16-daagse Puur Panama
- Auteur(s):
- J. Storm
- Reisdatum:
- 20-10-2011 t/m 04-11-2011
- Waardering:
-
3,5 sterren 23 stemmen
Dag 1, Amsterdam – Panama City
Het is 20 oktober 2011 en daar sta ik dan op Schiphol: tijd voor mijn eerste kennismaking met Panama en het fenomeen “Fox-singlesreis”! Ik heb wel de nodige verre reizen gemaakt, maar dit is de eerste keer dat ik een groepsreis heb geboekt. Ik ben erg benieuwd hoe het probeersel om met vijftien wildvreemden op vakantie te gaan, zal bevallen. Omdat niemand in mijn omgeving oktober als vakantiemaand had uitgekozen en ook niemand het oog op Panama had laten vallen (“Panama? Hoe kom je daar dan bij?”), lijkt het mij voor deze keer wel een mooie uitkomst.
Bij de balie van Fox aangekomen blijkt al meer dan de helft gearriveerd en kan ik meteen beginnen met handen schudden en namen (proberen te) onthouden. Nieuwkomers krijgen een Fox-kofferlabel en kunnen vervolgens gaan inchecken. De vlucht met KLM verloopt voorspoedig en bij aankomst mogen wij ons bij de douane melden met de formuliertjes die we in het vliegtuig hadden ingevuld. Het toeval wil dat mijn paspoort drie dagen korter geldig is dan Fox adviseert, dus het is nog even spannend. Gelukkig krijg ook ik een mooi stempeltje en kan ik mij bij de reisgenoten in de hal voegen.
Daar maken wij kennis met Willem, een in Costa Rica wonende Nederlander met een goed gevoel voor humor, die onze reisleider zal zijn.
Buiten gekomen voelen wij, ondanks het aanbreken van de avond, al meteen de tropische warmte. De bus staat al te wachten en Willem introduceert onze chauffeur: Javier. Samen beginnen zij onze volgestouwde koffers naar binnen te hijsen door het raam van de bus, die daardoor al snel net zo volgestouwd begint te worden. Het is niet zo’n hele grote bus, prima voor het aantal mensen en ook voor mij, maar enkele langere reisgenoten moeten hun benen wel een beetje extra opvouwen. Willem stelt ons alvast gerust: voor het korte ritje naar het hotel is dit even een snelle bagageoplossing, maar voor de rest van de reis gaat de bagage bovenop de bus. We hebben dan meer bankjes vrij voor de mensen die wat extra ruimte kunnen gebruiken. Niemand ziet er overigens uit alsof hij zich daarover zorgen maakt.
Op weg naar het hotel hebben wij het eerste zicht op Panama “by night”: het is inmiddels donker geworden. Het tijdsverschil met Panama is zeven uur, dus toen wij rond 19.00 uur aankwamen, was het voor ons al 2 uur ’s nachts. Toch is het in de bus nog een gezellige bedoening. Onderweg vertelt Willem het een en ander over Panama en licht toe wat de excursiemogelijkheden zijn: de volgende dag kunnen we op bezoek gaan bij de Indianen en de dag daarna staat er een stadstour en een bezoek aan het Panamakanaal op de agenda. Daar wil iedereen wel aan meedoen.
Na het inchecken in het hotel kunnen we aanschuiven bij een restaurantje op de hoek van de straat, althans, dat denkt Willem. Zijn reservering is echter “op zijn Panamees” afgehandeld (aldus Willem), dus het restaurant is er nog niet zo klaar voor als wij. Uiteindelijk belanden we daarom op het terras van een ander restaurantje in de buurt. De borden komen één voor één met grote tussenpozen door en de eersten zijn al klaar als de laatsten hun bord nog moeten krijgen. Het valt daardoor gelukkig nog niet meteen op dat ik in Nederland regelmatig het record “traag eten” heb verbroken. (Om het record ook op deze reis te houden zal nog een prestatie worden: ik heb een concurrent, zoals vrij snel blijkt!) Op verzoek van Willem krijgen wij allemaal afzonderlijke rekeningen en ook de administratie neemt daardoor een tijdje in beslag. Inmiddels is het in Nederland 5 uur en vinden we het tijd om het hotel weer op te zoeken. De reis is nu echt begonnen en ik heb er zin in.
Dag 2, Panama City
De volgende ochtend ben ik al vroeg wakker; een bijzondere ervaring, aangezien ik thuis niet bepaald als ochtendmens bekend sta. Het zal wel aan het tijdsverschil liggen. Daardoor ben ik wel redelijk op tijd aan het ontbijt. Dat komt goed uit, want het ontbijt is niet inbegrepen en dus moeten we allemaal apart afrekenen. Dat neemt ongeveer evenveel tijd in beslag als het ontbijt zelf. Omdat Willem ons daarvoor al gewaarschuwd had, zijn we toch allemaal op tijd bij de bus. Het ontbijt is trouwens best lekker. We kunnen van alles van de kaart bestellen, van allerlei soorten eieren tot pannenkoeken toe, de koffie is ook prima en er zijn heerlijke verse fruitsapjes en fruitsalades. Gelukkig hoeven we niet op te letten of we die wel kunnen eten, want het water in Panama City is drinkbaar. Dingen die in water zijn gewassen, zoals salades, kunnen we dus gewoon bestellen, net als frisdrank met ijsblokjes erin.
Ook is het goed weer: een mooie meevaller in de regenachtigste maand van het jaar. In de bus zit iedereen weer op een andere plek dan gisteren, dus het gaat goed met de integratie in de groep. Ik ben deze reis in het goede gezelschap van acht andere dames en acht heren, in leeftijd variërend van 27 tot 56 jaar. Een mooie mix.
Vandaag gaan we op bezoek bij de Indianen, die op een uurtje rijden in de natuur wonen. Toen we met het vliegtuig over het land vlogen, viel al op hoe groen het van bovenaf is. Ook vanaf Panama City hoeven we niet ver te rijden om in de natuur te belanden. We rijden naar een plek aan het water, waar de Indianen ons opwachten met twee motorbootjes, het ene wat stabieler dan de andere. Wij houden wel van een beetje risico en stappen in het wiebelige houten bootje voor de optimale vaarbeleving. Waarschijnlijk komen er vaak Amerikanen op bezoek, want de indianen nemen geen risico: we worden allemaal in een zwemvest gehesen.
Na een stukje varen – geen natte pakken gehaald, wel natte voeten - komen we bij het indianendorpje uit, waar fleurig geklede mensen ons opwachten. In de ontvangstruimte – een soort houten/rieten hut die wel overdekt maar verder open is – krijgen wij uitleg over gewoonten en gebruiken van de indianen en ook over de manier waarop sieraden, schalen en bakjes worden gemaakt. ( Ik voel een verkoopmomentje aankomen!) Daarna gaan de dames voor ons dansen, terwijl de heren de muziek verzorgen. Enkele reisgenoten worden van de banken gehaald om mee te doen. “Niets moet, veel mag!” citeert één van de heren uit de FOX-informatie en daar sluit ik me graag bij aan. Ik laat het dansen aan de anderen over en ontferm mij samen met mijn buurman over het filmen van de hoogtepunten. De buurman hoeft ook niet zo nodig te dansen en wij maken er een sport van op het goede moment de camera’s omhoog te doen. Helaas laat mijn buurman de zijne één seconde zakken en moet hij er ook aan geloven.
Niet geheel onverwacht volgt daarna het verkoopmomentje: we kunnen de getoonde attributen en nog veel meer kopen. Nu voelen we ons pas echt een toerist. Het enthousiasme is niet heel groot en ik geloof niet dat onze groep de omzet tot grote hoogten heeft opgejaagd.
Vervolgens maken we een kort wandelingetje door de nabije natuur, waarbij we uitleg krijgen over diverse planten, bloemen en zaden en hun functie voor de indianen. Dat onderdeel bevalt me beter. Gelukkig is er deze reis voor ieder wat wils, zoals we nog vaak zullen ontdekken. Hoewel het dansprogramma behalve leuk om te zien ook best goed was voor de stemming.
De lunch die de indianen ons serveren bestaat uit gebakken banaan met kip, in een groot groen blad dat tot een soort patatzak is gevouwen. De banaan smaakt naar een soort gebakken aardappel en de kip is erg lekker gekruid. Daar willen we óók wel van weten hoe die gemaakt wordt, maar dat geheim wordt helaas niet onthuld. Wel krijgen we er nog meer dorst van dan we al hadden en degenen die een waterflesje hebben meegebracht, maken snel vrienden.
Na de vaartocht terug is het spannend of de bus het steile hellinkje nog wel opkomt, maar na het advies van Willem om een “aanloopje” te nemen, krijgt Javier ons toch op de weg. We rijden terug naar het hotel en hebben nog wat tijd over tot het diner, dus gaan we het probleem “dorst” nog even oplossen. We hebben niets afgesproken, maar het terras waarop we neerstrijken is in de straat van het hotel, dus al snel zitten we weer met z’n allen bij elkaar achter een drankje. Om beurten schieten we nog even naar het supermarktje aan de overkant van de straat om water en andere zaken te kopen. Het water uit de kraan is weliswaar niet onveilig maar ook niet echt lekker.
Om half 8 verzamelen we voor het eten. Willem heeft weer een tentje voor ons gereserveerd en op weg er naartoe valt het eerste regenbuitje. Volgens de reisgids heeft oktober maar liefst 20 regendagen, dus ik ben al blij dat het de hele dag mooi weer is geweest. Ongeveer de helft van ons heeft een parapluutje bij zich en zo lopen we in tweetallen naar het restaurant, waar we trouwens gewoon buiten kunnen zitten: de twee lange tafels zijn overdekt en het is lekker warm. Het buitje duurt niet lang. Op de terugweg kunnen de paraplu’s dicht blijven. We moeten nog een beetje wennen aan het tijdsverschil en het wordt deze avond bij de meesten niet laat.
Dag 3, Panama City – El Valle de Anton
De volgende dag zetten we op de afgesproken tijd onze koffers in de hal. Willem en Javier hijsen de bagage op de bus en dekken deze af met een zeil. Intussen kunnen wij ontbijten en uitchecken. Ik moet daarvoor nog even een klein probleempje oplossen: ik stik van het geld, maar kan toch niet betalen. De dollar-automaat op Schiphol hoest namelijk alleen maar honderdjes op en die accepteren ze nergens. De geldautomaat in het casino om de hoek is dichterbij dan de bank, dus ik bestel scrambled eggs en een fruitsalade en ga daar vervolgens even geld halen. Bij terugkeer zijn de eieren gearriveerd en het afrekenen gaat ook een stukje sneller dan gisteren, dus weer zijn we allemaal op tijd bij de bus. Zijn wij zo netjes of gaat hier de rest van de reis nog de klad in komen?
Vandaag gaan we Panama City bekijken, inclusief het beroemde Panamakanaal. Het is alweer mooi weer: de mensen die speciaal voor het regenseizoen komen, zullen zwaar teleurgesteld zijn. Het Panamakanaal gaan wij bekijken bij de Miraflores-sluizen. Daar gaan alle camera’s uit de tas en zien wij enorme containerschepen door relatief smalle waterwegen geloodst worden. En dat alles voor de vriendenprijs van zo’n drieënhalve ton aan dollars, afhankelijk van het gewicht. Het is wel duidelijk waarom het kanaal een goede bijdrage levert aan de welvaart van Panama. We kijken een tijdje naar de voorbijkomende schepen en hoe de sluizen werken.
Na ook het museum en de film over het Panamakanaal bekeken te hebben, stappen we weer in de bus om nog wat meer van Panama City te zien. We maken een leuke wandeling door Casco Viejo, het oude, koloniale gedeelte van Panama. Het is behoorlijk zonnig en de flesjes zonnebrand zijn niet voor niets meegegaan. Casco Viejo heeft een hele andere sfeer dan het hoogbouw-gedeelte van Panama-City, dat we aan de overkant van het water kunnen zien liggen. Dat levert leuke foto’s op.
Na de lunch op een terras vlakbij het water, rijden we met de bus een heuvel op, omdat we daar volgens Willem een mooi uitzicht zullen hebben over de stad. Bijna dan! Want halverwege de weg omhoog mogen we opeens niet verder. Iemand is bezig één van de verkeersdrempels geel te schilderen en blijkbaar staat het slordig als van daaruit gele bussporen de berg opgaan. Maar niet getreurd, we komen nog een keer in Panama City en Willem belooft dat we het dan nogmaals gaan proberen.
We zetten dus maar koers naar onze volgende bestemming: El Valle de Anton. Volgens de reisgids ligt dat in een lang geleden overleden vulkaan. Het dorpje ligt midden in de natuur en er zijn dus veel wandelmogelijkheden. Geld halen is niet zo makkelijk in El Valle, dus we stoppen onderweg nog even op een terrein met een supermarkt en een stuk of drie banken. Die zijn allemaal al dicht, dus honderdjes wisselen zit er niet in. Ik haal dus nog maar wat geld uit de muur. Ook dat gaat niet vlekkeloos, maar onze vierde poging bij de derde bank levert gelukkig resultaat op.
Willem vertelt in de bus welke excursiemogelijkheden er in El Valle zijn. Ik had mijn oog laten vallen op een wandeling van een uurtje of vier, maar die excursie is uit het programma verdwenen. Wel kunnen we klimmen: de India Dormida op, een berg van zo’n 800 meter in de vorm van een slapende indiaan. Daar moet een aantal mensen met minder goede schoenen of blessures even over nadenken. Ik hoor tot de laatste groep, maar reisgenoot Mark is goed in overhalen en uiteindelijk ga ik toch mee. De volgende dag zullen we met z’n tienen op pad gaan.
Ons hotel in El Valle bestaat uit twee verdiepingen. Op de bovenste verdieping is een groot overdekt terras, waar aan aantal hangmatten hangt, loungeplekken zijn en ligbedden staan. Mooi, onze “hangplek” voor de komende twee dagen is gevonden! Maar eerst verzamelen we zoals altijd om half 8 om te gaan eten. Aan tafel wordt er flink gelachen en er blijken ook lekkere toetjes te zijn. Vooral de flan en de lemon pie zijn populair.
Ondertussen komt er nog een drumband langswandelen, die een spectaculair staaltje trommelen en “gooien met de drums” laat zien en horen. Als schril contrast lopen de plaatselijke “majoretten” nogal lusteloos vooruit. We komen daardoor wel in de muziekstemming en duiken met een groot deel van de groep en Willem een lokale bar in. Dat is een belevenis op zich. De werkweek is net afgelopen en de Panamezen hebben qua drankgebruik blijkbaar al een goede voorsprong op ons. Enkele locals komen nog even een praatje met ons maken en heten ons vriendelijk welkom. Maar al gauw worden de praatjes wat moeizaam, wat niet zozeer met het verschil in taal maar vooral met het verschil in alcoholpercentage te maken heeft.
Eén van de Panamezen, duidelijk niet op de hoogte van het karakter van onze reis, wijst op één van mijn reisgenoten en informeert of dat mijn echtgenoot is. “Nee,” zeg ik argeloos; een antwoord waar ik binnen twee minuten enorme spijt van krijg. Vervolgens word ik namelijk bestookt met iets teveel aandacht en allerlei vragen waar ik niets van begrijp. Mijn wanhoop blijft niet onopgemerkt, want de gedachte echtgenoot informeert van een afstandje of ik hulp nodig heb en mengt zich na mijn antwoord “dringend!” in het gesprek. Na wat moeite word ik vriendelijk “bevrijd” en stort de man in kwestie zich op enkele andere dames in ons gezelschap, waar zich al snel dezelfde tekenen van wanhoop manifesteren. Dat is het sein voor Willem om de aftocht te blazen en we belanden vervolgens in de hangmatten op ons hotelterras.
Dag 4, El Valle de Anton
De volgende morgen vertrekken we om 9 uur naar de India Dormida. Daar zullen we aan de ene kant omhoog lopen, onze weg vervolgen over de neus, kin en andere herkenbare onderdelen van de indiaan (naar verluidt is deze een vrouw), om vervolgens aan de andere kant weer af te dalen. Een mooie test om te zien of we al geacclimatiseerd zijn. Ik heb geen spijt van mijn beslissing, want de wandeling kost wel enige inspanning maar is zeer de moeite waard. Onderaan krijgen wij uitleg over de landkaart die daar in de rots is gekerfd, zo’n 2000 jaar geleden als wij het goed begrijpen.
Daarna gaan we op weg, tussen het groen en de verschillende watervalletjes door. Jammer dat ik mijn camera ben vergeten, maar vooral jammer dat één van ons zich halverwege de klim niet goed voelt en moet terugkeren. Willem loopt een stukje met hem mee. Ondertussen wordt de gids blijkbaar een beetje ongeduldig en begint Marije, die zo’n beetje het beste Spaans spreekt van ons, druk met een verhaal te bestoken. De kernachtige vertaling van Marije luidt als volgt: “Jongens, hij twijfelt aan onze conditie!”. Niet zo heel verwonderlijk, vinden wij, maar na overleg met Willem besluiten we toch het laatste heikele stukje ook maar door te klimmen. Hier en daar moeten we op handen en voeten verder stijgen en dalen, maar dat is weer goed voor een paar stoere foto’s.
Zonder ongelukken komen we weer bij het hotel aan en schuiven daar meteen maar aan voor de lunch. We vrezen dat we anders geen fut meer hebben om overeind te komen om een restaurant op te zoeken. Een aantal enthousiastelingen denkt daar anders over en gaat nog een stukje wandelen om te gaan zwemmen bij een waterval. Na een koude douche en een bezoek aan de supermarkt om wat drank en zoutjes in te slaan (er stond zelfs een koelkast op het terras!), richten we op het terras een goede “hangplek” in.
Tussendoor moeten we nog wel even de hangmatten uit om te gaan eten in het tentje van gisteren. Het enthousiasme voor de lemon pie was na gisteravond overweldigend. De laatste twee stukken schenen extra lekker te smaken. Begeleid door de muziek van de drumband lopen we weer terug naar ons dakterras, waar nog tot laat gezellig wordt nagepraat.
Dag 5 El Valle de Anton – Santiago
De volgende morgen vertrekken we naar Santiago, waar ons een hotel met zwembad is beloofd. Wij zijn de eerste groep die de nieuwe route er naartoe gaat uitproberen. Als die klopt, besparen we flink wat tijd en hebben we bovendien een sfeervoller uitzicht. Na enig rondvragen komen we inderdaad weer op de Panamerican Highway uit en de route is dus een succes. Gelukkig zijn de afstanden die we deze reis met de bus afleggen niet al te lang: we zitten meestal niet langer dan twee uur achter elkaar in de bus.
Onderweg worden we op een groot terrein met winkels, banken en restaurantjes gedropt, met de opdracht om ontbijt en lunch voor de volgende dag te regelen. Op de plaatsen waar we morgen zullen zijn, is namelijk niets te krijgen. Een bezoek aan McDonalds lijkt voor de lunch van vandaag de meeste tijdwinst op te leveren, dus de verschillende groepjes reisgenoten komen elkaar daar weer tegen. Daarna duiken we de supermarkt in en het is grappig om te zien hoe “creatief” de opdracht wordt uitgevoerd: slechts één van ons heeft echt broodjes gekocht met worst (in blik weliswaar, want koeling is er ook niet en dat beperkt de mogelijkheden nogal). De meesten hebben allerlei soorten ontbijt- en mueslirepen en drankjes ingeslagen. Voor de hartige trek zijn er de chips. Gelukkig is deze keer een bank open en kan ik eindelijk van mijn honderdjes af.
Het hotel in Santiago ligt aan de weg en in de directe omgeving is niet veel te beleven. Dat is ook niet nodig: het is het beste hotel tot nu toe en heeft bovendien een lekker zwembad met een watervalletje en een bar erin. En het is alweer mooi weer! We doen de rest van de middag niet veel meer dan zwemmen, zonnen, kletsen en lezen. Eten doen we in het restaurant van het hotel. We maken het niet heel laat, want de volgende dag moeten we al om 5 uur op.
Dag 6 Dinsdag 25 oktober, Isla de Coiba
Het is wel gek, maar ik heb deze vakantie geen moeite met vroeg opstaan. Hoewel het natuurlijk wel lekker is als er koffie klaarstaat als je om 5 uur uit de veren moet. Willem heeft dat voor ons besteld, maar helaas is er bij de uitvoering iets misgegaan. Gelukkig hebben we onze lauwe sapjes nog!
We vertrekken vroeg naar Isla de Coiba, een eiland in de Stille Oceaan. Panama heeft aan twee kanten zee en we gaan deze reis eilanden aan beide kanten bezoeken. Isla de Coiba heeft volgens de reisbeschrijving een mooie natuur. Het dagprogramma uit de FOX-gids roept echter wel wat vragen op. We gaan namelijk naar een eiland waar vroeger een gevangenis was. Weinig gevangenen waagden het van dit eiland te ontsnappen. De reden daarvan waren de verschillende haaien die in groten getale rond het eiland zwommen. En wat gaan wij daar doen? Wij gaan daar snorkelen! En de gevangenis bekijken natuurlijk. We zijn benieuwd…
Het is wel een tijdje rijden naar het water, zo’n 2 ½ uur. Bij het snorkelbedrijfje aangekomen, krijgen allemaal zwemvliezen en maskers met snorkel uitgereikt en er ontstaan lange rijen bij het ene toilet. Tijdens het wachten mag je even uit de rij om een formulier te ondertekenen dat je het bedrijf niet aansprakelijk zult stellen. Ook daar komen waarschijnlijk veel Amerikanen.
Ik teken het formulier ongelezen – het is tenslotte vakantie – en daarna gaan we in twee speedbootjes het water op voor een mooi tochtje naar het eiland. Ook nu zit ik weer bij het groepje dat niet louter voor het comfort kiest: ons bootje heeft geen rugleuningen achter de banken en stopt een eindje uit de kust. We zijn dan ook tot ons middel nat omdat er zo nu en dan een golf voorbij komt als we staan te wachten om aan boord te klauteren. Dat levert weer wat amusement voor de andere boot op en zo dragen wij, sportief als we zijn, weer bij aan de vakantiepret van onze reisgenoten. Gelukkig is het lekker weer en hadden we toch al onze zwemspullen onder onze outfit aan.
Ik geniet wel volop van het boottochtje: we scheuren lekker snel over het water en zo nu en dan zwemmen er nog dolfijnen met ons mee ook. Het duurt ongeveer een uur voor we het eiland bereiken. Het uitstappen uit de bootjes in het water is ook een attractie op zich: we weten inmiddels dat het dieper is dan we denken en er soms ook golven langskomen in de zee…
Bij het gevangenis-eiland aangekomen krijgen we een rondleiding met uitleg over de gevangenis. Daarna varen we naar een ander idyllisch Bounty-eilandje om te gaan lunchen. De chips gaan open en er wordt druk op repen gekauwd. We krijgen er nog een fles water bij om het een en ander weg te kunnen spoelen. Onze lunch heeft dankzij onszelf te weinig gangen om de hele lunchtijd mee te vullen, dus wandelen we nog wat over het eiland. Vervolgens varen we naar een verlaten strandje om te gaan snorkelen. We krijgen wat instructie en degenen die dat willen, mogen vervolgens met de boot mee het water op. Daar zien we al snorkelend heel wat leuke visjes voorbij komen.
Daarna gaan we naar een tweede snorkelplek. Die is beduidend minder: iedereen moet goed zwemmen omdat de stroming en de golven ons graag tegen de rots willen plakken. Bovendien is er niet zoveel te zien. Ik ben dan ook al snel weer aan boord. Ik had geen handdoek meeverhuisd uit Nederland en heb er dus nu ook geen bij me. Het begint nu wel een beetje fris te worden in de wind en het inmiddels natte t-shirt. Gelukkig houdt ook de rest het voor gezien en beginnen we aan de terugtocht.
Terug aan wal meteen weer rijen voor het toilet, het is namelijk ook de enige plek waar je je kunt omkleden en we willen nu wel even onze natte kledingstukken lozen. Tijdens de boottocht heeft een aantal mensen nog een flinke golf water over zich heen gekregen en droge kleding lijkt ons een prettig vooruitzicht. Gelukkig mogen we ook gebruik maken van de toiletten van het naastgelegen restaurant.
In de bus staat de airco op volle toeren en degenen die wel in het gelukkige bezit van een handdoek zijn, gebruiken deze als dekentje. De 2 ½ uur durende terugreis brengt de teller op een dagprogramma van 14 uur. We vinden het dus wel welletjes en verdwijnen massaal onder de douche, gelukkig in dit hotel een warme! Daarna zitten we lekker bezadigd aan het diner, waar Willem feedback vraagt op het uitje en meteen de excursies bespreekt die we in Boquete kunnen doen.
Dat begint met een waarschuwing: het is al dagen noodweer in Boquete en het zou zomaar kunnen dat we onderweg te maken krijgen met geblokkeerde wegen door verzakkingen of dat we door de regen niet het programma kunnen afwerken. Omdat we hadden gelezen dat van ons een flexibele instelling werd verwacht, nemen we dit ter kennisneming aan. Het was ook te mooi om waar te zijn: in de regenachtigste maand van het regenseizoen nog niet één dag verregend!
Ik schrijf me in voor de koffietour en de wandeling door het nevelwoud, maar aarzel even bij de canopy-tour. Ik ben zo nu en dan namelijk een watje met hoogtevrees en om je dan veertig meter boven de grond aan een draadje van boom naar boom te verplaatsen…? Het toeval wil dat ik wederom bij Mark aan tafel zit, onze kampioen overhalen, en al snel staat dus ook achter mijn naam een kruisje bij de canopy-tour. Zo gaan die dingen, je wilt toch eens wat meemaken op vakantie…
Dag 7, Santiago – Boquete
De volgende morgen zetten we om 7 uur onze koffers in de hal en gaan ontbijten. Terwijl wij onszelf volladen, doen Willem en Javier hetzelfde met de bus. Instappen en wegwezen!
Onderweg naar Boquete (geen spoor van noodweer) bezoeken we nog een historische plaats, waar we stenen met oude tekeningen kunnen bekijken en uitleg krijgen over een oud offerritueel dat daar plaatsvond. De mooiste maagden moesten eraan geloven en ons wordt en detail verteld hoe dat in zijn werk ging. Dat leidt tot een discussie over de wenselijkheid van het mooi zijn in vroegere tijden.
Daarna vervolgen wij onze weg naar het hotel in Boquete, waarvoor wij al zijn gewaarschuwd: dit is het minst goede hotel van deze reis en wij zijn waarschijnlijk de laatste groep die daar mag overnachten. Boffen wij even! Nu zijn we toch wel nieuwsgierig geworden. Het hotel blijkt vergane glorie, maar is best leuk opgezet met een klein riviertje in het midden en allemaal verschillende kamers. Die laten inderdaad nogal aan kwaliteit te wensen over, met grote gaten in de horren en als hoogtepunt een douche die alleen ijskoud water levert.
De lunch in het hotel is ook een belevenis. Blijkbaar willen ze ons snel bedienen (dat willen wij ook graag, want de jeeps naar de koffie-excursie komen er bijna aan) en wordt daardoor het eten iets te snel uit de pan geplukt. De frietjes zijn niet bij iedereen gaar en de uitgebakken bacon in de clubsandwiches is nog een plak vet. We lachen er maar om en rijden vervolgens in twee groepen naar een hoger gelegen stukje van Boquete, waar een Nederlander koffietours organiseert.
De eerste groep wordt rondgeleid door zijn vrouw, terwijl hij terugrijdt om ons, de tweede groep, op te komen halen. Hans, zoals hij heet, zit boordevol verhalen over Panama, koffie en de plantage. Het wordt een interessante middag, waarbij wij alle fasen van koffie in wording kunnen bekijken. Aan het slot mogen we ook verschillende soorten proeven en ruiken en legt Hans uit hoe we dat moeten doen. Dat leidt hier en daar tot een lachsalvo, maar wij leren toch wel het een en ander bij over Nespresso, Roodmerk en diverse andere varianten. Een aantal koopt ook nog wat koffievarianten: de Kotowa-koffie is in 2006 nog nummer vier van de wereld geweest, zoals trots op de verpakkingen staat.
’s Avonds eten we in een tentje waar Willem al eerder tot tevredenheid heeft gegeten, alleen is daar inmiddels een nieuwe eigenaar in gekomen. Ik smul tevreden van een geweldig lekker visje met een perfect sausje, maar de meesten hebben het minder getroffen. Willem naast mij demonstreert zijn kip: die is nog rauw van binnen. Een ondergrensje waar je als restaurant niet graag doorheen zakt.
Op de terugweg weet Willem nog wel een leuke bar te vinden. Wij sluiten aan en bestellen een mojito. Wat dat is, moeten mijn reisgenoten (ik drink die dingen ook nooit) even uitleggen aan de barman. Die duikt vervolgens de tuin in en komt met verse munt terug. Na een uitgebreide beschrijving van het grote insect waarop hij deze struikjes blijkbaar had veroverd, wordt er een soort van mojito gefabriceerd. Dat neemt zoveel tijd in beslag dat ik na een paar slokken te horen krijg dat de zaak over vijf minuten gaat sluiten. Ik zeg dat ik morgen wel terug kom voor de rest en we lopen terug naar het hotel.
Dag 8, Boquete
Vandaag hebben we een wandeling geboekt door het nevelwoud waar de beroemde Quetzal-vogel huist. Deze krijgen we ondanks dappere lokpogingen van onze gidsen niet te zien. Wel is de wandeling leuk: er hangt echt een nevel over het woud en het is niet te geloven, maar het is alweer goed weer! Dat komt mooi uit, want we moeten over nogal wat keien lopen en die zijn met alleen nevel al glad genoeg. Onderweg komen we mooie bloemen tegen, een waterval en mooie uitzichten.
Daarna brengen de jeeps ons weer terug naar het hotel en moeten we snel gaan lunchen, want we moeten over een uurtje al verzamelen voor de canopytour. Met een man of zeven duiken we een lunchtentje in en ondanks mijn eettempo zijn we keurig op tijd bij het verzamelpunt: een Kottowa-koffietentje! Snel nog even een cappuccino “to go” en daar zitten we met negen deelnemers plus Willem in een soort open legerwagen die de berg ophopst. Deze keer hebben we voor het eerst minder geluk met het weer: het begint te regenen en boven hijsen we ons voor het eerst in onze poncho’s. Met een helmpje op en poncho’s aan nemen we als een stel Willempies (niet in de betekenis van reisleider) plaats op een bankje, waar we instructie krijgen.
Daarna lopen we naar boven naar het eerste platform. Vanaf daar geldt het motto: vluchten kan niet meer. Er zijn geen laddertjes uit de bomen, dus na de eerste zwaai moet je de rest ook doen. Nou, vooruit dan maar. Het is wel even spannend, maar voor je het weet, ben je alweer aan de overkant. En: het is inmiddels weer droog. Precies op het goede moment!
We moeten niet te vroeg juichen, want bij de laatste twee van de twaalf kabels striemt opeens de regen in ons gezicht. Toevallig staat op dat moment net de fotograaf klaar om onze dichtgeknepen ogen te vereeuwigen. Wat een timing. Na het eten – deze keer in een beter tentje – belanden we weer in de bar van gisteren en wie spelen daar akoustische oude rock-krakers…? Jawel, onze canopy-boys van vanmiddag! Zij herkennen ons ook en één van de boys komt nog even bij ons langs met zijn trommeltje. Dat mogen wij om beurten even uitproberen, met wisselend succes. We vliegen hier en daar flink uit de bocht, maar de stemming zit er goed in.
Dag 9 Boquete – Bocas del Toro
We zijn alweer over de helft van de reis en tot verbazing van de ervaren reizigers hebben zich nog geen groepjes afgesplitst. Ook onze reisleider doet aan alle programma-onderdelen mee. Dat hebben mijn reisgenoten wel eens anders gezien. Ik niet natuurlijk, want ik heb nog nooit een reisleider gehad. Tot nu toe bevalt dat prima. We hoeven lekker nergens over na te denken en het is nog gezellig ook.
Vandaag staat de langste busafstand van deze reis op de agenda. Het is tevens de laatste rit van Javier. De komende dagen hebben we geen bus meer nodig en op de laatste dag in Panama zal iemand anders rijden. We houden een inzameling voor de fooi en vinden Siete bereid een mooie speech te houden. Willem vertaalt, aangezien Javier alleen Spaans spreekt.
Voor het zover is, mag Javier nog even alles uit de kast halen. We gaan namelijk weer terugrijden richting Panama City om de Alouatta Lodge te bezoeken, een farm waar apen worden opgevangen. De toegangsweg daarheen is een echte uitdaging. Willem en Javier hangen allebei uit het raam en kijken welke hobbel of kuil de minste kans op schade oplevert. Wij zitten er vlak achter en constateren dat de kilometerteller 5 kilometer per uur aangeeft. De laatste dag van Javier is zeker niet zijn eenvoudigste.
Het bezoek aan de apenfarm is de moeite waard. Het is bloedheet (alweer geen regen!) maar bijna iedereen poseert met een lekkere warme aap op zijn schouder. Van tevoren was ons wel duidelijk aangegeven dat de apen geen ziekten en vlooien hebben, dus dat stelde wel gerust. Ook de lokale flora is de moeite waard: we krijgen een rondleiding en Linda mag persoonlijk een demonstratie ondergaan van een plant die shampoo-eigenschappen heeft. Een föhn was helaas niet bij de hand.
Na alle uitleg wordt de laatste hand aan de lunch gelegd, wij mogen de flora namelijk ook opeten. Tijdens de rondleiding zijn daarvoor onder andere bloemen van een bananenplant verzameld. Ondertussen maken wij nog even een wandelingetje door een stukje achtergelegen jungle. Dat kan makkelijk op onze slippers, wordt ons verzekerd; alleen een beetje opletten voor slangen….
Naarmate de wandeling vordert, word ik steeds blijer dat ik toch niet één van degenen ben die op slippers lopen. Het is hier en daar toch aardig rotsig en je moet wel even uitkijken waar je je voeten zet. Willem loopt zonder DEET voorop (dat heeft hij geweten), waarbij de kunst is om wel de slangen en muggen, maar niet de vogels weg te jagen. We hebben inderdaad nog een paar mooie vogels kunnen spotten.
De lunch is erg lekker en daarna hobbelen wij over het bekende weggetje terug naar de hoofdweg: op naar Bocas del Toro! In Bocas nemen we een soort speedboot naar het eiland waar ons hotel staat. De bagage moet van de bus naar de boot worden overgebracht en gezien het ruimtegebrek, lijkt het Willem handig als slechts de mannelijke helft van de groep dat doet. Wij – van de andere helft – kunnen daarmee wel leven. De mannen laten zich niet kennen: zonder mokken vertrouwen zij hun handbagage aan de dames toe en slaan aan het sjouwen. (De vraag wat vrouwen eigenlijk allemaal in zo’n koffer stoppen, komt daarbij regelmatig terug.) Als de bagage aan boord is, bedanken we de heren, hijsen ons in zwemvesten en gaan op weg.
Het eiland is een redelijk toeristisch gebeuren; aan hotels, bars en restaurantjes geen gebrek. We moeten een klein stukje lopen met de bagage en checken in. Het restaurant van het hotel is gesloten, dus ontbijten doen we in tentjes in de buurt. Voor het diner, wat we nog steeds met alle zeventien gezamenlijk nuttigen, heeft Willem een restaurantje met terras aan het water gereserveerd. Op weg daar naartoe valt er een klein buitje, dus we halen voor het vertrek nog snel een paar parapluutjes van de kamers. Ook dit buitje is weer van korte duur.
Bij het eten gaan er al de nodige cocktails rond en na het eten zetten we die trend voort in een tentje dat zó uit de Bacardi-reclame lijkt te komen: aan zee, overdekt maar in de open lucht en met gezellige salsa- (en tussendoor ook top 40-) muziek. Voor de dames is het happy hour, dus wij kunnen gratis aan de cocktail. De meeste heren houden het bij een biertje en al snel gaan de voetjes van de vloer. We blijken ook een sterdanseres in de groep te hebben. Terwijl wij nog staan uit te vinden hoe die salsa precies in z’n werk gaat, danst Monique zó weg met één van de locals. Willem regelt voor de minder vaardige reizigers een salsa-les voor de volgende avond.
Dag 10 Bocas del Toro
We hebben enkele flinke wandelingen gemaakt deze reis, maar nu worden wij dan geveld door een boottochtje! Een Belgisch echtpaar heeft een trimaran waarop wij de hele dag flink luieren. Dat blijkt erg vermoeiend (hoewel de enigen die zich inspannen de dolfijnen zijn die met de boot meezwemmen). Af en toe hijsen we onszelf even op om een cocktail of een lunchsalade in ontvangst te nemen. Voor de afwisseling springen we even in het water om naar een eilandje te zwemmen, waar we flinke zeesterren bewonderen. Na de lunch gaan we nog naar een mooi snorkelplekje. De zee wordt echter rond die tijd wat ruwer. Het echtpaar stelt daarom voor dat we nu gewoon terugvaren en zij ons morgen gratis nog een extra snorkeltrip aanbieden. Dat riante aanbod nemen we graag aan.
We eten die avond in een leuk restaurantje op een ander eiland, waar we met twee taxibootjes naartoe varen. In het restaurant komt een stel ons demonstreren hoe de salsa en aanverwante dansen officieel in z’n werk gaan. Zijn er vrijwilligers? Ons danswonder Monique wil zich wel opofferen, maar is dat wel eerlijk? “Ja hoor,” roepen wij en lachen vervolgens om het verbaasde gezicht van de dansleraar. Daarna mogen wij proberen iets van de dans te bakken. Maar ondertussen komt het eten: de planning is niet helemaal handig, want nu haakt iedereen af. Na het eten is de belangstelling beperkt: we doen moeite om energiek te blijven, want het trimarantripje heeft een soort massale slaperigheid opgeleverd.
Daar weet Willem wel iets op: het is de avond voor Halloween en er is nog een “foute piraten-tent” in Bocas waar ze een gek drankje serveren, Magnesium genaamd. Misschien leuk om ons nog even wakker te houden? Onder het motto “Nou vooruit, één drankje dan!” sluit een man of tien aan. Vier nemen een biertje en de rest wil dat Magnesiumdrankje wel eens proberen. Volgens Willem is het niet verdacht dat hij niet meedoet, want hij is als reisleider tenslotte belast met het opvegen van de mensen bij wie zo’n drankje onverhoopt verkeerd valt. Aan de ene kant stelt dat gerust, aan de andere kant ook weer niet. Na bestelling blijkt het drankje een onduidelijke samenstelling te hebben (getuige het onrustbarende aantal flessen dat opengaat) en ben ik benieuwd naar het effect ervan. Dat blijkt gelukkig goed te overzien.
Ik ben inmiddels wel weer wakker. We houden de piratentent voor gezien en gaan nog even langs bij het Scheepswrak (het Baccarditentje van gisteren). Daar gaan de voetjes wederom van de vloer, wel de twaalf voetjes die bij de Magnesiumdrinkers horen, maar dat kan toeval zijn.
Dag 11 Bocas del Toro – Panama City…of toch niet?
We verzamelen om 9.30 uur voor het extra snorkeltripje met de trimaran. Ik heb erg genoten van de vorige dag, maar besluit de beurt deze keer aan mij voorbij te laten gaan. Met drie andere achterblijvers spreek ik af dat we om 11 uur lekker koffie gaan drinken op een terrasje aan het water. Van daaraf hebben we mooi zicht op kleurrijke visjes en enkele grote zeesterren op de zeebodem en, zoals later blijkt, op de terugkerende trimaran met onze reisgenoten. Heel toevallig kiest het grootste deel hetzelfde terras uit als wij en kunnen we meteen gezamenlijk lunchen.
Om 15.00 uur verzamelen we weer bij het hotel voor de vlucht naar Panama City. De koffers gaan in de bus en wij lopen het kleine stukje naar het vliegveld. Daar krijgen we te horen dat het helaas noodweer is in Panama City. Onze haast om naar Panama City te vliegen neemt daardoor wel af, en we blijken ook niet weg te kunnen omdat “ons” vliegtuig in Panama City nog aan de grond staat. Terwijl Willem meteen druk aan het bellen slaat, nestelen wij ons met een boekje in de stoeltjes: heerlijk, zo’n georganiseerde reis!
Als na geruime tijd wachten de hoteleigenaar zich bij Willem meldt, voelen wij ook in Bocas nattigheid: inderdaad, de vlucht is gecancelled en wij kunnen weer rechtsomkeert maken naar het hotel. We stellen vast dat de tussenstop in Panama City ons toch al niet zo zinvol leek – we komen er bijna alleen om te slapen - en dat Panama City met noodweer al helemaal een ongeschikt alternatief is voor het heerlijk warme en droge Bocas. We wandelen dus niet al te teleurgesteld terug naar het hotel.
Er is wel een klein probleempje: intussen is een andere Fox-groep gearriveerd en heeft zijn intrek genomen in “ons” hotel. Er zijn nog maar tien kamers beschikbaar voor zeventien personen. Enkelen zullen kamers moeten delen. Omdat deze extra nacht voor eigen rekening is, bieden meteen genoeg mensen zich daarvoor vrijwillig aan. Het komt mooi uit dat er al de nodige duo’s zijn gevormd met het oog op het verblijf op San Blas, waar de kamers op indeling zijn. Kunnen we mooi proefdraaien. Niemand moppert en we zijn het erover eens dat Willem alles weer prima voor ons heeft geregeld, inclusief een leuke locatie waar we gezellig buiten kunnen eten. Voor de verandering besluit ik eens voor een pizza te gaan en die blijkt de knapperigste bodem te hebben die ik ooit heb geproefd. Panama blijft verbazen.
Dag 12 Panama City – San Blas Eilandengroep
De volgende ochtend komt ons vliegtuig inderdaad wel aan en heeft Willem geregeld dat het vliegtuig naar San Blas, dat om 6.30 uur zou vertrekken, in Panama City op ons blijft wachten. Dat is maar goed ook, want ons vliegtuig uit Panama blijkt bij aankomst in Bocas een probleem met de airconditioning te hebben. Eenmaal aan boord worden we vriendelijk verzocht weer uit te stappen en daar zitten we weer, in de wachtruimte zonder eten en drinken die we inmiddels wel gezien hebben…
.
Net als Willem aankondigt dat hij ergens een ontbijt voor ons heeft geregeld, kunnen we alsnog ons vliegtuig in: op naar San Blas! We zijn al gewaarschuwd dat we naar San Blas maar 10 kilo bagage mogen meenemen, dus iedereen heeft de benodigde spullen al voor het grijpen in zijn koffer opgeborgen. Na aankomst in Panama City wordt het dan ook een gezellig tafereel op straat, met opengegooide koffers en mensen die spullen overhevelen naar kleinere tassen. Naar San Blas mogen wel vloeistoffen mee, dus we hoeven niet zonder shampoo en zonnebrand te vertrekken. We zijn inmiddels wel aan koffie toe en het Kotowa-koffietentje (bekend van de bezochte plantage) kan op grote belangstelling rekenen.
Het vliegtuig naar San Blas is een piepklein toestelletje, waar maar ongeveer 20 personen in passen. De vlucht is gelukkig niet zo lang en het uitzicht over Panama weer geweldig.
Bij aankomst op San Blas blijkt het meegebrachte zonnebrandspul niet direct nodig, aangezien het regent. Toch worden wij onmiddellijk enthousiast van ons vaartochtje langs de diverse Bounty-eilanden naar ons eigen onbewoonde eilandje. Een waar paradijsje doemt voor ons op en we besluiten meteen een deel van ons verblijf te gaan spenderen in de hangmatten op de veranda’s van de gezellige hutjes. Ze zien er van de buitenkant wel primitief uit, maar blijken van binnen wel over douche en toilet te beschikken en over een ventilator. En de hangmatten hangen droog…!
San Blas is het gebied van de Kuna-indianen, die in deze regio zelfbestuur hebben. Zij zullen de komende dagen voor ons zorgen. Klokken hangen er niet in onze hutten, maar de Kuna’s die de lodge runnen, lossen dat op door op een grote schelp te blazen als we op mogen draven voor een excursie of een maaltijd. Tijdens ons verblijf zijn per dag twee excursies en drie maaltijden inbegrepen. De eerste excursie hebben we door de vertraging helaas gemist en de tweede wordt vanwege de regen gecancelled, terwijl ik net mijn eerste been uit de hangmat sla om op pad te gaan. Ik hijs het been weer naar binnen en we gaan verder waar we gebleven waren met hangen. Het is tenslotte vakantie.
Het diner gaat gelukkig wel door. We mogen eerst opgeven wat we echt niet willen / kunnen eten, want zelfs over het eten hoeven we niet na te denken: de Kuna’s maken gewoon iets voor ons klaar. De vishaters steken meteen hun hand op nadat Willem heeft aangekondigd dat de Kuna’s veel met verse vis werken. Zij krijgen iets anders. Ik hoor daar niet bij en ontdek dat de Kuna’s prima visjes op tafel weten te toveren. Zij zijn al om vijf uur begonnen met hun dagprogramma, waardoor de drie gangen van het diner er in no time doorheen worden gejast: de Kuna’s die ons eten serveren kunnen dan terug naar hun dorp. Een goede training voor de mensen die hun eettempo willen verhogen.
Na het eten weet Willem nog een kaartspelletje waar drie van ons met zoveel enthousiasme aan deelnemen, dat de rust op ons Bounty-eilandje tijdelijk wordt verstoord voor de twee andere gasten op het eiland. Nadat de Kuna’s hebben afgesloten, blijkt een aantal van ons de ideale hangplek te hebben gevonden: een rieten afdakje met hangmatten en wat ligbedden eronder, vlak aan het strandje. Daar praten we onder het genot van wat meegebrachte drankjes gezellig na en wordt er nog heel wat afgelachen. Tussendoor hebben we nog wat medelijden met de andere twee gasten, die ongetwijfeld zo nu en dan iets van onze vrolijkheid zullen meekrijgen. Hopelijk verstoren we niet hun huwelijksreis of zo.
Dag 13 Dinsdag 1 november, San Blas Eilandengroep
Zoals we inmiddels gewend zijn (we raken verwend!), is het snel over met de regen. De volgende dag is het Bounty-eiland in volle glorie: de zonsopgang op San Blas is schitterend en wordt druk gefotografeerd. De zon schijnt de hele dag en we hebben ons eigen privé-strandje. Een paar van ons blijven daar lekker zonnen, terwijl wij in het motorbootje springen om te gaan snorkelen. Ik ben blij dat ik mee ben gegaan: na een prachtige tocht langs eilandjes met palmbomen belanden we op een even prachtig eiland. We kunnen hier al een paar meter van het strand mooie vissen zien: er ligt een koraalrif vlak achter het eiland. We genieten volop, ondanks het feit dat er te weinig snorkelmateriaal is voor ons allemaal (afspoelen en doorgeven is het motto). Degenen die niet aan de beurt zijn, nestelen zich in het ondiepe water bij het strand, waar de mooie visjes vlak langs onze voeten zwemmen. Op verzoek krijgt Henri van Willem zelfs een biertje uit de koelbox tot in de zee geserveerd. Dit is echt vakantie!
Na de geslaagde snorkeltour hebben we nog even een “hangmatpauze” en een lunch, waarna we om 16.00 uur alsnog per boot vertrekken naar het Kuna-dorp: de excursie die de vorige dag was afgelast. In het dorp leven de indianen nog echt op hun eigen manier. Dat het toerisme toch zijn intrede doet, blijkt dan wel weer uit het feit dat de indianen een dollar vragen voor het maken van een foto en uit de verkoopprijzen van handgemaakte spullen, die vrij stevig zijn. We krijgen een rondleiding van één van de inwoners en uiteraard wordt er ook weer gedanst (alleen door de indianen deze keer). Op initiatief van één van de reisgenoten doneren we een bedrag uit de fooienpot; die krijgen we toch niet op, zoals later zal blijken. We varen terug rond zonsondergang en we zijn even stil van alle natuurpracht.
Die avond is het ook weer gezellig, maar zonder mij, want ik moet onderhand dringend even bijslapen en de volgende dag moeten we alweer om 6 uur klaarstaan.
Dag 14 San Blas – Panama City
Weemoedig nemen we de volgende dag vroeg afscheid van ons paradijsje om te vertrekken naar Panama City: kunnen we niet de latere vlucht nemen…?
Dat kan niet. We mogen zelfs al blij zijn dat we mee kunnen, want de vlucht blijkt overboekt te zijn. Wij zetten ons geheime wapen Willem in en het aantal mensen dat mee kan loopt binnen het halve uur onderhandelen op van veertien naar zestien en komt dan zelfs nog op de benodigde zeventien uit (we kunnen Willem na al zijn moeite toch niet zomaar achterlaten). Hèhè, we kunnen vertrekken!
In Panama City aangekomen, brengt de bus ons eerst naar het uitzichtpunt op de heuvel. Deze keer geen mensen met kwasten langs de weg en wij rijden over de prachtig geverfde drempels omhoog. Bovenop de heuvel hebben we een mooi zicht op Panama City. We laten de bus leeg terugrijden en lopen terug. Een toevallig passerende Toekan wil onze moeite wel belonen door onderweg voor ons te poseren.
Van het noodweer is niets meer te bekennen: de zon schijnt volop, dus alweer niks waar we over kunnen klagen! Gelukkig valt er ’s middags nog wel een buitje, zodat we tenminste nog iets meekrijgen van “Panama in het regenseizoen”. Niet al te veel overigens, aangezien wij ons op dat moment allemaal óf in de shoppingmalls óf op een overdekt terras bevinden. De middag is namelijk ter vrije besteding. Het vervoer per taxi is daarbij een belevenis op zich. Met een straatje verder lopen komen we sneller op de halve prijs uit dan met onze onderhandelings”vaardigheden”. Een aantal van ons bezoekt het park en ons plan om Panama Vieja (de ruïnes van het oude Panama) te bezoeken valt letterlijk in het water, dus koerst onze taxi alsnog naar de shoppingmall.
Op de terugweg blijkt opeens een enorme vraag naar taxi’s te zijn losgebarsten. De prijs die wij bereid zijn te betalen, loopt langzaam op naarmate de tijd vordert. We moeten namelijk om 19.30 uur verzamelen voor het “laatste avondmaal” en we willen niet de eersten zijn die deze reis echt te laat komen.
Met anderhalf woord Spaans en veel gebaren lukt het ons de taxichauffeur dit duidelijk te maken. Hij zet ons precies twee minuten te laat voor het hotel af, grijnst en kauwt ons - met een gebaar op de wachtende groep - voor wat we moeten zeggen: “Mucho trafico! MUCHO trafico!”. Ja, dat was ons ook al opgevallen….
Het diner wordt opgeluisterd door Panamese dansers op een podium, wat wel leuk is om te zien, maar de gesprekken nogal lastig maakt. Dit is ook de eerste keer dat het echt koud is op deze reis: de airco blaast er lustig op los en zo nu en dan ga ik even buiten opwarmen. Dat is een grappige gewaarwording, ik vermoed dat de werkwijze in Nederland wel weer omgekeerd zal zijn...!
Linda hebben wij opgezadeld met de taak namens de groep onze Willem even in verlegenheid te brengen met een dankwoord. Tenslotte hebben wij veel plezier met hem gehad en heeft hij de zaken keurig voor ons geregeld. Die klus klaart Linda prima en wij onderstrepen dat nog even met een applausje.
Na het eten strijken de meesten nog even neer op een terras voor een cocktailtje. Rond een uur of 1 haken wij af: de laatste groep houdt het nog tot een uur of 3 vol.
Dag 15, Panama City – dag 16, Amsterdam
En dan is alweer de laatste dag van onze reis aangebroken. Officieel duurt de reis 16 dagen, maar het enige dat we op dag 16 nog zullen doen is 5 uur vliegen, landen op Schiphol en onze horloges zes uur vooruit zetten. Daar hebben we trouwens wel geluk mee: midden in onze reis gaat de wintertijd weer in en dat scheelt weer in de jetlag: we hebben daardoor een uur minder tijdverschil met Nederland.
We vliegen pas rond 19.00 uur, dus we hebben nog wel even de tijd vandaag. Het is bloedheet, maar we vallen met onze neus in de boter: het is “bevrijdingsdag” in Panama, zoals Willem ons vertelt. Nu kunnen we met eigen ogen zien waarom de Panamezen steeds met allerlei trommels en danseressen door de straten trokken: de optochten van drumbands uit het hele land zijn eindeloos. Wij bewonderen hun uithoudingsvermogen, aangezien wij zelf inmiddels behoorlijk staan weg te smelten in de brandende zon. De parapluutjes die zijn meegebracht voor onverwachte hoosbuien, blijken ook prima dienst te doen als parasolletjes. Niettemin houden we het na een tijdje voor gezien en zoeken een lekker terras op. Gelukkig overdekt, want –helaas voor de feestvierders!- het gaat toch opeens nog regenen.
Na de lunch verzamelen we weer in het hotel om voor de laatste keer met z’n allen de bus in te stappen. Daar heeft Willem nog een afscheidsspeechje voor ons, waarbij hij terugkijkt op de afgelopen reis, onze flexibiliteit roemt (dat moet natuurlijk in het verslag) en bij het verslaan van zijn eerste indruk van ons en passant refereert aan een hok kakelende kippen (wat positief was, naar wij uit zijn toelichting begrepen).
Na wederom een voorspoedige vlucht nemen we op Schiphol afscheid van elkaar en is mijn eerste groeps-/singlesreis ten einde. Een ervaring die zeker voor herhaling vatbaar is.
Let op: De gepubliceerde reisverslagen zijn persoonlijke ervaringen van onze klanten. Hieraan kunnen geen rechten worden ontleend bij de uitvoering van uw eigen reis.