Reisdatum:
13-04-2010 t/m 27-04-2010
Waardering:
4 sterren 57 stemmen
Japan betekent "oorsprong van de zon" en is een eilandenrijk dat bestaat uit meer dan 3000 eilanden en dat tot de seismisch meest actieve gebieden ter wereld behoort. Jaarlijks vinden er 2000 aardbevingen plaats. Japan bestaat voornamelijk uit de vier grote eilanden: Hokkaido, Honshu, Shikoku en Kyushu. Honshu is het grootste eiland; hierop liggen de belangrijkste steden van Japan. Op Hokkaido ligt een gebied waar onder meer de Ainu wonen, de oorspronkelijke bewoners van Japan, genetisch enigszins verwant met Kaukasiërs. De belangrijkste godsdiensten van Japan zijn Shintoïsme en boeddhisme en de meeste Japanners hangen beide geloven aan.
13 – 14 april 2010
Het vliegtuig vertrekt keurig op tijd om 21.00 uur. Het vliegtuig is niet vol en we hebben een mooie plek op de voorste rij. Er is veel turbulentie en de stewardessen moeten zelfs een half uur wachten met het rondbrengen van het eten. Elke keer als de stewardessen de cabine verlaten om naar hun eigen ruimte te gaan, keren ze zich naar de mensen en maken een buiging. Dit buigen zullen we nog vele malen tegenkomen.
De vlucht duurt 12 uur en, omdat het in Japan 7 uur later is, zijn we om 15.30 uur in Tokio. Tokio betekent letterlijk oostelijke hoofdstad en is een van de 47 Japanse prefecturen. De 23 speciale wijken van Tokio, die elk als een aparte stad worden bestuurd, beslaan het gebied van de historische stad Tokio. Binnen deze zone woonden in 2009 meer dan 8,7 miljoen inwoners. De totale bevolking van de prefectuur Tokio bedroeg op 1 april 2009 bijna 13 miljoen inwoners.
Tokio heette aanvankelijk Edo. Dit vissersdorpje groeide uit tot de hoofdstad van Japan toen de Tokugawa-familie in 1603 het shogunaat overnam. De officiële hoofdstad bleef Kyoto, waar de keizers resideerden. Die keizers waren slechts in naam staatshoofd; de werkelijke macht berustte bij de Tokugawa-shoguns. In 1868 werd de macht teruggegeven aan de keizer, op dat moment keizer Meiji. Toen werd de naam ook veranderd van Edo naar Tokio en werd Tokio ook de hoofdstad van Japan.
In 1923 werd de stad getroffen door een zeer zware aardbeving, de Kanto-aardbeving met een kracht van 8,2 op de schaal van Richter. Door de daaropvolgende branden werd de stad nagenoeg geheel verwoest. Meer dan 140.000 inwoners kwamen om. De wederopbouw na de aardbeving was nog lang niet voltooid toen Japan zich mengde in de Tweede Wereldoorlog. Vooral aan het eind van de oorlog werd Tokio zwaar gebombardeerd. Het totaal aantal slachtoffers overtrof dat van de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki.
Toen de oorlog was afgelopen in 1945 was het aantal inwoners van Tokio gehalveerd ten opzichte van het begin van de oorlog in 1940. Hierna volgde de Amerikaanse bezetting en een snelle wederopbouw. De bewoners bouwden zo snel mogelijk hun eigen huizen weer op uit alle materiaal dat ze konden vinden. Daardoor heeft Tokio zijn originele stratenpatroon behouden; het stadsgezicht van Tokio is heel modern en eigentijds en oudere gebouwen zijn zeldzaam.
In 1964 werden in Tokio de Olympische Zomerspelen gehouden; de eerste Olympische Spelen op Aziatische bodem. Oorspronkelijk zouden de spelen in 1944 in Tokio worden gehouden, maar wegens de Tweede Wereldoorlog werden ze afgelast. Deze Spelen gaven het einde van de wederopbouw aan en waren een aanleiding om de wereld het nieuwe gezicht van Japan te laten zien.
Tokio is een stad die na de tweede wereldoorlog één van de belangrijkste economische steden van de wereld werd en de Japanners hebben het hoogste inkomen per hoofd van alle Aziaten. Rond 1970 liep de vervuiling van Tokio uit de hand vanwege de grote bevolkingsdichtheid, het hoge energieverbruik en het grote aantal auto's. In 1976 werd de toentertijd strengste milieuwetgeving ter wereld ingevoerd om Tokio te redden van de ondergang. Inmiddels is de vulkaan Fuji alweer bijna 100 dagen per jaar zichtbaar vanaf de hoogste gebouwen. Het openbaar vervoer moet in de stad de motor afzetten als ze bij de verkeerslichten staan te wachten. Er lopen veel mensen met mondkapjes, niet omdat ze bang voor besmetting zijn, maar omdat ze zelf wat ziek zijn en een ander niet willen besmetten.
Op 20 maart 1995 voerden leden van de Aum Shinrikyo-sekte een aanslag met Sarin zenuwgas uit in de metro van Tokio. Er vielen 12 doden. Sindsdien zijn alle prullenbakken verdwenen uit de stad maar nergens vind je rommel op straat. In de steden mag in het openbaar alleen op aangegeven rookplekken gerookt worden en sommigen rookplekken hebben een afzuigkap. Japanners zijn een gedisciplineerd volk, dat blijkt ook later in Hiroshima waar de kleuters in de rij moeten staan en afstand houden van degene die voor hen loopt door een hand op de schouder van het kind voor hen te leggen en de juf moet tussen de rijen door kunnen lopen. Kleine criminaliteit bestaat niet. Japanse toeristen zijn daarom in Europa gewillige slachtoffers, omdat ze totaal onvoorbereid zijn. Je voelt je dan ook veilig in de grote steden, ook al is het er nog zo druk.
Op vliegveld Narita gaan de douaneformaliteiten vrij snel en onze reisbegeleiders Dustin Heerkens en de Maleisische gids Kid staan ons al op te wachten. We gaan met de bus richting Tokio, een rit van 70 km. Langs de weg staan hoge geluidsschermen, zodat we niet zo heel veel zien. We rijden langs het Disney-park. Hier zijn de wachttijden soms wel 3 uur maar de Japanners zijn een geduldig volk en vinden het niet erg in de rij te staan. Daarom bestaat dit park waarschijnlijk nog.
We rijden langs rijstvelden. De meeste rijst is voor eigen gebruik en een klein gedeelte wordt geëxporteerd naar Korea en China. Voor de rest van de wereld is het te duur want de grond in Japan is verschrikkelijk duur. De prijs van grond in Japan is door de recessie gedaald naar het laagste niveau in de afgelopen 36 jaar. Dit houdt in dat de prijs van grond in 2010 goedkoper is dan grond in 1974. In 2009 daalde de grondprijs met 6,1%. In de grote steden daalde de prijs van grond en vastgoed het meest. Het duurste stuk land in Tokio, namelijk de Ginza Luxury Shopping Area, daalde vorig jaar met ruim 26% naar 28,4 miljoen Yen (zo'n € 200.000,00) per vierkante meter. Ondanks de prijsdalingen is Tokio nog steeds de duurste plaats ter wereld om bijvoorbeeld een kantoor te openen.
We gaan naar het Shinagawa Prince hotel en brengen de koffers naar de kamer. Ook hier blijft het personeel buigen. Ohyo gozaimas! Daarna gaan we met Dustin richting station Shinagawa en hij vertelt ons waar we restaurants kunnen vinden, kaartjes voor de trein kunnen kopen, enz. In Tokio heeft men alleen een auto als men een parkeerplaats heeft, waarvoor men € 420,00 per maand betaalt. De meeste mensen gaan met het openbaar vervoer. Tokio heeft het meest uitgebreide trein- en metronetwerk van de wereld. Per dag stappen ruim 7 miljoen mensen in de metro en nog miljoenen anderen in (lokale) treinen.
In het station is het erg druk met eigenlijk alleen maar de salarymen in een zwart kostuum en een laptop. De mannen gaan ’s ochtends om 7 uur naar hun werk en komen om een uur of 7 ’s avonds terug. Ze gaan dan niet naar huis, maar met collega’s naar een karaokebar of restaurant en gaan pas om een uur of 11 naar huis. Dat doen ze omdat de buren zouden kunnen denken dat, als ze eerder thuiskomen, hun baan niets voorstelt. De meeste vrouwen stoppen met werken als er kinderen komen. Kinderopvang is er bijna niet en anders heel duur. Verder zien we veel jonge, hip geklede en geschoeide jonge meisjes en jongens. Iedereen loopt links, omdat ze ook zo rijden, behalve fietsers, die rijden gewoon op het trottoir en wel aan alle kanten!
We gaan naar een restaurant en om 21.00 uur zijn we terug in het hotel. We hebben er dan 30 uur opzitten.
15 april 2010
We staan om half 8 op en gaan ontbijten. Bij de deur van de eetzaal staat het personeel al te buigen. Men wijst met vlakke hand naar iemand die 2 meter verderop staat. Daar mogen we naar toe. Die wijst weer naar iemand bij de volgende bocht in de eetzaal en dan mogen we daar naar toe; dit gaat door tot we bij het tafeltje zijn. Hier zetten we de kaart neer die we bij de deur kregen, zodat men kan zien dat de tafel bezet is. Er staat een superontbijt uitgestald op 4 lange tafels en langs de wand. We kunnen kiezen tussen Japanse en westerse gerechten.
Als we om 9 uur vertrekken voor een rondrit door Tokio regent het. Er zijn overal paraplu’s te koop en er staan paraplu-standaards bij winkels en in restaurants, sommige zelfs met een slotje. Het schijnt hier dus veel te regenen. Eerst gaan we naar Asakusa Kannon- of Senso-ji-tempel, een Boeddhatempel. De legende vertelt dat er rond 500 na Christus 2 vissers waren die iets in de rivier zagen drijven. Dat bleek een gouden Boeddhabeeldje te zijn. Zij gaven het aan het dorpshoofd, die het in zijn huis neerzette. Steeds meer mensen kwamen om het beeld te zien en zijn huis werd steeds meer uitgebreid. Uiteindelijk is het de tempel geworden. Het Boeddhabeeld is niet te zien. Sommigen zeggen dat de tempel is gebouwd bovenop het in de aarde begraven beeld, anderen beweren dat het nooit bestaan heeft. Wie zal het zeggen.
Naast deze mooie tempel is een Shinto shrine, die gewijd is aan de beide vissers. Hun kami (geest) is hier aanwezig. We gaan de hoofdtorii binnen en zien mensen de handen ritueel reinigen voor ze het heiligdom binnengaan. Er hangen votiefplaatjes met wensen, die een half jaar blijven hangen en daarna verbrand worden. Ook wordt wierook gebrand en de mensen bewaaieren zich met wierook op plekken van hun lichaam waar ze last van hebben en dat zou verlichting brengen. Voor de tempel is een leuk straatje met veel winkeltjes waar je allerlei souvenirs en andere spullen kunt kopen. We kopen een paar kaarten voor de verjaardag van Anita en Mark.
Wij gaan door de elektronicawijk Akihabara met zijn mangawinkels (tekenfilms), gitown (meisjes die folders uitdelen) en de maidcafés, naar Ginza, de dure wijk waar de grote modehuizen een winkel hebben. Daar gebruiken we een Japanse lunch in een traditioneel restaurant. Het eten ziet er prachtig uit: op kleur geserveerd in allerlei prachtige schaaltjes en ook weer een brandertje met een bouillon van vissoorten en noedels. Maar we vinden niet alles even lekker.
Na de lunch brengen we een bezoek aan de Meiji-shrine in de wijk Shibuya. Dit is een shrine ter ere van de meest geliefde keizer Meiji en keizerin Shoken, onder wiens regeer het isolement van Japan met de buitenwereld werd opgeheven. Het complex ligt in een bos van ongeveer 100.000 gedoneerde bomen.
Daarna rijden we naar de wijk Shinjuku, een belangrijk zaken- en bestuurscentrum van Tokio. Het station Shinjuku is één van de belangrijkste spoorwegstations in Tokio, waar iedere werkdag meer dan 3.6 miljoen mensen in- en uitstappen. Het is de wijk met de meeste wolkenkrabbers van Tokio. Hier bevindt zich het Tokio Metropolitan Government Building, waarin het bestuur van de prefectuur Tokio is gehuisvest. We gaan naar het Tokio Metropolitan Government building met een tweelingtoren van 240 m hoog, een ontwerp van architect Kenzo. Er werken daar 12.000 mensen. We kunnen tot de 45e verdieping en daar hebben we van een prachtig uitzicht over de stad. Je ziet alleen maar gebouwen, hoe ver je ook kijkt. De Mount Fuji kunnen we niet zien.
Dan gaan we naar een restaurant voor het diner: shabu-shabu, een soort fondue, maar dan op gas. Een grote schaal met bouillon staat te pruttelen en hierin moet je rund- en varkensvlees, groenten en tofu klaar stoven. Schaaltjes sesamolie en saus erbij en met de stokjes haal je de ingrediënten, al dan niet gemakkelijk (meestal niet), uit de kom en smullen maar!
Na het eten gaan we naar Kabukicho, een wijk met veel restaurants, bars, prostitutie en "love-hotels". Op straat staan veel jonge jongens, 16 tot 24 jaar, janky’s. Jonge meisjes maken contact met hen en nodigen hen uit om te praten of mee uit te gaan. Het zijn geen gigolo’s. Het meisje betaalt voor de jongen. Vaak doen ze dit alleen maar om hun zorgen en problemen met deze jongens te bespreken.
Omdat het woonoppervlak van de Japanse huizen niet groot is, ongeveer 50m 2, maken veel Japanse echtparen gebruik van love-hotels als ze eens gezellig bij elkaar willen zijn. Als ze dan een beetje lawaai maken zijn er geen buren die ze daarmee lastig vallen. Er zijn weinig koophuizen in Japan, omdat de grond verschrikkelijk duur is. De huizen worden steeds minder waard, omdat er geen vraag naar is.
16 april 2010
Vandaag bezoeken we het Nikko National Park. Terwijl Europa tuurt naar een aswolk uit IJsland, werden de inwoners van Tokio vanmorgen geconfronteerd met een laagje sneeuw. Lentesneeuw op een 16de april is in de Japanse hoofdstad niet meer voorgekomen sinds 1969. We gaan naar het 1.200 meter hoogst gelegen Chuzenji -ko meer, dat niet te zien is omdat het erg mistig is. Het is bovendien erg koud. Er schijnen ook apen rond te lopen, maar die laten zich met deze kou niet zien.
Met de lift dalen we af naar de Kegon waterval, die 99 meter hoog is. De weg er naartoe bevat 20 haarspeldbochten en weer naar beneden over de andere weg zelfs 28. Daarna staat de Tosho-gu shrine op het programma, het mausoleum voor Tukugawa Ieyasu, een beroemde shogun uit de 16e eeuw. Na de ingang met heel veel oude lantaarns komen we bij de granieten torii, die de grens aangeeft tot waar vroeger het gewone volk mocht komen. Ook is er een prachtige pagode, de heilige stal met het witte paard, geschonken door Nieuw Zeeland en bij de trommeltoren twee kleine bouwwerken, geschonken door Nederland. Opmerkelijk hier is dat de bloembladen verkeerd om zijn geplaatst. De stal heeft decoraties van de drie apen die horen, zien en zwijgen. Dit complex wordt ook bevolkt door een apenkolonie, die we ook niet zien.
Om 7 uur zijn we terug in het hotel en gaan we met Dustin naar het station om een kaartje te kopen voor de trein. Morgen hebben we een vrije dag en gaan we alleen op pad.
17 april 2010
’s Nachts heeft het gespoeld en op IJsland gooit de vulkaan nog steeds een asregen over Europa en zijn de vliegvelden nog dicht. In China is een aardbeving van 6.9 op de schaal van Richter, 760 doden. We vertrekken naar het station Shinagawa en dan een nieuw avontuur: reizen met het OV in Tokio. De trein waar wij mee zullen reizen gaat om Tokio heen en doet daar ongeveer 5 kwartier over. Deze ring is de Yamanote-lijn. Het is even zoeken op het station en uitvinden hoe de kaartjesautomaat werkt, maar dan gaat het prima. Elk station wordt omgeroepen, ook in het Engels! De kaartjes door de machine en we staan op het perron. De kaartjes passen alleen maar in de poortjes die naar de Yamanote-lijn gaan.
We gaan naar Shibuya, 5 stations verder. Met 2,5 miljoen passagiers op een gemiddelde weekdag is het het vierde drukste station in Japan dat een groot deel van het treinverkeer tussen het stadscentrum en de buitenwijken in het zuiden en westen afhandelt. We willen naar de winkelstraat Omote-sando en naar de Takeshita-Dori, waar de kleurig uitgedoste meisjes, de teenyboppers, zouden staan in felgekleurde t-shirts en kousen. In 1920 was er een professor die vlakbij station Shibuya woonde met zijn kleine Akita hondje, dat elke avond naar het station kwam om zijn baasje op te halen van de trein. De professor stierf in 1925, maar het hondje bleef komen en wachtte op het station tot het 11 jaar later zelf stierf. De trouw van de arme hond was niet onopgemerkt gebleven bij de mensen en ze plaatsten ter herinnering aan hem een monument in het station. Als de mensen er langs lopen aaien ze hem even over de kop.
Wat ons in Tokio vooral opvalt is, dat ondanks een inwonertal van ongeveer 12 miljoen mensen, er nergens herrie is. De mensen gedragen zich ingetogen, schreeuwen niet, praten niet luid en druk (behalve op de markt) en auto’s toeteren nergens. Ook de vele schoolkinderen in hun schooluniform veroorzaken geen geschreeuw en geren; alles gaat even ordelijk. De jongelui zien er erg hip uit, meisjes in korte rokjes of broekjes met lange kousen tot net over de knie. Vaak verven ze hun haar in roodachtige tinten en dragen het in hoog opstaande pieken.
Het is buiten het station zo druk dat we niet weten welke kant we op moeten gaan. We vragen een jongen welke richting Omote-sando is en hij vertelt dat we beter een halte verder kunnen want het is een eind lopen. Dus weer uitzoeken hoe we in Harajuku komen. Daar lopen we eerst door de drukke winkelstraat met de dure kledingzaken zoals Chanel, Louis Vuitton enz. Naast één van de winkels is een gebouw waar daklozen staan die er hun maaltijd halen. Ze staan netjes in de rij en wachten geduldig. Daarna lopen we door kleine straatjes en komen in een smal winkelstraatje met allemaal kleding- en souvenierwinkeltjes en heel veel jeugd waarvan sommige in fel gekleurde kleding zoals we die verwachten bij de jeugd op de brug. We gaan naar de Yoyogi (Harayuku) op zoek naar de hip geklede meisjes maar er is niemand te zien.
Dan gaan we naar station Shibuya, het drukke kruispunt, bekend van de reklame, en gaan daar een half uurtje met verbazing naar de mensenmassa op het kruispunt kijken. Dit is het drukste zebrapad ter wereld. Per dag zo'n 2,5 miljoen mensen. Het is niet voor te stellen zoveel mensen er oversteken. Dat gaat met golven als er weer treinen of metro's zijn aangekomen. Dan horen we het gekoekoek van de verkeerslichten en steken zelf ook diagonaal over. Geweldig!
We zoeken een restaurant om te eten en om 9 uur zijn we weer in het hotel. Het is mooi geweest voor vandaag.
18 april 2010
We nemen afscheid van Tokio en gaan op weg naar Hakone in de buurt van Mount Fuji. Onderweg vertelt Dustin van alles over het Japanse leven. Zo ook de gewoontes van een huwelijk. Je kunt speciale enveloppen kopen om je cadeau voor het bruidspaar in te doen. Minstens 10.000 yen (€ 80,00). Later geeft het bruidspaar hier 40% van terug. Dat gaat ook zo bij begrafenissen. Op Valentijnsdag krijgt de man een doos chocola en op 14 maart is het de "witte dag" en krijgt de vrouw een veel grotere terug.
Bij een geboorte gaat de vrouw een week voor de geboorte van haar kind naar haar ouders en ze bevalt dan in het dichtsbijzijnde ziekenhuis. De baby blijft 7 dagen in het ziekenhuis en de vader mag zijn kind die 7 dagen niet vasthouden. Tegenwoordig mag de vader wel bij de bevalling zijn, maar dan moet hij in de zevende maand met andere vaders uitleg gehad hebben over een geboorte. Na die week gaan moeder en kind weer naar het huis van haar ouders en blijven daar 30 dagen. Na die 30 dagen gaat de familie naar een Shinto shrine waar de baby door een priester wordt gezegend.
We gaan naar één van de vijf meren die rond de Mount Fuji liggen, het Ashini-ko meer, en met de kabelbaan omhoog naar de zwavelbronnen. Overal spuit stoom uit de grond en op die plaatsen stinkt het naar zwavel. In het hete water worden eieren gekookt, die door de zwavel zwart worden – gelukssymbolen, per ei worden er zeven levensjaren extra voorspeld, twee eieren veertien jaar, drie eieren… te hoog cholesterol. Ze schijnen goed te smaken, maar ik hoef ze niet.
We moeten nog een flinke rit maken naar de ryokan, het hotel Kawaguchi Seigaku voor vanavond. Een ryokan is een Japanse vorm van een familiehotel of pension. De traditionele Japanse ryokans dateren uit het Edo-tijdperk (1603-1868). Zij boden reizigers een kamer met tatami matten en een gemeenschappelijk bad en andere openbare delen, waar de bezoekers konden ontspannen in hun yukata (een soort badjas die ook wel kimono genoemd wordt). De kamers met hun matten mogen niet met schoeisel worden betreden vanwege de kwetsbare structuur van de rijstmatten. Er staan pantoffels voor de gasten klaar, maar in de kamers moeten ook deze pantoffels uit. De kamer bevat een laag tafeltje en dunne, maar wel comfortabele matrassen (futon) om op te slapen. De kamers zijn verder voorzien van een televisie en er is airconditioning in de meeste ryokans.
Onze ryokan ligt prachtig aan een meer. Boven aangekomen liggen er kimono’s en jasjes klaar en slippers. Als je naar het toilet gaat doe je de slippers aan die in het toilet staan. Erg leuk om dit mee te maken. We doen de yukata aan met de obi (gordel). De kledingstukken zijn klein en passen dus niet bij iedereen. Ook lopen de meesten meer naast de slippers dan erop, omdat ze te klein zijn. Daarna dineren we gezamenlijk bij heel lage tafels. Er staan wel 23 potjes en pannetjes voor elk op de tafel.
Na het eten ga ik in de onsen (Japans bad). De mannen en vrouwen gescheiden, geen badpak en geen zeepresten in het bad zelf. Heerlijk gebadderd, niet zo lang omdat het zo heet was, 40 graden. Daarna naar bed; slapen op de rieten tatamimatten op de grond. De futon ligt heerlijk!
19 april 2010
Vandaag weer een superontbijt in authentieke Japanse stijl, dus de benen onder de lage tafel frommelen en weer krijgen we allerlei lekkere dingen. Als we weer op weg gaan worden we door het hele team uitgezwaaid! We gaan naar de Mount Fuji, die 47 km doorsnee meet en 3.776 meter hoog is. Het is de hoogste berg van Japan en is vooral mooi van een afstand. De Mount Fuji is vulkanisch en aan de bovenkant heeft hij dan ook een krater. Je kunt de Mount Fuji niet vaak zien, maar we boffen want het is prachtig helder weer, zodat we de sneeuwtop schitterend wit op zien doemen. We stoppen op een parkeerplaats voor een fotoshop, maar dat mag niet van de bewaker, dus dan maar gewoon langs de kant van de weg. De chauffeur moet alle tijden en kilometers die hij maakt noteren, dus elke keer als we stoppen en vertrekken komt zijn boekje weer open. We hebben op deze plek een prachtig uitzicht op de berg met sakura op de voorgrond.
We rijden verder naar het Fuji-bezoekerscentrum en krijgen een film over het ontstaan van de berg en over de berg in de vier seizoenen te zien. We maken nog wat foto’s en daarna gaan we met de bus de berg op tot het vierde station, 2.020 meter hoog, verder kan vandaag niet. In de weg zitten ribbels en als de chauffeur er met een bepaalde snelheid (40 km/u) overheen rijdt hoor je een liedje dat 13 seconden duurt. Dit grapje heeft € 15.000,00 gekost.
Er zijn op de berg stations benoemd, die op dusdanige afstand liggen dat je vroeger met een volle olielamp van het ene station naar het volgende kon lopen. Naar de top gaat niet; dat is alleen mogelijk van 1 juli tot 26 augustus en het duurt zeker 6 uur vanaf het 5e station. Veel Japanners maken een bedevaartstocht naar de top. Een groot deel van de bergbeklimmers plant de tocht zo dat ze op tijd de top bereiken om de zon te zien opkomen.
De vulkaan slaapt sinds 1709; ze wordt als heilig beschouwd en speelt een grote rol in de Japanse cultuur. Aan de voet van de berg liggen rijstakkers, vijf meren, waarvan het Kawaguchimeer de berg weerspiegelt en het "zelfdodings-bos" Aokigahara. In de bossen worden veel zelfmoorden gepleegd. Het lichaam wordt teruggegeven aan de aarde, aan de spirit, de kami. Zelfmoord is iets poëtisch. De familie hoeft ook niet te betalen voor de kosten die een zelfmoord in de bossen met zich meebrengt. Als iemand zich bijvoorbeeld voor de trein gooit moet de familie alle kosten betalen.
We gaan verder naar Takayama, beroemd door zijn timmerlui en houtsnijwerk. De stad heeft ruim 95.000 inwoners en ligt aan de rivier Miyagawa. In Takayama zien we mooie oude huizen die veranderd zijn in winkeltjes en restaurantjes. We gaan naar het Takayama Green hotel waar we de koffers naar de kamer brengen en dan eerst even de stad in. Om half 7 eten we Japans in het hotel; gelukkig kunnen we op een stoel zitten.
20 april 2010
Na het ontbijt gaan we naar de oude wijk waar we de ochtendmarkt bezoeken. Het regent als we door de mooie oude buurt, waar de mensen hun waren aanprijzen,wandelen. Ook hier zijn weer veel leuke winkeltjes. We zijn klaar voor een vrij lange rit, onderbroken door twee pauzes waarbij we de benen even kunnen strekken. We verbazen ons weer over de superschone toiletten die je onderweg overal tegenkomt. Japan is een erg hygiënisch land en de mensen ook. De toiletten zijn een fotoserie waard: verwarmde brillen, verschillende warme sproeiers, geluid om te voorkomen dat iemand je hoort en er zijn enkele hurktoiletten. Ik heb geteld hoeveel damestoiletten er bij een stopplaats waren: 25!
Dan gaan we over een mooie snelweg dwars door de bergen met heel veel bruggen en tunnels richting Kyoto. De vliegtuigen in Europa vliegen weer, volgens Dustin. Dat is na 7 dagen. Om 4 uur komen we aan in het Keihan Kyoto hotel. Kyoto is een stad met ongeveer 1,5 miljoen inwoners. Kyoto bleef de hoofdstad van Japan tot het einde van de Edo-periode in 1868. Nadat Edo was hernoemd tot Tokio, was Kyoto korte tijd bekend als Saikyo, dat "westelijke hoofdstad" betekent. Kyoto wordt beschouwd als het culturele centrum van Japan. Gedurende de Tweede Wereldoorlog, terwijl bommen in het hele land neerkwamen, bleef Kyoto met zijn 1.600 boeddhistische tempels, 400 Shinto shrines, paleizen, tuinen en architectuur gespaard.
In 1997 werd in Kyoto de conferentie gehouden die resulteerde in het Kyoto-protocol over de beperking van de uitstoot van broeikasgassen. De stad is bij het merendeel van de wereldbevolking bekend geworden via dit Verdrag van Kyoto.
Kyoto kent een aantal bekende wijken zoals Shimabara en Gion, de bekende geishawijk. Tot op de dag van vandaag kan men daar de geisha’s op straat zien lopen. In de jaren dertig trok de wijk gasten van heinde en verre, mannen uit de hoogste kringen van de zakenwereld en aristocratie. Daar streden zij met elkaar om de populairste geisha te onderhouden.
We gaan naar het station aan de overkant van het hotel. Onder het station is een groot winkelcentrum met hoofdzakelijk kledingzaken en restaurants. Boven het station is een warenhuis van 15 verdiepingen met een uitzichtpunt. Daar kunnen we op onze vrije dag wel naar toe.
21 april 2010
Vandaag hebben we een druk programma, dus vroeg op. Allereerst gaan we naar de Kiyomizu-Dera tempel. Een mooie tempel met Boeddhabeelden en veel kleur. Het bijzondere aan deze tempel is dat hij van hout is gemaakt en geconstrueerd zonder een spijker te gebruiken. Bij de Jishu-jinja kunnen bezoekers met de ogen dicht van één steen naar een 18 meter verder gelegen tweede steen lopen. Lukt het niet om precies bij de tweede steen uit te komen, dan zal je verlangen naar liefde niet vervuld worden. Het straatje naar de tempel heet Chawan-zaka of Teapot Lane, een gezellig straatje met allemaal winkeltjes met Kyoto handwerk, lokale snacks en souveniers.
Vervolgens rijden we naar het Heian-jingu complex; 30.000 m2. Daar ging het niet om de tempel maar om de tuin. Dit is een typische Japanse tuin. We bekijken eerst de schrine en de grote torii. Er staan verschillende witte en roze boompjes die prachtig bij de omgeving passen en als we er bij komen, blijken het wensboompjes met witte en roze lintjes te zijn. Ook zijn er weer votiefplaatjes met wensen. De tuinen hebben prachtig aangelegde vijvers met de bekende schilpadden en koikarpers en een verscheidenheid aan bomen en oude lantaarns. Verder liggen er stenen in de lotusvijver waar je over kunt lopen. Prachtig!
Na de lunchpauze gaan we naar een kimono modeshow. Mooie meisjes showen hun zijden kimono in fraaie kleuren en motieven. Het ziet er prachtig uit. Ook is hier de gelegenheid om rond te kijken bij de weefgetouwen. Men is zijde aan het weven om er stof voor een kimono van te maken. De draad is heel dun, dat schiet niet erg op. De kimono die een geisha draagt kost wel 100.000 euro.
Dan verder naar de Ryoan-ji tempel (Zen), bekend vanwege zijn rotstuin. Hierin ligt grind met 15 keien, waar je goed zou kunnen mediteren. Zen is een vorm van het boeddhisme die volgens overlevering is ontstaan in India en die in de 5e eeuw zou zijn geïntroduceerd in China. Daar kwam zen tot grote bloei, maar tegenwoordig geldt vooral Japan als het centrum van het zenboeddhisme. Zen legt de nadruk op za-zen: meditatie als middel tot verlichting. Bij deze meditatievorm zijn onder andere beheersing, wijsheid en een goed gevoel voor humor van belang.
We gaan naar Kyoto’s beroemdste bouwwerk , de Kinkaku-ji tempel met het gouden paviljoen, prachtig gelegen in een vijver in een mooie tuin, zo in de middagzon een plaatje. Voor het diner gaan we okonomyaka eten: een echte Kyoto pizza, iets met ei, vlees en kruiden. De kok staat buiten voor zijn zaak te koken.
Dustin weet dat de echte geisha’s in de mooie, oude wijk Gion met huizen in traditionele stijl wonen en werken en hij vraagt of we geisha’s willen spotten. Natuurlijk! De reis heet toch het land van de geisha’s! Die moeten we gezien hebben. Meestal kun je ze om een uur of half 7 tegenkomen als ze op weg gaan naar hun afspraak. Een geisha is een hoogopgeleide en gerespecteerde Japanse gastvrouw die zorgt voor vermaak op feestjes in theehuizen. Haar taak is de gasten te onderhouden met een gesprek, zang, muziek en dans. Dit is niet alleen voor mannelijke gasten bedoeld, wat wel vaak gedacht wordt, maar net zo goed voor vrouwen. Mannen die ozashiki (feestjes in theehuizen) organiseren, nemen vaak hun echtgenote mee. Daarnaast kunnen ook vrouwen die ozashiki geven, vragen om gezelschap van geisha's. Het verleende vroeger status aan de feestjes. Er zijn zowel privé-bijeenkomsten als openbare gelegenheden die door geisha's worden opgeluisterd.
De geisha, in Kyoto geiko genoemd, is dus een artiest en bestaat alleen in Japan. De meeste westerlingen denken bij geisha’s aan prostituees, wat onterecht is. Het is haar taak om gasten op hun gemak te stellen. Hierbij speelt seks helemaal geen en anders een ondergeschikte rol. De Japanse gastvrouwen zijn niet verbonden aan een religie. Zij wonen in een gemeenschap, die in de stad is gevestigd. Dat noemen ze de hanamachi, ook wel eens de bloemenstad genoemd, waar de geisha’s ook werken. Een geisha verdient veel geld maar daar gaat een lange opleiding aan vooraf.
In de jaren twintig was de geishaperiode op zijn hoogtepunt. Er woonden door het hele land wel 80 000 geisha’s. Na de oorlog was dit verminderd naar 1200, nu nog ongeveer 120. Het uiterlijk van de geisha is zeer belangrijk, zij moet er perfect uitzien. Make-up is daar een onderdeel van. Het gezicht wordt geheel wit gemaakt en de lippen en ogen rood. De witte make-up is een overblijfsel uit de tijd dat er nog geen lampen aanwezig waren in het paleis van de keizer. De artiesten maakten allen hun gezichten wit, met krijt, kalk of cyanide, maar ook door middel van gedroogde uitwerpselen van de nachtegaal, zodat de keizer hen goed kon zien bij het kaarslicht. Daarnaast is een witte huid een statussymbool. Daaraan kon men zien dat men niet buiten hoefde te werken.
Een keer per week worden de kapsels van de geisha’s en de maiko's mooi gemaakt. In de laatste maand als maiko wordt het sakko kapsel gedragen. Door het doorknippen van de bovenste haarwrong zijn de dagen als maiko voorbij. Dit kan een emotioneel moment zijn voor de meisjes. Na de sakko houdt de geisha haar hele artiestenleven hetzelfde kapsel. Bij voorstellingen en uitvoeringen draagt ze een pruik, omdat elke geisha er dan vaak hetzelfde uit moet zien.
Kimono’s verschillen voor mannen en vrouwen qua kleur, stijl en gelegenheid. Er zijn belangrijke voorwaarden verbonden aan het dragen van een kimono. Ze kunnen informatie prijsgeven over de drager, zoals leeftijd en de huwelijksstatus. Geisha’s dragen altijd een kimono. De beginnende geisha dient te werken, enkel voor de uitbouw van haar garderobe. Tijdens hun loopbaan zijn zij dan ook een fors bedrag kwijt voor het aanschaffen van hun kleding. De geisha draagt de strik in de centuur, obi, achterop de rug. Vanwege de moeilijkheid van het strikken hebben de meisjes en vrouwen veelal hulp nodig bij het aankleden. De gewone Japanner bezit twee verschillende kimono’s: een voor de wintermaanden en een voor de zomermaanden. Een geisha moet elk seizoen een andere kimono dragen en ook verschillende voor elk gelegenheid. Elke kimono is een kunstwerk en wordt niet gedragen als deze niet volmaakt is. Ze zijn ook allemaal uniek en worden vaak niet meer dan vijf of zes keer gedragen. Tevens vereist het dragen van een kimono een speciaal kapsel, schoeisel, sokken en handtasjes.
We gaan naar de straat waar we de geisha’s kunnen verwachten en er staan veel mensen met camera’s te wachten. Er loopt een politieagent tussen om de boel in de gaten te houden en na een paar minuten komt een geisha aangelopen. Iedereen maakt foto’s. Je mag haar niet hinderen, want dan gaat het fotograferen verboden worden. Na enkele minuten komt er weer één en totaal komen er 8 geisha’s aangewandeld of stappen in een taxi. Geweldig.
Na het geishaspotten gaan we naar de Kyoto Gion Corner voor een presentatie van Japanse kunstvormen als theeceremonie, ikebana bloemschikken, muziek van geisha’s, dans en bunraku poppentheater. Na afloop leren we zelf thee schenken onder leiding van een jong meisje en een man in Mikodracht die perfect Engels spreekt. Het is ingewikkeld en erg leuk om mee te maken. Om 9 uur zijn we terug in het hotel. Het is een lange, maar prachtige dag geweest.
22 april 2010
's Ochtends rijden we naar Nara, de oudste hoofdstad van Japan. Dat is ze slechts 89 jaar geweest. Toen heeft de Keizer besloten zijn hof naar Kyoto te verplaatsen omdat de priesters in de tempels in Nara te veel macht kregen. We brengen een bezoek aan de Todai-ji tempel, het grootste houten gebouw ter wereld. Qua kleur en inrichting sober (bruin hout met witte rijstpapieren ramen.) Hier vind je de grootste zittende Boeddha. Hij is al verschillende malen door brand geteisterd en weer opnieuw gemaakt. Verder vind je in deze tempel Taoïstische beelden zoals de bewakers van de poort. Ook is een van de zware houten palen voorzien van een gat. Wie daardoor gaat wordt verlicht.
Rond de tempel vind je heel veel herten. Deze zijn heilig voor deze streek. Je kunt rijstkoeken kopen om ze te voeren, maar als je niet oppast stoten ze die uit je hand. Sommige herten zijn agressief. Ook hier zijn weer veel schoolkinderen. Enkelen lachen en zeggen "Hello". Ze vinden het leuk als je dan vraagt: "How are you?"
Vervolgens rijden we naar het Kasuga Taisha heiligdom, een Shinto tempel die op zich niet zo mooi is, maar wat heel speciaal is, zijn de honderden stenen lantaarns die rond alle paden bergop naar de tempel staan. Die zijn geschonken door gemeenschappen uit het hele land die daar om voorspoed kwamen bidden. Ook hier lopen weer de herten. Er lopen meisjes in orange rokken en witte bloesjes. Ze hebben een soort kroontje op hun hoofd van blauwe regen. Deze meisjes mag je niet fotograferen want op één of andere manier zijn ze ook heilig. Bij de shrine zien we een feestelijk geklede familie met hun 30 dagen oude kindje dat door een Shinto priester is gezegend.
We gaan terug naar Kyoto en de rest van de middag kunnen we ons zelf vermaken. Het goot de hele morgen, nu is het droog. We gaan een paar boodschappen doen en dan naar het station. We dwalen ondergronds en na een uurtje komen we weer boven en op de kaart zien we dat we één blok vanaf de andere kant van het station zijn. Eerst maar koffie drinken en dan uitzoeken waar we morgen de kaartjes voor de bus kunnen kopen.
We komen Jan en Brigitte tegen en met hen gaan we lopend naar de overdekte Nishiki foodmarket, waar we morgen dus met de bus naar toe wilden. Het is een behoorlijk eind lopen. De foodmarket is een heel lange, smalle straat met aan beide kanten vis- en kruidenwinkeltjes. Aan het einde van de straat kun je weer links en rechts ook winkelstraten in. We gaan linksaf en dan nog een paar keer links en rechts en op het laatst weet je niet meer waar je bent. Volgens Jan moeten we rechts aanhouden en terwijl we op de kaart aan het zoeken zijn komt een Japans meisje vragen of ze ons kan helpen. Weinig Japanners spreken Engels, maar ze zijn zeer behulpzaam.
Om half 8 zijn we weer bij het station. We gaan naar een restaurant onder het station en daarna terug naar het hotel. Het is voor vandaag meer dan mooi geweest.
23 april 2010
Onze laatste dag alweer in Kyoto en we hebben de hele dag voor onszelf. De vloerbedekking van de kamer in het hotel wordt vandaag schoongemaakt en we kunnen van 10 tot 3 uur niet in de kamer, dus wegwezen. Het is droog weer, bewolkt maar niet koud. We gaan naar de winkels die naast het hotel liggen en dan naar de overkant naar het station. Boven het station zijn 15 verdiepingen winkels en we zoeken het uitkijkpunt. Hier zien we dat Kyoto een lange, smalle stad is, ingeklemd tussen de bergen.
Dan dwalen we door de prachtige winkels. In één van de winkels wil een mevrouw met een doos naar het magazijn. Voor de deur draait ze zich om en buigt naar de winkel. Het lukt haar niet zo goed om de deur open te krijgen en ik doe dat voor haar. Ze weet niet hoe ze zich moet verontschuldigen en buigt maar en buigt maar en zegt steeds domo arigato gozaimasu (thank you). Nou dat hoeft ook weer niet zo. Maar gauw doorlopen.
Daarna gaan we de Higashi-Honganji tempel aan de Karasuma-dori bezichtigen en vervolgens steken we de straat over om naar de Shosei-en Garden te gaan, een mooie tuin om te wandelen. Door kleine straatjes lopen we naar de Kamo-rivier waar originele Japanse huizen langs staan. Een mooi gezicht. Dwalend door de straten en goed op de kaart kijken zoeken we de weg naar het hotel weer terug. Eerst even uitrusten en dan een restaurant zoeken.
24 april 2010
Om half negen stappen we onze groene bus weer in om richting Kurashiki te gaan, een beetje het binnenland van Japan in. Eerst rijden we via Osaka naar Kobe en brengen daar een bezoek aan het sakémuseum. Het is interessant om te weten hoe deze rijstwijn wordt gemaakt. Het productieproces wordt uitgelegd via videoschermen met Engelse ondertiteling. We steken er wat van op. In het museum zelf staan de apparaten die toen gebruikt werden en we kunnen proeven.
Na dit leerzame intermezzo gaan we richting Kurashiki; grijze geluidsschermen belemmeren ons uitzicht. Voor de lunch stoppen we bij wegrestaurants. Deze zijn voorzien van eten in allerlei soorten, koffie, thee en frisdranken. Verse broodjes, verse vis en allerlei Japanse gerechten, voor elk wat wils dus. De automaten leveren warme en koude dranken, met zelfs vers gezette koffie: gemakkelijk en goed! Binnen en buiten zijn bankjes en tafels, buiten staan asbakken en afvalbakken, er zijn toiletten in westerse en Japanse stijl. Het is overal zeer schoon en netjes.
Na een paar van deze stops komen we aan in het dorp Soja op de Kibi-vlakte, waar we een leuke fietstocht gaan maken. Bij de fietsverhuurder staan allemaal wrakken van fietsen en veel te klein voor ons, maar vooruit, we zoeken de beste uit en gaan op pad. We moeten nu ook links rijden, dus dat is opletten. Bij het oversteken houden de mensen al rekening met die kudde blanken die uit de rijstvelden komt fietsen en stoppen wel even. Het is goed weer en ons doel is de Pagode, die we in de bus al gezien hebben. Alles gaat prima, het is een leuk tochtje, iedereen geniet!
We moeten nog een uurtje rijden naar Kurashiki waar we zullen overnachten. Het is net zo’n stad als Takayama, maar dan niet in de bergen. We gaan naar het oude stadscentrum, bekend door pakhuizen voor rijst, die aan de feodale heren moest worden afgedragen (kura – pakhuis). Een riviertje, sakura maar ook treurwilgen en leuke winkeltjes. We halen boodschappen voor onderweg en zoeken een restaurant. In het restaurant zit Aura alleen, dus we gaan met haar eten, spaghetti met heel veel knoflook, maar wel lekker. Dan gaan we terug naar het Resol Kuraskiki hotel.
25 april 2010
De koffers worden met de bus vooruit gestuurd want morgen gaan we met de Shinkansen en die stopt maar 2 minuten. We kunnen niet met 20 mensen en 20 koffers plus handbagage in 2 minuten instappen en nemen alleen handbagage mee. Na het ontbijt gaan we de stad in en om 11 uur vertrekken we naar het eiland Miyajima dat een paar kilometer voorbij Hiroshima ligt. We rijden door de bergen met veel bruggen en tunnels, waarbij bloeiende bomen en bamboebosjes van wel tien meter hoog opvallen in het landschap.
Miyajima is een eiland in de Japanse Binnenzee en is vooral bekend om de Shinto shrine, de Itsukushima shrine. Voor de shrine staat in het water de toegangspoort, de torii. Vroeger was de grond van het eiland zo heilig, dat gewone mensen alleen in de shrine mochten komen, dat ook boven het water is gebouwd. Ze bereikten de shrine per boot door de torii. Bij vloed staat de poort in het water. Sinds 1996 staat de shrine op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Andere bezienswaardigheiden zijn de Boeddhistische tempel Daisho-in en de pagode met vijf verdiepingen, Goju-no-to. Op het eiland leven vele tamme herten, die overal rondlopen. Sinds ze niet meer gevoerd mogen worden, neemt het aantal af en worden de herten ook minder opdringerig. Een specialiteit van het eiland is een soort zachte koekjes in de vorm van een esdoornblad, traditioneel gevuld met bijvoorbeeld zoete bonenpasta. Ook om zijn gebakken oesters en ijs is het eiland bekend.
Het plaatsje Miyajima bestaat deels nog uit de traditionele laagbouw. Er zijn veel souvenirwinkels gevestigd. De belangrijkste winkelstraat is in de zomer overdekt met doek tegen de felle zon. We steken met de ferry over naar Miyajima. Al vanaf de boot is de zeer beroemde oranjerode torii, de poort, die een tempel aankondigt en hier in zee staat, te zien. Itsukushima is het eiland van de spirits, van de kami. Aan boord van de ferry vraagt een Japanse dame waar we vandaan komen. Als we Holland antwoorden zegt ze tegen haar vriendin dat we uit Polen komen. Dat verstond ze blijkbaar. Nee, zeggen we, Hollanda. Aaahh.
We wandelen een eind over het eiland richting de torii en de Uthukushima shrine. De tempel is mooi oranje/rood en de reusachtige torii lijkt op de golven te drijven als het hoog water is, maar nu zijn de fundamenten zichtbaar. Het is een plaatje! Een uitgestrekt tempelterrein, heilige herten, pagodes op een heuvel, volop zon, bloeiende sakura. Het is eb en de shrine ligt droog. Als we terug varen komt het water weer op en staat hij met zijn voeten in het water.
Om 4 uur vertrekken we naar het Rihga Royal Hotel in Hiroshima, midden in het centrum, 32 verdiepingen en daarmee het hoogste gebouw van de stad. Wij hebben een kamer op de 19e verdieping met uitzicht op het baseballstadion. Hiroshima is een mooie stad met ongeveer 1.154.000 inwoners. We brengen de tassen op de kamer en gaan met Dustin naar de A-Bomb Dome bij de brug over de rivier waar de atoombom terecht is gekomen op 6 augustue 1945. Voor de bomaanslag was het een expositiegebouw; nu resten alleen een rond geraamte met stalen dakspanten, geblakerd en verwrongen. Alle mensen die binnen waren werden gedood en dit gebouw is het enige dat is blijven staan, samen met 2 andere die hier niet in de buurt staan. We maken foto’s en besluiten om nu niet naar het Memorial Park te gaan omdat we daar morgen gezamenlijk heen gaan.
We besluiten naar het overdekte winkelcentrum te gaan dat wel een kilometer lang is met allemaal zijstraten en heel veel jeugd. We gaan ergens eten en daarna terug naar het hotel.
26 april 2010
We gaan vandaag het Peace Memorial Park bezoeken, dat is opgericht nadat Hiroshima werd getroffen door een atoombom, gegooid door de Amerikanen op een plek waar geen geallieerde krijgsgevangenen zaten. De gevolgen waren verschrikkelijk, maar als je er zo mee geconfronteerd wordt als hier, dringt het pas echt tot je door. Een indrukwekkend, indringend monument met museum. Het eerste wat je ziet van dit park is de A-Bomb Dome, één van de weinige gebouwen dat nog overeind is gebleven na de bom. De ruïne ziet er verschrikkelijk uit en geeft goed aan hoe vreselijk de bom moet zijn geweest.
Na dit gebouw loop je over de brug naar het Park. Ongeveer boven deze brug is de bom tot ontploffing gebracht. Eerst zie je verschillende gedenktekens, waaronder de klok die elke ochtend om kwart over 8 speelt, het tijdstip waarop de bom viel. Dan staat er een gedenkteken met kraanvogels voor Sadako en alle andere kinderen. Het verhaal gaat dat een jong meisje, Sadako, dat ernstig gewond was door de bom en kanker kreeg, geprobeerd heeft 1000 kraanvogels te vouwen. In Japan gelooft men dat als je 1000 kraanvogels vouwt je zult genezen. Helaas is ze gestorven voordat ze de 1000 kon volmaken. Heel veel schoolkinderen komen hier dagelijks zingen en papieren kraanvogels brengen als aandenken aan haar en als ervaring voor die kinderen wat hier gebeurd is.
We wandelen langs de vredesklok en de eeuwige vlam in het park, die niet zal doven, voor alle kernwapens de wereld uit zijn. Ook bij het Koreaanse gedenkteken, een schildpad, staan we stil. Dit gedenkteken is nog niet zo lang geleden geplaatst. Men wilde dit eerst niet omdat de Koreanen in de ogen van de Japanners geen status hebben. Er waren in Hiroshima op het moment van de bom zo’n 50.000 Koreanen als dwangarbeiders. Deze waren hier al uit eerdere oorlogen heengebracht. Zelfs nu nog worden de in Japan levende Koreanen als tweederangs burgers beschouwd. Ze hebben nauwelijks toegang tot universiteiten en krijgen moeilijk werk.
In het museum kijken we naar een film over de ramp. Zeer aangrijpend. Het vertelt veel over de gevolgen voor de bevolking en de beelden liegen er niet om: een schaduw die is ingebrand in een stenen trap, waarop een vrouw gezeten heeft, gesmolten stenen, flessen en brokstukken van stenen. Ze laten alle verschrikkelijk wonden zien en staand uitgebreid stil bij de gevolgen van de straling (een toen nog onbekend fenomeen). Erg emotioneel. De anti A-bom beweging is hier ontstaan! Begrijpelijk als je die verschrikking ziet.
De atoombomaanvallen op Hiroshima en Nagasaki zijn twee aanvallen met een atoombom die in 1945 door de Amerikaanse luchtmacht zijn uitgevoerd. Op 6 augustus werd de Japanse havenstad Hiroshima gebombardeerd, en op 9 augustus de stad Nagasaki. Kort daarna capituleerde Japan. Hiermee kwam een eind aan de Tweede Wereldoorlog. Eind 1945 waren als gevolg van de aanvallen circa 250.000 mensen om het leven gekomen. Als gevolg van stralingsziekte en kanker zouden nog enige honderdduizenden slachtoffers zijn gevallen.
Tot en met de Tweede Wereldoorlog had Hirohito de status van goddelijke ikegami, Japans voor levende natuurgeest, een van de belangrijkste begrippen van het Shintoïsme. In 1946 dwongen de Amerikanen hem zijn goddelijke status te verwerpen. Van toen af was hij nog slechts het symbolisch hoofd van de Japanse staat en van de eenheid van de natie. De bevolking was hiedoor helemaal in shock. Veel van hun jongens hadden kamikaze gepleegd voor hun keizer omdat zij hem als een god zagen. Nu bleek dat de keizer ook een gewoon mens was en velen hebben daar veel moeite mee gehad.
We nemen afscheid van Sem. Hij heeft pas een dochter gekregen en zijn vrouw is met hun dochtertje naar Hiroshima gekomen om met hem met de bus terug te reizen naar Osaka, waar ze wonen. Om 1 uur gaan we naar het station om met de Shinkansen, de hogesnelheidstrein, met driehonderdtien kilometer per uur naar de zuidelijke stad Fukuoka te gaan. De zitplaatsen voor de trein zijn al gereserveerd. Hij rijdt regelmatig ondergronds, maar wat gaat hij hard! Boven de tussendeuren geeft hij af en toe een snelheid van 300 kilometer per uur aan! De zittingen zijn een beetje als in een vliegtuig, alleen hoef je geen gordel om en hij zoeft comfortabel. Af en toe komt een karretje met versnaperingen langs met mooie meisjes erachter en van tijd tot tijd komt een conducteur langs, die, voor dat hij naar het volgende compartiment gaat, een diepe buiging voor ons maakt.
Na een uurtje zijn we in Fukuoka, waar we de laatste korte nacht doorbrengen. De wekker zal aflopen om 5 uur, dus vroeg. Maar eerst nog even de stad Fukuoka verkennen. Om 7 uur hebben we een afscheidsdiner in een naast het hotel gelegen restaurant. Ze zijn hier niet gewend om grote groepen te bedienen, maar Dustin heeft dit restaurant bereid gevonden om ons welkom te heten. We zitten per 6 in een afgeschermd vak en we krijgen een Japanse snackmaaltijd. We krijgen niet allemaal tegelijk hetzelfde. Dan brengen ze weer 5 van het één, dan weer 2 van het andere gerecht. Dustin houdt in de gaten wie er nog wat moet hebben. Maar al met al zijn we allemaal voldaan op het eind van de maaltijd. Nog even een afscheidsspeech en foto’s en dan naar bed. Het regent hard buiten.
27 april 2010
Het regent nog steeds als om 5 uur de wekker gaat en de reisdag begint. We verzamelen de spullen en om kwart voor 6 staan we in de lobby en tegen zessen zitten we in de bus. Het is maar een klein stukje naar het vliegveld en daar nemen we afscheid van Dustin. Hij gaat met de Shinkansen terug naar Tokio, een reis van een uur of 7, dus als wij goed en wel in de lucht zijn vanuit Tokio is hij ook al weer terug.
Om 7 uur kunnen we inchecken. Vervolgens hebben we een prima vlucht en we landen omstreeks 9.15 uur op Narita airport in Tokio. Om 11 uur gaan we verder met de JAL 411, nu richting Amsterdam. Precies op tijd gaan we de lucht in; we hebben het ook met de treinreizen al gemerkt: alles gaat precies op tijd weg.
We zitten nu achterin het vliegtuig. Er komt een Japanner naast ons zitten die meteen in slaap valt en 10 uren later zijn ogen weer open doet. Als wij uit de stoel willen en bij hem langs moeten schrikt hij elke keer wakker. We proberen wat te slapen, dan zijn de eerste uren vlug voorbij en om de drie uur even overeind om de benen te strekken. We hebben onze horloges 7 uren terug gezet, het blijft vroeg vandaag!
Het eind is in zicht van een fantastische reis door het meest schone en efficiënte land, waar we ooit geweest zijn. Na negenenhalfduizend kilometers en twaalf uur landen we in Amsterdam.