Galapagos

Zo’n 1000 kilometer uit de kust van Ecuador bevinden zich de Galápagos Eilanden. De groep bestaat uit 13 grote en tientallen kleine eilanden. Het bijzondere van deze, van oorsprong vulkanische, eilanden is dat ze nooit in contact zijn geweest met het vasteland. Planten en dieren hebben zich daardoor op een speciale manier geëvolueerd. Doordat de dieren geen natuurlijke vijanden kennen, hebben zij hun oorspronkelijke schuwheid verloren en zijn onvoorstelbaar tam geworden. Dit gebied is dan ook een droombestemming voor natuurliefhebbers.

De Galápagos werden in 1535 ontdekt, toen de bisschop van Panama per ongeluk, op zijn tocht naar Peru, afdreef en op een aantal eilanden stuitte. In zijn rapport over de ontdekking sprak hij over gigantische ‘galápagos’, schildpadden en de naam voor de eilandengroep was geboren. Drie eeuwen lang dienden ze als rustpunt voor walvisvaarders en piraten, die er vers eten insloegen; schildpadden gingen levend mee in het ruim.

De beroemdste bezoeker is ongetwijfeld Charles Darwin, die in 1835 vijf weken lang bewijsmateriaal zocht (en vond) voor zijn evolutietheorie. In 1859 publiceerde hij zijn meesterwerk ‘On the Origin of Species’.

In 1832 werden de Galápagos tot Ecuadoriaans territorium verklaard en tot 1959 werden ze gebruikt als strafkolonie. In dat zelfde jaar werd de eilandengroep het eerste Nationaal Park van Ecuador.

Toen de eilanden gevormd werden, waren het kale vulkanische rotsen en alle dieren die hier te vinden zijn, hebben op een of andere manier de duizend kilometer vanaf het vasteland weten te overbruggen.

Vogels, reptielen en zeezoogdieren zijn de belangrijkste bewoners. Er zijn weinig landzoogdieren en dat verklaart het feit dat de meeste dieren niet bang zijn: er is weinig op ze gejaagd. De dieren evolueerden wel (om zich beter te kunnen aanpassen) en zelfs zo drastisch dat er een aantal generaties later duidelijk sprake was van een andere soort: Darwin’s theorie over ‘evolutie door natuurlijke selectie’. Een aantal soorten is endemisch op de Galápagos, wat wil zeggen dat de betreffende soort alleen daar voorkomt.



In 1964 bouwde de Ecuadoriaanse regering (op het eiland Santa Cruz) het Charles Darwin Research Centre. 97% van het gebied op de eilanden zit in het Nationale Park (de rest is bebouwde kom, of farm) en daaromheen nog eens 50.000 vierkante kilometer oceaan. Halverwege de jaren zestig kwam het georganiseerde toerisme op gang, met zo’n 1000 toeristen per jaar. Inmiddels zijn dat er 60.000 per jaar (waarvan 50% Ecuadorianen!). Op de eilanden zijn in totaal ongeveer 50 plaatsen, die bezocht mogen worden. De rest is beschermd gebied.

Het klimaat op de Galápagos Eilanden is (sub)tropisch. Het hete regenseizoen is van januari tot juni en het warme droge seizoen van juni tot december. Het water is rond de 23°C en in het natte seizoen meestal kalm. Het droge seizoen is koeler en vaak mistig (de ‘garúa-mist’). Van augustus tot oktober is de zee ruwer.

We bezoeken deze plaats tijdens de volgende reizen