8-daagse Duizend en één Nacht Jordanië

Auteur(s):
H. Hondelink
Reisdatum:
15-04-2011 t/m 22-04-2011
Waardering:
4 sterren 35 stemmen
JORDANIË: MOOI HÈ, GOED ZO?

PROLOOG
Hoe komt een mens bij het kiezen van een vakantiebestemming op Jordanië? De één wellicht omdat het geen alledaagse bestemming is, de ander wil kennismaken met de cultuur en het leven in het toch voor velen wat onbekende en mysterieuze Midden-Oosten en de mensen die regelmatig reizen met FOX Vakanties zijn mogelijk enthousiast geraakt door de reisbeschrijving in het FOX Magazine of de FOX-website.

Hoe het ook zij: Snel boeken dus via de website of de eigen FOX-box en we zijn verzekerd van een trip waarnaar we reikhalzend uitzien. Voordien dient nog even een injectie te worden gehaald om het risico op ongewenste kwalen tot een minimum terug te brengen. Verder gaan we niet al te intensief kijken op internet en andere media want dat zou het verrassingseffect tijdens de reis alleen maar geringer maken.

Een weekje voor vertrek krijgen we de informatie van FOX toegestuurd en pas dan begint het vakantiegevoel pas echt op te borrelen. De koffer wordt klaargelegd en in de loop van de laatste dagen voor vertrek voorzien van de noodzakelijke (en zoals later blijkt ook wel weer wat overbodige) zaken en dan is het zomaar 15 april, de dag waarop de trip begint.

VRIJDAG 15 APRIL 2011
Ruimschoots op tijd zijn we bij de balie van Royal Jordanian Air. Op het eerste gezicht lijkt het er op dat we voor een gevaarlijke bestemming hebben gekozen want waar op de rest van Schiphol slechts hier en daar aan surveillerende agent is te zien wordt het “Midden-Oosten”-gebied bewaakt door een met een dreigend uitziend machinegeweer bewapende man in een al even dreigend camouflagepak.

Een vriendelijke FOX-medewerkster geeft ons nog wat laatste schriftelijke informatie voordat prompt om 9.40 uur de RJA-balie wordt geopend. Meteen wordt duidelijk dat de Jordaanse Koninklijke vliegmaatschappij onderscheid maakt tussen de passagiers van de tourist class en de businessgasten, waarvoor in allerijl een rood lopertje wordt uitgelegd. Aan beide balies is het personeel echter uiterst vriendelijk. Bij het inchecken (soepel vanwege onze e-tickets) ontwaren we hier en daar al meer koffers met het bekende blauwe label en dus worden ook al snel, zij het nog wat schuchter, de eerste handen geschud. Die schuchterheid zal de komende dagen ongetwijfeld veranderen als we elkaar wat beter leren kennen, voor zover dat in acht dagen mogelijk is.

Na nog wat belastingvrije alcoholische versnaperingen te hebben ingeslagen (we gaan immers niet bepaald naar een eldorado met betrekking tot dit soort drankjes) vertrekken we slechts weinig later dan de aangekondigde tijd met vlucht RJ 152 richting Amman. Het predikaat: “Koninklijke” van de vliegmaatschappij geldt in ieder geval voor de verzorging aan boord van de airbus 330 want er is een verfrissingdoekje, een welkomstdrankje en een warme maaltijd, zaken die voor veel vliegmaatschappijen al lang niet meer vanzelfsprekend of zelfs maar aan de orde zijn. Met elk ons eigen schermpje in de stoel van de “voorgangers” is het met de entertainment ook goed gesteld want er is een scala aan films en games beschikbaar om de vluchttijd aangenaam door te brengen (hoewel de afstandbediening niet altijd even soepel reageert.)

De vlucht verloopt uiterst rustig en na een bijna fluwelen landing bereiken we een dergelijk vijf uur nadat we het luchtruim hebben gekozen de Queen Ali International Vliegveld van Amman. Vrijwel meteen worden we opgevangen door een corpulent maar vriendelijk mannetje wiens bordje duidelijk maakt dat hij daar is om ons de toegang tot Jordanië gemakkelijk te maken. Hij regelt een aantal zaken maar dwingt ons ook om iets te doen wat we volgens de Nederlandse wetgeving eigenlijk niet mogen doen: het afgeven van ons paspoort. Hij bezweert ons echter dat we ons reisdocument binnen korte tijd terug zullen krijgen. Als we wat later onze bagage van de band hebben gehaald en in de voor ons gereed staande bus stappen maakt hij zijn belofte waar.

Onze Nederlandstalige reisleider voor de rest van de week, Karim Khadir, geeft ons de paspoorten terug, compleet met een gestempeld gratis inreisvisum. Voor enkele personen in onze 24-koppige groep is Karim een bekende. Zij kennen van hem van zijn rol in het tv-programma “Wie is de reisleider”. Op weg naar het hotel vertelt hij ons de eerste wetenswaardigheden over Amman en Jordanië, terwijl de buschauffeur zich met een soort doodsverachting door de van autoclaxons bezwangerde Ammanse straten slingert. Overal langs de weg zien we groepjes mensen bij vuurtjes zitten. Karim vertelt ons dat het burgers zijn die in het vrije weekend de wegbermen en parkjes in de stad opzoeken om te picknicken of barbecueën. Niet zo vreemd als we bedenken dat vanuit de islamgedachte de vrijdag en de zaterdag gelijkgesteld kunnen worden aan onze zaterdag en zondag. Onze zondag is dus voor de islamieten de eerste werkdag, vergelijkbaar met onze maandag.

Karim vertelt ons dat Jordanië min of meer het Zwitserland van het Midden-Oosten is, maar wel met veel buitenlandse invloeden. Zo kent het land het Amerikaanse belastingsysteem, het Franse rechtssysteem en het Britse leger- en politiesysteem. Belastingen zijn voor bepaalde zaken uiterst hoog, voor andere artikelen weer laag of nihil. Zo bedraagt de belasting op auto’s liefst 300 % maar wordt geen belasting geheven op benzine. Door deze belastingen houdt de bevolking eigenlijk de staat in stand, aldus de Karim die zich een ware promotor voor zijn land toont. Hij verzekert ons dat van onveiligheid en zegt te hopen dat we na thuiskomst ambassadeur voor zijn land zullen zijn en daarmee meer toeristen naar zijn land zullen praten.

Hij vertelt ook over de Irak-oorlog die, naast de uiteraard altijd trieste gevolgen van elke oorlog, voor Jordanië ook nog een gunstig effect heeft gehad. Een miljoen Irakezen kwam naar Jordanië en dat waren vooral miljonairs. Met hun rijkdom gaven zij een positieve impuls aan de Jordaanse economie. “Wij worden nu eenmaal omringd door de rijkste landen ter wereld en daar plukken we af en toe de vruchten van” aldus Karim. Jordanië heeft weinig bodemschatten en als die er al zijn heeft het land ze niet nodig. Weliswaar bevat de Jordaanse bodem olie maar die ligt dermate laag dat bij de winning daarvan de hoger liggende olie van de omliggende landen naar Jordanië zou vloeien. Om die reden heeft Jordanië afgezien van de oliewinning. In ruil daarvoor krijgt het land goedkope olie uit de buurlanden.

Helaas is ook een andere en zeker zo belangrijke bodemschat, namelijk water, slechts in geringe mate aanwezig is. Karim wijst ons op de daken van de gebouwen, waarop watertanks zijn geplaatst. Weliswaar zorgt een leidingenstelsel ervoor dat de tanks vol kunnen stromen maar dat is zeker geen vanzelfsprekendheid. Af en toe staat men dus letterlijk droog en dat zullen we nog ondervinden.

Hoofdstad Amman blijkt een bijzondere overeenkomst te vertonen met Rome en Rio de Janeiro: net als deze steden is ook Amman gebouwd op zeven heuvels. Tijdens de rit is dat ook zeer duidelijk voelbaar want af en toe maakt een diep grommend geluid uit de busmotor duidelijk dat een pittige helling beklommen moet worden. De tijd dat we Jordanië bezoeken is volgens Karim gunstig. Op veel plaatsen ziet het land er nog fris en groen uit waar het later in de zomer dor en vergeeld zal zijn.

In het straatbeeld zien we ondanks de al ingevallen duisternis hier en daar al mannen met de witte jurken en karakteristieke hoofddoeken. Karim stelt voor om eerst een maaltijd te nuttigen in een prominent lokaal restaurant alvorens naar het hotel te gaan. Dat plan krijgt vanwege de hier en daar ongetwijfeld knorrende magen de volledige instemming van de groep. De keuze voor het “Tawaheen Al-Hawa” restaurant blijkt een schot in de roos. Het eerste wat we te zien krijgen is een oud vrouwtje dat in de hal van het restaurant platte broden zit te bakken. Camera’s klikken om dit tafereel vast te leggen. In het restaurant is al een tafel voor ons gereserveerd.

We schuiven aan een grote vierkante tafel die in het midden is voorzien van een aantal metalen megaschotels waarop later het eten zal worden geserveerd. Als de ober vraagt welk drankje we wensen blijkt een eerste wijntje of biertje er niet in te zitten. Het lokaal is strikt alcoholvrij. We krijgen het advies de specialiteit van het huis te proberen: lemon-mint. Dat blijkt luttele minuten later een gifgroen drankje te zijn dat veel beter smaakt dan het er uitziet. Het eten is uitgebreid en gevarieerd. Het menu bestaat uit kip- en lamsvlees, groente, aardappelen (zelfs patat), rijst, allerlei sausjes en fruit. Zelf opscheppen is er niet bij want dat is een taak die het personeel zich niet laat ontnemen. Bij het presenteren van het fruit – vooral de sinaasappels en appels – tonen de obers zich zelfs ware kunstenaars.

Na het diner rijden we naar het Golden Sands Hotel voor een eerste welverdiende nachtrust. Het inchecken verloopt soepel. We nemen nog een drankje (uit de eigen alcoholische voorraad) en schuiven – tevreden over de eerste dag - tussen de verkoelende lakens.

ZATERDAG 16 APRIL 2011
Als om zeven uur de wake-up-call heeft geklonken krijgen we meteen letterlijk en figuurlijk een koude douche. Maar… er is water, en dat is in Jordanië al heel wat. Later in de week zullen we dat nog aan den lijve (of beter gezegd NIET aan den lijve) ondervinden. Niet voor niets is Jordanië het op 2 na waterarmst land in het Midden-Oosten. Het ontbijt is niet slecht.

Als we de inwendige mens weer op peil hebben gebracht is ook Karim present om ons mee te nemen naar de grootste moskee van Amman, de King Abdullah Moskee. Korte broeken zijn niet toegestaan en de vrouwen dienen er “bedekt” binnen te gaan. Zij worden dus voorzien van een zwart gewaad en maken de indruk te behoren tot de veertig rovers van Ali Baba. De korte broeken van een aantal mannen worden beoordeeld als grensgevallen en krijgen dus het voordeel van de twijfel. Het imposante moskeegebouw is gerealiseerd onder supervisie van het “Ministry of Religion”.

Karim en de inmiddels ook aan onze groep toegevoegde Jordaanse maar Engels sprekende gids Nidal, geven uitleg over de wijze waarop in Jordanië het geloof wordt beleden en de wijze waarop in de moskee wordt gebeden. Duidelijk wordt dat islam en christendom in redelijke harmonie worden beleefd. Voorbeeld daarvan is het feit dat de vorige koning Hoessein vier vrouwen had waarvan twee vrouwen die het christendom beleden. Koningin Noor, eigenlijk Christen, stapte over op de islam. Bovendien, zo benadrukt Nidal, is de koran gebaseerd op de Bijbel. Het vloerkleed in de moskee bevat een serie rechte lijnen. Het zijn de lijnen waarop men tijdens het bidden plaatsneemt waarbij de voeten van de biddenden elkaar raken. Daarbij wordt geen onderscheid gemaakt in rang of stand. “De voeten van de koning kunnen zomaar de voeten van een werkman raken” aldus een gedreven vertellende Nida.

De moslims bidden vijf keer per dag en doen dat op de tijden die hen – rekening houdende met werk en andere verplichtingen – het best uitkomen. Bij het bidden gaat de Iman voor. Karim vertelt dat vrouwen geen Iman kunnen worden. Daarvoor zijn twee redenen: 1. het bidden begint vroeg in de ochtend en dat is een tijd waarop kennelijk voor vrouwen op de weg van huis naar de moskee het gevaar op de loer ligt;. 2. als vrouwen ongesteld zijn mogen ze niet bidden (ongesteldheid wordt gelijkgesteld aan onreinheid) en dus kunnen ze in die periode niet voorgaan in gebed. Een redenering die wat vreemd aandoet, ervan uit gaande dat deze onreinheid ook is veroorzaakt door de Schepper bij de creatie van de mens en diens lichamelijk functioneren. Mannen en vrouwen mogen ook niet gemeenschappelijk bidden. Met een stralende lach vertelt Nidal daarvan de reden: ‘Als je samen bidt met een aantrekkelijk vrouw is het niet mogelijk je uitsluitend op God of Allah te concentreren.”

Het bezoek aan de moskee wordt door de meesten afgesloten met een fotosessie waarbij het fraaie, op een sterrenhemel gelijkende plafond van het gebouw enkelen van ons op de rug dwingt om alles op de meest mooie wijze te kunnen vereeuwigen. Het volgende doel is de citadel, het hoogste punt van Amman. Ook nu weer maakt het geluid in de bus duidelijk dat het beklimmen van de af en toe knap steile hellingen het uiterste vergt van de motorische capaciteiten van ons vervoermiddel.

Onderweg naar de citadel vertelt Karim bijzonderheden over de Jordaanse hoofdstad. De stad is verdeeld in een oude en nieuwere wijk. Elke wijk heeft zijn eigen invulling, met name wat betreft het soort winkels. Deze zijn soort bij soort gesitueerd in een deel van de stad. De stad was ooit in Griekse handen. Daarna waren de Romeinen heer en meester (zoals nog is te zien aan de restanten van de Tempel van Hercules en het Romeinse amfitheater – 6.000 plaatsen - dat zich ruim beneden ons etaleert) Na de Romeinen kwam de Byzantijnse periode waarna de moslims tot op heden de stad bewonen en besturen.

Karim vertelt ook over het Koningshuis, dat overigens nog steeds goede banden onderhoudt met onze “Oranje’s”. (“90% van de Jordanezen kent Koningin Beatrix”aldus Karim) mede vanwege het feit dat de huidige koning Abdullah een studiegenoot was van Prins Willem Alexander. Ook de vorige koning, Hoessein, was zeer geliefd bij zijn volk. Toen hij eens in een ziekenhuis verbleef was het geen uitzondering dat 1 ½ miljoen mensen in de buurt van het ziekenhuis vertoefden om op de hoogte te blijven van de gezondheidstoestand van “hun” koning.

Net voor het vertrek zien we de opbouw van een televisieset. Navraag leert dat vanwege de fraaie locatie een populaire Irakese-Zweedse zanger er een videoclip gaat opnemen. Daarna rijden we verder naar de stad Jerash. Naast reisleider Karim en gids Nidal blijkt ook een lid van de speciale Toerismepolitie deel uit te maken van de crew in de bus. Karim en Nidal blijven hem voor de rest van de week aanspreken met de titel 007.

Jerash blijkt een stad met een oude historie. Het verhaal van de stad krijgen we te horen bij de poort die is gebouwd onder en ter ere van keizer Hadrianus. Nidal vertelt dat de oude stad was verdeeld in twee helften. De hoofdstraat door de stad werd “Cardo” genoemd (“cardo” betekent “hart”, denk aan cardioloog) Het ene deel was de Acropolis, het deel waar “alles gebeurt.”Het andere deel, necropolis was het gedeelte waar de mensen woonden en waar de begraafplaatsen waren gesitueerd. Direct naast de imposante poort ligt het hippodroom ( in gebruik voor de gladiatorengevechten) met de verblijven voor de slaven. De oude resten van de stad blijken nog in uitstekende staat te verkeren, gevolg van het feit dat de stad geheel onder het zand bedolven is geweest en daardoor goed geconserveerd is gebleven. Dat geldt ook voor het amfitheater dat een bijzondere akoestiek blijkt te hebben. Helaas kunnen we dat niet testen want de bühne wordt bezet door een doedelzakspeler en een drummer.

Wat later lunchen we gezamenlijk in een restaurant met een uitgebreid buffet. Zelfs een wijntje en een biertje (Amstel !! constateren we toch wel met enig chauvinisme) zijn voorhanden. Na deze eerste kennismaking met Jordanië rijden we terug naar ons hotel waarna ieder zijns of haars weegs gaat. Wij nemen een taxi en we vragen de chauffeur ons naar het centrum van de stad te rijden. Maar welk woord we ook verzinnen voor ons reisdoel, de man snapt er niets van en denkt dat we naar het Sheritonhotel willen. We komen tenslotte na veel hand-, voet- en hoofdgebaren bij de city-mall terecht, weliswaar niet in het centrum van de stad en ook niet de plek die we wilden bezoeken, maar wel een groot winkelcentrum waar we ons een paar uurtjes kunnen vermaken. Sini koopt een blouse en ook – met het oog op de komende dagen – sandalen, het onvolprezen schoeisel in de zanderige streken die we nog zullen bezoeken. Na een frisdrankje in het alcoholvrije restaurant rijden we terug. Taxikosten voor 4 personen hotel-city-mall vice versa: 13 dinar.

Het welkomstdiner, waarvan we voor vertrek naar de stad te horen kregen dat het zou plaatshebben om 20.30 uur, blijkt toch te worden geserveerd op de oorspronkelijk geplande tijd van 19.00 uur. Dat is precies de tijd waarop we ons hotel binnenwandelen. Tijd voor opfrissen is er dus nauwelijks en we schuiven snel aan tafel in de hoop dat de etensgeuren onze transpiratielucht zullen overtreffen. Het welkomstdiner blijkt helaas – zoals later zal blijken – het culinaire dieptepunt te zijn van onze reis. Het eten is niet echt bijzonder en bovendien – voorzichtig uitgedrukt - niet bepaald warm. Niettemin stappen we toch redelijk tevreden over deze het bed in.

ZONDAG 17 APRIL 2011
Het is de bedoeling dat we vanmorgen – na een goede nachtrust en een verkwikkend ontbijt – om 8.30 uur vertrekken maar er komt een kink in de kabel. De kamer van onze Belgische reisgenoten Chris en Michel wil niet open terwijl ze daar nog enkele onmisbare zaken hebben liggen. Er worden volgens de ooggetuigen zeker 100 sleutels geprobeerd maar het slot geeft geen krimp. Op één of andere manier (voor ons onbekend) lukt het kennelijk toch een opening te forceren en vertrekken we even voor negen uur naar onze volgende bestemming: Mount Nebo en Madaba.

Onderweg vertellen Karim en Nidal ons het historische belang van Mount Nebo en dat heeft alles te maken met het Bijbelverhaal van Mozes. Toen Mozes met het Israëlische volk (“de kinderen van Israel”) uit Egypte moest vluchten voor de troepen van farao Ramses II leidde hij zijn volk door de Rode Zee, (die zich voor hem en zijn volk opende en de troepen van Ramses verzwolg) en vervolgens door de woestijn. Daar verdwaalde hij echter en doolde liefst 40 jaar rond tot hij de plek bij Mount Nebo bereikte vanwaar hij eindelijk zijn blik kon richten op het Beloofde Land. Daar riep hij echter de toorn Gods over zichzelf uit waardoor hij zelf het Beloofde Land niet mocht binnentrekken. Precies op de plek waar Mozes zou hebben gestaan zien ook wij het Beloofde Land. Hoewel het wat heiig is krijgen we een blik op de loop van de rivier Jordaan en op de Dode Zee. Ook ontwaren we een glimp van de stad Jericho, de stad (de oudste ter wereld) waarvan de muren omvielen nadat Joshua (de beste vriend van Mozes en leider van het volk nadat Mozes door God was gestraft) er met het Israëlische volk zeven keer omheen had gelopen. In de verte ligt ook Jeruzalem maar de grauwheid in de verte onttrekt die stad aan ons gezicht.

Op weg naar Madaba bezoeken we eerst een zgn. foundation, waar mozaiekwerken worden vervaardigd. Deze foundations zijn werkgelegenheidprojecten waar werkelozen een zinvolle dagtaak krijgen waarmee ze hun geld kunnen verdienen. De projecten genieten financiële ondersteuning van de staat en de kopers van producten krijgen hun artikelen vrij van belasting en vervoerskosten thuisbezorgd. In het bijbehorende winkeltje kopen we T-shirts voor Lobke en Koen.

Daarna brengt de bus ons naar de stad Madaba, gelegen aan de oude Romeinse weg tussen Damascus en Petra. Na een korte wandeling vanaf het parkeerterrein bereiken we de basiliek St. Georges, waar we uitleg krijgen over de oudst bekende landkaart van de Bijbelse wereld en het Heilige Land. De mozaïekkaart, die dateert uit de periode 560-565 voor Christus en is vervaardigd door de Byzantijnen, werd ontdekt en opgegraven in 1986 toen arbeiders in Madaba puin ruimden om een nieuwe kerk te bouwen. In aanmerking genomen dat men destijds nog niet de beschikking had over de hedendaagse meettechnieken en hulpmiddelen (vliegtuigen, helikopters) blijkt de kaart onwaarschijnlijk nauwkeurig te zijn. Het is overigens geen wetenschappelijk document maar een symbolisch tableau van een land in de vorm van een zgn. picturemap (geïllustreerde kaart). Bijzonderheid is dat de kaart in twee verschillende schalen is gemaakt. De gebieden van Palestina, delen van Jordanië, Egypte en Syrië zijn afgebeeld op schaal 1:15.000, terwijl de stadsplattegrond van Jeruzalem een schaal heeft van 1:1.650. Het origineel van de kaart in de kerkvloer blijkt de tand des tijds niet geheel ongeschonden te hebben overleefd want ze is fiks beschadigd. Niettemin blijft het een unicum in zijn soort.

Op de wandeling terug naar de bus maken we een stop bij een slijterij waar velen de gelegenheid te baat nemen een pittig slokje in te slaan voor het komende alcoholvrije verblijf in de woestijn. Ook worden op behoorlijke schaal sjaals ingekocht. Het gebruik ervan is zeer onwennig maar met de nodige hulp van Karim en Nidal krijgt een deel van onze groep een onmiskenbaar Arabisch uiterlijk en veranderen de mannen in heuse look-a-likes van Arafat. We rijden verder over de Kings Way, een weg die ooit door de Romeinen onder Keizer Trajanus werd aangelegd als handelsroute. Hier en daar zien we nog enkele originele “mile-stones”, die de afstand in mijlen aanduidden. We maken een fotostop bij een plek vanwaar we een mooi uitzicht hebben op een aangelegde stuwdam die van belang is voor de irrigatie van het omliggende gebied. De dam is het enige teken van menselijk ingrijpen in het verder adembenemende rotslandschap dat zich uitstrekt zo ver het oog reikt en bekend staat als de Jordanese Grand Canyon.

De rit wordt onderbroken voor een koffiestop in een gebied waar grote pijpen langs de weg duidelijk maken dat men druk doende is een waterleiding aan te leggen naar het woestijngebied Wadi Rum. Hier en daar zien we uitgestrekte velden met olijfbomen. Ze behoren volgens Karim toe aan “luie boeren’ (“Ze hoeven slechts een keer per jaar te oogsten”) Tijdens het vervolg van de rit verzekert Karim ons nog eens dat we over de veiligheid in Jordanië niet hoeven te vrezen. “In een land waar de mensen het in het algemeen goed hebben, zijn weinig problemen te verwachten. We hebben geen bodemschatten die tot problemen kunnen leiden en we hebben een stabiel koningshuis. Er is geen sprake van dictatuur of onderdrukking van het volk, dus blijft het rustig in Jordanië” zijn z'n geruststellende woorden.

Gids Nidal demonstreert tot groot vermaak van de groep de verschillende manieren waarop de “hoofddoeken” kunnen worden gedragen, afhankelijk van het weer en de omstandigheden (stof e.d.) We vernemen dat de rood-witte sjaals origineel Arabisch zijn, de Palestijnen dragen zwart-witte hoofddoeken terwijl de Bedoeïenen in hoofden in het wit hullen. De mannelijke hoofddoek heet “kofia”. Hij zet ook nog even recht dat wij in Nederland de algehele gezichtsbedekking van moslimvrouwen “burka” noemen. “Wat jullie in Nederland een “burka” noemen is in feite een “nikab” spijkert hij onze kennelijk nog wat gebrekkige kennis over de moslimkledij bij. Hij vertelt dat een echte “burka” slechts gedragen wordt bij feestelijke gelegenheden en allerlei kleuren kan hebben en versierd wordt met zilveren of gouden sieraden.

Na een uurtje rijden zien we op een heuvel de ruïne van een voormalig kruisvaarderkasteel, dat we van alle kanten kunnen fotograferen. Even daarvoor zijn we door het enige deel van Jordanië gereden waar appels groeien vanwege het in die streek in de regel wat koelere klimaat. Dankzij alle verhalen en toelichtingen in de bus bereiken we ongemerkt Little Petra, de miniuitvoering van de stad Petra waaraan we morgen een bezoek zullen brengen. Het eerste wat we zien zijn een aantal bedoeïenententen, zoals we die ook onderweg overal op willekeurige plaatsen hebben gezien. Rondom de tenten scharrelen geiten, schapen, soms kamelen en de bijna onvermijdelijke ezels.

Little Petra en uiteraard ook Petra zijn nauw verbonden met de geschiedenis van de Nabateeërs, een volk van zo’n 30.000 personen. Zij verbleven in het gebied van plm. 320 voor Christus tot 806 na Christus en vertrokken toen vanwege grote wateroverlast. Nog steeds beweren mensen in het Midden-Oosten dat ze afstammelingen zijn van dit volk hoewel ze als homogeen volk geheel verdwenen zijn. Het berggebied is 50 kilometer lang en Petra was vroeger de hoofdstad van het Koninkrijk der Nabateeërs. We zien een in de rotsen uitgehouwen voormalig gerechtsgebouw en een aantal grotten waarin mensen hebben gewoond. Het is slechts een heel klein voorproefje van wat we de andere dag te zien zullen krijgen.

Na een snelle busrit door een indrukwekkend en uniek berglandschap arriveren we bij het Petra Diamond Hotel. Het hotel is weliswaar eenvoudig maar we worden gastvrij ontvangen met een welkomstdrankje. De kamers zijn niet luxe maar efficiënt ingericht. Een probleem is er echter wel en dat is de gebrekkige watervoorziening. Als we na aankomst een verfrissende douche willen nemen laat de kraan het volledig afweten. De oorzaak blijkt onschuldig: het hotelpersoneel heeft verzuimd de pompen tijdig in werking te stellen. Er komt dus water, althans voor dit moment.

We genieten van een goede maaltijd met soep en de gebruikelijke zaken op het menu als kip, lamsvlees, groente en sausjes, en… we kunnen een wijntje of biertje bestellen. Daarna zoeken we onze sponde op na een dag waarop we opnieuw heel wat indrukken hebben opgedaan.

MAANDAG 18 APRIL 2011
Als we ’s morgens na het ontwaken naar buiten kijken toont zich alweer een strakblauwe lucht. Alle aanleiding dus voor weer een mooie dag, inch’Allah (Als God het wil) . Het enthousiasme wordt beduidend minder als we in de badruimte de douchekraan opendraaien. Hoe verlangend we ook naar de douchekop opkijken, geen enkele druppel water is bereid de restanten van de nacht van ons af te spoelen. Maar ach, we laten ons humeur er maar niet door bederven, we waren immers al gewaarschuwd dat dit kon gebeuren. Gelukkig hebben velen van ons nog de beschikking over een paar flesjes water, genoeg om ons wat te wassen, te scheren en het gebit te reinigen. Buiten klinkt vanaf de moskee uit luidsprekers harde muziek, afgewisseld met al even luide maar uiteraard voor ons volkomen onverstaanbare verhalen.

Na een lekker ontbijt en nog even genieten van een fraai panorama vanaf het dakterras van het hotel brengt de bus ons (terwijl de tankwagen met vers water voor de deur staat) in luttele minuten naar de historische stad Petra, de stad waarover in de proloog van dit verslag al is gesproken. Het eerste deel van de wandeling (onder leiding van Karim en Nidal) leidt naar de siq, een smalle kloof die de eigenlijke toegang is tot de historische stad. Op verschillende plekken vertelt Nidal op zijn eigen wijze, dus met de nodige humor, ons vele wetenswaardigheden van deze bijzondere, in de rotsen uitgehouwen stad met zijn vele, eerder bewoonde, grotten. Elke uitleg van Nidal wordt strijk en zet besloten met een vragend “Goed zo?”

We zien de koningsgraven van de Nabateeërs, het amfitheater en niet te vergeten de fraaie “treasury” (schatkamer), die echter in werkelijkheid nooit een schatkamer blijkt te zijn geweest. Op deze plek wordt ook de bijna onvermijdelijke groepsfoto gemaakt. Overigens loopt er ook een hele dag een cameraman mee, die ons af en toe hollend voorbijloopt om beelden te kunnen maken van onze rondwandeling door Petra. Ook de theepauze ontbreekt niet. De rondleiding eindigt bij de plek vanwaar men de ruim 900 traptreden kan bestijgen naar de het klooster van Petra. Om verschillende redenen (de vermoeiende, 2 uur durende tocht of wegens tijdgebrek) begint niemand van onze groep aan deze klim. Wel krijgen we volop de tijd om op eigen gelegenheid Petra op eigen wijze te doorkruisen en datgene te zien wat binnen onze eigen interessesfeer ligt. Enkelen hebben het geluk de schrijfster van het ook in Nesderland populaire boek”Ik woonde in een grot”van Marguerite van Geldermalsen, in levenden lijve te treffen bij haar verkoopstalletje en natuurlijk wordt dit fotografisch vastgelegd.

Het laatste deel van het bezoek aan Petra is vrij vermoeiend want het betreft een afstand van ruim 800 meter vals plat. De benen hebben dan al heel wat vermoeiende en zanderige kilometers achter de rug maar daar hebben ze in Petra wat op gevonden. In de toegangsprijs is inbegrepen een rit op een paard, dat je op de laatste kleine kilometer naar de uitgang galoppeert. Een aantal van ons maakt maar al te graag gebruik van dit hippische buitenkansje.

Wie de moeite neemt een poosje op één van de bankjes bij de uitgang van de stad te verpozen komt er snel achter hoe vermoeiend een bezoek aan Petra op een warme dag is. Vrijwel iedereen sjokt met een van zweet glimmend, vermoeid gezicht voorbij, op weg naar bus, auto of een terrasje om bij te komen van de wandeling, die niettemin vooral erg boeiend is geweest. Ongetwijfeld een hoogtepunt van deze reis.

Als we terug zijn in ons hotel is er weer water om te douchen maar het overgrote deel van de groep kiest voor een andere optie. Een aantal taxi’s brengt (of beter gezegd: scheurt) ons naar een Turks badhuis. Na een kopje thee wacht ons een grondige reinigingsbeurt die begint in een stoombad, zwanger van de eucalyptusgeuren. Daarna worden we verzocht plaats te nemen op een betegeld plateau dat voor sommigen van ons zo heet aanvoelt dat de angst voor brandwonden gegrond lijkt. Natuurlijk is hiervan echter geen sprake. Onze lijven worden van onder tot boven gewassen, gescrubt en gemasseerd waarna een stevige douche de behandeling afrondt.

Na opnieuw een glaasje thee racen we met de taxi terug naar het hotel voor een gezellige barbecuemaaltijd, die wordt geserveerd op het dakterras. De maaltijd wordt opgeluisterd met live muziek en het duurt niet al te lang eer Karim, Nidal en enkele personeelsleden van het hotel zich uitleven in een originele Jordanese dans. Even later stort de hele groep zich op deze dans en wordt het erg gezellig op het hoteldak. De tijd doet even wat minder ter zake want Karim heeft al aangekondigd dat we de volgende dag pas om 10.30 uur vertrekken. Er is dus gelegenheid tot uitslapen en dat maakt de avond automatisch wat langer. Onze cameraman verschijnt en toont ons de film die hij gedurende de middag heeft gemaakt. De film vindt redelijk aftrek binnen de groep zodat ook de filmer op een goede dag kan terugzien. Dat geldt zeker ook voor ons als we rond middernacht de kamer opzoeken. Namijmerend over de wonderen van Petra doezelen we weg in de Jordanese nacht, op weg naar weer een bijzondere dag.

DINSDAG 19 APRIL 2011
Ondanks het feit dat we kunnen uitslapen zijn de meesten van onze groep toch op tijd te vinden aan de ontbijttafel. Niet zo vreemd, want het mooie weer nodigt eerder uit tot snel naar buiten gaan dan in bed te blijven liggen. Ook onze 007 is weer van de partij. We vragen ons af of de man het gevoel heeft aan het werk te zijn of ook net zo’n vakantiegevoel heeft als wij. (Wij vermoeden het laatste, want met uitzondering van het uitdelen van een waarschuwing aan een automobilist die zich nogal roekeloos voor onze bus langs slingert heeft hij nog geen politionele handelingen verricht.)

Via een fraaie route rijden we naar Wadi Rum, een vallei waar zich het “Desert Camp Zaiwaideh” bevindt. Hier zullen we de nacht doorbrengen bij de Bedoeïenen. Het geheel ommuurde kamp bevat een groot aantal lange tenten, die zijn opgedeeld in tweepersoons “kamertjes” met als enige meubilair twee bedden. Aan de zolder bengelt een peertje waarvan het knopje slechts via een intensieve zoektocht kan worden gevonden. Er is dus enig licht in de duisternis maar slechts tijdelijk zodat de meegebrachte zaklamp ook uitstekende diensten bewijst. Ook de sjaals worden weer omgeknoopt om op die manier weerstand te kunnen bieden aan de genadeloos blakerende zon recht boven ons.

We worden door de kampleiding welkom geheten met een kop zoete thee en daarna staat de lunch gereed. Die ziet er goed met zelfs een gerecht dat zowel qua smaak als uiterlijk sterke gelijkenis vertoont met onze Hollandse hutspot. Alleen de uien ontbreken.

Na de maaltijd hebben we een paar uurtjes rust. Sommigen maken er gebruik van om de tentkamer “in te slapen” maar tegen half vier staat iedereen paraat als de jeeps zich melden voor de aangekondigde woestijnrit. En dat wordt een uiterst gedenkwaardige tocht. Wie gedacht had dat een woestijn slechts bestaat uit onafzienbare zandvlaktes heeft zich sterk vergist. Woeste rotsformaties worden afgewisseld met zandduinen, die zich in verschillende kleuren openbaren. Ergens in deze woeste vlakte stoppen we bij een bedoeïenentent waar we vergast worden op een kopje………jawel: thee. Op de belendende rood-oranjegekleurde zandheuvel komt in één van onze groepsleden het kind weer helemaal naar boven als hij zich wentelend en rollend uitleeft.

De volgende stop is op de plek waar een groot deel van de beroemde film Lawrence of Arabia is opgenomen. De rolprent (waarin gedurende 3 ½ uur geen enkele vrouw herkenbaar in beeld komt) won maar liefst 7 Oscars, mede dankzij het briljante acteerwerk van Omar Sharif, Anthony Quinn, Alex Guiness en Peter O’Toole. Het feit dat de film hier is opgenomen ligt voor de hand want een deel van het waar gebeurde verhaal heeft zich inderdaad in dit gebied afgespeeld.

Bij een volgende stop zien we een rotswand waarop 2000 jaar oude tekeningen (o.a. kameelfiguren) zijn te zien en nog weer wat later staan we verwonderd te kijken naar een brug waar geen mensenhanden aan te pas zijn gekomen maar die door de natuur zelf is geboetseerd. Vanaf daar maken we een wandeling door het woestijnlandschap. Karim toont ons de voetafdrukken van een Bedoeinenbaby, maar daar trappen we niet in. Dus rest hem niet anders dan te showen hoe hij met zijn handen deze voetafdrukken in het zand tekent. De wandeling eindig bij een natuurlijke brug die nog spectaculairder is dan het eerdere exemplaar.

De voorlaatste stop is bij een waterput waarin regenwater wordt opgevangen om de overleving in de woestijn wat gemakkelijker te maken. Dergelijke putten worden gevuld middels aangelegde aanvoerkanaaltjes in de rotswanden van waaruit het regenwater in de put stroomt. Na een dolle rit over een aantal hoge zandduinen stoppen we op een plek waar we de zonsondergang in de woestijn meemaken. Eerder al hebben onze gidsen en de jeepdrivers hout gesprokkeld, dat nu wordt gebruikt voor het stoken van een knetterend vuurtje. Een waterketeltje levert even later heet water voor een bekertje thee, waarvan we genietend drinken terwijl we de onvergetelijke schoonheid van de zonsondergang aanschouwen.

Een luidkeels “we vertrekken’ van Karim brengt ons terug uit de betovering en een kwartiertje later arriveren we in ons desert camp, waar ons de volgende verrassing staat te wachten. We worden naar een plek gedirigeerd met de mededeling dat we iets te zien krijgen met betrekking tot ons avondeten. Dat diner blijkt uit de grond te komen. Eén van de koks legt in overigens niet al te best Engels uit hoe de maaltijd is bereid. In een gat in de grond worden hete kooltjes gelegd en daarop wordt een soort etagère geplaatst met kip, lamsvlees en aardappelen. Na vijf uur garen wordt in ons bijzijn de maaltijd uit de woestijnbodem gehaald. Die blijkt letterlijk een goede voedingsbodem te zijn geweest want alles smaakt lekker.

Na het eten begeven we ons naar een soort “dorpsplein” in het kamp. Rondom zijn banken geplaatst en onder het genot van de meegebrachte drankjes en bij een gezellig flakkerend kampvuur ontpopt gids Nidal zich als een echte gangmaker. Hij bespeelt als een volleerd muzikant een soort bongo en zingt liederen, waaronder een aantal originele Bedoeïenenliederen. Niet zo vreemd want hij is zelf in een bedoeïenen geboren en heeft daarin een aantal jaren geleefd. Na zijn optreden stelt hij royaal de microfoon beschikbaar voor aanwezig zangtalent. Vader Jacob (in canonvorm) komt voorbij terwijl het Limburgse deel van onze groep zich waagt aan het lied dat mogelijk de titel “Mien heukske” draagt. Sini zorgt ervoor dat Henk Hondelink niet ontkomt aan het ten gehore brengen van “Detroit City”en “The green green grass of home.” Ook Corry neemt deel aan het spontane songfestival en zorgt er samen met Sini voor dat de zanderige dansvloer al snel wordt gevuld met lichtvoetig volk. De slotliederen worden verzorgd door Michel (“Marina”) en Tineke, maar de publieke belangstelling heeft zich dan al voor een groot deel verplaatst naar de slaaptenten. Niet veel later verlaten de laatste artiesten het dorpsplein voor een meer dan verdiende nachtrust onder het tentzeil. Met uitzondering overigens van Nidal die er de voorkeur aan geeft in de openlucht te slapen.

WOENSDAG 20 APRIL 2011
Om half zeven wordt het woestijnontbijt geserveerd. Op niet al te grote afstand liggen de kamelen al gereed om ons gedurende een uurtje door het woestijnlandschap te vervoeren. Christien en Suzan Leunissen zijn dan al enkele uurtjes uit het kamp weg want als enigen van de groep hebben ze gekozen voor een ballonvaart boven Wadi Rum. Ze blijken later onder de indruk van de fantastische vlucht maar “missen wel hun kameel.”Hoewel de kameel bekend staat als het “Schip der Woestijn” gaat de vergelijking met een soepel over de golven ruisend schip geheel mank. De gang van de kamelen is misschien het best vergelijkbaar met het fietsen over een slecht onderhouden klinkerweg. De tocht is een voortdurende zware aanslag op vooral de binnenzijde van de dijbenen.

Na de kamelenrit en een lekkere lunch (met opnieuw “hutspot” op het menu) vertrekken we naar Aqaba. Het is min of meer een staatje in de staat (vergelijkbaar met bv. Andorra) Dat verklaart ook de afwijkende (lagere) belastingtarieven en het feit dat we langs een soort grenscontrole gaan. Aqaba is de “Sunny state of Jordania”. De temperatuur komt er gedurende het hele jaar niet onder de twintig graden. Het is daarom voor vele Jordaniërs en de bewoners van de omliggende landen een populair vakantieoord. We checken in in het Golden Tulip Hotel. In de lobby deze keer geen verwelkoming met een drankje maar met een luidkeels “Hello” van de huispapegaai.

Karim kondigt aan dat we de avondmaaltijd zullen gebruiken in een goed visrestaurant. Omdat het voor enkele leden van de groep de laatste gemeenschappelijke maaltijd zal zijn (zij hebben hun Jordanië-vakantie met een aantal dagen verlengd) zal tijdens de avondmaaltijd een fooi worden aangeboden aan Nidal. Omdat de hele groep van oordeel is dat Karim ook zelf een fooi verdient voor zijn voortreffelijke werk tijdens de gehele week wordt snel een actie georganiseerd. Sini Dietvorst zal Nidal bedanken voor zijn inzet terwijl Henk Hondelink de fooi zal aanbieden aan Karim. Zo ver is het echter nog lang niet want rond het middaguur schepen we eerst in op een boot die ons tot vier uur zal rondvaren op de Rode Zee.

Vanaf het schip is er volop gelegenheid om te zwemmen. Ook snorkelen is een optie waarvoor alle benodigde materiaal volop voorhanden is. Zodra de boot stil ligt volgt dan ook de tewaterlating van verschillende passagiers, die per snorkel hun blik richten op de koralen, vissen maar ook paarsachtige kwallen. Aan boord hebben we zicht op Saudi-Arabië, Israel, Egypte en natuurlijk het “eigen” Jordanië. We zijn overigens niet de enige groep aan boord, want we worden vergezeld van een vrolijk groepje studentes van de universiteit Utrecht. Zij vieren in Jordanië hun eerste vriendschapslustrum. Frans de Bruijn doet ook een eerste poging tot snorkelen maar als hij na zijn duik in de zee meteen een slok water binnen krijgt klautert hij zo snel zijn zwemvliezen dit toelaten weer aan boord.

De kapitein van de boot heeft intussen een andere klus op zich genomen. Hij roostert een groot aantal sappige kippenbouten op de barbecue, die even later met gegrilde worstjes, groente en een sausje dienen als smakelijke lunch voor passagiers en bemanning. Ook drankjes zijn volop verkrijgbaar aan boord, zelfs wijn en bier. Enkele pogingen van de bemanning om per hengel vis te vangen leiden niet tot het gewenste resultaat. Als we op de terug weg zijn naar de haven van Aqaba klinken er opeens enthousiaste kreten vanaf het bovendek. Als we vanaf beneden een kijkje nemen blijkt dat onze boot wordt geëscorteerd door een behoorlijk grote school dolfijnen. Regelmatig maken ze buitelingen boven het water tot groot plezier van iedereen. Fotocamera’s knippen onophoudelijk waarbij het overigens maar de vraag is of we een dolfijn kunnen fotograferen want de dieren zijn uiterst onvoorspelbaar en komen niet bepaald op commando boven het wateroppervlak. Enkele bemanningsleden zorgen wat later voor een gezellig sfeertje aan boord als ze de passagiers weten te verleiden tot een danspartijtje, waarbij uiteraard de oer-Hollandse polonaise niet ontbreekt. Ook de dames uit Utrecht doen uitgelaten mee, evenals onze buschauffeur, die helemaal uit zijn dak gaat.

Terug in het hotel hebben we ruimschoots de tijd ons op te frissen en om te kleden voor het diner, waarvoor we naar het prominent FLOKA-visrestaurant gaan. Nadat we van een drankje zijn voorzien biedt Sini met een kort toespraakje de enveloppe met inhoudt aan aan Nidal, die ze prijst voor zijn enthousiasme en voor de trots voor zijn land waarvan hij ons deelgenoot heeft gemaakt tijdens de afgelopen dagen. Henk doet daarna hetzelfde met Karim, die o.a. lof krijgt toegezwaaid voor het feit dat hij ons het Beloofde Land heeft laten zien zonder dat we daarvoor, net als Mozes, 40 jaar door de woestijn hoefden te zwerven.

Het eten (red snapper voor de visliefhebbers, kip voor de overigen) smaakt uitstekend en dus wordt de kok alle eer aangedaan. Na de maaltijd lost Nidal op het dakterras van het restaurant een eerder gedane belofte in en schildert hij kleurrijk de gang van zaken ten aanzien van de wijze waarop in Jordanië huwelijken tot stand komen. Het blijkt dat daarbij heel gecompliceerde procedures dienen te worden gevolgd. We mogen ons gelukkig prijzen dat het bij ons allemaal wat simpeler gaat. Maar ook hier geldt uiteraard” “s Lands wijs, ’s lands eer. Op het dakterras nemen we afscheid van de families Leunissen en Elkhuizen, die hun verblijf in Jordanië met een aantal dagen hebben verlengd.

Als we terug zijn in ons hotel is de lounge geheel gevuld met voetballiefhebbers die zich de Spaanse bekerfinale tussen Real Madrid en Barcelona niet willen laten ontgaan. Velen van hen reageren de spanning af met het lurken aan een waterpijp. Ook onze groep kent voetballiefhebbers die “El Classico” graag willen zien maar omdat alle plaatsen in de lobby al gereserveerd zijn dienen we ons te begeven naar het dakterras waar een groot scherm ook de wedstrijd toont. Met dit lekkere weer geen enkel probleem. Het overgrote deel van de Jordanese voetbalfans blijken een voorkeur te hebben voor Barcelona. Helaas winnen de Madrillenen. Toch wachten verschillenden onder ons het einde van de wedstrijd niet af, want die eindigt (mede vanwege een verlenging) laat en voor ons is het morgen vroeg dag. Degenen die nog in het bureaulaatje kijken op hun hotelkamer komen tot de ontdekking dat daarin een pijl is gegraveerd. Zo kan niemand zeggen dat de juiste richting naar Mekka hen onbekend is.

DONDERDAG 21 APRIL 2011
Al vroeg gaan we uit de veren voor een dag die in het teken staat van de terugkeer naar Amman. Het ontbijt is zeer uitgebreid waarbij een kok zelfs desgewenst zorgt voor een gebakken eitje. Karim blijkt voor Willy Hondelink en Tineke Stroomer inderdaad enkele meters van de typische Arabische stof te hebben gekocht. De koffer zal er zeker niet lichter van worden.

Als we Aqaba verlaten wijst Karim ons op een groot aantal in aanbouw zijnde appartementen. Zij worden gebouwd voor de bemiddelde mensen die voor zo’n appartement JD 280.000,00 cash betalen. Daarvoor krijgen ze dan wel hun eigen aanlegsteiger aan zee. Bouw hoger dan 4 verdiepingen is in Aqaba niet toegestaan zodat de stad nooit de skyline van een grote stad zal krijgen. Lijkt me niet echt een nadeel. Overigens: over betalen gesproken, in Jordanië worden alle prijzen vermeld in drie decimalen achter de komma. Wie daar, zoals wij, niet aan gewend is, denkt in eerste instantie dat een geweldig bedrag betaald dient te worden.

We rijden daarna door de Vredesvallei, het gebied waar ooit het vredesakkoord werd getekend tussen Israel en Jordanië. Dat verdrag was voor Jordanië erg van belang omdat er in werd vastgelegd dat in ruil voor de vrede Jordanië over water uit Israel mocht beschikken. Overal in het landschap zien we bedoeïenententen met grazende geiten, schapen, ezels en kamelen.

Als de rit wat verder gevorderd is zien we de Dode Zee verschijnen. Deze zee herbergt het laagste punt op aarde. De zee bevat 35% zout en mineralen en wat dat betekent zullen we later op de dag aan den lijve ondervinden. Het waterpeil van de Dode Zee daalt jaarlijks met ongeveer een meter. Om dit tegen te gaan is het Nederlandse bedrijf DHV druk doende een verbinding te realiseren tussen de Rode Zee en de Dode Zee. De historie van de Dode Zee is nauw verweven met de Bijbelse verhalen van Sodom en Gomorra, die aan de Dode Zee waren gelegen. In het Bijbelboek Genesis is te lezen dat God beide steden wilde vernietigen vanwege de zondigheid van de bewoners. Aartsvader Abraham trachtte nog God om te praten omdat er ook goede burgers zouden wonen. Alleen het gezin van Lot werd echter als zodanig gekwalificeerd. Twee engelen maanden daarom Lot en zijn gezin Sodom te verlaten en niet om te kijken. Lot’s vrouw kon echter niet nalaten nog eens om te kijken naar de zondige stad en veranderde in een zoutpilaar. Zo zout heeft niemand het daarna ooit nog gegeten.

We maken een korte toiletstop bij een koffiehuisje waar veel Dode Zeepproducten te koop zijn maar Karim vertelt dat we later een betere en goedkopere gelegenheid krijgen dergelijke producten aan te schaffen. We dammen onze kooplust dus tijdelijk in. Tijdens de langere rit daarna krijgen we in de bus een dvd te zien waarin we door Koning Adullah hoogstpersoonlijk in Jordanië worden rondgeleid. De koning blijkt dan ook voorafgaande aan zijn koningschap toeristengids te zijn geweest. Ook passeren we onderweg een groot industrieterrein. De fabriek die daar staat houdt zich bezig met het fabriceren van kunstmest, gemaakt uit de mineralen die de Dode Zee bevat.

Na ruim drie uur rijden arriveren we op onze tussenbestemming. Het is een fraai ressort met zwembaden en andere voorzieningen maar met als belangrijkste onderdeel het strand aan de Dode Zee. Iedereen heeft wel eens gehoord van het feit dat vanwege de samenstelling van het water in de Dode Zee je op dat water blijft drijven. Toch blijft het een feit dat zoiets nauwelijks is te geloven, want in onze denkwereld kun je niet OP maar alleen IN het water liggen. Niet veel later ondergaan we echter zelf de sensatie (want dat is het) van het op water drijven. Handen onder het hoofd alsof je in bed ligt, een krantje lezen terwijl je dobbert op de gladde zeespiegel, het behoort allemaal tot de mogelijkheden. Duiken in het water is minder gewenst aangezien het zout en de mineralen niet bepaald een prettig gevoel in je ogen veroorzaken.

Voor enkele dinars bestaat de mogelijkheid je in te smeren met een speciaal soort modder. Even laten opdrogen en vervolgens je afspoelen in het Dode Zeewater schijnt te leiden tot een verjonging van tien jaar. Vijf of zes van dit soort sessies en je kunt weer terug naar de lagere school. Een deel van de groep kan dan ook de verleiding niet weerstaan. Als iedereen ruimschoots heeft genoten van het baden in deze bijzondere zee (die eigenlijk een meer is) schuiven we aan voor een lunchbuffet in het restaurant. Het smaakt uitstekend en volgens Nidal kan dat ook niet anders. “Ik heb de gerechten gekookt en Karim was verantwoordelijk voor het dessert”.

Op weg naar Amman stopt de bus, zoals beloofd, bij een winkel met producten die zijn vervaardigd uit het water en de mineralen van de Dode Zee. Nadat de winkeluitbater uitgebreid heeft vertelt over alles wat er te koop is blijkt dat producten uit de Dode Zee tot een levendige handel kunnen leiden. Het aantal gevulde plastic zakjes die mee de bus in gaan zijn daarvan het onomstotelijke bewijs.

Terwijl we de laatste kilometers naar Amman afleggen vertelt Karim nog het verhaal van de zgn. Koningshuisjes. Voor Jordanezen die geen geld hebben en daarvoor ook geen beroep kunnen doen op hun familie worden door de koning huisjes gebouwd waarin ze kunnen wonen. Ook het gebruik van elektriciteit e.d. wordt door de staat betaald. Wanneer ze later in betere doen geraken worden ze in staat gesteld hun huisje te kopen.

In Amman aangekomen melden we ons weer in het Golden Sands Hotel, waarin we ook de eerste twee nachten verbleven. Ook daarna is sprake van een dejà-vu want we dineren in hetzelfde restaurant als de eerste avond in Amman. Karim heeft voor deze gelegenheid ook zijn vrouw en hun ruim 5 maanden oude zoontje Kamil meegebracht. Vrouw en kind laten berustend de fotografische tsunami over zich heen gaan, tussendoor genietend van hun waterpijp. Gezond blijkt zo’n waterpijp bepaald niet want een kenner vertelt dat het geheel leegroken van een waterpijp gelijk staat aan het roken van een heel pakje sigaretten. Niet verwonderlijk dus dat de gemiddelde levensverwachting van de Jordanese mannen niet veel hoger ligt dan ruim 60 jaar.

Terug in het hotel nemen we afscheid van Tineke en Marlies. Zij blijven nog een aantal dagen in Amman (waar de dochter van Marlies woont) en het tijdstip waarop we de volgende dag zullen vertrekken vinden ze veel te vroeg om ons dan uit te zwaaien. De wake-up-call wordt aangekondigd voor 3.30 uur en dus verdwijnen de meesten van ons ijlings naar hun kamer om nog iets van de korte nacht te maken.

VRIJDAG 22 APRIL 2011
Op het onzalige tijdstip van half vier rinkelt inderdaad de kamertelefoon. We zijn kennelijk goed voorbereid op ons vroege vertrek want prompt op tijd staan alle koffers op de gang voor transport naar de bus. De keukenbemanning heeft duidelijk minder zin in een vroeg begin van de dag want het ontbijtbuffet toont voornamelijk leegheid. Het enige dat we zien werken is het broodrooster. Verder bestaat het ontbijt uit jam, koffie, melk thee en boter.

Na het ontbijt nemen we afscheid van Karim, die ondanks het vroege uur aanwezig is in het hotel. De bus brengt ons vervolgens naar de Queen Ali luchthaven van Amman. Hetzelfde FOX-mannetje als bij onze aankomst is nu ook weer aanwezig en zorgt ervoor dat het inchecken rimpelloos verloopt en dat we al snel onze boardingkaart in ons bezit hebben. Ook heeft Karim de vorige al geregeld dat we een collectief uitreisvisum hebben waardoor geen uitreisbedrag betaald hoeft te worden. Wel moeten we liefst twee keer door de security dus dat betekent weer broekriem verwijderen, schoenen uit om de “piepjes” te voorkomen.

Het beperkte hotelontbijt wordt door Royal Jordanian Air in het vliegtuig goedgemaakt met een warm ontbijt met omelet, champignons, een croissantje met toebehoren. Kinderen krijgen zelfs een speciale ontbijtbox met een aantal extra lekkernijen. Wat later is er ook nog een drankje alvorens na vijf uur verblijf in het luchtruim de piloot zijn toestel weer op Schiphol aan de grond zet nadat we daarvoor vanuit de lucht nog een prachtig gezicht hebben op de Hollandse bloembollenvelden.

Nadat we op Schiphol onze bagage van de band hebben gehaald worden ten afscheid handen geschud en dan rest iedereen niet anders naar eigen huis en haard terug te keren. Maar ongetwijfeld met bijzondere indrukken van een land waar we ons uiterst veilig hebben gevoeld. Een land ook dat er ongetwijfeld 24 ambassadeurs heeft bijgekregen, zoals Karim had gehoopt.
“Mooi hè ? Goed zo !.

Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.

Waardeer dit reisverslag










De sterren-waardering bij elk reisverslag is bedoeld als leidraad en houdt geen verband met onze wedstrijd of de uitslag hiervan!