18-daagse Mythisch Ethiopië

Auteur(s):
J. Blom
Reisdatum:
10-11-2010 t/m 27-11-2010
Waardering:
4 sterren 37 stemmen
Schiphol Dag 1, 10 november. Amsterdam via Frankfurt naar Addis Abeba
We komen om 9 uur bij de balie van Lufthansa op Schiphol aan. Een beetje laat door de file op de A4 vanaf Leiden. We worden goed opgevangen door de medewerkster van FOX en kunnen direct inchecken. We vertrekken keurig op tijd (10.10 uur) richting Frankfurt, waar we om 11.20 uur landen voor een transfer naar de intercontinentale vlucht. We vliegen verder met een airbus 340-300. Op tijd vertrokken (11.25 uur) uit Frankfurt en na een comfortabele vlucht iets te laat geland, omdat het vliegtuig nog niet op het vliegveld terecht kan.

We zetten onze horloges twee uur vooruit om in de pas te lopen met de Ethiopiërs, het is dan 21.30 uur. Daarna in een lange rij voor een visum. In Nederland hebben we alles netjes voorbereid, maar in Ethiopië is daar weinig van bekend, dus het door ons ingevulde formulier komt ongebruikt retour. Het is een wonderbaarlijk systeem, waarbij vier beambten op een rijtje een visum verzorgen. Het door ons ingevulde formulier wordt keurig met de hand overgeschreven een ander verzorgt een factuur voor betaling en gooit het geld in een doos onder de tafel. Ondertussen blijft je paspoort bij de eerste beambte. Na betaling wordt het geschreven visum in het paspoort geplakt en afgestempeld. Het verloopt verder, ondanks de drukte en chaos, goed.

We kunnen daarna door de douane, onze koffers pakken en het eerste geld wisselen (bijna 23 ETB voor een Euro). Onze gids, Jochem, is daar ook. Hij is meegevlogen vanaf Amsterdam. Twee busjes brengen ons naar ons hotel (Ghion) in Addis Abeba: een voormalig staatshotel met veel vergane glorie. Ondertussen maken we kennis met Alex, onze Ethiopische gids, onze chauffeur en zijn bijrijder (Sammy).

In het hotel maken we afspraken over betaling van entreegelden (€ 65 p.p.) en fooien (€ 85 p.p.) voor de gehele vakantie. Met uitzonderingen van fooien voor de beide gidsen. Jochem verteldt dat Ethiopië echt een fooienland is en dat mag je ook wel aannemen, want naar de Ethiopische standaard betaalden we zeker 17 maandsalarissen aan fooien. Tel daar nog maar eens zes maandsalarissen aan fooien voor de beide gidsen bij en dan hebben we het over 23 maandsalarissen.

Lia ontdekt op onze kamer dat niet alle busjes haarlak vliegproof zijn. Door de onderdruk in het laadruim is alle haarlak in de koffer gekomen. Dat geeft een indringende ongezonde geur en behoorlijk wat rommel. Kwart voor één Ethiopische tijd gaan we lekker slapen na een lange reisdag die goed is verlopen.

Dag 2, 11 november. Addis Abeba
Een mooie zonnige dag en een niet te vroeg vertrek vanaf het hotel (9.00 uur). Daarvoor rustig ontbeten met heerlijke Ethiopische koffie. Na wat sightseeing vanuit de bus met commentaar van Alex en Jochem rijden we naar de hooggelegen heuvels aan de rand van Addis Abeba (Entoto). Op deze heuvels vind je het “paleis” van Menelik II en een mooie Koptische kerk waar je niet in mag. “Paleis” is een wat groot woord voor de behuizing van deze keizer die later op verzoek van zijn vrouw veel lager, in het huidige Addis Abeba, is gaan wonen, dicht bij de warmwaterbronnen. Op de heuvel is ook een klein museum dat vooral ter herinnering aan keizer Menelik II en zijn vrouw is ingericht. Langs de weg lopen veel vrouwen met grote bossen hout en blad van de eucalyptus bomen op hun rug. Zij sprokkelen dat bij elkaar in de bossen op deze heuvels.

We gaan terug naar de stad, waar we op het terrein van de universiteit het historisch museum bezoeken. Daar is aandacht voor de verschillende stammen binnen Ethiopië, muziekinstrumenten en een collectie iconen uit de 15-de tot de 18-de eeuw. Het museum is gehuisvest in het voormalige paleis van keizer Heila Selassi, de laatste keizer van Ethiopië. Aansluitend zijn we naar Lucies Place gegaan voor een Ethiopische maaltijd. En passant lukt het ons om nog wat extra ETB-s (Birs) uit “de muur” te halen. Vooraf was ons gezegd dat dat niet mogelijk was in Ethiopië, maar er zijn sporadisch wel mogelijkheden.

Na de lunch is er tijd voor een bezoekje aan de St. George kerk, waar de priester ons het een en ander verteldt over de gebruiken in de Ethiopische Koptische kerk en de schilderingen in de kerk. In deze kerk zijn zowel de dochter van Menelik II als Heila Selassi gekroond. De kerk is gebouwd naar aanleiding van de grote slag waarbij Menelik II de Italianen uit Ethiopië verjoeg (1896). We sluiten de dag af met een bezoek aan de kruidenmarkt van de Mercato. Het is daar een wirwar van mensen en dieren. De markt is in kleine smalle straatjes en het is er ongelofelijk vies. Buitengewoon om het te zien ook al is de armoede er schrijnend. En hoewel het er niet echt veilig is komen we er ongeschonden uit. Om goed vier uur zijn we terug bij het hotel om even bij te komen.

’s Avond is het welkomstdiner in een “cultureel” restaurant, waar we een echte Ethiopische maaltijd krijgen –we eten indjera – met lekker gekruid vlees, terwijl er oorspronkelijke Ethiopische muziek wordt gespeeld en er ook wordt gezongen en gedanst.

Dag 3, 12 november. Addis Abeba naar Bahir Dar, circa 550 km.
Vertrek 6.15 uur; aankomst 19.00 Om vijf uur uit de veren en na het ontbijt vertrekken we om 6.15 uur met de bus richting Bahir Dar. Het is een afstand van circa 550 km over kronkelende wegen en grote hoogten. We hebben minstens 12 uur reizen voor de boeg en uiteindelijk doen we er bijna 13 uur over. Een mooie reis maar ook vermoeiend.

We maken kennis met een prachtig deel van Ethiopië. We rijden door een bergachtig landschap begroeid met “gumtrees”, eucalyptus bomen, maar een groot deel van het moeilijk toegankelijke gebied is toch in cultuur gebracht voor redelijk extensieve vormen van akkerbouw en veeteelt. Langs de wegen lopen veel mensen, ezels, koeien geiten en schapen. Een beeld dat we deze vakantie nog heel veel zullen zien. Levendig en heel karakteristiek voor dit land dat nog zo sterk op landbouw is gericht. Het graan staat te rijpen op de velden en hier en daar wordt geoogst. We zien grote kudden dieren, waar altijd wel één of meer herders, dikwijls jonge kinderen, in de buurt zijn. Al het werk wordt met de hand gedaan; machines zijn hier nog een te grote luxe. Naast ezels en paarden wordt hier ook door mannen en vrouwen veel last gedragen; op het hoofd of op de rug. Het is zwaar werk en het valt vooral op dat vrouwen hier veel zwaar werk verzetten. Het platteland is zeer levendig ook omdat er zo veel kleine kinderen rond lopen. Ze wonen in eenvoudige hutten van houten palen opgevuld met klei en mest en een dak van gras of stro.

Na ongeveer 300 kilometer lunchen wij in Debre Markos. We rijden door en ruim zeven uur ’s avonds komen we in het donker aan bij het Tanameer in Bahir Dar. Het hotel vertoont ook hier de kennelijk gebruikelijke handicaps. We eten gezamenlijk van een buffet in ons hotel en we gaan bijtijds naar onze kamer want morgen gaat de wekker om half zeven.

Dag 4, 13 november. Bahir Dar.
Na het ontbijt gaan we om acht uur met twee bootjes het Tanameer op om een tweetal kerken te bezichtigen. Na een uurtje varen komen we bij de eerste kerk aan. We maken een korte wandeling naar de kerk, waarbij we worden begeleid door heel veel kinderen die een pen of een stukje zeep willen. We zullen dat deze vakantie nog heel veel meemaken. De kerk is rond en aan de buitenkant met bamboe en gaas bekleed. Daarbinnen is een vierkant beschilderd met prachtige schilderingen van Bijbelse verhalen. Dit is ook de wijze waarop de verhalen uit de Bijbel aan de mensen worden overgedragen. Deze kerk is in de dertiende eeuw gesticht en zeer regelmatig vernieuwd. De schilderingen dateren uit de 16-de eeuw en zijn verrassend mooi.

Na een korte tocht over het water komen we bij een eilandje waar de tweede kerk is die wij zullen bezichtigen. We moeten hier iets langer lopen voordat we een aantal kerken bereiken. We bezoeken er één. Deze kerk is eveneens rond aan de buitenkant en daarbinnen een vierkant. De schilderingen lijken sterk op die van de vorige kerk. Op onze terugweg kunnen we nog veel souvenirs kopen, waaronder kopieën van de schilderingen in de kerk, mooie kruisen, kalebasjes enz. enz.

Tegen de middag zijn we terug bij het hotel waarna we in Bahir Dar gaan lunchen. Na de lunch vertrekken we naar de Blauwe Nijl watervallen. Op onze weg daar naar toe komen we door Bahir Dar. Het blijkt er een drukte van belang omdat het vandaag marktdag is. Veel mensen zijn al weer op weg naar huis en langs de weg is het dus een drukte van belang. We moeten entree betalen om de watervallen te mogen bekijken en wie video opnamen wil maken moet daarvoor een speciaal kaartje kopen. Verder krijgen we verplicht een gids toegewezen die met ons meegaat naar de watervallen maar verder niets doet. Zo creëer je natuurlijk wel werk en het hoort een beetje bij het toerisme van Ethiopië.

Na een mooie wandeling komen we bij het uitkijkpunt waar we de watervallen goed kunnen overzien. Een prachtig uitzicht in een natuurlijke omgeving. En we hebben geluk want er is vanwege de regen redelijk wat water in de rivier en dus een behoorlijke waterval. Dat is tegenwoordig ook wel minder vanwege het afdammen van de rivier. We genieten er van, ook al is het natuurlijk niet te vergelijken met de Victoria watervallen bij Livingstone in Zambia.

Op onze terugweg naar het hotel wordt het donker. We komen daar om 18.30 uur aan. We hebben niet veel trek en met een klein hapje op de kamer en een biertje redden we ons goed.

Dag 5, 14 november 2010, Bahir Dar – Gondar, 175 km
We vertrekken om half negen richting Gondar. Het is zondag en iedereen gaat naar de kerk. Op straat is het heel levendig en wordt er veel te koop aangeboden. Onderweg zien we een veemarkt met schapen, koeien en geiten. Onze reis voert door een prachtig hoog heuvellandschap met veel landbouw en veeteelt. We zien nu ook rijstvelden en een quat-plantage.

Bij elke stop zijn er bedelende kinderen en als ze iets krijgen zijn ze er alles behalve dankbaar voor. Dit is een bijverschijnsel van het toerisme. Wat voor ons een klein bedrag is, is voor deze mensen vaak veel: 10 ETB is 45 cent, maar ook een half dagloon in Ethiopië. Door te geven stimuleer je het bedelen, terwijl het niet nodig is, want deze mensen hebben allemaal te eten en te drinken. Soms gaat het om heel erg kleine kinderen die net kunnen lopen en dan wordt er al gebedeld. Waarschijnlijk verwacht haar of zijn moeder op die wijze meer geld op te halen. Wie wat wil geven in dit land kan dat het beste doen door scholen, een weeshuis, of een medische kliniek te steunen. Zij kunnen dan zorgen dat het geld of de artikelen op de goede plaats komen. Eén van onze groep koopt van een jongen een soort slinger waarmee je stenen kunt werpen om dieren te doden. Eerst wilde de jongen hem niet verkopen, maar uiteindelijk deed hij er toch afstand van. Waarschijnlijk is het eenzelfde soort als waarmee David Goliath heeft verslagen.

In Gondar aangekomen, gaan we eerst lunchen bij het Quara hotel, “the best in town” voor een Italiaanse maaltijd. Wij kiezen voor een pizza en omdat we niet zoveel trek hebben zouden we er 10 bestellen voor de hele groep. Helaas gaat er iets fout in de communicatie en onze Ethiopische gids bestelt er 20. Gelukkig kunnen we er voor zorgen dat de overgebleven pizza’s bij mensen in Gondar worden gebracht.

Na de maaltijd maken we een tour langs de belangrijkste bezienswaardigheden in Gondar. We beginnen met de paleizen van Fasilades en de andere keizers van deze dynastie. Het zijn mooie kastelen die van basaltsteen zijn gebouwd; periode 1637-1855. We gaan vervolgens naar het badhuis van de koning. Een imposant gebouw midden in een groot zwembad, dat ze laten vollopen als men het wil gebruiken. Dat was dus voorheen de koning, maar tegenwoordig wordt het gebruikt voor het jaarlijkse feest ter nagedachtenis van de doop van Jezus (Timkat of Epiphany). Dan gaan de gelovigen hier in bad als onderdeel van de ceremonie.

Tenslotte hebben we de Debre Birhan Selassie kerk bezocht. Ditmaal is de kerk rechthoekig en wederom met heel veel schilderingen van Bijbelse verhalen. Het plafond is beschilderd met 80 of 90 prachtige engelen kopjes. De meesten van ons beschermen zich tegen de mogelijke vlooien, door je broekspijpen in je sokken te stoppen. Het ruikt er niet fris, maar van vlooien merken wij niets. Buiten op het terrein zitten hoog in de bomen gieren die zich schoonmaakten na de maaltijd. We zijn om half vijf bij ons hotel hoog op de heuvel en we kunnen genieten van een prachtig uitzicht over Gondar.

’s Avonds een uitstekend diner in het hotel, dat aanmerkelijk beter blijkt te zijn dan dat in Bahir Dar. Qua vormgeving is het vrijwel identiek, maar het wordt beter gerund. Morgen om half zeven op, want we vertrekken om 8 uur richting Debark.

Dag 6, 15 november 2010, Gondar – Debark 103 km
We zijn goed op tijd op weg naar Debark, na een eenvoudig ontbijt en lekkere koffie. We hebben een rit van ruim honderd kilometer over een gravelweg voor de boeg en we zullen niet veel meer dan 30 kilometer per uur halen. De weg wordt grondig vernieuwd met geld van de Europese Unie en de Wereldbank. China heeft de leiding bij de uitvoering van het project. Een aardige vorm van internationale samenwerking voor een investering in de toekomst van het gebied. De armoede is hier groot. Veel kinderen die vaak op heel jonge leeftijd ( vijf of zes jaar) vee hoeden. Overal waar het enigszins mogelijk is wordt graan verbouwd. Omdat al het werk met de hand wordt gedaan kunnen ze zelfs op de steilste hellingen nog graan verbouwen. Als hier in de toekomst de welvaart toeneemt en mensenhanden door machines worden vervangen, dan zal een flink deel van deze marginale gronden aan de natuur terug worden gegeven. Waar iets groeit lopen koeien, schapen, geiten, ezels of paarden. Er is gewoon heel veel vee, misschien wel te veel.

Onze eerste stop is in een dorpje waar tot circa 1980 de Falasha joden, Ethiopische joden, woonden. Zij waren goed in het maken van keramiek. Nu wonen er andere Ethiopiërs uit het gebied die eenvoudige keramiek vervaardigen en dat aan toeristen proberen te verkopen. We hebben daarna nog een paar mooie fotostops en rijden dan door naar Debark, waar ons volgende hotel is. We gebruiken daar de lunch. Lekkere minestronesoep en het lamsvlees is prima. Het hotel is eenvoudig maar oké.

Rond één uur vertrekken we richting het Simiënspark voor een wandeling. Het is een uurtje rijden en op onze weg er naar toe komen we door een adembenemend landschap. Dat geldt eigenlijk voor de hele dag tot nu toe. Hoge heuvels met hier een daar een mooie acaciaboom in eindeloze vlakten met gras en graan, doorsneden met geulen, vaak gevormd door erosie. De wandeling door het park is niet moeilijk en we zien volop mountain monkeys (Gelade apen), een soort bavianen die veel voorkomen in dit gebied. Voorts zien we paarden, een paar geiten en schapen.

Het landschap is ook hier fantastisch en in ons gezelschap is een speciale gids van het park met een tweetal gewapende mannen die ons zouden moeten beschermen tegen gevaarlijke dieren, maar dat is echt te veel van het goede. De gids vertelt ons over de dieren, planten en bomen in het park en dat is natuurlijk nuttig. Als ik even met hem spreek over de bedreiging van overbeweiding in dit gebied, beklaagt hij zich over de geringe belangstelling voor het park op nationaal niveau. Het beleid van de regering is - na de omverwerping van het communistische regiem - dat alle volken meer zelfstandigheid krijgen en gelegeheid om terug te keren naar hun oorspronkelijke gebieden. Daarop zijn veel van de oorspronkelijke bewoners teruggekeerd naar het gebied binnen het park en zoals overal in Ethiopië, breiden zij zich flink uit. Meer mensen betekent meer vee en meer akkerbouw en dus minder ruimte voor de natuur. Ethiopië is te arm en heeft een te zwak bestuur om deze ontwikkelingen tegen te gaan. Dat is jammer maar realiteit. We sluiten de dag af met een gezamenlijk diner in het hotel.

Dag 7, 16 november 2010, Debar – Axum, 270 kilometer.
Vertrek 7.00 uur Aankomst 19.00 uur. Dit wordt een lange reisdag. De weg voert ons eerst langs het Simiënspark en we genieten opnieuw van het uitzicht. Overal wordt, als het enigszins kan, graan of veevoer verbouwd. Het een moeilijke weg met gravel en heel veel haarspeldbochten. We eten om een uur of één een eenvoudige lunch: broodjes met omelet en een slok water. We vervolgen onze weg naar Axum en stoppen voor Grace Village, een project van de zeer godsdienstige Karin van de Bosch uit Veenendaal. Zij is hier met een aantal mensen verantwoordelijk voor een weeshuis, waar kleine kinderen wonen en opgroeien. Als ze groot zijn gaan de meesten terug naar hun “extended family”. Een aantal van onze groep heeft speelgoed, spelletjes en pennen meegenomen voor de kinderen. We geven alles af aan de centrale leiding zodat die ervoor kan zorgen dat alles op de goede bestemming zal komen. Het project groeit en ze zorgen ook voor kinderen die ondergebracht worden bij naaste familie van die kinderen, op voorwaarde dat ze naar school gaan. Deze mensen krijgen dan een vergoeding van Grace Village. Ze hebben een graanmolen voor de gemeenschap gebouwd en er zijn een paar zwartbonte koeien. Het is een mooi project dat goed loopt.

We dronken daarna in het nabijgelegen dorp Shire een biertje en rijden vervolgens verder naar Axum. We hebben dan eindelijk een stuk asfaltweg, maar een stukje voor Axum is het weer mis en gaan we verder over een gravelweg. Het was een mooie, maar ook een zware dag die we afsluiten met een maaltijd in het hotel.

Dag 8, 17 november 2010, Axum
’s Morgens na bij het ontbijt blijkt dat een aantal mensen in onze groep een kamer heeft gekregen die ver onder de maat is: geen ramen, geen stromend water en andere gebreken. Wij prijzen ons gelukkig met een ruime kamer die na een paar kleine hindernissen – de koelkast starten, een niet functionerende lamp en een ontbrekende waste in de wastafel - nu prima is. Iets later dan gepland (8.45) beginnen we aan onze tour door Axum. We bezichtigen eerst de Stellea en de daarbij behorende graftomben.

Vervolgens gaan we naar het museum waar ons de historie van het Axumrijk wordt getoond. Het is een goed overzicht. Aan de overkant van het plein is de door Heila Selassi gebouwde kerk met een duizend jaar oud boek, met mooie schilderingen. De priesters halen het beschermende kleed even weg en wij mogen foto’s nemen. In een museum naast de kerk liggen alle geschenken van vorsten aan de kerk. Er is een fraaie collectie koningskronen van de Axumperiode en erna. Voorts staat er een ongeregelde uitstalling van kleding, muziekinstrumenten en gebruiksvoorwerpen. Het is niet goed uitgestald en zonder verdere toelichting is het niet bijzonder om te zien.

Als afsluiting van de ochtend mogen de mannen van onze groep naar het naastgelegen klooster waar we de schilderingen mogen bekijken. We zagen onder andere de zwarte Madonna. Voorts was het zeer hoge plafond bijzonder om te zien. Naast het klooster ligt het gebouw waar de Ark of Convenant (de Ark des Verbonds) zou worden bewaard. Niemand wordt toegestaan om daar binnen te gaan, met uitzondering van de voor het leven aangestelde bewaker. Tijdens ons bezoek aan het klooster zagen wij de hulp van de bewaker in de tuin lopen. Hij kwam naar de poort om een gelovige een fles gewijd water te geven.

We drinken koffie bij het naastgelegen hotel waar we vanaf het terras een mooi uitzicht hebben over het plein en de Stellea. Er wordt voor ons op traditionele wijze Ethiopische koffie gezet, waarbij eerst de bonen worden gebrand en gemalen en daarna de koffie bereid op een vuurtje en met kannetjes. Na ongeveer anderhalf uur is de koffie klaar. De zwarte koffie met een beetje suiker is heerlijk. Het doet mij nog het meeste denken aan een Italiaanse espresso. Na de koffie met de daarbij geserveerde popcorn is het tijd voor de middagmaaltijd.

’s Middags brengen we een bezoek aan de tombe die voor koning Khaled was voorbereid (ca. 600) maar waar hij nimmer werd bijgezet. Iets eerder op de weg er naar toe lig het huisje waarin de steen van Ezana (koning van Axum) wordt getoond. Deze steen, die vergelijkbaar is met de Steen van Rosetta uit Egypte, is door boeren gevonden terwijl ze het land aan het bewerken waren. Op deze steen staat een tekst in drie talen: Geèz, Sabbaan en Grieks en is daarmee een belangrijke sleutel voor het kunnen lezen van het Sabbaan en Geèz.

We sluiten onze sightseeing af met een bezoek aan de restanten van “het paleis van Sheba”, zoals het hier in Axum wordt genoemd. In werkelijkheid is deze vondst gedateerd in de zesde eeuw en dat is circa 1600 jaar later dan de periode waarin het verhaal van Sheba zich afspeelt. In het museum dat wij vanmorgen hebben bezocht was een maquette van het paleis te zien en geeft een goede indruk van dit, voor die tijd, prachtige paleis. Het bezoek aan de restanten van het paleis is zeer de moeite waard.

We wandelen aan het eind van de dag langs de “boulevard van Axum”, veilig en leuk om te doen, geen bedelende kinderen en veel eenvoudige winkeltjes. Als je wilt kun je hier souvenirs kopen, maar let goed op de prijzen. Het programma voor morgen is gewijzigd omdat onze vluchten niet kunnen doorgaan: er zijn teveel boekingen en wij kunnen er niet meer bij. Dit geldt zowel voor de vlucht van Axum naar Lalibela als die van Lalibela naar Addis Abeba. We zullen zien wat de dag van morgen ons brengt.

Dag 9, 18 november 2010, Axum – Lalibela, via Shire en Mekele
Vanmorgen om kwart over vijf uit de veren en om zes uur rijden we richting Shire waar we vanaf het zeer primitieve vliegveldje naar Mekele zullen vliegen. De landingsbaan is hier van gras en de militairen jagen de koeien en geiten van de landingsbaan. Onze bagage wordt handmatig gecontroleerd door twee medewerkers: alles gaat uit de koffer en ook de toilettassen worden leeggehaald. Onze reiswekker wordt argwanend bekeken en zelfs opengemaakt omdat het ook een tijdbom zou kunnen zijn. We hebben de tijd en daardoor is het zowel vermakelijk als onbegrijpelijk.

Om kwart over negen landt de Fokker 50 waarmee we zullen vertrekken. Er stappen wat passagiers uit en vervolgens mogen wij aan boord. Een half uurtje vliegen is voldoende om Mekele te bereiken. Van hier vliegen wij vanmiddag door naar Lalibela. Tijdens de vlucht hebben we een fantastisch uitzicht over het prachtige landschap; hoogvlakten, doorsneden door diepe droge beddingen. Heel veel landbouw en vanuit de lucht kun je prachtig zien hoe elk perceel bewerkt wordt. Het is een patchwork van akkers.

Na de lunch in een hotel in Mekele vertrekken we weer naar het vliegveld. Dit vliegveld is veel groter dan dat in Shire en beschikt over moderne apparatuur om onze bagage te controleren. Alles verloopt soepel en iets voor vieren vertrekken we. We vliegen ditmaal met een Canadese Bombardier, moderner dan de Fokker 50, maar ook twee propellers. Ook nu een mooi uitzicht op een wisselend landschap; eerst vrij dor, daarna bergachtig met hier en daar toch een veldje graan en tenslotte het meer vertrouwde beeld van patchwork met veel graan en voedergewassen.

Rond half vijf landen wij op het vliegveld in de buurt van Lalibela, waar twee busjes klaar staan om ons naar ons hotel te brengen. We rijden in een goed half uur naar Lalibela over een geasfalteerde weg. Tegen half zes zijn we bij het hotel. Dit hotel behoort tot dezelfde keten als het Ghion hotel in Addis Abeba, maar het is eerder geprivatiseerd en dat is te merken aan de kwaliteit: het is hier duidelijk beter. Wat ons betreft het beste hotel tot nu toe. We lopen nog even een stukje over straat in de buurt van het hotel en vinden een kleine supermarkt waar wij wat water kunnen kopen voor de volgende dag. Bij terugkomst nemen we een biertje in de gezellige bar. De maaltijd slaan we vanavond maar eens over.

Dag 10, 19 november 2010, Lalibela
Om kwart voor acht staan we op. We konden uitslapen omdat we de optie om naar de afgelegen Yemrehanna Krestos kerk, circa anderhalf uur rijden ten noordoosten van Lalibela, hebben laten lopen. Onze groep is al om half acht vertrokken. Na een rustig ontbijt maken we een wandeling in Lalibela. Een stadje met veel activiteit en kleur maar ook veel stof en dezelfde armoede die je ook elders in Ethiopië ziet. Veel kleine winkeltjes met veelal hetzelfde beperkte assortiment. Naast de behoeften van de plaatselijke bevolking speelt men in op het toerisme. In ons hotel is ook een uitgebreide winkel met souvenirs. De prijzen blijken redelijk en afdingen is niet mogelijk: “fixed prices”.

Om iets voor één uur worden we opgehaald voor de lunch in een ander hotel: Seven Olives. Na de lunch bezoeken we de rotskerken. Na veel gedoe bij de entree, waar briefjes ingevuld moeten met persoonlijke gegevens – het lijkt wel een visumaanvraag – mogen we dan eindelijk het terrein op. Er zijn twee groepen kerken. De eerste is gericht op het aardse leven en de tweede op het hemelse leven. Daartussen is één kerk, de Bet Giyorgis, die de verbinding vormt tussen beide groepen. Alle kerken zijn tot stand gekomen doordat ze in de rotsen zijn uitgehakt. Dat betekent dat de bouwers heel goed moeten hebben geweten wat ze wilden bouwen, omdat eenmaal weggehakte steen niet terug kan worden geplaatst.

De UNESCO heeft deze kerken op de Wereld Erfgoedlijst geplaatst en de Europese Unie heeft fondsen beschikbaar gesteld om een paar grote daken boven de kerken te bouwen, waardoor verdere erosie van het gesteente wordt tegengegaan. Het is een geweldige kruip door sluip door oefening om van kerk naar kerk te gaan. Een aantal heeft mooie versieringen en ze zijn allemaal wonderen van menselijke inspanning en vernuft. Koning Lalibela wilde van het stadje een nieuw Jeruzalem maken en voor Ethiopië is hem dat wel aardig gelukt want er komen heel veel pelgrimgangers. Het neemt veel tijd om al deze kerken te bekijken en we zijn dan ook te laat voor de laatste kerk van de tweede groep.

Klokslag vijf uur worden de kerken gesloten voor het publiek. Zo erg is dat ook weer niet want we hebben er al een stuk of acht gezien en dan zie je niet zo heel veel nieuws meer. We hebben een goede indruk gekregen van deze heel bijzondere kerken en ze laten een onuitwisbare indruk achter. Bijzondere creaties waarvan je mag hopen dat ze in een goede conditie worden gehouden. We sluiten de dag af met een maaltijd in het hotel.

Dag 11, 20 november 2010, Lalibela – Gondar
Vandaag rijden we met “ons” busje van Lalibela naar Gondar. De chauffeur en zijn bijrijder zijn gister vanuit Axum in Lalibela gearriveerd en zijn nu weer voor ons beschikbaar. Wij zijn blij want het busje heeft airco en gordijntjes en dat komt goed van pas als de zon op het busje brandt. We vertrekken om acht uur en rijden eerst over 60 kilometer gravelweg, daarna bereiken we een grote asfaltweg naar Gondar. We maken hier een korte stop en bij navraag blijkt het dorpje Gashena te zijn. Op het traject van Lalibela naar Gashena valt het mij op hoe schraal het land is en dat ondanks de slechte voorwaarden voor landbouw, mensen toch overal proberen nog iets te laten groeien. Mogelijk is dat een gevolg van de bevolkingsdruk die er voor zorgt dat elk hoekje land benut wordt. De mensen zijn hier duidelijk zeer arm en je wilt niet weten wat hier zal gebeuren als er misoogsten zijn: niet voldoende voedsel en geen geld om het te kopen.

Vanaf daar rijden we in een goed tempo door, al blijft het altijd moeilijk rijden met alle mensen en het vee op de weg. Waar we komen rennen de kinderen altijd verwachtingsvol naar de weg en zwaaien als we langskomen. Dat zorgt voor een levendige en blijmoedige indruk van het land. Na Gashena is het land vruchtbaarder en de mensen welvarender, al blijft het allemaal zeer beperkt. Al het werk wordt met de hand gedaan, ezeltjes worden ingezet als lastdieren en we zien een boer die met een stel ossen het graan dorst. Waarschijnlijk gebruiken ze die ook om het land te ploegen, maar dat heb ik nog niet gezien.

We stoppen nog een keer langs de weg om onze lunch te verorberen en rijden daarna door naar Debre Tabor. Daar stoppen we voor een drankje, koffie of thee. Ondertussen eten onze Ethiopische gids, de chauffeur en zijn bijrijder een maaltijd omdat zij een broodje tussen de middag wel wat magertjes vinden en liever van een Ethiopische maaltijd genieten.

Vervolgens rijden we in één keer naar Gondar. Als we bijna bij het hotel zijn (circa 17.30 uur) staat er een file. Er is vanavond een bruiloft en er worden 400 gasten verwacht. Het geheel maakt op ons een rijke indruk. We zijn ook een beetje verbaasd na al die armoede die we de afgelopen tijd in Ethiopië hebben gezien.

’s Avonds gaan we met de groep naar het Quara hotel, waar we al eerder pizza hebben gegeten. Wij nemen onze eerste malaria pillen in, omdat we morgen zeker in een malariagebied zullen komen. Wat het eerste deel van de reis betreft is er enige verwarring. De meesten van onze groep slikken al vanaf het begin pillen omdat er delen zouden zijn waar malaria voorkomt. Dat zou bijvoorbeeld het geval kunnen zijn bij het Tanameer, dat wat lager ligt. Verder liggen de bezochte locaties tot nu toe hoog, ruim de boven de 2000 meter en daar lijkt het veilig. Morgen gaan wij met het vliegtuig naar Addis Abeba en vandaar gelijk door naar het Langano meer. Als het goed is gaan we dan weer verder met de reis zoals die oorspronkelijk was gepland.

Dag 12, 21 november 2010, Gondar – Addis Abeba – Langanomeer
We staan goed uitgeslapen op om 8 uur en genieten daarna van het ontbijt. Onze bus vertrekt om half elf en we zijn voor half twaalf op het vliegveld van Gondar. De vlucht gaat volgens plan en we zijn iets voor half twee in Addis Abeba. Daar staan de zes landrovers klaar waar we komende dagen mee zullen reizen.

We hebben een snelle lunch in een restaurant in Addis Abeba en vertrekken tegen half vier richting het Langanomeer. Het is druk op de weg, maar we hebben asfalt met hier en daar wat onvolkomenheden, maar daar zijn we ondertussen wel aan gewend. Ik heb de indruk dat we er een uur over doen om de drukte van Addis Abeba achter ons te laten. In alle drukte doet onze chauffeur er alles aan om achter de auto te blijven die de leiding heeft van de karavaan. Dat leidt zo nu en dan tot spannende situaties en we besluiten morgen bij een andere chauffeur in te stappen.

Op de weg zijn veel mensen te voet en karretjes met ezeltjes. Hier en daar is er ook wat ander vee: koeien, schapen en geiten. Op een gegeven moment staat er midden op de weg een paard te slapen terwijl de auto’s er links en rechts omheen razen met een snelheid van 100 kilometer per uur. Natuurlijk ligt er zo nu en dan wel een slachtoffer op de weg van al dit geweld. Ook hier is weer een transport dromedarissen op de weg. Eerder hebben we dit al gezien op onze weg naar Axum. Later horen we van onze medereizigers dat ze met enkele honderden dromedarissen op weg waren naar Somalië, lopend!!

Uiteindelijk bereiken we Saba Logde om half zeven en na ons even te hebben opgefrist gaan we naar het prachtige restaurant voor een biertje en pizza. Alles is hier van prima kwaliteit en we voelen ons verwend na onze tocht door het noorden.

Dag 13, 22 november 2010, Langanomeer – Awassa.
Anderhalf uur rijden. We staan om acht uur op in onze comfortabele lodge. Na het douchen (met bruin water vanwege het ijzer in het meer) en aankleden gaan we richting het restaurant voor het ontbijt dat hier heel gevarieerd en lekker is. Na het ontbijt hebben we nog tijd voor een praatje met de jongens die ons gisteravond en vanochtend hebben voorzien van eten en drinken. Ja, ze vinden dat ze een mooie baan hebben en ze houden van het werk, maar ze zien hier ook weinig mogelijkheden voor verdere ontwikkeling van zichzelf. Ze willen eigenlijk meer. Ze zien al die rijke Westerse mensen langskomen en dat willen ze ook. Niet zo vreemd natuurlijk, maar als je ziet hoeveel meer luxe zij al hebben ten opzichte van veel andere Ethiopiërs is het wel weer opmerkelijk. Ze zijn tot hun tiende naar school geweest en hebben het Engels dat ze spreken hier bij hun werkgever geleerd.

We rijden naar Awassa, een levendige stad waar volgens ons het welvaartsniveau hoger ligt dan wat we in Addis Abeba hebben gezien. Bij aankomst bij hotel Oasis blijkt er van alles mis te zijn: mensen die twee bedden willen hebben krijgen een tweepersoonsbed, bij een aantal werkt de watervoorziening niet en wij krijgen een kamer die al bezet is. Uiteindelijk krijgen wij ’s avonds de kamer van de reisleider, die vervolgens naar een ander hotel in Awassa gaat. Eerst had de directie van het hotel nog aan hem voorgesteld om maar bij iemand van de groep op de kamer te gaan!! Dit is Afrika. Het was allemaal des te opmerkelijker omdat het hotel aan de buitenkant en in de lounge een zeer moderne en enigszins riante indruk maakte. Misschien wel het mooiste hotel tot nu toe om te zien.

We lunchen bij een ander hotel en krijgen soep met broodjes. De broodjes worden met frites geserveerd en zijn zo overdadig dat vrijwel niemand alles opeet. Op de stoep lopen de bedelaars die graag wat zouden willen eten. Dat geeft ons geen goed gevoel. We weten dat de verschillen groot zijn in de wereld, maar het is ook een kwestie van respect voor anderen en het omgaan met voedsel.

Vervolgens maken we een uitstapje naar de Sidame stam, circa een uur rijden van Awassa. We wandelen langs een aantal hutten van de Sidame en we mogen in een van de hutten zien hoe zij leven. Het is een grote hut die in tweeën/drieën is gedeeld. In het eerste deel staat het vee, dat enigszins is afgescheiden van de ruimte waar de kinderen slapen en waar de familie kan eten. Het tweede deel is met matten gescheiden van het eerste. Daar is een soort keuken en het bed van de ouders.

De Sidames leven van de koffieproductie en ze maken een soort cassave van de “false” banaan. Een plant die door zijn blad op de banaan lijkt, maar dat niet is. De Sidames halen uit delen van de stam/het blad een soort zetmeel (enset) dat ze 40 dagen laten gisten alvorens het klaar is om er een soort “brood” van te bereiden. Het wordt voor ons klaargemaakt in de hut en we mogen het proeven. Het brood smaakt een beetje zuur, zoals je dat ook wel hebt met brood gemaakt met zuurdesem. Wij vinden het niet lekker. De Sidames zijn er aan gewend en eten het met groenten en vlees. In die combinatie is het mogelijk voor ons ook goed eetbaar.

Buiten de hut heeft één van onze groep de kinderen gestimuleerd om met zijn allen te zingen en vervolgens mogen ze bellenblazen, wat op veel enthousiasme kan rekenen. Kleine kinderen zijn er in overvloed en het maakt het ook goed zichtbaar dat de bevolking van Ethiopië snel groeit. Een aantal van ons deelt pennen uit aan de kinderen en het is vor de kinderen een sport om er zoveel mogelijk te krijgen. Wij genieten van de rondgang door het dorp en de mensen daar staan naar ons te kijken: wie kijkt naar wie? Het maakt allemaal een ongedwongen indruk en ons bezoek lijkt nog niet al te zeer beïnvloed door het opkomende toerisme.

Onze auto’s staan geparkeerd bij de lodge waar we volgens het foxprogramma op internet zouden moeten zitten. Als we wegrijden blijkt er een Belgische groep te overnachten. Het is ons onduidelijk waarom wij niet daar zitten en vinden het absoluut een minpunt voor Fox. (Na afloop van de reis en na klachten vanuit de groep zijn we hiervoor en voor het uitvallen van de vliegreizen van Axum naar Lalibela en van Lalibela naar Adis Abeba door Fox gecompenseerd). Op de terugweg komen we langs een grote markt, waar we stoppen om even te kijken. Het is echter van korte duur want zodra we uitstappen staan er zoveel mensen om ons heen dat wij geen stap meer kunnen zetten. We gaan terug naar ons hotel en bij aankomst valt de stroom uit. Na een tijdje is er toch weer elektriciteit en kunnen we verder met het regelen van onze zaken. We eten ’s avonds in het hotel; eenvoudig maar goed. We hebben een mooie dag achter de rug met heel veel Afrikaanse indrukken.

Dag 14, 23 november 2010, Awassa – Arba Minch.
Vertrek 8 uur, aankomst 18.45 uur We worden niet gewekt en we hebben onze wekker ook niet gezet. Toch zijn we al om half zeven wakker. We zijn mooi op tijd voor het ontbijt. Er is een redelijk uitgebreid ontbijt maar de koffie en thee laten lang op zich wachten en het kost ons ook veel moeite om een beetje melk bij de cornflakes te krijgen. Wat gister al duidelijk was blijkt ook nu weer, het is hier moeilijk voor de mensen hier om een hotel te draaien.

We vertrekken om acht uur met de landrovers. Eerst gaan we langs de vismarkt in Awassa, die vlak bij het hotel blijkt te zijn. Er komen kleine roeibootjes met vis vanaf het meer. En er zijn veel mensen die de vissers helpen de netten leeg te maken. Ondertussen wordt er ook vis gefileerd en de maraboes en de pelikanen zitten op het vinkentouw om de restjes op te eten. De visarenden zitten hoog in de boom en de blauwaapjes zitten op het dak van een gebouwtje bij de vismarkt. Het is er gezellig, ontspannen en levendig. Echt authentiek Afrikaans en de moeite waard voor een bezoekje. Je zou daar gewoon een paar uur lekker moeten zitten om alles op je in te laten werken. Maar we moeten verder want we hebben nog een lange dag voor de boeg naar Arba Minch.

We rijden eerst de weg van gister een stukje terug in de richting van Addis Abeba. Bij het eerst volgende dorp, Shashemene, slaan we af in de richting van Sodo. Eerst wordt nog even getankt en dat kost veel tijd. Tijd die we later op de dag nog nodig blijken te hebben, maar ja ook dat is Afrika!! Op onze weg naar Sodo zien we weer de gebruikelijke drukte op de weg. Veel mensen, vee en wagentjes met ezels ervoor. Meestal op weg naar een markt.

Vandaag was het voor ons bijzonder omdat er een file van wagentjes met ezels op de weg was. Tot nu toe kende ik dat beeld alleen uit de serie van Obelix en Asterix. Het was gewoon onvoorstelbaar druk. Onze chauffeur spreekt vandaag redelijk wat Engels. Hier rijden veel kleine vrachtwagens van het Japanse merk ISUZU. De chauffeur wijst ernaar en zegt dan tegen ons: “die noemen ze hier Al Qaida. Weet U wat Al Qaida is?”. Ik antwoord ja en vraag voorzichtig of dat hier een specifieke betekenis heeft. Nou, antwoordt hij: “deze vrachtwagens veroorzaken hier zoveel dodelijke ongelukken dat ze Al Qaida worden genoemd”.

We rijden vandaag door een heel mooi landschap van bergen met zo nu en dan uitzicht op het Abaymeer, waar ook Arba Minch aan ligt. We lunchen in Sodo en het blijkt uiteindelijk één van minste lunches van de reis te zijn. We vervolgen de weg die afwisselend over asfalt en gravel voert. Op veel plaatsen wordt aan de weg gewerkt en daaraan zie je ook dat Ethiopië een land in ontwikkeling is. Op een gegeven moment, misschien 40 kilometer na Sodo, verlaten we de grote weg om een weg binnendoor te nemen die ons langs de Dorze stam voert. Dat blijkt uren te duren en het voert ons door een adembenemend mooi landschap. Het is deze tocht zeker waard.

Om ruim vijf uur komen we aan bij de Dorze stam. Zij leven in “beehive” hutten die zowel mooi als bijzonder zijn. Ook hier leven mensen en dieren samen in één hut. Sommigen hebben een aparte hut (stal) voor de dieren. In de hut waar we even in mogen is het erg donker en we gebruiken een zaklantaarn om iets te kunnen zien. Het is allemaal aardig om te zien maar het toerisme is hier toch wel sterk ontwikkeld. In het landschap waar wij doorgetrokken zijn zie je sporadisch dit soort hutten.

Om kwart voor zes zetten we onze tocht naar de lodge in Arba Minch voort. Het wordt al snel donker en dat maakt het rijden er niet eenvoudiger op met alle gaten en oneffenheden in de weg. Ook het vee, de ezelwagentjes en de mensen hebben geen verlichting en die duiken dus plotseling op in een lichtbundel van de auto. Koeien en geiten steken plotseling de weg over en ook de mensen lopen zo maar op de weg, niet gewend aan snelverkeer. Als je daar dan met een snelheid van 60 kilometer per uur tussendoor rijdt is er een behoorlijk groot risico. Wie een koe of geit doodrijdt moet het dier vergoeden aan de baas – een geit kost je 600 Bir(ETB). Persoonlijke slachtoffers in het verkeer kunnen de chauffeur 15 jaar gevangenisstraf opleveren. Daarom moet je voor donker eigenlijk op de plaats van bestemming zijn. Dat is natuurlijk een kwestie van organisatie en planning en we hebben al gezien dat dat hier niet het sterkste punt is.

Dag 15, 24 november 2010, Arba Minch
We staan om half zeven op en merken dat het warm water hier een probleem is. En de badkamer wordt een zwembad als je onder de koude douche staat. Ook de afwerking van het sanitair is Afrikaans, slordig en niet af. Dat is jammer want het zijn mooie lodges. En voor de mensen die ze hebben gebouwd zijn het natuurlijk paleisjes, want zij zijn gewend aan een hut. Het ontbijt is heel lekker en we genieten van het vruchtensap, de ontbijtgranen, de eieren en de thee en koffie. Dat alles op een terras met prachtig uitzicht.

Om acht uur is het vertrek naar de krokodillen en de nijlpaarden. We rijden een klein stukje met de auto’s en we komen aan, aan de oever van het Chamomeer. Van daar vertrekken we met de motorboot op zoek naar krokodillen en nijlpaarden. In de vroege ochtend is het heerlijk op het meer. We zien vissers die hun netten legen en veel vogels: visarenden, pelikanen, kingfishers in actie en reigers. Na drie kwartier komen we aan bij een pelikanenkolonie en daar zien we ook de eerste krokodillen. Er zitten er redelijk veel, van groot tot klein. We zien ook een nijlpaard. De motor wordt afgezet en we kunnen rustig kijken. We vervolgen onze route op het meer richting de nijlpaarden. Ook die kunnen we zien, maar natuurlijk voor zover ze boven water komen. Dat wil zeggen zo nu en dan één of meerdere nijlpaardenkoppen. Leuk maar niet spectaculair.

Wanneer we koers zetten richting de plaats waar we zijn opgestapt, gaat circa de helft van de groep verder door voor een wandeling op de hoogvlakte om er zebra’s en kudu’s te spotten. Zij zullen volgens planning om een uur of 3 weer terug zijn. Wij hebben besloten om naar de lodges terug te keren. We zijn daar om ruim 11 uur en drinken koffie met uitzicht op het Arbayo- en Chamomeer.

Na een uitstekende lunch ga ik op het terrasje voor onze lodge zitten. Ik heb uitzicht op de nieuwbouw van nog een aantal lodges. Het is een drukte van belang. De mannen scheppen zand, cement en water om tot betonmortel. De vrouwen hebben een soort “brancard” - waarmee je ook de kaasdragers in Alkmaar kunt zien werken – waarop ze de betonmortel naar de plaats van bestemming brengen. Daar zorgt een man ervoor dat de gestorte betonmortel wordt glad gestreken tot een vloer. Andere vrouwen zijn bezig grote blokken steen (basalt) aan te slepen voor onder de vloer of voor een muur. En weer andere komen met zand aan voor de mannen die betonmortel maken. Eén man stort een betonbalk voor de volgende etage en een ander is bezig met stucwerk. Het is buitengewoon levendig en er werken hier zeker zo’n veertig mensen. Zij werken hard in de hitte en alles wordt met de hand gedaan.

De wandelaars zijn om half vier terug. Ze hebben een mooie, maar zware tocht achter de rug. Ze hebben de zebra’s gezien, maar geen kudu’s, duikertjes of impala’s.

’s Avonds eten we heerlijk in het restaurant. De prijzen zijn laag voor onze begrippen. We eten voor iets meer dan vijf euro ruim voldoende. We vragen ons af wat de mensen in Ethiopië per dag verdienen en komen er niet gemakkelijk achter. Sommigen zeggen dat de mensen die wij vandaag zagen werken voor 25 Bir per dag. Dat is ruim één euro. Dat lijkt ons laag, maar we weten ook niet meer.

Dag 16, Arba Minch – Langanomeer, via Sodo (vertrek 8.00 uur, aankomst 15.45 uur)
Vanmorgen weer om half zeven op. Ook nu is er geen warm water ondanks de boiler. Die is kennelijk niet goed afgesteld. We genieten weer van het lekkere ontbijt. En na een wat langzame start rijden we goed door. Het beeld van Ethiopië is ons ondertussen wel bekend. Veel mensen en vee op de weg. Veel karretjes met ezels ervoor en ook wel eens vrachtwagentjes van het merk ISUZU. We rijden langs het Abayameer en stoppen een keer voor een kleine waterval. Een aantal van onze groep maakt foto’s, anderen maken er gebruik van voor een sanitaire stop. Voor het eerst deze vakantie zie ik boeren ploegen met ossen. Op andere plaatsen heb ik mensen ook met de hand dit werk zien doen, maar dan met een soort hak met twee stevige tanden.

In Sodo is er tijd voor koffie, thee of frisdrank. Verder koopt iedereen iets voor de lunch: pinda’s, koekjes en andere lekkernijen. We eten het in de auto op tijdens onze tocht. De chauffeur koopt onderweg bananen en verdeelt die onder ons. Wij laten het ons goed smaken. Onderweg vragen we aan onze chauffeur hoeveel de mensen verdienen die we gister op de bouwplaats hadden zien zwoegen. Hij noemde een bedrag van 20 Bir per dag, dat wil dus zeggen, minder dan één euro!!!! Wij vinden het erg weinig, ook als we zien wat mensen hier voor alledaagse dingen moeten betalen. Onze chauffeur verdient 100 Bir per dag en moet van dat geld ook eten en een slaapplaats regelen (samen ongeveer 30 Bir). Hij zal het zeker van de fooien moeten hebben. Maar hij is volgens ons goed af in vergelijking met de mensen die we gister zagen werken.

Als we doorrijden via Shashemene naar het Langanomeer, zie ik voor het eerst in Ethiopië een tweetal combines op een groot veld teff oogsten (een belangrijke graansoort in Ethiopië). Tot nu toe hebben we alleen maar mensen gezien die het oogstwerk met de hand doen. Maar je mag verwachten dat de combine op de percelen van voldoende omvang en een goede (voldoende vlakke) ligging de handarbeid zal verdringen.

We zijn mooi op tijd bij Saba Lodges, een grote wens van iedereen in de groep. Eén van ons is jarig en in de keuken staat de verjaardagstaart al klaar. Na felicitaties en gezang laten wij het ons goed smaken in het restaurant en zoeken daarna onze lodge op. Alles is prima in orde en dat geeft ons een goed vakantiegevoel. ’s Avonds eten we heerlijk Italiaans in het hotel met een goede Zuid Afrikaanse wijn (pinotage). Saba Lodges is echt een prima plek om te verblijven.

Dag 17, 26 november 2010, Langanomeer – Addis Abeba – Frankfurt – Amsterdam
We slapen lekker uit en gaan daarna naar het ontbijt. Het heeft vannacht flink geregend en dat is goed zichtbaar op het terrein. Het personeel is druk bezig om de weggespoelde gravel weer in orde te brengen. We hebben tot één uur de tijd en genieten van het mooie terrein en de overvloed aan prachtige vogeltjes.

Na de koffie en een lichte lunch stappen we in de landrovers. We rijden naar Addis Abeba en stoppen bij een stelleaveld uit de 12-de of 13-de eeuw waar jonge mannen en vrouwen begraven liggen in een foetus houding. Waarschijnlijk is er een slag geleverd waarbij zij zijn omgekomen. Wij vervolgen de weg en stoppen nog bij een archeologisch museum dat met EU-gelden tot stand is gekomen. Er zijn vier verschillende zalen met collecties, onder andere: steensoorten en gebruiksvoorwerpen van steen, vulkanische gesteenten, de evolutie van de mens en de belangrijkste archeologische vondsten op dit gebied, waaronder een replica van Lucy (Australopithecus afarensis) een skelet van 3,2 miljoen jaar geleden gevonden bij Hadar in de Awash vallei in Ethiopië. Tenslotte is er nog een zaal met botresten van dieren en stenen werktuigen uit de steentijd. Zeker de moeite waard en een goede aanleiding om hier nog weer eens iets meer over te lezen.

We schieten dan al aardig op richting Addis Abeba. Als we in de buitenwijken komen valt het ons op dat er heel modern wordt gebouwd en wordt gewoond. Weer iets meer naar het centrum zien we ook zeer luxe huizen in aanbouw. En dan ook luxe naar Europese maatstaven. Ethiopië is heel duidelijk een land in ontwikkeling en er zijn ook hier enorme verschillen in rijkdom.

In restaurant Amsterdam, vlakbij het vliegveld, hebben wij ons afscheidsdiner. Het eten is goed en overvloedig. Jochem, onze Nederlandse gids wordt hartelijk bedankt voor zijn inzet om de reis zo goed mogelijk te laten verlopen. Dat was zo nu en dan niet eenvoudig, omdat onze binnenlandse vluchten werden gecancelled en omgeboekt naar andere vluchten.

Op het vliegveld nemen we afscheid van onze Ethiopische gids, Alex en de zes chauffeurs van de landrovers. Wij zijn tevreden, alles is goed verlopen in een land waar zaken niet altijd eenvoudig zijn te regelen. Alex heeft ons in het begin van de reis veel verteld over de geschiedenis van Ethiopië en de Koptische kerk. We hadden graag nog veel meer van hem gehoord over het dagelijks leven van de Ethiopiërs in dit mooie land.

Om 11.45 ’s avonds vertrekken wij richting Frankfurt terugkijkend op een onvergetelijke reis door een heel bijzonder Afrikaans land.

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!