18-daagse Mythisch Ethiopië

Auteur(s):
F. Soeters
Reisdatum:
13-10-2010 t/m 30-10-2010
Waardering:
4 sterren 42 stemmen
Verwacht in onderstaand reisverslag geen uitgebreide toeristische beschrijvingen van de bezienswaardigheden, die kun je overal op het internet lezen. Dit is een verslag van onze (Harry, 68 jaar en Femmy, 58 jaar) belevenissen met een geweldige groep medereizigers en een prima reisleidster in een heel bijzonder land.

Dit jaar staat onze 13e verre reis op het programma, de zevende alweer met Fox. En dan zou je denken dat de keus steeds makkelijker wordt omdat je al zoveel gezien hebt, maar dat is niet zo. Er is nog zoveel waar we graag eens naar toe zouden willen. Over Ethiopië waren we het echter al snel eens. Vandaar dat we op de Vakantiebeurs in januari al boeken. Tien maanden hebben we de tijd om ons voor te bereiden en we checken regelmatig hoever het al is met de inschrijvingen voor 13 oktober. Uiteindelijk is de groep 18 personen groot en allemaal 56-plussers. Een prachtige groep! En dan is het eindelijk 12 oktober. De tassen staan klaar, rugzakken ingepakt en de taxi voor morgenochtend besteld. We gaan….

Dag 1: naar Addis Abeba
De taxi staat stipt om 4 uur 's ochtends voor de deur om ons naar Schiphol te brengen. We hebben al via de computer ingecheckt en ook voor het eerste deel van de reis (Amsterdam-Frankfurt) goede plaatsen in het vliegtuig geregeld. Op Schiphol is het inchecken dus zo gebeurd. We melden ons even af bij de Fox-hostess die de andere reizigers wegwijs maakt en gaan een ontbijtje scoren.

Met een vertraging van een half uur vliegen we naar Frankfurt. Daar zouden we twee uur en tien minuten tijd hebben om over te stappen, maar dat is door de vertraging wat korter geworden. Nou, die tijd hebben we dik nodig. Op Schiphol is de douane al streng en word ik uitgebreid gefouilleerd vanwege mijn knieprothese die alle toeters en bellen doet afgaan, in Frankfurt wordt dat bij aankomst nog eens dunnetjes over gedaan. Maar hier hebben ze tenminste nog bankjes om te zitten als je je schoenen moet uittrekken. Daar blijkt opeens Harry's bagage heel verdacht. Die is apart gezet en moet uitgepakt worden. Vanwege de zaklantaarn blijkt even later. In mijn rugzak zit precies dezelfde, maar die is blijkbaar ongevaarlijk.

Het is vervolgens een hele tippel naar de andere kant van het vliegveld om bij de gate voor ons toestel naar Ethiopië te komen. Daar hebben we tijd om kennis te maken met alle andere mensen van onze groep. Het is namelijk helemaal niet druk. We wisselen alvast alle voornamen uit en ik moet zeggen: de groep lijkt niet gek. Uiteindelijk kunnen we boarden, maar dan blijkt dat we in een bus naar de uiterste uithoek van het vliegveld worden gereden. Dik tien minuten doen we erover. Ze denken daar in Frankfurt vast: als jullie zo nodig naar die uithoek op de wereld moeten, dan kunnen jullie ook wel in een uithoek van het vliegveld instappen. Maar goed, we hebben prima plaatsen en het vliegtuig is maar halfvol, dus we kunnen nog eens apart gaan zitten om een dutje te doen.

Om 18.30 uur landen we op Bole Airport in Addis Abeba en begint het grote avontuur. Eerst langs de visumaanvraag. De formulieren hebben we thuis al ingevuld en van een foto voorzien. Nou, die worden gewoon weggewuifd, hebben ze helemaal niet nodig. Wel graag 20 dollar of 17 euro. Ik heb voor allebei 20 euro meegenomen maar er is natuurlijk geen wisselgeld zodat ik de eerste zes euro maar cadeau heb gedaan. Hopelijk komen ze goed terecht.

Daarna in de rij voor het bankloket om euro's te wisselen in Ethiopische birr. Tien birr is ongeveer 45 eurocent. Lastig om te bepalen hoeveel je nodig hebt, want in Ethiopië pinnen kan absoluut niet, wisselen is lastig in kleine steden en birrs die je over hebt kun je niet terugwisselen. We besluiten om ieder 400 euro in birr om te wisselen. Met een groot pak biljetten voor ieder in onze geldbuidels gaan we langs de douane, wat verder weinig problemen oplevert. De tassen zijn er en de reisleidster (Floor) en gids (Tariku) staan ook klaar. Naar het hotel is het een half uurtje rijden, we krijgen een drankje, kopen water en gaan naar bed.

Dag 2: Addis Abeba
Om 7 uur op. Ik voel me niet helemaal lekker, hoofdpijn en misselijk. Toch maar ontbijten, want we gaan zo een stadstour maken en naar Entoto, de berg bij Addis. Ik denk zelf dat het de hoogte is, in combinatie met twee nachten slecht slapen. We gaan eerst de berg op en stijgen naar ruim 3000 meter. De rit is prachtig, we zien veel vrouwen beladen met takkenbossen die naar beneden lopen en heel veel ezeltjes, ook beladen met takken of plakken gedroogde mest. Boven aangekomen gaan we de kerk bezoeken. Ik wordt steeds beroerder en besluit in het busje te blijven en strek me uit op de achterbank. Harry gaat wel mee om alles te bekijken. Als we wat later weer naar beneden gaan voel ik me langzaam aan wat beter, zou het toch de hoogte zijn?

We lunchen bij Lucy, een restaurantje in Addis, heerlijk in de tuin. We eten spaghetti en drinken er een heerlijk sapje bij. Na de lunch gaan we de stadstour maken en we bezoeken de Mercato, de immens grote markt. Er wordt twee man politie ingehuurd om ons te begeleiden, want het is hier voor een buitenlander niet veilig. We hebben al heel wat markten gezien, maar dit is echt een belevenis. Alles, maar dan ook alles wordt hier hergebruikt. Niet voor te stellen.

Na een half uurtje gewandeld te hebben besluiten we het busje weer in te gaan, want de sfeer wordt een beetje vijandig. Een man wordt wat opdringerig en krijgt van een van onze bewakers een pak ransel met een stok. Dat gaat ons heel erg aan het hart en had van ons niet gehoeven. Maar het blijkt dat veel mensen hier verslaafd zijn aan alcohol en qat (blaadjes van een bepaalde struik waar je high van wordt).

We gaan naar het hotel terug en ik heb lekker een poos geslapen. 's Avonds gaan we naar een cultureel diner waar we het nationale gerecht injera gaan proberen. Een restaurant vol Ethiopiërs, wij zijn de enige buitenlanders. We zitten op krukjes rondom grote rieten manden waarop de injera geserveerd wordt. Dit is een grote ronde sponzige pannenkoek, een beetje zurig door het zuurdesemdeeg. Hierop liggen dan hoopjes kruiden, groenten, vlees, kaas en saus. je hebt met vier man zo'n grote pannenkoek, want het is de bedoeling dat je het voedsel deelt. Je scheurt met je rechterhand een stukje van die pannenkoek af, pakt er een beetje groente en saus of vlees mee op en schuift dat zo in je mond. Vingers aflikken mag niet, dat is heel ongemanierd. Maar van buitenlanders wordt dat onbeholpen gedoe door de vingers gezien. Ik moet zeggen, het smaakt niet verkeerd, maar het ziet er niet uit. Die pannenkoek is net een stuk schuimrubber om te zien.

De muziek (vier muzikanten en een paar zangers) is ook niet echt onze stijl en is erg hard. Maar de Ethiopiërs vinden het prachtig en worden steeds wilder, vooral als de dansers optreden. Nou, dat optreden kan ons ook echt bekoren. Om half tien, als voor de Ethiopiërs het feest pas echt begint, haken wij af. De tassen moeten gepakt want morgen moeten we erg vroeg op.

Dag 3: Addis Abeba – Bahir Dar
Om vijf uur op, want de tassen moeten bovenop ons busje en dat is passen en meten voor onze chauffeur Mussa. Ik voel me weer helemaal de oude na een nacht goed slapen. Om half zeven zullen we wegrijden, maar de boel zit nog niet vast op het dak. Uiteindelijk wordt het zeven uur voor we vertrekken. We reizen hier in het noorden in een minibusje, waar we net met z'n allen in passen. Drie van ons zitten met de benen bovenop de wielkasten en zitten niet erg comfortabel, maar we ruilen onderweg van zitplaats. Trouwens, niemand zit zo erg comfortabel, want onder de bakjes ligt onze hele watervoorraad voor een paar dagen. Dat beperkt onze bewegingsvrijheid nogal omdat we ook nog de rugzak klem tussen onze benen hebben. En het wordt een rit van zo’n 12 uur! Maar we zeuren niet, want we hebben het zelf gewild.  De hele groep bestaat uit mensen die al heel bereisd zijn en weten wat ze kunnen verwachten. Tijdens de hele reis zal er dan ook niet gezeurd of geklaagd worden!

In een klein gehuchtje onderweg moet er getankt worden en laat Mussa meteen even naar een van de banden kijken die hij niet vertrouwt. Wij nemen de gelegenheid waar om even een toiletplaats te zoeken, want om nou midden in een klein dorpje achter een struikje te hurken... Gelukkig is vlakbij een klein restaurantje waar we naar het toilet mogen. Eerst door het restaurantje heen (twee tafeltjes) door het ‘keukentje’ naar achteren over de binnenplaats waar de restanten van een geslacht schaap (of geit, dat kon ik zo snel niet zien) liggen weg te rotten met hordes vliegen er omheen. Daarachter is een gammel hokje van golfplaat waarachter we een gat in de grond aantreffen waarin we onze behoeften kunnen mikken. Het lucht enorm op, alleen is nog niet iedereen goed in het mikken zo merken de laatste gebruikers.

Bij terugkomst bij de bus blijkt een van de vier achterbanden een grote scheur te hebben en lek te zijn. De bus staat inmiddels op een krik en met man en macht wordt geprobeerd de boel te repareren. Inmiddels is het als een lopend vuurtje door het dorp gegaan dat er faranji's (buitenlanders) zijn gearriveerd en het hele dorp loopt uit. Prachtige mensen allemaal en heel vriendelijk. Eerst heel verlegen als je ze wat vraagt en ze durven niet op de foto, maar als er dan een de moed heeft, zich laat fotograferen en zichzelf dan terugziet op het schermpje, wil opeens iedereen wel. Mannen uit onze groep worden omringd door Ethiopiërs die hun Engels willen oefenen en alles willen weten over voetbal. Kinderen trekken meer naar de vrouwen, het is een gezellige drukte en we worden zowat vrienden. Inmiddels is er een flink stuk rubber in de buitenband gelegd, de binnenband geplakt en alles doet het weer. We nemen uitgebreid afscheid en iedereen zwaait als we weer wegrijden. Dat alles betekent echter wel dat we weer een uur achter op schema liggen.

Het is een ongelooflijk mooie route naar Bahir Dar waarheen we op weg zijn. Maar door alles zitten we pas om drie uur 's middags aan de lunch. We hebben onze noodrantsoenen snelle jelle’s en evergreens al duchtig aangesproken. De soep en de sandwiches die we bestellen zijn prima. Helaas blijkt onze reisgenoot Frans zich flink ziek te voelen. Misschien een zonnesteek opgelopen tijdens het oponthoud. Het is best warm en omdat we zo hoog zitten komt dat dubbel zo hard aan. Onderweg moeten we nog twee keer stoppen omdat hij vreselijk moet overgeven. Zo goed en zo kwaad als het kan verzorgen we hem, maar hij moet wel mee.

Uiteindelijk arriveren we 's avonds om half negen in ons volgende hotel. Het warme water is inmiddels bijna op en van het buffet zijn ook alleen nog wat restjes over, maar daar kunnen we ons prima mee redden. We zijn in Ethiopië immers en er zijn er vele die veel minder te eten hebben gehad vanavond. Die nacht slapen we als een blok....

Dag 4: Bahir Dar
Ons hotel in Bahir Dar ligt aan het Tanameer. Dat hebben we gisteravond in het donker niet kunnen zien, maar nu zien we dat de hoteltuin een weids uitzicht heeft over het meer. Om half negen vertrekken we per boot over het meer naar een eilandje waar een verschrikkelijk mooie kerk te zien is. De bootreis duurt een uur en het is echt relaxen. Heerlijk na die lange reis van gisteren. Helaas kunnen we niet met onze handen en voeten in het water want er zit hier bilharzia in het water, een parasiet, die je maar liever niet wilt hebben en waartegen je je niet kunt vaccineren.

Op het eiland is het een flinke klim over een rotsachtig pad naar de kerk. Nou, het is die moeite dubbel en dwars waard. Tekeningen en schilderingen uit de 14e en 15e eeuw, maar heel mooi bewaard gebleven. We hebben heel wat foto's gemaakt. Daarna weer een uurtje varen terug en het stadje in voor de lunch. We zitten op een terras bovenop een hotel en eten kippensoep en gegrilde vis, heerlijk.

's Middags is er de optionele excursie naar de waterval van de Blauwe Nijl. Een uur rijden en drie kwartier klimmen is ons verteld. We hebben al eerder gehoord dat de waterval door de aanleg van een waterkrachtcentrale flink aan schoonheid ingeboet zou hebben. Samen met drie anderen besluiten we er maar een rustige middag van te maken in de hoteltuin. Daar hebben we geen spijt van gehad ook al horen we later dat de excursie toch erg leuk is geweest. Wij weten uit ervaring dat het goed is om zo nu en dan even gas terug te nemen.

Natuurlijk vergeten we 's avonds om de zaklantaarn mee te nemen naar het restaurant en uiteraard valt dan de stroom uit. Maar het hotel heeft een generator (pal voor onze kamerdeur, maakt een hels kabaal) dus na een minuut of tien kunnen we weer zien wat er in de pannen zit. We borrelen nog even tot half tien en zoeken dan ons bed op. Morgen om half zeven op voor de reis naar Gondar.

Tot nu toe zijn de wegen nog redelijk goed. Asfaltwegen (niet al te best) vergelijkbaar met onze 60 kilometer binnenwegen. Het landschap is glooiend en heuvelachtig en groen. Niet dicht bebost maar meer zoals het Hollandse landschap. Overal velden vol graan (tef en zoge, maar ook mais, gerst en tarwe). De kindertjes die we in groten getale zien, zijn niet extreem mager of zo. Wel vies (ongewassen) en zonder uitzondering met gescheurde en vuile kleren. Maar ja, water blijft een probleem in Ethiopië. Het voorjaar is extreem droog geweest, maar gelukkig heeft de regentijd voldoende gebracht voor de oogsten.

Honger is er in deze gebieden niet, maar arm zijn de mensen zeer zeker. Het is ons echter verboden om de kinderen wat te geven. Doe je dat namelijk wel, dan gaan ze in plaats van naar school, buitenlanders opwachten om wat te krijgen en maak je er bedelaars van. Beter is het om organisaties die voor deze kinderen zorgen te sponsoren zodat je weet dat het goed terecht komt. En je hebt nooit genoeg voor alle kinderen. Soms zie je er twee of drie en als je dan bijna overstag bent en ze toch wat wilt geven zijn er opeens tientallen en waar ze zo gauw vandaan komen snap je niet. Van de reisleidster horen we dat als je dan toch aan een paar kinderen wat geeft en de rest niet, dat er een complete oorlog uitbreekt als je je hielen hebt gelicht. Dus ook al valt het niet mee, we houden ons er dus maar aan.

Dag 5: Bahir Dar – Gondar
Het is zondag en om half zeven gaat de wekker. Vandaag op pad naar Gondar, de oude koningsstad. Vanaf het hotel lopen we een stukje heuvelafwaarts naar een kerk, waar van 5 tot 9 een kerkdienst aan de gang is. Er staan vlakbij ons hotel twee kerken tegenover elkaar die elkaar een beetje beconcurreren lijkt het wel. De priesters zijn in de gebouwen, de gelovigen staan op een groot grasland buiten, allemaal in het wit of met witte doeken om. Een soort openluchtkerkdienst zeg maar. Een prachtig gezicht om mee te maken Iedereen komt en gaat naar het hem of haar belieft.

De weg naar Gondar is alleszins redelijk. We rijden vandaag 160 kilometer, dus dat valt best mee. We maken een paar stops onderweg bij een uitkijkpunt, een bijzondere rots en bij een stalletje waar ze qat verkopen. We krijgen demonstraties en zien hoe de planten er uitzien.

In Gondar bezoeken we nog een marktje waar een paar dames uit de groep een paar echte Ethiopische koffiekommetjes kopen. Later zien we dat er op de onderkant 'made in China' staat, maar dat mag de pret niet drukken. Er zijn hier diverse kleermakers aan het werk op Singer trapnaaimachines, dus die oude machines doen hier nog prima dienst.

Na een lunch op een hotelterras bezoeken we de Gebreselassie kerk, de kasteelruïnes van Fasilades en ook het bad van deze koning, waar jaarlijks het grote Timkatfeest plaatsvindt. Het is heerlijk om een middag te benen te strekken. Het hotel waar we vannacht overnachten ligt bovenop een heel hoge heuvel met prachtig uitzicht. Morgen vroeg op (6 uur) voor de reis naar Debark.

Dag 6: Gondar - Debark
Vandaag gaan we op weg naar Debark en de Simien Mountains. Niet zo'n lange rit, slechts 100 kilometer. Helaas is hiervan 99 kilometer onverhard, dus dat belooft wat. Wij hebben aangeboden om vandaag achterin het busje te zitten en dat hebben we geweten! De weg was bar en bar slecht. Als de chauffeur een kuil niet op tijd ziet vliegen we met ons hoofd tegen het dak van de bus. Maar ook de anderen hebben het niet allemaal even makkelijk. Als je boven het wiel zit kun je je benen niet echt kwijt. Maar niemand zeurt, we hebben een heel goede groep. Als er een plasstop nodig is maken we voor het eerst tijdens deze reis kennis met het bush-toilet. Oftewel: op een rijtje met de billen bloot op de hurken in de bosjes. De gids houdt al te nieuwsgierige Ethiopiërs op een afstandje.

Om kwart voor twaalf checken we in in een heel eenvoudig hotelletje. Een beetje viezig, het kussen stinkt van het bed af. Het hotelletje heeft niet de capaciteit voor maaltijden, dus zijn er uit Gondar lunchpakketten meegenomen die we nu opeten. Een broodje met omelet, een gekookt ei, een in schil gekookte aardappel en een sinaasappel. Daarna vertrekken we met drie zwaar bewapende gidsen de bergen in. We stijgen naar 3500 meter en dat merk je. Lopen en praten tegelijk lukt niet meer, dan ben je zo buiten adem. Het tempo wordt ook flink aangepast, we wandelen heel langzaam. Helaas is het erg nevelig en dat wordt steeds erger. Het uitzicht moet adembenemend zijn, maar dat zien we helaas niet. Vandaar dat we eerder naar beneden gaan, ook uit oogpunt van veiligheid. Dan komen we wél een groep 'bloedend hart' bavianen tegen die alleen hier voorkomen. Waarom die gewapende bewakers eigenlijk mee moesten weet ik nu nog niet, laten we het maar houden op werkverschaffing.

's Avonds hebben we een dinerbuffet in een klein restaurantje in het dorp. Ongelooflijk hoe de kokkin met zo weinig ingrediënten zoveel verschillende schotels heeft weten te maken: rijst met stukjes wortel, rijst met stukjes groene groente, spaghetti, gekookte zoete aardappelen, stukjes lamsvlees, stukjes ander vlees, plakjes ei, bietjes met plakjes wortel erdoor, een soort van andijvie, tomatensaus, koude frietjes. We eten heerlijk.

Het is erg koud geworden als we in het hotelletje terug zijn en we duiken met sokken aan onder de dekens. Het hotel is vast niet door een vakbekwame aannemer gebouwd, want hoewel dit ongetwijfeld wél de bedoeling zal zijn geweest, is geen kamer hetzelfde. Bij de een kan de deur alleen maar open als het bed verschoven wordt, bij de ander zit de wastafel ongeveer boven de wc en bij een derde moet je over de wc klimmen om bij de douchebak te komen. Dit alles in combinatie met de kou maakt dat niemand de volgende dag het avontuur aangaat om te douchen, dat doen we in Axum wel.

Dag 7: Debark - Axum
Opnieuw staan we om 6 uur op en ik moet de mensen van het hotelletje een compliment geven voor de verzorging van het ontbijt. Heel eenvoudig met brood en jam en een eitje, maar ze liepen zich de benen uit hun lijf om het ons naar de zin te maken. Geen kwaad woord over Ethiopiërs!

Vandaag gaan we op weg naar Axum en dat betekent: 260 kilometer gravelweg door de bergen, ontelbare haarspeldbochten en stofhappen. Een extra bijkomstigheid is dat we niet weten of we Axum wel kunnen bereiken. De Chinezen zijn bezig om van deze slingerende bergweg een asfaltweg te maken en daarvoor zal zo nu en dan een stuk moeten worden afgesloten. Maar niemand kan vertellen wanneer dat gebeurt en waar precies. We zullen weten dat we in Ethiopië zijn! De weg blijkt erg slecht en we moeten zo ongeveer ieder uur van stoel wisselen om het nog een beetje vol te houden. Tot nu toe van Chinezen nog geen spoor ontdekt.

De uitzichten zijn prachtig en soms beangstigend. De chauffeur probeert de allergrootste kuilen te vermijden en moet daarvoor vaak angstig dicht langs de afgrond manoeuvreren. Dan is het raadzaam om vooral niet naar die duizelingwekkende dieptes naast je te kijken. Ik ben niet bang uitgevallen, maar nu zitten we allemaal regelmatig met dichtgeknepen billen op onze bankjes. 'Gelukkig dat we hier geen tegenliggers tegenkomen' zegt medereiziger Koos. Had hij dat nu maar niet gezegd, want in de volgende bocht komt er opeens een busje ons tegemoet. Het is passen en meten en allebei een stukje voor- en achteruit rijden en dan kunnen we precies langs elkaar heen. We hebben geen tien centimeter over.

Uiteindelijk komen we ook de Chinezen tegen die met groot materieel de voorbereidingen treffen om de weg te verbeteren. Je hebt de opzichter, de assistent-opzichter en de assistent van de assistent-opzichter die allemaal staan te zwaaien en aanwijzingen te geven, terwijl het zware werk door de Ethiopiërs wordt gedaan. Maar het ziet er wel professioneel uit. De Chinezen proberen op deze manier economisch voet aan de grond te krijgen in dit land.

Op eindelijk een vlak stukje land hebben we ons lunchpakket (zelfde inhoud als gisteren) genuttigd. En dan is er opeens een paar honderd meter asfalt... wat een verademing! Als de hele weg eens zo zou zijn! Ik vrees dat de ze nog wel tien jaar bezig zijn voor het zover is.

Om een uur of drie rijden we eindelijk de bergen uit en naderen we het plaatsje Shire. Hier is een kindertehuis gevestigd, opgezet door een Nederlandse verpleegkundige (Karin van de Bosch) en we gaan er een bezoekje brengen. Ik heb twee grote tassen vol spulletjes meegenomen: gebreide vestjes, heel veel kinderondergoed, haarlintjes en spelden, tandenborstels, speeltjes etc. We worden heel enthousiast begroet en krijgen een rondleiding door de huisjes en de school en maken kennis met een groot aantal kinderen en de leerkrachten. We krijgen grote bewondering voor wat Karin hier voor de in totaal 60 kinderen doet.

Sinds kort is Grace Village zoals dit tehuis heet, erkend door Ethiopië zodat als Karin onverhoopt wegvalt het werk gewoon doorgaat. De organisatie heet nu Abrahams Oasis. Alle weeskinderen die hier opgenomen worden en waarvan men niet weet hoe ze heten (er is zelfs een baby van een week oud die op de vuilnisbelt gevonden is), krijgen hier de achternaam Abraham, zodat ze zich allemaal een beetje familie voelen. Het is er ongelooflijk schoon en netjes en de kinderen zien er heel goed uit. Onze spullen worden met heel veel dank geaccepteerd. Als blijkt dat net die ochtend de waterpomp het begeven heeft en reparatie 150 euro kost (wat Karin niet op de plank heeft liggen) doneren we allemaal een aantal birrs zodat de pomp nog diezelfde dag gerepareerd kan worden.

Om half zeven zijn we die avond bij ons hotel in Axum. Bekaf en iedereen verlangt naar een douche. Morgen geen reisdag, alleen excursies.

Dag 8: Axum
Het is woensdag en we zijn al een week op pad. Het lijkt veel langer trouwens. We vertrekken al bijtijds voor een rondrit door Axum en een bezoek aan de stellaes (obelisken) waar Axum bekend om is. Het zijn inderdaad indrukwekkende zuilen. Ook bezoeken we de tombes onder de stellaes. Daarna nog een bezoek aan de fraaie kerk er tegenover en een museum.

In het museum zijn de kronen te zien van alle heersers van Ethiopië. Ze zijn er in goud en zilver met prachtige edelstenen. Helaas zit alles dik onder het stof. Je kunt precies zien dat ze er met een stofdoek omheen geveegd hebben, maar de kronen zijn niet van hun plaats geweest. Ook zien we prachtige koningsmantels en wapens. Het staat en hangt allemaal in open kasten. Eigenlijk zou dit opgepoetst achter slot en grendel moeten staan met speciale klimaatcontrole tegen het vergaan, maar daar is kennis en geld voor nodig en dat ontbreekt hier volkomen.

Even later in de kerk zien we een paar duiven rondvliegen die vrolijk de schilderingen en andere kostbaarheden volpoepen. Niemand die zich er druk om maakt. Een beheerder pakt voor ons een eeuwenoud boek helemaal uit de doeken zodat we foto's kunnen maken. Het is haast heiligschennis, zonder handschoenen worden de poreuze pagina's omgeslagen waarop handgeschreven teksten en afbeeldingen.

's Middags is er een optionele excursie naar het bad van de koningin van Sheba, maar die hebben Harry en ik wijselijk laten zitten. We zijn aan rust toe en genieten heerlijk van een rustige middag in de tuin van het hotel en e-mailen even naar het thuisfront. Alleen hebben we wat last van rondspringende vlooien.

Dag 9: Axum - Lalibela
We gaan al bijtijds naar het vliegveld voor de vlucht naar Lalibela. Bij de afslag naar het vliegveld moeten we allemaal al de bus uit en wordt de bus en de bagage helemaal doorgespit en worden onze paspoorten bekeken. Dan mogen we verder. Vijfhonderd meter verder zijn we bij de vertrekhal en worden opnieuw onze paspoorten en tickets gecontroleerd. Ik onderga weer een fouillering en dan blijkt mijn rugzak niet in orde. Ik heb een klein spuitbusje met hansaplastspray over het hoofd gezien. We kopen een enorme pot Ethiopische honing (1,5 kg) en dan blijkt die niet mee te mogen in de handbagage. Gelukkig is de reistas nog niet ingecheckt dus kunnen we de zaak nog overhevelen. Het is overigens de vraag of de tassen wel met deze vlucht meekunnen en of het vliegtuig wel rechtstreeks naar Lalibela gaat of nog ergens een stop maakt. We weten het inmiddels: in Ethiopie is nooit iets zeker. Maar er blijkt alleen een uur vertraging. Alles kan mee en we gaan rechtstreeks.

Al met al wordt het toch nog laat en na een snelle lunch in het hotel gaan we op pad naar de eerste rotskerken. Deze kerken zijn helemaal uitgehakt in de rotsen en staan op de werelderfgoed lijst van Unesco. Terecht, want ze zijn prachtig. We huren een schoenenjongen in die op de schoenen past als we op kousenvoeten de kerken bezichtigen. Lange broeken aan en de sokken over de pijpen vanwege de vlooien (die hebben we in geen enkele kerk kunnen ontdekken trouwens). De voetzolen worden nog even ingespoten met vlooienspray. Dan is het voorzichtig lopen, want door de vele kerkgangers zijn de stenen spekglad geworden. Iedere kerk heeft weer zijn eigen prachtige tekeningen, kunstwerken, priesters en kruizen. En steeds weer de schoenen aan en uit. We worden er lenig van. Als laatste bezoeken we de St. Joriskerk die als een groot kruis in de rotsen is uitgehakt. Ongelooflijk dat mensenhanden dit hebben kunnen maken.

Dag 10: Lalibela
Vanochtend is er een optionele excursie naar de prachtige Yemrehane Kristos rotskerk op 45 kilometer van Lalibela. We vertrekken met drie kleine busjes. Het eerste deel van de tocht verloopt vlot, de weg is redelijk. Dan slaan we af en stoppen even in een dorpje om de benen te strekken. Dan volgt een rit van drie kwartier over een wel heel slechte weg. We kunnen soms maar stapvoets rijden. Dan bereiken we ons eindpunt. Hier vandaan is het nog een flinke wandeling naar boven over een goed aangelegd pad. We zitten wel hoog en we moeten het dus rustig aan doen. Maar… de kerk is het allemaal waard. Ditmaal geen in de rotsen uitgehakte kerk, maar een kerk gebouwd in een rotsholte. Heel bijzonder.

Dan volgen we de route in omgekeerde richting en komen helemaal murw gebeukt weer in Lalibela aan. Wij besluiten dat het genoeg is voor vandaag en gaan samen met enkele anderen na de lunch naar het hotel terug. De andere rotskerken laten we voor wat ze zijn. De mooiste hebben we gezien. ’s Avonds weer heerlijk gegeten in het hotel en de verjaardag meegevierd van een dame uit een groep Spanjaarden die hier ook logeert.

Dag 11: Lalibela – Addis Abeba
Vandaag hebben wij een jarige in ons midden. Frans wordt 65! Bedoeling is dat we om 12 uur vliegen, maar Floor vertelt dat de vlucht is afgelast. We gaan nu (waarschijnlijk) om 5 uur ’s middags. We hebben dus opeens nog een hele dag te vullen. Voorstel van Floor is om eerst naar de zaterdagmarkt te gaan en daarna te lunchen in een nieuw hotel, helemaal bovenop een berg en dus met een mooi uitzicht. Een uitstekend idee vindt iedereen, dus we vertrekken naar de markt. Die is kolossaal en we kijken onze ogen weer uit.

De lunch in het hotel is prima en de verjaardagstaart die Frans aangeboden krijgt smaakt heerlijk. De taart is veel te groot en daarom trakteren wij op onze beurt een groep Amerikanen die hier ook aan het lunchen zijn.

Om twee uur vertrekken we naar het vliegveld en ook hier is de controle weer superstreng. Een paar Belgen moeten hun juist aangeschafte kruisen weer afstaan. Die dingen kunnen als wapen (?) gebruikt worden en mogen niet in de handbagage. Protesten hielpen niet. De souvenirs werden ingenomen. Het vliegtuig is iets vertraagd, maar we kunnen gewoon mee. We zijn laat in Addis en besluiten onderweg naar het hotel bij een restaurant te dineren om tijd te sparen. Om tien uur inchecken en naar bed.

Dag 12: Addis Abeba – Langano meer
Vandaag weer erg vroeg op, want we gaan richting het zuiden. Het hotelrestaurant gaat speciaal voor ons een half uur eerder open. Voor het hotel staan al vijf landcruisers klaar die ons de komende dagen gaan vervoeren. Allemaal genummerd met grote cijfers op het achterportier. De eerste auto wordt bestuurd door onze gids Tariku, de andere door Johnny-1, Mohammed, Gryma en Johnny-2. Leuke jongens en goede chauffeurs. Bedoeling is dat we iedere dag een andere auto nemen én andere medereizigers.

Wij beginnen achteraan in auto 5 bij Johnny 1. Harry zit voorin naast de chauffeur en ik deel de achterbank met Dick en Nel. ´t Is prima uit te houden zo. Omdat we achteraan rijden is het een leuk gezicht om die auto´s in optocht te zien rijden. Het wordt een lange tocht, maar we maken een paar stops. Eerst bij de opgraving Melka Konture, waar we in het museum weer tal van dingen zien die eigenlijk achter slot en grendel in vitrines zouden moeten liggen. Het museum is overigens erg mooi ingericht. De tweede stop is bij de stellaes van Tiya, heel interessant. Hier kopen we een mooie vleespot voor maar 100 birr.

Als we eindelijk bij onze lodges aankomen zijn we verrast, wat een geweldig leuke huisjes! Allemaal met een heerlijk zitje met uitzicht op het meer, waar we een tijd heerlijk zitten te lezen. Het restaurant is uitstekend en erg gezellig! Gelukkig komen we er aan het eind van de reis nog een keer!

Dag 13: Langano Meer – Aregash
Het wordt haast vervelend, maar we moeten wéér vroeg op. Ons einddoel is nu Aregash. Onderweg gaan we de vismarkt in Awassa bezoeken. Die is heel anders dan we verwacht hadden… We rekenden op marktkraampjes waar allerlei soorten vis verkocht zouden worden, maar komen bij een meer, waar de vissers hun bootjes aan wal hebben getrokken en ter plekke de vis schoon maken op het gras en de vrouwen de vis bakken. We zien trouwens ook dat de mensen de vis zo rauw eten. Daar griezelen we van tot we ons realiseren dat we zelf de Hollandse nieuwe ook rauw eten. De grootste attractie zijn trouwens de grote vogels, maraboes en pelikanen, die op een lekker hapje wachten. Het visafval wordt naar ze toegegooid en ze weten het behendig te vangen. Schitterend voor de foto´s!

We lunchen op een bijzondere locatie: het vijfsterren Haile’s Resort. Een splinternieuw hotel (pas zes maanden open) van Haile Gebreselassie, de bekende hardloper. We nemen eerst uitgebreid een drankje onder een heel grote boom in de tuin. De boom zit vol vogels en het gekwinkeleer is niet van de lucht. Maar ja, vogels laten ook weleens iets vallen en nadat zowel Joke als Anke een voltreffer te pakken hebben slepen we het meubilair maar naar een veiliger plekje.

Redelijk bijtijds komen we aan bij de Aregash Lodge. Lodges gebouwd in Sidama stijl, heel mooi. Er is ons verteld dat we mogelijk met twee stellen een huisje moeten delen, maar uiteindelijk krijgen we allemaal een eigen onderkomen. Harry voelt zich niet lekker en gaat naar bed. Een aantal anderen gaan een wandeling maken naar een Sidamadorpje, maar ik besluit Harry gezelschap te houden.

Om half zes ga ik naar de koffieceremonie die buiten gehouden wordt terwijl de (wilde) hyena´s gevoerd worden. Dit is een ritueel dat iedere avond uitgevoerd wordt. De gieren weten dat ook en zitten al klaar. Tegen zessen wordt er vleesafval naar beneden gebracht en onder aan de heuvel neergelegd. Een paar tellen later komen een paar hyena’s heel voorzichtig kijken en het vlees meenemen. De gieren verorberen de rest.

Dit resort is eigendom van een echtpaar waarvan de vrouw half Ethiopisch/half Italiaans is en haar echtgenoot half Ethiopisch/half Grieks. En juist op de dag dat wij er zijn is dit echtpaar 35 jaar getrouwd! Ze vieren dit samen met ons en we toasten na een heerlijk diner met champagne! Behalve Harry zijn er nog twee leden van ons gezelschap niet lekker. De darmen beginnen op te spelen. Maar de ‘bruidegom’ zorgt voor een soepje met rijst!

Dag 14: Aregash – Arba Minch
’s Ochtends hebben we een probleem: Harry is flink aan de diarree en we hebben een lange reisdag voor de boeg naar Arba Minch. Hoewel we er niet van houden gaan we toch maar over op imodium. Om half acht vertrekken we voor een tocht van 380 kilometer over een heel slechte weg. Een ander punt is, dat we niet goed weten in wat voor hotel we vanavond terecht komen. Volgens plan zouden we naar Paradise Lodge gaan, maar in dat hotel zijn ze onze reservering kwijtgeraakt en het hotel zit vol met andere gasten. Er is nu inderhaast een plek voor ons gevonden in een Bekele Mola hotel en daar heeft Floor geen goed gevoel over.

Maar, we zijn nog lang niet in Arba Minch. Eerst is het nog hobbelen en hobbelen over slechte grindwegen door de heuvels. Het uitzicht is prachtig en de mensen onderweg bij de stops erg vriendelijk en nieuwsgierig naar die witte buitenlanders. Harry heeft het erg moeilijk: geen diarree dankzij de imodium, maar een erg harde buik waar hij door het hobbelen en schudden van de jeep veel last van heeft. Onze lunch gebruiken we in een ander hotel van de Bekele Mola groep, alleen soep met brood, want een uitgebreider menu kunnen ze niet aan en dan komen we nooit op de plaats van bestemming. We kunnen kiezen uit linzensoep en groentesoep. De groentesoep wordt het eerst geserveerd en daar blijken linzen in te zitten. Als later de linzensoep doorkomt schitteren daarin de linzen door afwezigheid….. Foutje van de kok die de bestelling door elkaar gehaald heeft. Iedereen vindt de soep prima trouwens.

Uiteindelijk bereiken we eindelijk het Dorze dorp dat we zullen bezoeken. Harry heeft daar geen moed meer voor en gaat in het gras zitten. Ik ga nog wel even mee het dorp in, maar ben er net als alle anderen eigenlijk te moe voor. Wat mij tegenvalt is de commerciële manier waarop de toeristen worden ontvangen. Dat verwacht je hier eigenlijk niet. Ook de rest van de groep heeft het al snel gezien. We willen nu maar één ding: naar het hotel. We zijn het erover eens dat deze excursie snel geschrapt moet worden uit het programma, dat scheelt zo’n twee uur reistijd. Je kunt hem dan eventueel als optioneel excursie aanbieden op de rustdag in Arba Minch.

Na nog een flinke rit komen we eindelijk om half zeven ’s avonds in het hotel aan. Veel zien we niet meer, want het wordt al flink donker. Wij krijgen direct een lodge zodat Harry naar bed kan. De rest van de groep blijft nog even in de receptie. Net als we in ons heel schamele onderkomen zijn valt de elektriciteit uit. Ik leg Harry onder de klamboe, geef hem een zaklantaarn en probeer zelf de weg terug te vinden in het stikdonker. Dat valt niet mee, ik ben m’n hele richtinggevoel kwijt. Gelukkig kom ik een van de chauffeurs tegen die me de weg wijst. Bij de receptie aangekomen hoor ik dat dit hotel niet voor iedereen een kamer blijkt te hebben en dat de kamers niet veilig zijn. Zo hebben een paar van ons al geconstateerd dat de stroomdraden open en bloot in de douche hangen en zelfs Floor is van mening dat dit niet is wat Fox de gasten wil bieden.

Wij gaan met z’n allen op het terras zitten rond een kaarsje en Floor en Tariku gaan in Arba Minch op onderzoek uit naar een ander onderkomen. Na een uurtje zijn ze terug. Er is een ander hotel gevonden, vrij nieuw, heel sober maar wel schoon en genoeg plek voor iedereen. Enig probleem is dat we er niet kunnen eten -ook niet ontbijten- maar daarvoor kunnen we in een restaurant elders in Arba Minch terecht. Voorstel is om de excursie op het meer morgenochtend vroeg te houden en daarna meteen de reis terug te aanvaarden en niet nog een nacht in Arba Minch te blijven. We kunnen dan tot Awassa rijden en daar in het fraaie Haile’s Resort overnachten. De dag daarna is het dan maar anderhalf uur naar Sabana Lodge. We gaan allemaal direct akkoord en ik ga Harry uit z’n bed halen.

Iedereen duikt de auto’s weer in, inclusief de bagage en daar gaan we, op naar het volgende adres. Onderweg worden wij vast bij het restaurant afgezet om te eten en de auto’s gaan, met de bagage en Harry vast naar de lodge. Wij eten prima en reserveren vast een tafel voor het ontbijt van morgen in de tuin. Dan zoeken ook wij het hotel op, allemaal doodmoe en verlangend naar een bed. De kamers blijken inderdaad erg eenvoudig, maar voldoen. Binnen vijf minuten lig ik ook onder de klamboe!

Dag 15: Arba Minch – Awassa
De volgende ochtend kom ik tot de ontdekking dat we helemaal geen handdoeken hebben. Ik heb nog een paar kleine celstof doekjes, dus het wordt een klein kattenwasje met in ons achterhoofd vast de vijfsterren douche van vanavond. Harry voelt zich al een stuk beter en gaat vol goede moed mee naar het ontbijt.

Vandaag hebben we weer een jarige in ons midden: Eugéne viert vandaag z’n 66e verjaardag. We hangen ballonnen in de bomen naast de ontbijttafel en zullen vanavond aan de taart gaan. Harry durft nog niet het meer op bij gebrek aan een toilet aan boord, dus we zwaaien de rest van de groep uit die op zoek gaan naar krokodillen en nijlpaarden. Wij blijven bij de jeeps met een enorm bush toilet rondom ons heen en een mooi boek om te lezen.

Na een uurtje zijn de anderen weer terug en gaan we, langs een iets andere route, op pad terug naar Awassa. Na uren ploeteren over opnieuw heel slechte wegen maakt onze chauffeur opeens een kruisteken en verzucht dat de slechte weg nu achter ons ligt en dat we nu alleen nog asfalt krijgen. Hij is het inmiddels ook zat. En uitgerekend op deze asfaltweg krijgen we een paar kilometer verder een klapband. Auto nummer vijf met chauffeur Johnny stopt om ons te helpen. De auto wordt uitgepakt om het reservewiel te pakken maar daar schieten we niet veel mee op: aan alle kanten zie je het canvas door de band heen, Hier houden we het geen kilometer uit ben ik bang. Maar de bandenspanning is ook veel te laag dus wordt er een wiel van het dak van de andere auto gehaald, deze is beter en samen zorgen ze ervoor dat we weer verder kunnen.

We lunchen opnieuw in het Bekele Mola hotel waar we gisteren ook zijn geweest. Nu gaat het met de soep wél goed. Aan het eind van de middag bereiken we Awassa en het vijfsterren hotel. De sleutels worden snel verdeeld, want iedereen wil graag uitgebreid onder de douche. Vol verwachting openen we de deur van onze kamer en we worden niet teleurgesteld: want een prachtig meubilair en wat ziet het er mooi uit! Ik struikel over het hoogpolige karpet en probeer even het bed… dat wordt heerlijk slapen vannacht! Harry wil het schemerlampje op het wandmeubel aan doen maar dat werkt niet, geen wonder, want de stekker zit niet in het stopcontact. Stopcontact??? Dat zit er helemaal niet! Ja, aan de andere kant van de kamer. En zo zien we als we goed rondkijken nog veel meer dingen die in onze Europese ogen helemaal niet kloppen. Geen afdekplaatje op het stopcontact, de schilderijen die niet waterpas hangen, tegels die niet afgewerkt zijn, potloodstrepen van de timmerman op de deur die nog steeds niet zijn weggehaald. Allemaal helemaal niet erg natuurlijk, maar als je zoals ik in de bouw werkt valt het je op. Maar we douchen heerlijk en ik ontdek een horde vlooienbeten op m’n benen, vermoedelijk opgelopen in het hotel in Arba Minch. We kijken voor het eerst in onze vakantie naar het nieuws op CNN en voelen ons als koningen in deze luxe kamer.

Het diner is heerlijk en de taart die na afloop wordt geserveerd ter ere van de jarige Eugéne is voortreffelijk. We hebben het vooruitzicht op een lange nacht, want morgen hoeven we pas laat weg. We moeten naar Langano en dat is maar anderhalf uur rijden. Eenmaal op de kamers terug blijken Will en Hannie een probleem, hun badkamerdeur wil niet meer open. Iemand van het hotel komt kijken met een grote sleutelbos, maar de deur blijft dicht. Nou, daar wordt niet moeilijk over gedaan: het breekijzer gaat ertussen en de deur is open. Dat de splinternieuwe deur nu onherstelbaar beschadigd is, daar doen ze hier niet moeilijk over. Floor zegt later dat dit heel gewoon is en dat als ze hier over een jaar terugkomt, de deur nog steeds kapot is. Onderhoud is een groot probleem, maar op die manier verpauperd alles binnen de kortste keren.

Dag 16: Awassa – Langano
Na een heerlijke nacht, nog een frisse douche en een uitgebreid ontbijt vertrekken we rond een uur of half elf naar Sabana Lodge in Langano. Opnieuw een goed vooruitzicht want we weten al dat dit een geweldige plek is. We zijn er op tijd voor de lunch en genieten daarna van het terras bij de lodges en een wandelingetje. Ik pak de koffers opnieuw in en kijk wat we allemaal achter kunnen laten. Morgen gaan we naar Addis en het vliegveld. We tellen het overgebleven geld om te kijken of we nog wat souvenirs kunnen kopen en dan is het alweer tijd voor het diner, dat opnieuw voortreffelijk is.

Dag 17: Langano – Addis Abeba
Opnieuw kunnen we uitslapen, want de reis naar Addis duurt ook niet zolang. Er zijn mensen in de groep die van hun birrs graag nog wat souvenirs willen kopen in Addis dus zorgen we dat we hier ruimschoots op tijd zijn. Dat lukt en met tassen vol snuisterijen gaan we richting het restaurant voor ons afscheidsdiner. Een ander restaurant dan gebruikelijk omdat daar klachten over zijn gekomen. We gaan nu naar een restaurant vlakbij de luchthaven in een uitgaansgebied.

Het restaurant zit op de tweede verdieping en blijkt een soort studentencafé te zijn. Het is er bomvol en een gekakel van jewelste. Er is wel een tafel voor ons gereserveerd, maar je kunt je gewoon niet verstaanbaar maken door het gekakel. En hier moeten we straks onze afscheidsspeech houden! Het bestellen wordt een chaos! Zo erg dat Floor en Tariku besluiten in te grijpen. Er is geen bier, de wijn is niet goed, de sapjes worden vergeten en dan is er toch opeens bier.

We kunnen kiezen uit twee soorten soep: pompoen of uien. Maar na tien minuten komt de ober zeggen dat de uiensoep op is, er is wél kippensoep. De nieuwe bestelling gaat door, maar na opnieuw een minuut of tien komt de ober zeggen dat de kippensoep óók op is. Iedereen die niet voor pompoensoep gekozen heeft kan nu kiezen uit groente- of linzensoep. De pompoensoep is inmiddels allang geserveerd en opgegeten. Maar uiteindelijk heeft iedereen dan toch soep gehad en begint het serveren van het hoofdgerecht. Dat gaat wonder boven wonder redelijk snel. Inmiddels zijn veel studenten vertrokken en zien we kans om, met luide stemverheffing dat wel, alle chauffeurs, de gids Tariku en onze geweldige reisleidster Floor te bedanken en een welverdiende fooi te overhandigen.

En dan is het moment daar dat we Ethiopië moeten verlaten. In een paar minuten zijn we op het vliegveld waar we afscheid nemen van de chauffeurs en Tariku. Op z’n Ethiopisch met de schouders tegen elkaar. Floor gaat met ons mee naar Nederland. We sluiten aan in een lange rij, want bij het binnengaan van de luchthaven moeten we al door de poortjes. Schoenen uit, alles op de band etc. Als we gefouilleerd zijn en de schoenen weer aan hebben blijken onze tassen apart te staan. Ze moeten open, want er zitten kruisen is. Dat klopt en ik maak de tassen open om te laten zien dat het gewoon souvenirs zijn. De dame gelooft het niet en we moeten wachten. Anke is ook de klos en ook nog een Amerikaanse meneer.

Eindelijk komt er een beambte om onze kruisen te bekijken. Zijn conclusie: de spullen mogen niet mee! We protesteren, want het zijn gewone souvenirs, géén antieke kruisen. De man wil er niet aan en zegt dat het religieuze voorwerpen zijn die niet uitgevoerd mogen worden. Er volgt een verhitte discussie waar ook Floor zich in mengt. Uiteindelijk krijgen we het voor elkaar dat we mee mogen naar de ‘manager’. De rest van de groep is op advies van Floor maar vast doorgelopen om in te checken. Wij ritsen onze tassen dicht en lopen achter de beambte aan naar zijn manager. We moeten daarvoor het halve gebouw door, maar het loont de moeite want na één blik op de kruisen is zijn conclusie: souvenirs! We mogen ze gewoon meenemen. Ik ben inmiddels behoorlijk verhit geraakt door deze toestand maar gelukkig hebben we nog net genoeg birrs voor een kop koffie voor we gaan boarden. Dan moeten voor de allerlaatste keer opnieuw de schoenen uit en alles door de scan maar dan zitten we eindelijk klaar voor vertrek.

Het vliegtuig zit bomvol dit keer. De verzorging aan boord is prima en keurig op tijd landen we in Frankfurt. Ja, en dan moeten de schoenen toch nog een keer uit. Maar alles loopt gesmeerd en na even de benen gestrekt te hebben stappen we aan boord voor het allerlaatste stukje. Als we uiteindelijk van Schiphol naar huis rijden valt ons een ding meteen op: er lopen geen mensen en dieren op de snelweg.

Ethiopië is heel anders dan we verwacht hadden. Er is één woord dat me bij dit land altijd meteen in de gedachten zal schieten en dat is niet het woord ‘armoede’, maar ‘lopen’. Oké, de mensen zijn arm en lopen vaak in lompen. Maar er wordt heel veel voedsel verbouwd en de veestapels zijn enorm. Maar wat vooral opvalt is de constante stroom mensen en dieren die op pad zijn. Overal waar je rijdt zie je mensen, koeien, schapen, geiten en ezels lopen. Veelal bepakt en gezakt. Geen idee waar ze naar toe gaan, maar ze lopen. De mensen vaak op blote voeten en die moeten wel heel harde voetzolen hebben om over die stenen te kunnen lopen.

De mensen zijn heel aardig, nieuwsgierig en behulpzaam. Ze verdienen het dat er meer toerisme (dus meer geld) komt, maar wij zijn blij dat we dit land en zijn mensen in een nog pure vorm hebben gezien.

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!