19-daagse Geheimen van China
- Auteur(s):
- Fam. Kool
- Reisdatum:
- 22-05-2011 t/m 09-06-2011
- Waardering:
-
4 sterren 50 stemmen
Zondagmiddag om 17.30 vertrokken, en maandag om 8.30 Chinese tijd geland. Na inchecken in ons hotel om 12.00 uur vertrek naar het zomerpaleis van een vroegere keizer. Maar op de heenweg eerst lunchen. Op een manier die we nog zeer vaak zullen doen, namelijk ronde tafels met daarop een ronde glazen plaat die kan draaien, en waarop allerlei gerechten worden gezet die je er zelf af kan pikken. En natuurlijk wel alles zoveel mogelijk met de stokjes! We zijn niet voor niets in China.
Het zomerpaleis, gebouwd in de 19e eeuw, heeft een hele grote oppervlakte. Er is een groot meer dat destijds met de hand is uitgegraven. De gebouwen stellen niet zoveel voor. Wel allemaal met die typische Chinese bouwstijl met versierde dakranden, maar bijna geen enkel gebouw kon/mocht je in. We zien een bogenbrug met, als je vanuit het midden telt, telkens 9 bogen. Het getal 9 is namelijk een belangrijk (geluks)getal in China, en zullen we wel vaker zien.
We varen met een drakenboot het meer over, waarna we het paleiscomplex verlaten. Naast een Hollandse reisleider (Jaap) hebben we een Engels sprekende gids (voor de toeristen heeft hij de naam Frank uitgekozen, op z'n Engels uitgesproken). Deze gids is in dienst bij een organisatie die van de staat is, en hij is min of meer verplicht de toeristen tijdens de rondreis langs een aantal staatswinkels te loodsen. De eerste is vandaag, en wel een kwekerij van zoetwaterparels. Na een filmpje wordt er uit een bak water een grote oester gevist en open gemaakt. Er blijken maar liefst ongeveer 20 pareltjes in te zitten. De vrouwen die dat willen krijgen er een, en de rest ? Die krijgt Kees in z'n handen gedrukt. Dat is dus een aandenken voor thuis. En dan natuurlijk een grote zaal met hele rijen vitrines met parelkettingen en andere bijouterie, met tientallen lieftallige verkoopstertjes. Maar aan onze groep konden ze niets kwijt.
Onderweg teug naar ons hotel vertelt onze reisleider dat we enorm geluk hebben met het verkeer. Zo rustig heeft hij het nog nooit meegemaakt. Niet zo gek volgens hem als je bedenkt dat in deze enorme stad van 20 miljoen inwoners er elke week 1.500 auto's bijkomen. De Chinese gids corrigeert hem echter. Het zijn geen 1.500 auto's, maar 2.000. En niet per week, maar per dag!
Terug in ons hotel waar we ons op kunnen knappen en het welkomstdiner krijgen. Ook weer de bekende draaitafel met lekkere gerechten. Hoewel moe van de vliegreis en de verlengde dag, zijn er nog diversen van de groep (26 personen) die vanwege het nog vroege tijdstip en het lekkere weer eigenlijk best nog een slaapmutsje op een terrasje zouden willen pakken (ook wij). Maar helaas, terrassen zijn er in China vrijwel niet te vinden. Dan maar in een klein winkeltje een fles wijn en enkele blikjes bier gekocht die we op onze kamer opdrinken tijdens het maken van de eerste teksten voor het reisverslag, en het lezen van informatie die we van de reisleider hebben gekregen. Om 21.45 uur leggen we ons neer op de harde bedden.
Dinsdag 24 mei
Wake up call om 7.00 uur, ontbijten, en om 8.30 uur naar de verboden stad. Deze stad is in de 15e eeuw gebouwd, en daar woonden de keizers uit de ming- en qingdynastie. Gedurende 600 jaar was het enorme complex voor de gewone chinees ontoegankelijk. In een aantal gebouwen is nog de inrichting te zien zoals deze was onder "de last emperor", die met zijn grote keizerrijk zich bewust was van de noodzaak van het gebruik van toen moderne hulpmiddelen zoals een telegraaf. Na veel loopwerk kwamen we aan het eind van het gerestaureerde deel van de verboden stad waar we aan de overkant van de weg het plein van de hemelse vrede konden zien. De weg op zich is ook al weer iets bijzonders. Het is de langste rechte weg ter wereld (42 km), en zo breed dat er grote vliegtuigen op kunnen landen (voor noodgevallen, omdat er veel ministeries e.d. in de omgeving liggen). We passeren de weg door een tunneltje onder de weg door.
Op het plein van de hemelse vrede zien we het mausoleum van Mao en het monument voor de studentenrevolutie. We zien ook nog wat anders bijzonders (meiden, let op!). Waarom luiers verspillen aan peuters als het ook simpeler kan ? We zien peuters met broeken zonder kruis. Even de peuter in gehurkte houding zetten of nemen, de naad gaat open staan, en de peuter kan zo zijn of haar behoefte doen. Het schijnt dat met deze methode peuters sneller zindelijk zijn!
Na het plein - en na een lunch met de inmiddels bekende draaitafel - gaan we met de bus naar de tempel van de hemel. In dit tempelcomplex kwam de keizer vroeger 2 x per jaar om te bidden voor een goede oogst en te danken voor de gehaalde oogst. Daar is een ronde tempelmuur die de echomuur wordt genoemd. Als je langs de muur iets zegt, zou het achter je weer gehoord moeten kunnen worden (het geluid zou helemaal rond gaan). Maar alleen als het heel rustig is, en dat is het dus met al die Chinese toeristen pertinent niet. Aan het eind van het complex is een lange overdekte gang waar Chinezen zich vermaken met muziek maken, kaarten, een onbegrijpelijk spel met ronde schijfjes, of gewoon rondhangen.
Na het tempelcomplex gaan we ons even laven aan een verfrissing, waarna we een Kung-fu-show bezoeken. We twijfelden eerst wel of we naar deze show moesten gaan, maar we hebben er geen spijt van dat we het toch hebben gedaan. De show gaat over een kleine jongen die monnik wordt om zo het Zen Boeddhisme en Kung Fu te leren volgens de eeuwenoude tradities. Een wervelende show met dans, maar vooral met allerlei kunstjes met acrobatiek, vechten, en lichaamsbeheersing. Voor de gymnasten onder jullie : wel eens flik flaks gezien met gebruik van het hoofd in plaats van de handen?
Na de show hebben we een pekingeenddiner. Op de bekende draaitafel worden eerst allerlei (voor)gerechten geserveerd, waarna de koks de eenden komen snijden. Dopen in de ketjap, wat uitjes en een of andere groente erbij, en dan in een soort dunne pannenkoekjes of in een broodje. Heel lekker, en wanneer er dan ook nog een drankje verstrekt wordt met 56% alcohol, stijgt de sfeer tot ongekende hoogte. Dat bevalt zo goed dat voorgesteld wordt, aangezien er geen belangstelling is voor de Chinese opera de volgende avond, dat morgenavond nog een keer te doen. Om ongeveer 9.30 uur komen we terug in ons hotel, waar we ons eindelijk na deze warme dag kunnen douchen. En uiteraard nog een slaapmutsje op de kamer nemen.
Woensdag 25 mei
Vandaag om 6.30 uur de wake up call, want we vertrekken om 8.00 uur naar een ander hoogtepunt van de reis, de grote muur. Natuurlijk al veel over gehoord, en genoeg foto's van gezien, maar er daadwerkelijk op lopen is toch een bijzonder iets. We nemen een deel van de muur waar het rustig is, maar waar wel steile stukken in zitten, De ongelijke traptreden zijn niet eens het moeilijkste om te lopen. De stukken zonder trappen, maar wel schuin oplopend of aflopend, zijn het lastigste. Je moet je echt schrap zetten. Zeker als het naar beneden gaat, want als je niet goed uitkijkt, en bijvoorbeeld iets te grote stapjes zet, dan loop je een groot risico om letterlijk naar beneden te rollen. Maar goed, ontzettend leuk om een flink stuk muur te beklimmen. Er zit een eind aan tot waar de toeristen mogen komen. De heenweg kost bijna een uur, en terug in ongeveer 20 minuten.
Onderweg uiteraard een aantal foto's gemaakt als bewijs dat we dit wereldwonder hebben beklommen. Jammer dat het door de warmte zo heiig is, waardoor we geen foto's kunnen nemen van de verder weg gelegen delen van de muur, waardoor je een beter idee zou hebben van de enorme lengte en de enorme prestatie die het is geweest om de muur te bouwen. De wachttorens op de muur zijn overigens zo gesitueerd dat van daaruit elk stukje langs de muur met een kruisboog kan worden bestreken.
Na de grote muur krijgen we een verplicht nummer. Lunchen in een grote eetfabriek van de staat (eten is wel goed) en een bezoek aan een fabriek voor het maken van dingen op een manier waarvan we de naam niet meer weten. Het gaat in ieder geval om koperen vazen en andere grotere en kleinere voorwerpen waarop met de hand kleine koperen staafjes in patronen worden geplakt. Daarna wordt er gekleurde emailleverf op gedaan, en dan gebakken. En dat dan 6 of 7 keer. Daarna wordt het zo lang gepolijst tot het patroon van de koperen staafjes als dunne lijntjes te zien zijn, en alles egaal is. Best mooi, maar niet goedkoop vanwege het langdurige handwerk, en het past gewoon niet in ons interieur.
Daarna naar de graven (tombes) van de mingdynastie. Buiten enkele poortgebouwen is er niet zoveel te zien. De tombe van de belangrijkste mingkeizer (de 3e; de 1e en 2e zijn daar niet begraven) is niet meer dan een heuvel waarin hij begraven moet liggen. Van de 14 tombes is er slechts 1 open gemaakt, waarvan de juwelen, kronen e.d. die met de keizer en zijn uitgekozen (levende) concubines werden meebegraven, voor een deel waren te zien in een van de gebouwen. Met de bus rijden we een klein stukje naar de zogenoemde heilige weg. Dit was de weg waarlangs de begrafenisstoet destijds naar de tombes trok. Aan beide kanten van die weg staan marmeren beelden (al meer dan 600 jaar, en vrijwel onbeschadigd) die belangrijk waren voor de keizer wanneer deze terugkwam in de hemel (want men ging er van uit dat de keizer ook afkomstig was uit de hemel). Naast voor de chinezen belangrijke dieren zoals de leeuw, de olifant en de kameel (zowel liggend als staand afgebeeld) betroffen de beelden de krijgsmacht en de godsdienst. De weg was ongeveer 1,5 km. lang, maar met het lekkere weer (tegen de 30 graden, maar wel heiig) was het een leuke wandeling.
Op de terugweg naar ons hotel komen we langs het Olympisch stadion, het vogelnest. Ook het daarbij gelegen bijzonder gevormde gebouw waar de organisatie van de Olympische spelen was gehuisvest. Natuurlijk gestopt om foto's te maken.
Donderdag 26 mei
We gaan naar de hutongs. de hutongs zijn de huisjes (rond kleine binnenplaatsjes) waarin de chinezen oorspronkelijk woonden. Nu zijn de nog resterende hutongs als cultureel erfgoed beschermd. Ze zijn heel veel waard, want juppen willen er graag wonen (na verbouwing en restauratie), en kopen daartoe voor grote bedragen een aantal huisjes tegelijk op. We rijden met riksja's door de hutongs, en stoppen onderweg om zo'n hutong van binnen te bekijken. Hoewel de huisjes zeer primitief zijn (bijv. geen eigen w.c.) willen de 2 broers die er met vrouw en kind wonen niet verhuizen naar een flat met betere voorzieningen in de buitenwijken. Daar wonen wel de ouders van de broers waarvan de huisjes vroeger eigendom waren, en die op de kleintjes passen wanneer de ouders aan het werk zijn.
Bij een bezoek aan een markt in hallen waar de gewone man/vrouw hun eten en andere spullen koopt worden we gek van de herrie door enorm Chinees gekakel. Maar wel leuk om een keer doorheen te lopen en te zien wat er allemaal verkocht wordt.
We bezoeken de drumtoren die in de centrale as van Beijing ligt met de verboden stad. We klimmen langs een hele lange (30 meter ?) en steile trap naar boven. Daar is een grote ruimte met een speciaal systeem om met de opvang van water in bakken de tijd te meten, en een stuk of 25 grote trommels/drums. Om 11.30 uur geven een vijftal jongens nog een demonstratie op de drums. De drums gaven op de tijden van het watersysteem een signaal voor de mensen in de tegenoverliggende beltoren. We zijn die toren niet in geweest, maar daar hangt een hele grote bel die wordt geluid om de tijd voor de omgeving aan te geven. Vroeger, toen er alleen nog maar hutongs rond het centrum lagen, en geen hoogbouw, was die klok 20 km. van de toren vandaan te horen.
We gaan lunchen, wel met de draaitafel, maar met Mongoolse gerechten i.p.v. Chinese. Buiten een spies met vlees is er overigens weinig verschil. De bus rijdt ons naar de lamatempel, waar een houten Boeddhabeeld staat van 18 meter hoog. Wij hebben op onze reizen al genoeg tempels met Boeddhabeelden gezien, en laten deze aan ons voorbij gaan. Samen met een ander stel gaan we langs de winkeltjes (verkoop wierook en Boeddhabeelden e.d.) slenteren, en drinken in een klein zaakje heerlijke koffie. Dat missen we toch wel, het in de loop van de ochtend een bakkie doen.
Het vervolg is een bezoek aan het winkelcentrum "silk street". Een gebouw met 6 verdiepingen vol met kleine winkeltjes (veel dezelfde), en op de 6e verdieping een buffetrestaurant waar we ook ons diner gebruiken. De jonge meiden uit de winkeltjes zijn erg opdringerig, en een enkele keer wordt Kees zelfs letterlijk een winkeltje binnen gesleurd. Ondanks de opdringerigheid hebben we wel het nodige gekocht (na fors afdingen; we betaalden zo ongeveer tussen de 15% en 25% van de eerste vraagprijs). Verder niet bijzonder, en dus geen foto's gemaakt. Komend uit het winkelcentrum regent het, maar het blijft behaaglijk. De bus brengt ons naar een groot treinstation met 13 perrons (het is het een na grootste station van Beijing). De trein en de 4-persoons couchettes zijn netjes en redelijk comfortabel. Om 20.03 uur vertrekt de trein.
Ruim 12 uur later, en pakweg 1.500 km. verder, arriveren we in Xian. Naar ons hotel om te ontbijten. Daar horen we dat het programma aangepast moet worden. De volgende morgen kunnen we niet naar het 2e terracottaleger (ja, er blijken er 2 te zijn! Alleen zijn de beelden daar veel kleiner, circa 60 cm. hoog) omdat we een vroege vlucht hebben naar Kunming. Ook zijn de kamers nog niet vrij, zodat we ons niet op kunnen frissen. Dan maar eerder op weg naar het terracottaleger. Voordat we naar het terracottaleger gaan rijden we eerst naar een fabriekje waar ze replica's van de beelden maken in allerlei grootten, maar wel op dezelfde manier en met dezelfde kleisoort gemaakt zoals de originelen. Het productieproces is wel leuk om te zien (foto's!). Natuurlijk kan je de replica's kopen, evenals trouwens andere producten die niets met het terracottaleger te maken hebben. Daar gaan we snel doorheen en met de bus naar het echte terracottacomplex.
Het complex bestaat uit meerdere gebouwen. Allereerst gaan we naar een bioscoop waar ze een 380 graden film draaien over het keizerlijke leger en de vondst daarvan. Er zit een winkeltje bij waar je o.a. boeken met foto's kunt kopen (doen wij niet), en als je dat wilt kunt laten voorzien van een handtekening van de boer die begin zeventiger jaren het leger gevonden heeft. Hij kijkt nogal sikkeneurig, en je mag geen foto's van hem nemen. Dan naar het gebouw van locatie 1, waar het allemaal begonnen is. Een enorme hal (minstens 100 meter lang en iets minder breed) over rijen met de verschillende soorten manshoge terracottasoldaten en enkele paarden in greppels. Veel heel, maar ook (nog) veel volledig kapot. In een deel van het terrein worden de kapotte beelden zoveel mogelijk gerestaureerd (buiten de openingstijden voor de toeristen). Als je het zo bekijkt zijn ze nog vele tientallen jaren bezig met het verder opgraven van delen en het restaureren. De kleuren op de beelden zijn door het daglicht overigens bijna nergens meer te zien. Ze zijn aan het onderzoeken hoe ze dat kunnen voorkomen bij de nog op te graven beelden (nog 4.000 van de 8.000). Het is toch wel bijzonder om al die manshoge beelden zelf te kunnen zien, en niet van foto's.
Door naar een gebouw van kleinere omvang, waar oorspronkelijk een soort bunker aanwezig was. Dit was de commandopost van het leger, met veel beelden van officieren en generaals. Jammer dat er door de vijand van de toenmalige keizer al zoveel vernield is en geroofd (zoals de meeste bronzen speren). In de volgende grote hal is niet zoveel te zien. Hier is de opgraving slechts gevorderd tot de daken over de gangen met soldaten, of meer wanneer daar al een stuk is vernield. Hier kunnen ze nog wel een eeuw met opgraven en restaureren vooruit. Als laatste bezoeken we een museum, waarin we alleen kijken naar de twee bronzen strijdwagens van de keizer op halve grootte die gevonden zijn in de buurt van zijn tombe (een grote heuvel van oorspronkelijk 100 meter hoog). We sluiten af met een bezoekje aan het theehuis waar je allerlei soorten thee kunt drinken/kopen (maar ook koffie en bier) en diverse attributen voor thee.
Hierna kunnen we eindelijk naar ons hotel om in te checken en te douchen. Op de kamer komen we er achter dat de koffer van Carla opengebroken is. Waarschijnlijk in het treindepot of in de goederentrein. Uit veiligheidsoverwegingen mochten de koffers namelijk niet mee bij ons in de trein. Het slot van de koffer werkt niet meer goed. Die moeten we dan voorlopig maar even met de band dichtbinden. Het lijkt er op dat er niets is gestolen. Er zaten ook geen waardevolle spullen in.
Vanwege het late ontbijt en het omgegooide schema hebben we de lunch overgeslagen. Om 18.30 vertrekken we aardig uitgehongerd naar de locatie voor ons diner. Deze keer geen vooraf georganiseerd diner, maar een lokaal restaurant wat onze reisleider toevallig kende. En dat hebben we geweten! Andere keren betaalden we voor de lunch of diner (incl. drinken) een vast bedrag van 70 yuan per persoon (circa 7,5 euro), of soms meer. In dit lokale restaurant waren we maar 40 yuan p.p. kwijt. En het eten was heerlijk! Na afloop met de groep en het personeel even op de foto.
Na het eten neemt de reisleider ons mee naar de nabijgelegen moslimwijk. We flaneren door een zeer drukke straat met allerlei kleine lokale eettentjes en andere winkeltjes. Ook een bazaar waarin we even wat koffers met 4 wieltjes bekijken. We hebben wat vraagtekens over de kwaliteit, maar duidelijk is wel dat we zo'n koffer (die we toch al graag wilden hebben) hier waarschijnlijk voor minder dan 50 euro moeten kunnen kopen. Dat hopen we de komende dagen dan maar een keer te kunnen doen.
Terug naar ons hotel hebben we niet de normale toerbus ter beschikking. We nemen geen goedkope taxi (nog geen 3 euro voor 4 personen), maar gaan het avontuur aan met het lokale openbaar vervoer. Het lijkt er zo'n beetje op dat de bussen hier om de minuut rijden. Alleen jammer dat we geen Chinese OV-chipkaart hebben, want nu moeten we voor de bus het dubbele betalen. Per persoon 1 yuan (nog geen 11 eurocent). Dat kan je nog eens stimuleren van het openbaar vervoe noemen! Terug in ons hotel op het terras (er was er zo waar een) nog een biertje gedronken en toen naar bed.
Zaterdag 28 mei
Archhhhh..... wake-up-call om 5.00 uur. Ons vliegtuig naar Kunming vertrekt namelijk om ongeveer 8.00 uur. Gelukkig hoeven we niet zo lang van tevoren op het vliegveld te zijn zoals in Nederland, anders hadden we nog veel vroeger op moeten staan. Bij aankomst kunnen we gelijk in de rij gaan staan om te boarden. Na 2 uur vliegen landen we op het vliegveld van Kunming, de koffers gaan in een apart busje, en wij gaan met de bus gelijk al weer op pad.
Kunming ligt op ongeveer 1.800 meter hoogte, en met de bus over zigzaggende weggetjes die ons doen herinneren aan onze vakanties in Oostenrijk, gaan we nog wat verder omhoog, en daarna met een kabelbaan nog wat verder tot ruim 2.200 meter. Vanaf het eindstation van de kabelbaan lopen we weer omlaag, maar dan via door monniken uitgehakte tunnels en paadjes en langs enkele tempeltjes (van het Taoïsme). We hebben mooie uitzichten over het grote meer waaraan Kunming zijn gematigde weer gedurende het gehele jaar dankt (Kunming wordt daarom ook wel de stad van de eeuwige lente genoemd). Onderweg ook een van de 3 drakenpoorten (poortjes) die er in China zijn. Onder de poortboog een halfronde bal die je aan moet raken om je wensen uit te doen komen.
Met de bus naar ons hotel waar we 2 nachten blijven. Weer een beetje pech. Het licht in onze kamer doet het niet. Er komen 4 verschillende chinezen naar kijken voordat de hoofdschakelaar eindelijk wordt vervangen. Balen, want we willen ons opfrissen voor het diner. Na het diner (met eend en eendenkop) kunnen we naar een show die opgevoerd wordt door mensen uit de vele minderheidsgroeperingen die in deze provincie wonen. We hebben niet zoveel zin in zo'n show, en met ons bijna de helft van de groep. Wij kiezen voor een vrije avond, ook al is deze niet zo lang. We hebben eindelijk tijd voor de eerste mail naar het thuisfront, en verder eigenlijk alleen maar tijd voor een drankje op de kamer. Vanaf morgen wordt het programma minder hectisch is ons beloofd, en we zien daar naar uit. We hebben allebei hele moeie voeten (zoals vrijwel elke dag), en gaan daarom bijtijds naar bed.
Zondag 29 mei
Vandaag staat alleen een bezoek aan het stenen woud op het programma, maar dat is wel 1,5 uur rijden met de bus. In China zijn er 56 minderheden, die gezamenlijk 5% van de totale bevolking uitmaken. De grootste minderheid, de Yi ("slechts" 5 miljoen mensen) is voor het grootste gedeelte te vinden in de omgeving van het stenen woud. Zij (en dan met name de vrouwen) zijn ook de gidsen die vele Chinese toeristen inhuren om hen door het stenen woud te loodsen. Dat doen ze in traditionele kledij. Prachtig om te zien, en leuk voor wat foto's.
Onze eigen gids is ook onze gids in het stenen woud. Er zijn 4 routes er doorheen. De twee makkelijkste en kortste worden vrijwel altijd door de Chinese toeristen genomen die ook hier weer in zeer grote getale aanwezig zijn. We nemen daarom de derde route, lekker rustig. Bovendien is het mazzel met het weer. Hier is het meestal heiig, maar vandaag toevallig helder en beperkte bewolking. Dus mooi weer voor foto's. De Chinezen die we onderweg zien hebben trouwens meestal een paraplu op tegen de zon. Ze willen geen bruine(re) huid omdat het dan zou lijken of ze tot het klootjesvolk behoren die in de open lucht moeten werken.
Ongeveer 270 miljoen jaar geleden lag het stenen woud nog onder en op zeeniveau. Stenen pilaren en rotsformaties werden in die tijd uitgesleten door het water. Toen door het schuiven van de aardschollen het gebergte tot 1.800 meter hoog werd opgestuwd, vormden die uitgesleten pilaren en rotsformaties als omhoog stekende stukken steen het stenen woud. Het staat er ook echt vol mee. Tussen de rotsen door lopen over paden en trappetjes de 4 looproutes, soms echt een kruip door sluip door. Altijd leuk natuurlijk voor de foto's. Al met al dus best indrukwekkend, en de bijna 2,5 uur durende "wandeling" er doorheen is ons goed bevallen.
Terug in ons hotel (ongeveer 16.30 uur) kunnen we de rest van de dag vrij besteden. We moeten ook voor ons eigen diner zorgen. Liefhebbers kunnen wel met de reisleider mee naar een chinees restaurant (logisch hé, alle restaurants zijn chinees; ik bedoel natuurlijk een restaurant waar alleen chinees eten wordt geserveerd) om daar a la carte te eten. Wij kiezen er voor om in het hotel zelf te eten. We hadden wel een beetje genoeg van 2 x per dag chinees, en in het hotel-restaurant konden we een lekkere biefstuk met pittige (voor Carla iets te pittige) pepersaus eten.
Smiddags hadden we de 2e mail gemaakt, en na het eten maakt Kees ook de 3e mail klaar. Carla ging ondertussen genieten van een voetmassage. Daarna op de kamer weer een slaapmutsje en naar bed.
Maandag 30 mei
Weer op 6 uur op, want we hebben een rit van ongeveer 4,5 uur voor de boeg naar Dali. Daar aangekomen kunnen we gelijk inchecken in een hotel middenin het oude centrum (er is ook een nieuw centrum met flatwijken er omheen). We hebben een kamer op de begane grond (overal in China noemen ze dat de 1e verdieping; moet je wel weten, want anders zoek je je in de lift rot naar het knopje voor de begane grond) en kijken uit op een binnenplaatsje. Het hotel is niet te vergelijken met de hotels die we tot nu toe gehad hebben, qua uiterlijk en indeling. Veel (oud) hout, en als wasbak een Delfts-blauwe kom. Heel leuk. Jammer dat de kamer geen koelkastje heeft (dus geen koude cola, bier en water). Het hotelpersoneel bestaat uit mensen in klederdracht van de hier veel voorkomende minderheidsgroep, de Bai. Je ziet ze in klederdracht ook veel in het oude centrum.
Zowel de middag als de avond hebben we vrij te besteden. We lopen het hotel uit, een hoek om, en lopen dan gelijk een hele lange straat zonder verkeer in met aan beide kanten winkeltjes. In zijstraatjes zijn veelal restaurantjes, en wij schieten er een in voor een verlate lunch met een club-sandwich. Op de terugweg maken we een foto van weer een andere minderheidsgroep in prachtige klederdracht (volgens de gids van de miauw; ik zal dat wel verkeerd spellen, maar zo klinkt het wel) die zelf hier ook als toerist rondlopen. Het komt tijdens de rondreis overigens geregeld voor dat wij of andere leden van onze groep ook op de foto worden gezet door Chinese toeristen. Voor hen zijn westerlingen kennelijk nog vaak een bezienswaardigheid. Bij het winkelen hebben we een paar kleinigheidjes gekocht.
Wanneer we bijna bij het hotel zijn begint het te regenen. Dan maar weer wat op de kamer drinken in plaats van op het binnenplaatsje. Carla heeft echter een ander idee, en niet veel later zitten we gezellig met een deel van de groep in een halletje/trappenhuis te pimpelen en te babbelen. Zo rond etenstijd (19.00 uur) wordt de groep steeds kleiner, en besluiten ook wij op zoek te gaan naar een restaurantje. Voor circa 15 euro eten wij een platte biefstuk met knoflooksaus, met wijn en bier er bij, en een ijsje toe (zo goedkoop lukt niet elke dag). Wanneer we terug naar ons hotel willen lopen ontdekken we achter een muurtje enkele meters van waar we hebben gegeten een ander stel van onze groep, waarmee we nog een irish coffee dronken (maar die was niet denderend).
Dinsdag 31 mei
Als ontbijt geen buffet, maar ieder krijgt gewoon een bord met 2 gebakken eieren, 2 stukjes brood, boter, jam, een paar kleine stukjes gebakken aardappelen, en enkele stukjes fruit. In overleg met de Chinese gids wordt het programma voor vandaag omgegooid. Het is bewolkt en regen dreigt. De geplande boottocht op het grote Erhai meer is alleen leuk als het mooi weer is, en wordt geschrapt. In de plaats daarvan gaan we - nu het nog droog is - naar het vissen met aalscholvers kijken. Onderweg kunnen we goed de bouwstijl van de Bai bekijken. Bijna allemaal witte huizen met zwarte stenen hoeken, en dan voorzien van beschilderingen in de hoeken e.d.
Bij de locatie aangekomen doen de Bai eerst een dansje voor ons, en daarna stappen we over in kleine roeibootjes (we moeten voor een deel ook helpen met roeien). Tezamen met een bootje met allemaal aalscholvers op de rand varen we het meer op. Dan worden de aalscholvers het water ingejaagd, en onder het uitroepen van kreten en het slaan met een stok op het bootje en op het water worden de aalscholvers aangezet om te duiken en vis te vangen. Door de ring om hun nek kunnen ze alleen kleine visjes direct zelf opeten, maar de visser is uiteraard ook niet in die kleine visjes geïnteresseerd. Enkele keren hebben ze een grote vis te pakken, en dan wordt de aalscholver aan zijn nek uit het water gevist. De grote vis wordt dan uit zijn bek/keel gehaald, en als beloning krijgt de aalscholver enkele kleine visjes toegeworpen en weer het water ingejaagd om verder te vissen.
Na enige tijd gaan we ergens aan wal, en hebben de liefhebbers (waaronder Kees natuurlijk) de mogelijkheid om aalscholvers op hun handen gezet te krijgen en op het hoofd (bovenop het hoedje van een visser). Leuke foto's natuurlijk. Terugvarend heft een visser een lied aan. Onze groep blijft niet achter, en tot hilariteit van de Chinezen zingen wij ook de nodige liederen over boten en varen.
Bij terugkomst aan de wal wederom een dansje van de Bai. Door naar een lokale markt. Altijd leuk om te zien en goed voor enkele foto's. Dan een bezoek aan een familie die allerlei zijden kleding maakt. Enkele personen van de groep kopen gezamenlijk (echte Hollanders, door meerdere tegelijk te kopen kan je meer afdingen) enkele sjaaltjes. De lunch onderweg is weer een draaiplateau, maar nu in een lokaal restaurantje van de Bai en met gerechten die ook hun volk eet. Het eten met de stokjes gaat steeds makkelijker (Carla is wat minder enthousiast).
Door naar een klooster dat in het verleden vernielt is, en nog maar 7 jaar geleden voor meer dan 100 miljoen euro is herbouwd. Dit moet het boeddhistische centrum van China worden. De gebouwen liggen op een helling, en de lange afstand wordt gelukkig voor een deel overbrugd met karretjes. Alle beelden in de gebouwen, ook die met 500 beelden (van bijna 1 meter hoog) van discipelen van Boeddha, zijn van goud (bladgoud). In de laatste toren kunnen we met veel gehijg naar boven klimmen, en hebben we een prachtig uitzicht over de omgeving. Lopend een stuk naar beneden om enkele gebouwen van binnen te bekijken, waaronder het toilet dat het mooiste van China schijnt te zijn. Geen Franse toiletten, maar gewone toiletpotten in zeer ruime toiletten met een grote spiegel. En boven de pisbakken een t.v. Onderwijl is het zachtjes gaan regenen.
Dan weer een stuk naar beneden met karretjes, naar de 3 pagodes die er staan. De oudste en hoogste is meer dan 1.200 jaar oud, en bovenin staat een Boeddhabeeld. Om dat beeld te beschermen is de pagode helaas voor het publiek gesloten. De andere 2 pagodes zijn minder oud (ongeveer 800 jaar), en staan door aardbevingen een beetje scheef.
Terug naar ons hotel voor een neut en het schrijven van dit verslag, en daarna weer een restaurantje opgezocht voor ons diner. In de avond barst een hevige regen los, die pas in de volgende ochtend verandert in een miezerregen.
Woensdag 1 juni
Pas om 9.00 uur vertrekken we met onze bus naar Lijiang. Ruim 4 uur rijden, met tussendoor een sanitaire stop. Na deze stop kunnen we letterlijk schuddebuiken, maar niet van de lach. Over een flink aantal kilometers wordt een nieuwe weg aangelegd, en wij moeten over een half verharde weg rijden. Deze weg zit vol met kuilen (met water van de regen vannacht) en heuveltjes. Hoewel de chauffeur voorzichtig rijdt, worden we enorm door elkaar geschud. We zijn blij als we eindelijk weer een gewone asfaltweg bereiken. Langs de weg grote oppervlakten met vooral rijstveldjes. Dus ook even stoppen voor een foto op een plek waar er veel aan het werk zijn.
Een tijdje later arriveren we in Lijiang, dat op 2.400 meter hoogte ligt. In Lijiang is de toeristenindustrie pas vanaf 1999 op gang gekomen. Voordien waren er slechts 3 kleine hotelletjes. Ons hotel ligt aan de rand van het oude centrum, dat op de werelderfgoedlijst van de Unesco staat. Om het gebied van het oude centrum in te kunnen komen moet je een speciaal ticket kopen (80 yuan p.p.) De opbrengst daarvan wordt gebruikt voor het onderhoud van het oude centrum. Langs ons hotel stroomt een kanaaltje wat tegenover ons hotel een waterrad in beweging zet, en zich dan opsplitst in 3 kleinere kanaaltjes.
Het oude centrum bestaat uit allemaal oude houten huisjes waarin allemaal winkeltjes en restaurantjes gevestigd zijn. Allemaal met de overal in het land voorkomende drempel van 20 tot 30 cm. hoog waar boze geesten niet overheen kunnen komen (in andere gebouwen kwamen we direct achter de drempel ook wel eens een scherm tegen; heeft hetzelfde doel; geesten kunnen alleen rechtdoor lopen, en niet rechtsaf of linksaf gaan :). Tot 1999 werd er in het oude centrum nog gewoond. Onze vrouwelijke Chinese gids, Zoen (zij wist wat dit in het Nederlands betekende), heeft er ook gewoond. Tussen de huisjes door lopen de 3 kanaaltjes, waarover dikke planken liggen om de restaurantjes en winkeltjes in te kunnen gaan. In alle (ondiepe) kanaaltjes zie je veel goudvissen zwemmen, de meeste van een aardig formaat (vanaf 15 cm.). Het vrij laten (give life) van goudvissen is iets van de cultuur/levenswijze hier.
Het oude centrum ziet er supergezellig uit, maar we worden gewaarschuwd voor sommige restaurantjes. Er worden wel eens menukaarten zonder prijzen gehanteerd, en dan wordt je als toerist flink getild. Door het oude centrum slenterend kunnen we foto's maken van enkele vrouwen in klederdracht, een roofvogel die je op je hand (met handschoen) kan krijgen om een foto te maken, en enkele mannen op kleine paardjes. De mannen behoren vermoedelijk tot de minderheidsgroep de Naxi die hier het grootste deel van de bevolking uitmaakt (de minderheidsgroep omvat circa 300.000 mensen). Of de gefotografeerde vrouwen ook Naxi zijn weten we niet. Onderweg horen we iets smerigs, namelijk een flink rochelende man die daarna een flinke fluim uitspuugt. Zo nu en dan maken wij dat wel meer mee, zelfs binnen in een restaurant! In aanloop naar de Olympische spelen in 2008 heeft men wel geprobeerd deze voor westerlingen vieze gewoonte af te leren, maar dat is niet bij elke chinees gelukt.
Na afloop van de wandeling door het oude centrum halen we bij een grote supermarkt in de buurt bier en wijn voor op de kamer (en een zakje chips dat bijna uit elkaar klapt door de lagere luchtdruk op deze hoogte), werken het reisverslag bij, en gaan dan dineren. Terugslenterend naar het hotel zijn we blij dat we dat niet in het oude centrum hebben gedaan. Het is daar een geweldige herrie van zingen (karaoke) en muziek.
Dinsdag 2 juni
Tot spijt van kees gaat een bezoek aan de Drakensneeuwberg niet door. de berg is ruim 5.500 meter hoog, en de toeristen kunnen er tot 4.600 meter hoog komen. De reisleider geeft aan dat deze trip zeer duur is (meer dan 50 euro p.p.), een stuk met stinkende yaks wordt gedaan, en met het huidige weer er niets van de omgeving is te zien (dit laatste is voor Kees doorslaggevend). Jammer maar helaas.
Lopend (want het is vlakbij) gaan we naar de "Black Dragon Pool". Een park met vijvers die gevoed worden door 3 bronnen. Onder de middelste bron zou een waterspuwende draak zitten, die zijn aanwezigheid kenbaar maakt door luchtbelletjes omhoog te blazen. Inderdaad komen bij de bron luchtbelletjes naar boven, en meer als je hard in je handen klapt. In het water van de vijvers zitten grote scholen (grote) vissen, prieeltjes en tempeltjes. Een groep Chinezen doen er aan Cha Chi, wat vaker door groepen Chinezen wordt gedaan. In een van de tempeltjes krijgen we van een monnik gelijk een wierookstokje in de handen geduwd, die we bij een afgodsbeeld kunnen aansteken en neerzetten. De monnik gaf aan dat we daarna de handen moesten vouwen, en even een buiginkje voor het afgodsbeeld moesten maken. Wij netjes doen natuurlijk. Daarna kwam de aap uit de mouw. De monnik klopte op een blok met een gleuf. Daar moest natuurlijk geld in voor het wierookstaafje. Oké dan maar, even een duppie (1 yuan) erin gegooid.
Bijna aan het eind van de rondwandeling door het park was het Naxi-museum, waarin de Naxi-cultuur tot uitdrukking werd gebracht (kleding, de eigen taal, een huisje zoals het vroeger was e.d.). Ook zat er een zogenoemde dongba-priester, waarvan er in totaal 28 zijn. Deze priesters zijn de enigen die een uniek schrift kunnen lezen en schrijven. Dit schrift bestaat uit ruim 1.200 getekende plaatjes, die in combinatie met elkaar allemaal betekenissen hebben. Als je wilt kan je door de priester een wens met je naam in dat schrift laten tekenen (uiteraard tegen betaling). Ook kun je in het museum allerlei voorwerpen kopen die door de Naxi gemaakt zijn, maar die zijn gigantisch duur (een zijden das met een tijger erop geborduurd bijvoorbeeld voor bijna 400 euro).
Na het museum lopen we het park uit, en zijn we de rest van de middag vrij. We lunchen in het oude centrum (daar is het nu rustig en geen herrie). Om 18.00 uur worden we met de bus opgehaald voor het diner. Ons is een barbecue beloofd, waar voor onze groep een geit aan het spit zou worden geregen. Dat pakte iets anders uit. Het was weer de bekende draaitafel met gerechten, en geitenvlees was daar een van. Onze tafel had kennelijk pech, want wij hadden bijna alleen maar botten op de schaal liggen. De reisleider had 2 flessen sterke drank meegenomen, wat tezamen met het bier ons wel los maakte. Dat kwam goed uit, want na het eten kwamen 7 Naxi-vrouwen op het binnenterrein een aantal dansjes doen. Het waren eenvoudige stapjes, dus al gauw probeerden enkelen van de groep (ook Kees) mee te doen. Ook een foxtrotje op de Naxi-muziek was goed te doen. Op die manier werd het toch een heel gezellige avond.
Vrijdag 3 juni
Na het ontbijt gaan we lopend naar een fietsenzaak, want we gaan een fietstochtje maken. De gebruikelijke tocht is voor ons aangepast, omdat we anders alleen maar over asfaltwegen zouden fietsen (saai). De heenweg naar een Naxi-dorp fietsen we nu over weggetjes van keitjes (hobbel hobbel) tussen de akkers door, waardoor we gelijk de gelegenheid kregen om foto's te schieten van boeren die een stukje land aan het omploegen waren met karbouwen, en het daarna inzaaiden.
In het dorpje aangekomen krijgen we een kleine rondleiding. We gaan een borduurschool binnen, die door de overheid speciaal gesubsidieerd wordt omdat het maken van prachtige borduurwerken bij de Naxi-cultuur hoort, en jonge meiden steeds minder zin hebben om de kunst daarvan uit zichzelf te doen. Je kan er ook ingelijst borduurwerk open van "meester borduurders". Schitterend om te zien, maar ook heel duur (al gauw 500 euro voor een werk van 0,5 meter in het vierkant). Werkjes van de leerlingen kun je wel goedkoop kopen, maar die zien er niet zo bijzonder uit.
Na de borduurschool nog een stukje lopen, en dan komen we bij de "praktijk" van de befaamde kruidendokter Dr. Ho. Die ziet er met zijn 89 jaar nog fief uit, en hij vertelt ons in het Engels het een ander over zijn praktijk, waar hij de meeste kruiden haalt (de drakensneeuwberg) en over de beroemde Nederlanders die hem al hebben bezocht, zoals Chris Zeegers, Maxima en Balkenende. Langs een wand van de ruimte hangen allemaal brieven e.d. van Nederlanders die hij als aandenken bewaart. Als we weg gaan blijven er enkele vrouwen achter die van de gelegenheid gebruik maken voor een consult bij deze dokter. Hij doet dat gratis (ook de kruidenmix die je meekrijgt), maar er wordt wel naar een donatie gevraagd.
Daarna gaan we lunchen in het dorp, en dan terug naar de stad. Nu wel over asfaltwegen, die nabij de akkers overigens ook worden gebruikt voor het dorsen van graan. De halmen op de asfaltweg, en auto's e.d. rijden er gewoon overheen. Een bijzondere manier van dorsen. Dan de fiets in de stad inleveren, en terug naar ons hotel.
Vanmiddag vrij, en om 18.30 moeten we in de lobby van het hotel klaar staan voor een bijzonder diner, de "hot pot". Hoewel het maar een kwartiertje lopen is (en terug deden we dat ook), gaan we met goedkope taxi's naar het restaurant. Daar zitten we met z'n achten aan een vierkante tafel, met in het midden een rond gat met een verwarmingselement eronder. In het gat wordt een ronde pan met een tussenschot gezet. In de ene kant zit een milde bouillon, en aan de andere kant een zeer pittige bouillon. Op tafel worden schaaltjes met diverse soorten vlees en groenten neergezet. Van tevoren kan je in een schaaltje specerijen e.d. mixen om je vlees in te dopen. Het is de bedoeling om met je stokjes vlees of groenten in de bouillon te koken. Je moet de hele tijd het stukje vlees met je stokjes vasthouden. Dat lukt bijna nooit. Niet alleen omdat een deel van de stukjes vlees glad zijn, maar ook omdat een deel van de mensen over de ene bouillon naar de andere moet reiken en daarbij zowat de handen verbranden aan de kokende bouillon onder hun handen. We hebben gelukkig een pollepel met gaatjes om naar losgelaten vlees te vissen.
Na enige tijd krijgen we nog een paar van zulke lepels erbij, zodat we ook vlees kunnen koken door deze in de lepel in de bouillon te hangen. Bijna iedereen gebruikt de milde bouillon, maar Kees vindt de pittige wel lekker. Heeft wel tot gevolg dat aan het eind zijn haar drijfnat is van het zweet. Door het koken van het vlees en de groenten wordt de bouillon vanzelf een lekkere soep, die je aan het eind van de maaltijd neemt. De pittige bouillon is echter voor Kees als soep ook veel te pittig. Kennelijk eten wij meer dan de chinezen zelf, want wanneer de vleesschaaltjes leeg zijn regelt de reisleider dat hetzelfde nog een keer op tafel wordt gezet. En ook het bier (bluswater) kunnen we drinken zoveel we willen. En dat allemaal voor 60 yuan (nog geen 7 euro) per persoon. Kennelijk zijn de prijzen in restaurants lager als er zelden of geen (buitenlandse) toeristen komen. Na het diner lopend terug naar ons hotel en een slaapmutsje op de kamer.
Zaterdag 4 juni
Om 8.30 vertrekken we voor een lange busrit naar Zhongdian. Dat ligt op 3.200 meter hoogte, dus de lucht wordt een stuk ijler dan in Lijiang. Ter bevordering van het toerisme noemen de chinezen Zhongdian zelf Shangri-La, naar een beroemd boek (wij kennen die niet). We zijn benieuwd welk weer het daar is. We zijn in ieder geval met een heerlijk zonnetje uit Lijiang vertrokken. De bergen rond Shangri-La grenzen aan het Himalayagebergte, en de stad ligt blak bij Tibet. Dus zullen we zeker met Tibetaanse invloeden te maken krijgen.
Onderweg 2 maal een stop bij een uitzichtpunt om foto's te maken van de bergen, met in het dal de Yangtze Kian rivier. Bij de 2e staan ook 2 yaks waar je op kunt gaan zitten (tegen betaling) voor een foto. Dat doen we niet, maar maken wel een foto van de yaks.
Om 12.00 uur stoppen we bij een restaurant direct naast de Yangtze rivier voor onze lunch. Hier stapt ook onze nieuwe Chinese gids, Droma, op. Een echte Tibetaanse in traditionele kledij. Met haar in de bus gaan we naar de tijgersprongkloof. Dat is een 20 km. lange kloof, die tot de vier diepste van de wereld behoort (3,9 km. diep). Dat zien wij niet echt, want we gaan naar het punt waar de Yangtze rivier op z'n smalst is (17 meter). Middenin de rivier ligt een groot stuk rots, en het verhaal gaat dat daar een tijger via de rots over de rivier sprong. Vandaar de naam van de kloof.
Met de bus kunnen we een punt bereiken dat een aantal honderden meters boven de rivier ligt. Vandaar kun je via trappen met 500 treden tot dicht bij het water en de rots komen. Liefhebbers kunnen zich tegen betaling met een draagstoel naar beneden of naar boven laten brengen. Carla had dit terug naar boven (500 treden, temperatuur boven de 30 graden) wel gewild, maar we zijn hijgend en zwetend toch met de trappen gegaan. Enkele dames van onze groep hebben terug naar boven wel een draagstoel gepakt. Aan de hijgende en zwetende Chinese dragers kon je merken waarom het niet goedkoop was (100 yuan; 11 euro). Of lag dat hijgen en zweten vooral aan het gewicht van de dames ?
Om ongeveer 17.00 uur (dus we zijn heel wat uurtjes onderweg geweest) komen we aan bij ons hotel in Shangri-La. Het is fris hier, dus vesten aan. De gids vertelt ons dat de hoogste temperatuur hier 23 graden is, en de laagste -27 graden, brrr. Op de temperatuurmeter van Carla is het momenteel rond de 20 graden. Carla is ook een beetje zweverig van de ijlere lucht. Daar hebben meer mensen van onze groep last van. De bedden op de kamers hebben elektrische (onder)dekens, en warm en koud water gaat via een klein omgekeerd containertje zoals je die in Nederland ook wel bij bedrijven ziet (maar dan alleen groter, en alleen koud water).
We gaan douchen, en staan om 19.00 uur klaar om met de gids mee te lopen naar het restaurant. Niet alleen door de andersoortige bebouwing, maar ook in het restaurant blijkt dat we echt in Tibetaanse omgeving terecht zijn gekomen. We krijgen wel weer een draaitafel, maar met gerechten die we tot nu toe voor het grootste deel nog nergens in China zijn tegengekomen. Veel groenten, en helaas weinig vlees. Zowaar ook gekookte aardappelen, want dat is een van de weinige gewassen die ze hier in de omgeving kunnen kweken.
Na het diner lopen we verder het oude centrum in. Daar is een groot centraal plein, en daar lopen in 2 grote cirkels pakweg 200 inwoners Tibetaanse dansjes te doen. Dat blijkt elke dag van 19.00 tot 21.00 uur te gebeuren. En niet alleen door oude vrouwtjes in traditionele kleding, maar ook door jonge meiden (soms op naaldhakjes) en jonge jongens (soms halve hippies). Het waren helaas teveel verschillende pasjes om mee te doen, maar het was fantastisch om te zien. Dat zoiets zomaar kan in een stad van toch 60.000 inwoners (voor Chinese begrippen wel erg klein).
Na de dansjes lopen we terug naar ons hotel, en halen vlakbij enkele blikjes bier. Die hebben maar een alcoholpercentage van 3,3%. Wijn of sterkere drank is ons namelijk afgeraden vanwege de effecten daarvan op de grote hoogte waar we zitten. Op de (frisse/koude) kamer wissen we een flink aantal (niet benodigde) foto's, want we hebben er al zoveel gemaakt dat de kaartjes vol raken. Niet al te laat naar (het even voorverwarmde) bed, in afwachting van de andere Tibetaanse zaken waar we morgen kennis mee zullen maken.
Zondag 5 juni
Na het ontbijt rijden we met de bus naar het vlakbij gelegen Tibetaanse klooster. Op een grote parkeerplaats stappen we over in een pendelbus, die ons tot aan de rand van een meertje brengt waarachter het klooster ligt. We lopen een route om het meertje dat ons door een naastgelegen dorpje brengt, waarna we de heuvel op lopen tot het hoogste punt van het klooster. Bij binnenkomst zien we eerst een stupa, mat daaronder aan 4 zijden gebedsrollen. Met de klok meelopend moet je die allemaal in beweging zetten, want dat brengt geluk. Het volgende is een bidstupa. gewoon een brandend oventje. De rook brengt je wensen naar de hemel. Bij ieder Tibetaans huis is zo'n oventje in het klein, waarin ze s'morgens om 6.00 uur iets verbranden.
Daarna komen we bij de boeddhistische tempels e.d. van het klooster, waar 700 monniken verblijven. Binnen mogen we niet fotograferen, maar er staan alleen diverse soorten Boeddhabeelden, en er zitten monniken die op diverse manier de bezoekers geld afhandig maken (je geld op een grote hoop erbij leggen, knielen en je handen vouwen, met iets krijg je dan een klap op je kop, en dan krijg je nog iets van de monnik in je handen gedrukt).
Na het bezoek aan het klooster wordt het echt interessant. Want we bezoeken een Tibetaans familiehuis waar we gaan lunchen. Elk Tibetaans huis is min of meer hetzelfde gebouwd. Op de begane grond (gebouwd richting zonsopgang) is er ruimte voor de veestapel in de winter en enkele kamers voor kinderen, op de 1e verdieping de echte woning, en een zolder voor opslag van hooi en allerlei andere zaken. Wij lunchen op de woonverdieping in de woonkamer die ook als keuken wordt gebruikt (circa 10 x 10 meter!). We krijgen typische Tibetaanse gerechten, waaronder yakboterthee (smaakt niet vies, maar daar drinkt niemand veel van). Na afloop van de lunch krijgen we nog 2 dansjes voorgeschoteld van een (klein)dochter van 10 jaar in bijbehorende kledij (ze zit ook op een dansschool, en gebruikt dit als extra training).
Na de lunch worden we weer teruggebracht naar de oude stad, vanwaar we een hele klim beginnen naar de top van de berg op circa 3.400 meter. Met die ijle lucht geen eenvoudige klus, en Carla haakt halverwege dan ook af. Kees heeft de top met een tempeltje er op (inclusief Boeddhabeeld en monnik) wel gehaald, en van daaruit maakt hij een foto van de stad. Het diner moeten we zelf uitzoeken, en dat doen we in de oude stad. Kees probeert een yak-steak (smaakt prima).
Maandag 6 juni
Het wordt een saaie en lange dag. Vertrek om 8.00 uur uit een koud Sangri-La (vesten aan) terug naar Lijiang, waar we om 13.00 uur bij rond de 30 graden (vesten en liefst nog meer uit) aankomen en gaan lunchen. Daarna even in het zonnetje zitten, en om 15.15 uur vertrekken we naar de luchthaven. We komen daarbij weer op de slechte weg (hobbel hobbel) die we op de heenweg naar Lijiang hebben gehad, maar gelukkig slaan we halverwege af naar de luchthaven.
Om 17.50 uur vertrekt ons vliegtuig, en om 19.00 uur landen we in Chengdu, een stad van 10 miljoen inwoners, die op het eerste gezicht een Westerse stad zou kunnen zijn. Op de route van de bus komen we gewone hoogbouw tegen, westerse bouwstijlen, westerse winkelketens (zoals C&A, Ikea en H&M) en westerse fastfoodketens (zoals Mac Donalds, KFC, Pizzahut en Starbucks). Vanwege het late tijdstip dineren we onderweg naar ons hotel. Hier in het Chengdu is het 27 graden, bewolkt, en drukkend. Volgens onze gids (Bobby; naar de mening van onze reisleider een adhd-geval) zal dit de komende dagen zo blijven. Door de hoge bergen schijnt het hier vrijwel altijd bewolkt te zijn, maar wel met een lekkere temperatuur. We halen eerst nog wat te drinken bij een nabijgelegen supermarkt, en kunnen dan eindelijk een late douche nemen in onze kamer die op de 11e verdieping (van de 26) is gelegen.
Dinsdag 7 juni
Deze keer echt uitslapen. Wake-up call om 8.00 uur en vertrek om 9.30 uur. We moeten de kamer ontruimen, maar laten de koffers in het hotel achter. De volgende dag komen we hier namelijk weer terug. Voor de komende nacht nemen we alleen een tas mee met de noodzakelijke dingen. We gaan eerst naar een Boeddhatempel, maar die hebben we al zo vaak gezien dat we geen foto's maken (bovendien mag je in de tempel zelf niet fotograferen). In de tuin van de tempel is wel een theehuis (daarvan zijn er zo'n 1.000 in Chengdu) waar we Jasmijnthee gaan drinken. Daar hoort een uitleg bij. Het dekseltje wijst naar de hemel, dekt de aards geneugten af (het kopje), en staat op de aarde (het schoteltje). In het kopje zitten theeblaadjes en blaadjes jasmijn, en door het dekseltje een klein beetje schuin te houden kan je de thee drinken zonder blaadjes in je mond te krijgen. Het dekseltje heeft meer functies. Leg je het naast je kopje neer, dan schenkt een mannetje weer heet water erbij (zo vaak als je wilt), en leg je het omgekeerd op je stoel dan kan je naar de w.c. gaan of iets anders doen zonder dat je stoel wordt ingepikt.
We gaan naar een zijde- en brokaatfabriekje (een staatsbedrijf; een verplicht nummer van onze Chinese gids). Eerst krijgen we uitleg over de cyclus van de rups naar cocon van zijde, en dan laten ze zien hoe vroeger met een groot weefgetouw de (inmiddels gekleurde) zijde in prachtige patronen werd geweven. Tegenwoordig gebeurt dat machinaal want met de handmatige methode kan je slechts 20 centimeter per dag weven, en dat is ook hier veel te duur. Natuurlijk krijgen we de gelegenheid om allerlei producten van zijde te kopen. Carla wil eigenlijk wel een dekbed met zijdevulling kopen (ongeveer 85 euro; hebben 3.000 rupsen hun best voor moeten doen), maar uiteindelijk is dat er niet van gekomen.
Na de lunch gaan we naar een straatje in het oude centrum met allemaal winkeltjes en eettentjes. Er is één zaak die door de groep (ook wij) intensief wordt bezocht : Starbucks. Heerlijk om weer eens goede koffie te drinken. Om 16.00 uur vertrekken we naar ons hotel nabij het park met de pandaberen, waar we om 18.00 uur arriveren, inchecken, en gaan dineren.
Woensdag 8 juni
Om 8.30 uur vertrekken we met de bus naar het park van de pandaberen, waar we eerst nog over moeten stappen in een pendelbus die ons via de hellingen van het gebergte verder brengt naar het feitelijke broed- en onderzoekscentrum van de pandaberen. Na de aardbeving in 2008 is dit nog het enige pandaberencentrum van China. Er zijn nog 1.590 pandaberen, waarvan er ruim 1.000 in dit gebied zitten. Na nog een stuk lopen komen we bij het eerste met muren afgeschermde gebiedje waar een pandabeer zit. Niet een grote, pas een jaar of 4 oud. We zijn bewust smorgens naar het park gegaan, want dan bewegen ze nog een beetje. De rest van de dag is het alleen maar slapen en eten. de (volwassen) panda's eten maar liefst 12 tot 15 kg. bamboe per dag, maar zijn daarbij ook nog zeer kieskeurig. Van de 200 bamboesoorten is er maar één die ze eten, en ze gaan nog eerder dood door de honger dan dat ze een andere bamboesoort eten. De gids vertelt ons dat een pandabeer bij zijn geboorte niet groter is dan een duim, en slechts 1 ons weegt. Vorig jaar zijn er 10 geboren, waarvan 8 met KI. Ze moeten goed opletten bij de normale geboorten, want er is een kans van 45% dat het een tweeling is. En een pandabeer vindt 1 baby wel genoeg, en verstoot dan de 2e (met het risico dat die 2e door de moeder simpelweg wordt doodgetrapt).
We lopen door naar wat de kinderspeelplaats wordt genoemd. Daar zitten de jonkies van enkele jaren oud, en die zijn veel beweeglijker dan de oudere. Er zitten er inderdaad een paar met elkaar te stoeien. Heel leuk om te zien en te fotograferen. Met name rond die plek moeten wij echter ook op de foto met Chinese toeristen. Hoewel we toch echt geen pandaberen zijn, moeten wij minstens zoveel op de foto als de pandaberen. Vooral Adriaan, maar ook de vrouwen met blond haar, moet het ontgelden, want die heeft een grote snor. En die kom je in China nergens tegen. Grote hilariteit natuurlijk, maar ook wel leuk, en de chinezen zijn heel vriendelijk. Elke keer is het weer naar elkaar zwaaien en "hello" roepen. Bij de kinderspeelplaats van de pandaberen is ook een winkeltje waar de meeste van onze groep (ook wij) wat souvenirs van de pandaberen kopen. We lopen nog langs een aantal andere verblijven met pandaberen die in bomen zitten of zitten te eten, waarna we terug naar de uitgang gaan. Carla met nog enkele personen van de groep gaan de helling op met een karretje. De rest loopt.
Eenmaal terug in de bus rijden we naar een restaurant voor de lunch, en daarna naar het hotel waar we gisteren vandaan zijn vertrokken. Voordat we opgehaald worden voor ons afscheidsdiner hebben we nog tijd om een lekkere bak koffie te drinken bij Starbucks aan de overzijde van het grote kruispunt waaraan ons hotel ligt, en ook om even lekker te douchen. Een drietal personen van onze groep slaat Starbucks over, en gaat even zwemmen in het zwembad van het hotel op de 6e verdieping (dit hotel is het enige van de rondreis met een zwembad).
Tijdens het afscheidsdiner houdt onze groepsfotograaf Adriaan een prachtige speech voor onze reisleider Jaap, en overhandigt hem namens de groep een alcoholische versnapering met een enveloppe met inhoud. Ten volle verdiend, want door met zijn kennis het programma hier en daar wat bij te sturen heeft hij er mede voor gezorgd dat deze vakantie er een is om nooit te vergeten. Aan het eind van het afscheidsdiner wordt een zeer grote slagroomtaart op een van de tafels gezet. Die is ter gelegenheid van een groepslid die net jarig is geweest, en eentje die morgen jarig is. Op de taart een bloem die in vlam staat, en na een tijdje open gaat met vlammetjes op de blaadjes.
Na het diner gaan we naar een show. Naast een aantal optredens van muzikanten e.d. met op zich prachtige muziek zijn er twee onderdelen die de meeste aandacht krijgen. De ene is een kunstenaar die met zijn handen en licht erachter prachtige schaduwen in de vorm van beestjes (van konijntjes tot galopperende paarden) op een scherm toont, en de andere is een groep met maskers die een in Chengdu beroemde kunst vertoont van het onzichtbaar wisselen van maskers (en bij de start ook in kleren). Eerst een masker in een bepaalde kleur, even met een waaier voor het gezicht langs, en de personen hebben ineens een masker met een andere kleur op. Ook al is het uitlegbaar dat dit gebeurt door zijden maskers met elastiek in de hoofdbedekking te laten schieten, dan nog is het door de timing een leuke en knappe prestatie. En hoe aan het begin de kleur van de kleding ineens kon verschieten is helemaal niet te verklaren, dus dat blijft zowiezo knappe goochelkunst.
Donderdag 9 juni
Deze dag geen wake-up call. We zijn vrij om op te staan wanneer we willen. Dus lekker rustig aan, en ook op ons gemak ontbijten. Daarna naar de Starbucks voor een lekkere bak koffie. Om 11.30 uur worden we opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Door de drukte op het vliegveld vertrokken we ongeveer 3 kwartier later naar Nederland dan gepland. We kwamen echter wel aan op het geplande tijdstip. Zo eindigt een hele mooie vakantie. We hadden daarbij het geluk om met een groep op te trekken die allemaal leuk met elkaar omgingen, zonder dat er vaste subgroepjes werden gevormd. Dat leuke groepsverband kwam na afloop ook tot uitdrukking in de uitwisseling van foto's. Dat hebben wij bij andere groepsreizen wel eens anders ervaren! We zullen ze missen, maar dat slijt wel. En misschien komen we ze wel weer eens tegen bij een andere groepsreis.
Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.