Rondreizen in Suriname

Rondreizen in Suriname

met gegarandeerd vertrek

De Surinaamse samenleving is een smeltkroes van culturen die op een levendige en uitbundige manier met elkaar omgaan. Het land kent een overweldigende natuur van voornamelijk onaangetast tropisch regenwoud waar grote rivieren doorheen slingeren, maar ook de stad Paramaribo met zijn koloniale houten gebouwen zal u versteld doen staan. U heeft bovendien één groot voordeel: u spreekt de taal!

Landinformatie Suriname

Wat zijn de gewoontes en gebruiken, hoe is het klimaat in de maand dat u vertrekt en wat zijn de hoogtepunten op het gebied van flora en fauna? Kom niet voor verrassingen te staan en lees de landinformatie.

Bevolking

Suriname is een smeltkroes van bevolkingsgroepen. De oudste bevolkingsgroep zijn de Indianen, zelf noemen zij zich liever 'inheemsen'. De oorspronkelijke Indianen leefden er al 10 tot 7.000 jaar geleden en wel met name rond de grens met Brazilië. De vijf belangrijkste Indianenstammen zijn om te beginnen al onder te verdelen: beneden- en bovenlandse indianen. Tot de benedenlandse Indianen behoren de Karaïben en Arowakken, die langs de kust wonen. De bovenlandse Indianen bestaan uit de Trio’s en de uit Brazilië afkomstige Wajana’s. Rond 1960 werd een kleine nomadische stam ontdekt, de Akurio’s.

Van oudsher trokken de Surinaamse Indianen van akker naar akker en bouwden iedere keer weer een dorp rond de nieuwe vruchtbare grond. Het leven van de traditionele Indianen speelt zich met name af in de bosrijke gebieden rond de rivieren.

De bosnegers zijn afstammelingen van de slaven, die van de plantages wegliepen, ook wel marrons genoemd. De slaven, die naar Suriname werden gevoerd, om op de plantages te werken, waren afkomstig uit West- en Midden-Afrika. Deze slaven probeerden al vanaf hun aankomst alleen of in kleine groepjes het harde leven op de plantages te ontvluchten en in het oerwoud te leven. De plantages grensden aan het oerwoud of het moeras, waardoor het redelijk makkelijk was om te ontsnappen, maar als zij weer gevangen werden waren de straffen zwaar. De ontsnapte slaven richten hun eigen dorpen op langs de rivieren, maar ook het leven in deze dorpen was zwaar, waardoor sommige slaven vrijwillig terug gingen naar de plantages. Daarnaast werden de dorpen gebruikt als uitvalsbasis om de plantages te overvallen en te beroven van levensmiddelen en munitie.

In Suriname leven zo’n 35.000 bosnegers en zij vormen ongeveer 12% van de bevolking. De grootste stammen zijn de Ndjuka’s (ook wel Aucaners genoemd) en de Saramakaners. Ook de creolen zijn afstammelingen van de uit Afrika ontvoerde slaven, maar het verschil met de bosnegers is dat de creolen in de kuststreek en de stad wonen.

Op 1 juli 1863 werst de slavernij officieel afgeschaft en de ex-slaven vierden drie dagen lang feest in Paramaribo, maar na deze drie dagen, werden ze teruggestuurd naar de plantages waar ze nog 10 jaar onder staatstoezicht moesten blijven werken. Na afloop van deze periode keerden veel (ex)slaven de plantages de rug toe en vooral de jongeren onder hen trokken naar Paramaribo om werk te zoeken.

De creolen hebben veel westerse gebruiken overgenomen waardoor hun levenswijze voor een groot deel Europees is geworden. Na het afschaffen van de slavernij was er echter grote behoefte aan nieuwe arbeidskrachten en deze werden o.a. uit Brits Indië gehaald en zo kwam een nieuwe bevolkingsgroep naar Suriname: de Hindoestanen.

In ruim honderd jaar tijd vormen de Hindoestanen nu ongeveer 40% van de bevolking van Suriname. Zij waren van origine afkomstig uit de uiterst arme en overbevolkte gebieden rondom Calcutta en de vlakte van de Ganges en wilden op deze manier hun onvoorstelbaar armoedige bestaan ontvluchten. Na de problemen met deze “koppige” Hindoe arbeiders, gingen de Nederlanders nieuwe arbeidskrachten uit de andere Nederlandse kolonie halen: de Javanen uit Nederlands Indië. De Javanen stonden bekend als zeer snel tevreden en uiterst bescheiden.

De Javaanse immigranten en hun nazaten zijn inmiddels uitgegroeid tot de derde bevolkingsgroep van Suriname. In 1890 vertrok het eerste schip met arbeiders richting Suriname en dit zou zo doorgaan tot het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Maar ook aan de Javanen was een te rooskleurig bestaan in Suriname voorgeschoteld, want het werk op de plantages was zwaar en de verdiensten waren zeer laag. Maar mede doordat zij als laatste groep in Suriname arriveerden, kwamen zij aan de onderkant van de Surinaamse samenleving terecht.

Cultuur

Wanneer wordt gekeken naar de culturele samenstelling van de bevolking, heeft Suriname, in tegenstelling tot veel omliggende landen, veel overeenkomsten met het Caribische gebied. Er wonen veel mensen van Afrikaanse afkomst (de Creolen) en mensen waarvan hun overgrootouders uit India kwamen (de Hindoestanen).

Daarnaast zijn er nog veel meer bevolkingsgroepen, zoals Indianen, Bosnegers, Chinezen, Europeanen en Javanen. In Suriname wordt Sranan Tongo, Nederlands, Sarnami, Javaans gesproken, maar ook Chinees, Engels, Frans en Spaans. De taal die als de voertaal wordt gebruikt is het Sranantongo, deze is ontstaan uit een mengeling van voornamelijk (17e eeuws) Engels en Nederlands, plus elementen uit alle andere genoemde culturele groepen.

Het overgrote deel van de bevolking woont in de strook, die grenst aan de kust. De oorspronkelijke bewoners van deze kustgebieden waren de Arowak en de Caraïben indianen. De Bosnegers, of Marrons, zijn de afstammelingen van zwarte slaven, die meer dan twee eeuwen geleden ontsnapten van de plantages.

Religies in Suriname:
27 % Hindoe
25 % Protestant
23 % Katholiek
20 % Moslim
5 %   Inheemse geloven

Feestdagen:
1 januari nieuwjaarsdag
1 mei Dag van de Arbeid
1 juli viert Suriname de afschaffing van de slavernij (1863)
25 november viert Suriname de onafhankelijkheid (1975)
25 december Kerst

Flora en Fauna

Suriname heeft prachtige tropische regenwouden, maar deze bossen zitten zeker niet vol gevaarlijke slangen en wilde dieren. In de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn hier een aantal gebieden, onder het motto “Natuurbehoud is Zelfbehoud” aangewezen als natuurreservaten. Omdat de wegen naar het binnen- en achterland uitermate slecht zijn of meestal zelfs geheel ontbreken, zijn grote delen van deze uitgestrekte wouden redelijk veilig voor de houtkappers. Slechts 10% van de oppervlakte van Suriname is bebouwd, het overige gebied bestaat uit bos.

De bosbewoners rooien kleine delen van het woud en maken er akkertjes van om voedsel op te verbouwen, maar de bosgrond is zo schraal dat er na een paar jaar niets meer op kan groeien. Vervolgens verlaten zij het stukje grond en trekken verder. Dan herhaalt zich de hele geschiedenis opnieuw. Voor het handjevol bosbewoners is alles dat niet eetbaar is, brandhout. Ook met betrekking tot de dieren geldt dezelfde indeling, alles dat eetbaar is, is bruikbaar.

Door het groot aantal insecten (en dus voedsel voor vogels), is Suriname een eldorado voor vogelliefhebbers. In verhouding tot andere Zuid-Amerikaanse landen heeft Suriname weinig zoogdieren, maar dieren die u mogelijkerwijs tegen kunt komen zijn de Tapir, wilde zwijnen, Agouti’s (Surinaams konijn), herten en apen. Al dient u er rekening mee te houden dat de kans op het zien van deze zoogdieren klein is door de dichte begroeiing van het regenwoud.

Geografie

Het landschap van Suriname is op te delen in 3 gebieden:
* De Kustvlakte, hier geen witte zandstanden, maar modderbanken en kleigronden. Alleen bij Galibi in  het oosten van het land vind u zandstranden.

* De Savannen, die lopen van oost naar west zijn uitgestrekte witte zandvlakten, met her en der verspreidt grassen en struiken. Zij bevinden zich ten zuiden van de kustvlakte. De droge savannen zijn grotendeels kunstmatig ontstaan en worden ook zo in stand gehouden. Deze vlakten zijn ooit ontstaan door uitspoeling van de bodem met regenwater, waardoor de vruchtbare bestandsdelen uit de bodem verdwenen. De weinige vegetatie, die achterbleef werd door de bewoners afgebrand om hun leefgebied overzichtelijk te houden.

* Het Binnenland, door de Surinamers ook wel het tropisch regenwoud genoemd. Zoals zo vele tropische regenwouden, worden ook de bossen van Suriname bedreigt door grootschalige kap.

Ongeveer 80% van Suriname bestaat uit berg- en heuvelland dat begroeid is met dicht tropisch regenwoud. Deze bergen zijn ooit ontstaan door seismologische activiteit in de aarde. De hoogste berg is de Juliana Top (1280 meter) in het Wilhelmina Gebergte. Andere bergen zijn kale steile granietrotsen, maar doordat het omliggende landschap sneller afsleet als gevolg van erosie en verwering bleven deze harde granietreuzen, ook wel eilandbergen genoemd, achter. De bauxietlagen, die aan de oppervlakte zijn komen te liggen, zijn bepalend voor de roodbruine kleur van de bodem.

Geschiedenis

De oudste inwoners van Suriname zijn de diverse indianenstammen en de naam Suriname is afgeleid van één van deze oude indianenstammen: de Surinen. Verkenners van Columbus waren de eerste die hier voet aan wal zetten, maar pas toen in Europa de goudkoorts was uitgebroken kwamen er verschillende Europese groepen naar Suriname om (tevergeefs) op zoek te gaan naar dit edel metaal.

Rond 1600 werden de eerste handelsposten gestationeerd om aan de vraag naar nieuwe handelswaar te voldoen, maar de meeste Europeanen bezweken aan tropische ziektes of werden verdreven door de Indianen. Pas sinds halverwege de zeventiende eeuw kan er echt van kolonisatie gesproken worden, want toen stuurde de Engelse gouverneur van Barbados suikerplanters naar Suriname om plantages te beginnen. De Engelse hebben na de Tweede Engelse Oorlog (1665-1667) Suriname met Nederland geruild tegen de kolonie Nieuw Amsterdam, het latere New York.

Nadat gebleken was dat de indianen ongeschikt waren als arbeidskracht en er toch voldoende arbeidskrachten op de plantages nodig waren, werden er slaven uit West-Afrika gehaald. Na de afschaffing van de slavernij (rond 1800) ontstond er opnieuw een tekort aan arbeidskrachten en in een poging om dit probleem op te lossen werden er Nederlandse boeren uit Groningen en Gelderland gehaald. (de Boeroe’s). Helaas bleken ook zij niet opgewassen te zijn tegen het tropisch klimaat en de plantagehouders vonden ze dan ook geen goed voorbeeld voor de zwarte gemeenschap.

Op zoek naar goedkope arbeidskrachten, die wel om konden gaan met het klimaat, kwamen ze terecht bij andere kolonies. Eerst kwamen de arme Hindoestanen uit Brits-Indië, later gevolgd door de Javanen en Chinezen uit Nederlands-Indië. Na afloop van hun vijfjarig contract kozen slechts weinig immigranten voor terugkeer naar hun vaderland. De meeste accepteerden als beloning een stukje grond i.p.v. een gratis terugreis en vestigden zich als boer in de buurt van Paramaribo.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw gingen er steeds meer stemmen op om Suriname zelfstandigheid te geven, aangezien kolonisatie niet meer in de tijdsgeest paste. Een andere reden was dat de opbrengsten uit de kolonie sterk waren teruggelopen en er (hoofdzakelijk) naar Nederland een grote emigratiegolf van Surinamers op gang was gekomen, die in de hoop op welvaart hun vaderland verlieten.
De republiek Suriname werd op 25 november 1975, tijdens een grote plechtigheid in het voetbalstadion van Paramaribo, uitgeroepen. Op 25 februari 1980 vond er o.l.v. Desi Bouterse een staatsgreep plaats. De revolutie werd door de meeste Surinamers als een frisse wind ontvangen, omdat veel corrupte politici en ambtenaren werden gearresteerd.

De uitermate ondemocratische wijze van regeren van het regime Bouterse leidde echter steeds meer tot verzet en het gevolg was een volksopstand, die door Bouterse als persoonlijke vernedering werd gezien. Op 8 december 1982 liet hij vijftien tegenstanders van het militaire regime in Fort Zeelandia terechtstellen en deze gebeurtenis werd later bekend als de decembermoorden.

Tot 1987 werd er in de binnenlanden een burgeroorlog uitgevochten tussen de Junglecommando’s o.l.v. Ronnie Brunswijk, en de regeringstroepen. Ronnie Brunswijk was een lijfwacht van Bouterse. Op kerstavond 1990 pleegt Desi Bouterse opnieuw een coupe, want na een telefoontje van Bouterse treedt de toenmalige regering af. Deze keer is de staatsgreep zonder bloedvergieten verlopen.

In 1991 vinden er verkiezingen plaats waarbij ‘het Nieuwe Front’ de meeste zetels haalt en hierna wordt de algehele situatie een stuk rustiger. Er wordt een vredesovereenkomst met de indianen gesloten en de ontwikkelingshulp uit Nederland komt ook weer op gang

Klimaat

Bij aankomst op de luchthaven van Paramaribo, valt de vochtige warmte over u heen en deze zal tijdens de gehele reis aanwezig blijven. Suriname ligt vlak boven de evenaar en heeft daardoor een tropisch klimaat met een hoge luchtvochtigheid. Overdag is het gemiddeld 27 graden, en ’s nachts is het niet veel koeler. Doordat u zich in de buurt van de evenaar bevindt, zal de duisternis snel invallen. Het hele jaar door valt er regen, maar er is ook nog een korte en lange regentijd.
* De korte regentijd is van begin december tot begin februari. Hierna is er een korte droge periode.
* De lange regentijd is van eind april tot half augustus, met daarna de lange droge tijd erna.

Omdat over de gehele wereld het klimaat aan het veranderen is, zijn ook in Suriname de seizoenen niet echt meer te voorspellen. Bij een korte, hevige bui wordt er gesproken van een sibibusi, ‘het bos wordt schoon geveegd’. Is het een druilerige bui, dan wordt dit weti alen, witte regen, genoemd.

Politiek/Economie

Het Surinaamse parlement, De Nationale Assemblee, bestaat uit 51 leden die gekozen worden voor een termijn van 5 jaar, en samen met de president vormen zij de regering. Suriname is verdeeld in 10 districten, maar het belangrijkste en kleinste district is: Paramaribo. Bijna de helft van de bevolking woont in en rond de hoofdstad.

In de binnenlanden zijn er geen gemeenten, zoals wij hier kennen in Nederland, maar worden de bewoners door een bestuurssysteem van kapiteins en basja’s (dorpshoofden en hun helpers) bestuurd.
Lokale besluitvorming is ondergebracht in districts- en ressortraden (dorps- en wijkraden).

Vervolg bevolking

Na de teloorgang van de plantages bleven de Hindoestanen, net zoals de meeste Javanen ook in Suriname in plaats van terug te keren naar hun vaderland. Vaak was de reden dat zij niet met lege handen durfden terug te keren naar hun geboorteland/plaats om daar in “schande” te moeten leven, omdat zij waren uitgebuit door de toenmalige heersende klasse.

De Joden vormen, met  een kleine 1%, slechts een klein deel van de bevolking van Suriname. Rond 1700 was de invloed van de Joden in Suriname zeer groot, maar zelfs tot nu zijn in de taal, de persoons- en plaatsnamen, voeding en gewoonten verwijzingen terug te vinden naar de Joodse gemeenschap van rond 1700. De Joodse gemeenschappen zijn ooit, vanwege hun kapitaal en kennis van plantagelandbouw, vanuit Barbados en Brazilië, naar Suriname vertrokken. In de negentiende eeuw, nog voor de afschaffing van de slavernij, kwamen, ook weer via Java, de Chinezen naar Suriname. Zij waren afkomstig uit Hong Kong en deze immigratie ging door totdat de Engelse regering dit verbood.

De Chinezen hadden echter weinig interesse in het werk op de plantages en aan het eind van hun vijfjarig contract keerden de meesten dan ook terug naar hun eigen land. De Chinezen, die wel in Suriname bleven, gingen hun geluk beproeven in de klein/detailhandel en zijn nu niet meer weg te denken uit het straatbeeld van Paramaribo. Op praktisch elke straathoek is een winkel van omu snesi (oom Chinees).

De Libanezen die zich in de loop van de tijd vrijwillig in Suriname hebben gevestigd zijn volledig opgegaan in de samenleving en alleen aan de borden op gevels van een aantal stoffenwinkels zijn ze nog te herkennen, Beirouth Bazar, Moussi Issa en Brohim.