je ter plekke een helikoptervlucht maken.

Nauwelijks zijn we vertrokken of het begint op te klaren. Het is zonnig als we bij het gehucht Craigellachie aankomen, gelegen ten westen van de Eagle Pass. Daar vond op 7 november 1885 een voor Canada historische gebeurtenis plaats. De spoorlijn van oost naar west werd daar symbolisch voltooid door het slaan van “the last spike”, waarmee de Canadian Pacific Railway een feit was geworden. Op deze historische plaats staan onder andere een locomotief, een monument ter herinnering aan deze gebeurtenis en uiteraard een souvenirwinkeltje. Aardig om dit even te zien.

En dan wordt het tijd voor een ijsje en waar kun je dat beter halen dan bij D Dutchmen Dairy? In 1978 hebben Chris en Nellie Dewitt zich met hun zuivelhandel aan de Trans Canada Highway gevestigd bij het plaatsje Sicamous. Daar hebben ze een grote stal met melkkoeien van het oorspronkelijk zwartbonte Nederlandse Holstein-Friesian ras. Hun ijsjes genieten faam in heel Canada en omstreken. Daarnaast exploiteren ze ter plekke ook een kleine dierentuin met een dromedaris, een lama, ezels en wat exotische vogels en je kunt er ook de stal met de kalveren bezoeken. Kortom, een goede plek om even te aan te doen.

Na drie kwartier maken we ons op voor het laatste deel van de reis naar hotel Prestige Harbour Resort in Salmon Arm. Een uitstekend hotel waar we een kamer hebben met een schitterend uitzicht op Shuswap Lake. In het meer vlakbij het hotel is een paal geplaatst, waarop een visarend haar nest heeft gebouwd en af en toe zie je dan ook de arend haar jong voeren. Het plaatsje Salmon Arm is een klein dorpje dat het vooral moet hebben van toeristen, die het meer bezoeken. Vanuit het hotel is het een paar honderd meter lopen naar het centrum, waarbij je ook een dubbele spoorwegovergang over moet. Als er een trein langs komt moet je er rekening mee houden, dat het een hele lange trein is, die heel langzaam rijdt. Als het dan gaat regenen en de trein gaat midden op het spoor stilstaan terwijl er ook nog zo’n lange trein van de andere komt kun je erg nat worden heb ik gemerkt. Anyway, een diner in het restaurant van het hotel kan ik aanbevelen!

Dinsdag 14 juni 2011
14 juni 2011Vandaag staat de langste rit op het programma, de 412 kilometer lange rit naar Whistler. Onze eerste fotostop is bij de Kamloops Lake Rest Area. Het uitzicht op het meer waar de North Thompson River en de South Thompson River samenvloeien is indrukwekkend. Bij Cache Creek verlaten we de Trans Canada Highway, die afbuigt naar het zuiden en vervolgen onze weg via de Cariboo Highway waar we na enkele kilometers bij Horsting’s Farm arriveren, een goede plek voor een koffiebreak. De farm is behalve om z’n gevarieerd assortiment eigen gekweekte producten ook bekend is om zijn overheerlijke kaneelbroodjes. Helaas was er net voor ons ook een bus toeristen gearriveerd, en voordat wij deze versnapering konden bemachtigen waren ze reeds als zoete kaneelbroodjes over de toonbank gevlogen. De koffie op het terras smaakte er echter niet minder om.

Eenmaal weer op weg slaan we een aantal kilometers verder linksaf, de N99 (Duffey Lake Road) op. Deze weg leidt door een gebied, waar voornamelijk First Nations wonen. We zijn dan op weg naar Lilloeet, waar Vincent een goeie hotdog tent weet, geschikt voor een eenvoudige doch voedzame lunch. In Main Street parkeert Darrell de bus bijna recht voor de hotdogkraam en al snel zitten we allemaal te picknicken met een broodje bal , een hotdog of een zakje friet. Tegenover de kraam is “ein bäckerei” gevestigd, waar een enkeling nog wat zoetigheid inslaat. Er is ook nog tijd voor een kort bezoekje aan het naastgelegen museum, dat zijn populariteit mede dankt aan het openbaar toilet dat daar is gehuisvest.

We vervolgen onze weg naar Whistler met miezerend weer door een prachtig ruig berglandschap. Onderweg komen we langs het mooie Duffey Lake en de Joffre Lakes. Om het Lower Joffre Lake te bereiken moeten we eerst nog een paar honderd meter over een smal glibberig besneeuwd bospad. Aan het meer heerst een serene sfeer, het straalt een zekere rust uit waardoor je je bijzonder verbonden voelt met de natuur.

Aan het eind van de middag arriveren we in Whistler, bekend geworden omdat enkele onderdelen van de Olympische Winterspelen van Vancouver in 2010 er werden georganiseerd, zoals het alpineskiën en het bobsleeën. Ons hotel, het Aava hotel was erg gunstig gelegen op korte afstand van het autoluwe Whistler Village. We struinen dan ook nog wat over de Village Stroll alvorens we ‘s avonds met een aantal groepsleden gaan eten bij Black’s.

Woensdag 15 juni 2011
Vandaag hebben we een vrije dag. Het is zonnig en er heerst een opgewekte sfeer. Deze avond zal de zevende en laatste wedstrijd worden gespeeld om de Stanley Cup, een zeer belangrijke prijs in het ijshockey tussen de Vancouver Canucks en de Boston Bruins. We zien in de stad in de loop van de dag steeds meer de groen-blauw-wit kleuren van de Vancouver Canucks. Canuck is een bijnaam voor een Canadees om diens nationaliteit te benadrukken.

Bijna de hele groep gaat vandaag naar de grootste attractie van de stad, de Peak2Peak Gondola! De Peak2Peak Gondola, speciaal aangelegd voor de Olympische winterspelen verbindt de top van Whistler Mountain met de top van Blackcomb Mountain. Om op de top van Whistler Mountain te komen nemen we de Whistler Gondola. Dat is een kleine gondel, die ruimte biedt aan ongeveer 6 mensen. In een rustig tempo gaan we naar boven totdat op een gegeven moment de gondel plotseling stopt. Terwijl we wachten tot er weer beweging in komt zien we pal onder ons een zwarte beer. Een geluk bij een ongeluk. Na ongeveer 5 minuten komt er weer beweging in de gondel en in ongeveer 12 minuten zijn we boven. Daar wachten we op de veel ruimere en luxere gondel die ons naar de top van Blackcomb Mountain zal brengen. Dat duurt niet lang want elke 49 seconden komt er een. Blijkens informatie in de lift is de maximale snelheid 7,5 m/s en de duur van de tocht 11 minuten, kortom met een snelheid van 27 km per uur leggen we het traject van 4950 meter af.

Het uitzicht is schitterend en in de buurt van Blackcomb Mountain zijn we letterlijk en figuurlijk even in de wolken. Op de berg heb je behalve een restaurant en een winkeltje ook een terras, vanwaar je een goed zicht hebt op de hele omgeving. Het geheel ademt de sfeer van wintersport, waar een klein sneeuwbuitje ook een bijdrage aan leverde. Na het verblijf met een hapje en een drankje besluiten we weer terug te gaan naar Whistler Mountain, maar nu met de zilverkleurige gondel. Daar zijn er maar een beperkt aantal van. Het kenmerk van deze gondels is de deels glazen vloer, waaromheen een hek staat zodat je niet op het glas kunt staan of lopen en dat ook niet kunt beschadigen. Het zicht door de vloer is prachtig.

15 juni 2011Op Whistler Mountain vinden we een bescheiden complex waar enkele winkels en een paar restaurants zijn gevestigd. Op de top van de berg zien we ook de Inuksuk, een stenen bouwsel in de vorm van een mannetje, dat door de Eskimo’s als wegwijzer wordt gebruikt. De Inuksuk die we hier zien was het logo van de Olympische spelen. Eenmaal terug in Whistler Village hebben we nog ruim de tijd om het dorp te verkennen.

S’ Avonds gaan we met enkele groepsleden eten bij La Bocca in het centrum van het dorp. Dit restaurant is absoluut een aanrader. Op het overvolle terras hangt een groot Tv-scherm waarop de wedstrijd wordt uitgezonden. Helaas loopt de wedstrijd voor de Vancouver Canucks niet goed af. Ze verliezen met 4-0 en de Canadezen gaan teleurgesteld naar huis. Als wij later in het hotel zijn zien we op de televisie dat relschoppers in het centrum van Vancouver grote vernielingen aanrichten. Auto’s worden in brand gestoken, winkelruiten worden vernield en er wordt geplunderd. Vancouver heeft dit nog nooit eerder op deze schaal meegemaakt. Het goede imago van Vancouver heeft een flinke deuk opgelopen en men schaamt zich zeer voor de gebeurtenissen. Omdat wij over twee dagen ook in het centrum van Vancouver zullen verblijven vragen we ons af wat we daar zullen aantreffen.

Donderdag 16 juni 2011
We vertrekken al om 7.30 uur en rijden via de verbrede Sea to Sky Highway naar het zuiden. Dankzij de Olympische spelen is de infrastructuur in de regio sterk verbeterd. Net voorbij Squamish bezoeken we de Shannon Falls, gelegen in het Central Falls Provincial Park. Het is de moeite van een stop waard. Ook maken we een fotostop we bij Howe Sound, een baai te midden van bergen, een zeer fotogenieke plek in het gebied van de Squamish First Nations. Lang blijven we hier niet want we moeten de ferry halen die ons naar Vancouver Island zal brengen.

16 juni 2011Bij Horse Shoe Bay gaan we om 10.40 uur aan boord en we arriveren om 12.30 uur in Nanaimo. Onze eindbestemming voor vandaag is Victoria. We rijden langs de oostkust naar het zuiden. De eerste plaats die we bezoeken is Chemainus. Een klein dorpje, dat bekend is geworden om zijn murals, muurschilderingen. In het begin van de jaren ‘80 heeft het bestuur van Cowichan, waar Chemainus onder valt het idee opgevat om de stad op te fleuren en het toerisme wat meer leven in te blazen. Men heeft bekende kunstenaars uitgenodigd om de muren van de vervallen ogende Main Street te beschilderen met historische taferelen en dat is een succes geworden. Het project is daarom nadien nog aanzienlijk uitgebreid. Er is met gele voetstappen een mural-route op straat geschilderd, die je langs alle 41 muurschilderingen leidt.

We volgen een deel van de mural-route, eten een hapje bij Subway en bezoeken ook nog het kleine Chemainus Valley Museum alvorens onze weg te vervolgen. Het bezoek aan Chemainus was meer dan de moeite waard!

Op de route naar Victoria bezoeken we ook Duncan. Dit plaatsje staat bekend om zijn totempalen. Ook hier is op dezelfde wijze als in Chemainus op straat een route geschilderd, de totem tour. We maken een wandeling door het stadje en vervolgen de weg naar Victoria.

Bij Victoria bezoeken we de Butchart Gardens, de befaamde botanische tuinen, die ongeveer 20 kilometer ten noorden van de stad liggen. De meer dan 22 hectare grote Butchart Gardens bestaan uit meerdere tuinen, waaronder de Sunken Garden (verzonken tuin), die in 1904 als eerste werd aangelegd in een oude kalksteengroeve. Met behulp van een kaart lopen we de hele route, die begint in de Verzonken Tuin en onder meer leidt door de Rozentuin, de Japanse Tuin en de Italiaanse Tuin om via de grote “Zaad en Cadeau” winkel de tuinen weer te verlaten. Het bezoek aan de Butchart Gardens is een must als je Victoria bezoekt!

Eenmaal in Victoria checken we in bij het Sandman Hotel Victoria. Het hotel ligt aan Douglas Street. Deze lange straat vormt het laatste deel van de Trans Canada Highway. Op de Fox site is over het hotel te lezen: Het Sandman Hotel is een comfortabel, pas gerenoveerd hotel op een paar minuten afstand van het centrum en de plaatselijke haven. Het hotel ligt echter op circa 20 minuten lopen van het centrum, dat gelegen is rond Inner Harbour. Daarom nemen we voor $ 2.50 de bus. De bushalte ligt praktisch voor het hotel en met de bus is het inderdaad maar een paar minuten rijden naar het centrum.

Het meest levendige deel van de stad is gelegen rondom de kleine binnenhaven, de Inner Harbour. Daar vind je ook het Visitor’s Centre, waar alle informatie over de stad en de omgeving te vinden is. Onder dat bezoekerscentrum bevinden zich een aantal winkels en ook restaurant Milestones. In dit populaire en ruime restaurant heb je een goed uitzicht op de haven, maar het was enorm druk zodat we ongeveer een kwartier moesten wachten voor we een plaats kregen toegewezen. Het is ons helaas duidelijk geworden dat het restaurant haar populariteit niet aan de kwaliteit van de maaltijd te danken had.

Op de bus, die ons weer terug naar het hotel bracht bleek een chauffeur te zitten met Nederlandse roots, want zijn moeder kwam uit Rotterdam. Hij sprak alleen Engels maar tenminste nog twee woorden Nederlands, want op enig moment riep hij door de bus enthousiast “appelmoes” en bij het uitstappen “doei”. Het schept toch een band….

Vrijdag 17 juni 2011
Vandaag hebben we een vrije dag. Het is stralend weer en dat zal de hele dag zo blijven. We nemen de bus richting het centrum en stappen uit bij Chinatown. We wandelen door de imposante poort van Chinatown, die bekend staat als de The Gates of Harmonious Interest en bezoeken een paar winkeltjes. De wijk is vrij klein, er was ook weinig sfeer en daarom waren we er snel uitgekeken en zijn we via Government Street naar het centrum gelopen. Government Street is de belangrijkste winkelstraat van Victoria , waar vele winkels zijn gehuisvest in historische panden. Halverwege de straat bevindt zich het levendige Bastion Square, met zijn kraampjes, cafeetjes en restaurantjes. Daar is ook het Maritiem Museum gevestigd.

17 juni 2011We lopen Government Street verder af tot aan Inner Harbour. In het zonovergoten haventje is het een drukte van belang. Er liggen vele zeilschepen, alle getooid met kleurige vlaggetjes. Rondom de haven liggen promenades, waarop onder meer First Nations hun houtsnijwerk maken en verkopen. De haven wordt gedomineerd door een aantal imposante gebouwen, zoals de parlementsgebouwen aan de zuidzijde en het Empress hotel aan de oostelijke kant. We gaan eerst naar Roger Chocolates, een koffiebar op Government Street, waar je onder het genot van een kop koffie aan het raam kunt zitten om te genieten van het uitzicht op Inner Harbour en alle activiteiten er rondom heen. De haven is ook het vertrekpunt van de whalewatch excursie waar vele groepsleden die middag aan deelnemen. De excursie duurt ongeveer drie uur en de kans op het zien van orka’s is 99% wordt gezegd en de deelnemers aan de tocht zijn niet teleurgesteld.

Wij hebben andere plannen, we brengen een bezoek aan het Royal British Columbia Museum. Het ruim opgezette museumcomplex bevat ook een IMAX theater, een museumshop en een café restaurant. Het is verrassend, dat we in de centrale hal de beschilderde Rolls Royce Phantom V van John Lennon aantreffen. John Lennon kocht de auto in 1965 en in 1993 kwam de auto in handen van het Royal BC Museum. Het museum heeft op de 2e verdieping een Natural History Gallery en op de 3e verdieping een First Peoples Gallery. Beide exposities waren boeiend. Op de Natural History Gallery kom je bijvoorbeeld oog in oog te staan met een mammoet en een grizzly in hun natuurlijke habitat. Je dwaalt door al het moois dat British Columbia te bieden heeft. De First Peoples Gallery laat zien hoe verschillende volkeren in de loop der tijden in dit gebied hebben geleefd.

Na het bezoek besluiten we deze keer naar het hotel terug te lopen. Halverwege Douglas Street hebben we een snelle hap gegeten bij McDonalds en zo weer wat energie opgedaan voor het laatste deel van de wandeling.

Zaterdag 18 juni 2011
De zon laat verstek gaan als we vroeg in de ochtend op weg gaan naar Vancouver. We verlaten Victoria via de ten zuiden van de Inner Harbour gelegen villawijk. In het Beacon Hill Park stoppen we bij het monument van Terry Fox, waar Darrell ons diens levensverhaal vertelt. Terry Fox is een held in Canada, die op jonge leeftijd werd getroffen door botkanker. Zijn linkerbeen moest worden geamputeerd. Desondanks besloot hij dwars door Canada te lopen en elke dag de afstand van een marathon af te leggen om geld in te zamelen voor kankeronderzoek. Na 143 dagen heeft hij zijn poging moeten staken nadat zijn longen te zeer door de kanker waren aangetast. Terry Fox stierf 9 maanden later op 22-jarige leeftijd. Sindsdien wordt in Canada jaarlijks ten behoeve van de kankerbestrijding de Terry Fox Run gelopen en inmiddels ook in vele andere landen. Het verhaal van Darrell maakte indruk.

De overtocht met de ferry van Vancouver Island naar het vasteland duurt ongeveer 1,5 uur en verloopt voorspoedig. Dan rijden we via Richmond naar Vancouver, waar een stadstour op het programma staat. De stadstour begint met een bezoek aan Granville Island. Dit schiereiland ten zuiden van Downtown Vancouver wordt gedomineerd door de levendige overdekte Public Market, waar vooral veel voedingswaren worden verkocht. Te midden van de kramen zijn diverse kleine eetgelegenheden te vinden, zodat er keus genoeg is voor de lunch. Gewapend met ruim belegde broodjes zoeken we het terras naast de overdekte markt op, waar we ook nog worden getrakteerd op live muziek en kunnen genieten van het uitzicht op False Creek. Granville Island is een klein wat opgepimpt industrieterrein, waar onder andere ook nog een cementfabriek staat. Mede dankzij de straatartiesten heerst op het eilandje een relaxte sfeer.

18 juni 2011Na de lunch maken we met de bus een tour via Chinatown naar Water Street. Water Street is de levensader van Gastown, de oudste wijk van Vancouver. Daar zetten we onze tocht lopend voort. Terwijl het gaat miezeren wachten we geduldig tot stipt om 14.00 uur de befaamde stoomklok op de hoek van Water Street en Cambie Street haar deuntje blaast. Daarna wandelen we langs Waterfront Station en het havengebied. Daar ligt de SS Zuiderdam van de Holland America Line aangemeerd. Na dit stukje Hollands glorie lopen we verder via Canada Place langs het Convention Centre, het congrescentrum waar in 2010 het internationale media- en perscentrum was gevestigd tijdens de olympische winterspelen. Op het plein aan de westkant van het Convention Centre staan de toortsen waar de olympisch vlam heeft gebrand, een imposante constructie. Het plein is kennelijk geliefd bij bruidsparen want we zien drie koppels die het sombere weer trotseren om hier huwelijksfoto’s te laten maken.

Vlakbij het plein wacht Darrell ons op met zijn bus en we rijden naar Stanley Park. We stoppen eerst bij de totempalen in de buurt van Brockpoint Point, een toeristische trekpleister. Langs Park Drive rijden we daarna naar Prospect Point, vanwaar er een schitterend uitzicht is op Lions Bridge en de North Shore Mountains. Het is de enige plek waar we raccoons, wasberen hebben gezien.

Eenmaal terug bij de bus nemen we afscheid van Darrell. Vincent bedankt hem voor zijn verdiensten als buschauffeur en gids. Het hotel waar we twee nachten zullen verblijven is het Sandman Downtown Hotel. Het hotel is gunstig gelegen in Davie Street, een drukke winkelstraat met vooral kleine winkeltjes en veel restaurantjes. Het hotel wijkt wat de indeling betreft sterk af van de andere hotels. Het heeft een kleine slaapkamer, maar daartegenover wel een huiskamer en een compleet ingerichte keuken.

Zondag 19 juni 2011
Vandaag hebben we weer een vrije dag. Bij de tegenover het hotel gelegen supermarkt kopen we voor $ 9 een dagpas voor de bus. Daarmee gaan we naar Gastown, waar we nu wat meer tijd kunnen besteden aan de vele winkeltjes op Water Street. Ook bezoeken we de Inuit Art Gallery , waar kunstwerken van de Eskimo’s zijn te bewonderen. De kunst is ook te koop. Het kost een paar centen maar dan heb je ook wat.

Daarna gaan we naar Robson Street , dé winkelstraat van Vancouver. We zien daar in de buurt ook de gevolgen van de rellen, die hier twee dagen geleden uitbraken na de verloren finale om de Stanley Cup. Op de dag na de rellen is er met man en macht gewerkt om de buurt weer schoon te maken en dat is aardig gelukt. Slechts de houten panelen voor de ingegooide winkelruiten herinnerden nog aan de ongeregeldheden van twee dagen geleden. De panelen waren helemaal volgeschreven door mensen die hun afkeer van het gebeurde kwijt wilden en hun steun aan Vancouver wilden betuigen. Opvallend was dat er ook posters opgeplakt waren met foto’s van de relschoppers met teksten als “We are all Canucks, except this jerk”, afgewisseld met foto’s van anderen met de tekst “We are all Canucks, especially this girl/guy”. Geen privacybescherming van hooligans hier!

Robson Street is een aardige winkelstraat, maar mist wel de allure van de grote winkelstraten in steden als Parijs of Londen. Ons volgende doel is Denman Street, het hart van West End. Het is een aantrekkelijke straat, die deze dag voor alle verkeer was gesloten omdat er allerlei activiteiten werden georganiseerd en dat alles omlijst met livemuziek van diverse bandjes. Na een lunch bij Xspot Café zijn we de straat helemaal uitgelopen. Aan het eind van de straat dichtbij het kruispunt met Davie Street staat de beeldengroep “A-maze-ing laughter” van de chinees Yue Minjun. De groep bestaat uit tien mannetjes, die in merkwaardige poses uitbundig staan te lachen, wat kenmerkend is voor het werk van deze Chinese artiest en waarvoor zijn eigen gezicht model staat.

Deze avond heeft de groep op voorstel van Vincent een gezamenlijk afscheidsdiner bij Priscilla, een restaurant in Davie Street. Het wordt een gezellige avond, waar Vincent door Martine wordt toegesproken en bedankt voor zijn prima werk gedurende de afgelopen twee weken.

Maandag 20 juni 2011
Om 12.15 staat voor het hotel een bus klaar om ons naar het vliegveld te brengen. We nemen afscheid van een achttal groepsleden, die hun verblijf in Vancouver met twee dagen hebben verlengd. Op het vliegveld hebben we nog ruim de tijd om wat rond te kijken. Om 16.05 uur lokale tijd stegen we op om circa 9 uur later op Schiphol te landen, waar we afscheid nemen van de andere leden van de groep.

Het was zeer zeker een geslaagde vakantie!

T. te Marvelde

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!