Land van het Hindoeïsme, tempels, forten en sprookjesachtige paleizen

India

21-daagse groepsrondreis India & Nepal

(108 stemmen)

P. Scholten

Reisdatum: 11-04-2014 t/m 01-05-2014

Inleiding
Mijn vrouw heeft al langer de wens om India te bezoeken. Vanwege de uit verhalen gehoorde en gelezen hygiënische wantoestanden in de voormalige Britse kroonkolonie heb ik mijn partners plannen lange tijd succesvol weten tegen te houden. Let wel, ik heb absoluut geen smetvrees maar ken wel mijn grenzen. Uit eerdere reizen is gebleken dat mijn lichaam slechts een beperkt aantal feestvierende bacteriën aan kan zonder op buikloop getrakteerd te worden.

Als onderdeel van een eerder met mijn eega gemaakte afspraak, “ik ga in 2013 met jou mee naar Argentinië en Chili als we in 2014 samen naar India en Nepal gaan”, is er voor mij geen ontkomen meer aan. Nadat we op 5 oktober in het FOX Theater de Sound & Light Show hebben bekeken, en ik mezelf van een Buiktyphus en Hepatitus B vaccin heb laten voorzien wordt de reis geboekt. De voorpret, die vooralsnog voor mij gemengde gevoelens oproepen, kan beginnen.

De vlucht
Voor iemand die vaker van het luchtverkeer gebruik maakt valt er over de vliegreis naar New Delhi weinig meer te vertellen dan dat het eten wat geserveerd wordt bij Austrian Airlines iets beter smaakt dan bij de luchtvaartmaatschappijen die we tot nu toe hebben gehad. Hoe anders zal de terugreis worden, maar daarover later meer.

De reisleider
Op de luchthaven van Delhi maken we kennis met andere leden van de groep en Hein, onze reisleider voor India en Nepal. In de bus begroet hij ons met “Welcome to India…, Incredible India” en de vraag “Wie ben ik dat ik deze groep mag leiden?” waar geen van de reizigers overigens het antwoord op weet. De man blijkt een ervaren rot in het vak te zijn en leidt, naar gelang zijn werk hem stuurt, een zwervend bestaan over de gehele wereld.

Anders dan de uitleg die we van eerdere streekgebonden reisleiders kregen kunnen we bij hem ook terecht voor informatie over andere landen. Handig voor een eventuele volgende bestemming. Hein doet zijn werk met plezier en zal tijdens de busreizen cabaretachtige voorstellingen weggeven die m.i. geïnspireerd zijn door de helaas te vroeg overleden entertainer Wim Sonneveld. Onze grote leider, zoals mijn vrouw hem al na enkele dagen noemt, is een echt mensenmens en wil graag het iedereen naar de zin maken. “Als de bus praat of slaapt..,” waarmee Hein de activiteit van de mensen in de bus bedoeld, “dan hou ik mijn mond” is zijn devies. “Maar.., op andere momenten heb ik graag dat jullie naar mij luisteren.” Daarmee heeft hij volkomen gelijk, toch zullen we hem op dat gebied als groep op deze reis enkele keren teleurstellen.

Delhi
Na het bier, wat in India vaak in flessen van 650 ml. geserveerd wordt, de nachtrust en het ontbijt in het Silver Ferns hotel maken we ons op voor de eerste excursie. In Old Delhi stappen we over op riksja’s, de bekende oosterse fietstaxi’s brengen ons downtown.

Het verkeer in de stad is, op zijn zachts gezegd, hectisch. Tuk-tuks, de driewielige taxi’s voorzien van een bromfietsmotor, auto’s, hand of ossenkarren en voetgangers bewegen zich door elkaar heen zonder acht te slaan op verkeersregels of stoplichten. Wel is iedere bestuurder een verkeersregelaar die met de claxon van zijn voertuig of met behulp van enige stemverheffing een ieder, op eigen wijze, anderen probeert te laten doen wat hij of zij wil. Als passagier van de fietstaxi maken we geen deel uit van deze verkeersconflictjes maar beschouwen vanaf onze troon enigszins vermakelijk het geheel.

Old Delhi is met zijn smalle straatjes verdeeld in verschillende wijken. Als eerste rijden we door het bruidsmodegedeelte. Aan beide kanten zien we winkeltjes die zich amper van elkaar weten te onderscheiden maar waar men wel prachtige sierraden en gewaden kan kopen ter verhoging van de bruiloftsvreugde. Na de specerijen wijk, waar men heel goed de geur van India kan ruiken komen we bij de loodgietersafdeling. Het assortiment is er een stuk uitgebreider dan dat van een Praxis of een Gamma in Nederland. Zelfs staafstaal en plaatijzer is midden in de stad gewoon verkrijgbaar.

Onze lichtgewicht chauffeur heeft het zwaar. In de bestrating van Old Delhi pronken veel oneffenheden en hij moet hard trappen om de twee weldoorvoede Nederlanders over de bulten en door de kuilen heen te krijgen. Als het ritje ten einde is stappen we weer in de bus die ons naar de crematieplaats van ’s werelds meest bekende pacifistische vegetariër brengt; Mahatma Gandhi, zijn echte naam is overigens Mohandas Karamchand Gandhi. Hij is hetzelfde voor India wat Willem van Oranje voor ons land is, “De vader des vaderlands”. Voordat hij door een Hindoefundamentalist in 1948 vermoord werd, was Gandhi de drijvende kracht achter de geweldloze onafhankelijkheidsstrijd in India. Helaas lukte het hem niet om Hindoes en Islamieten met elkaar te laten verzoenen wat resulteerde in de oprichting van de staten West en Oost Pakistan, het huidige Pakistan en Bangladesh. Het bracht een grote volksverhuizing op gang waarbij meer dan een miljoen mensen omkwamen als gevolg van het geweld tussen de religieuze groeperingen. De dag dat India onafhankelijk werd vierde Gandhi geen feest maar zocht naar een oplossing om de vijandelijkheden tussen Hindoes en Moslims te beëindigen.

Het monument ter ere van Gandhi is een zwart marmeren tafel met een eeuwige vlam. We moeten het terrein als uiting van respect voor de Indiase leider barrevoets betreden.
Daarna gaan we naar een Sikh-tempel brengt waar toevallig net een dienst gaande is. Zwaar stemmige Sikh-mannen brengen luidkeels hun liederen ten gehore terwijl gelovigen, schijnbaar in trance, het geduldig aanhoren. Uitdagend humoristisch vind ik het bordje “SILENT” boven de muzikanten. Alsof we er bovenuit zouden kunnen komen…
Voor het Sikh-geloof is iedereen gelijk, een stelling waar ik wel mee uit de voeten kan. Bij de tempel is een soort van gaarkeuken waar dagelijks 15.000 gratis maaltijden wordt klaargemaakt voor iedereen die daarvan gebruik wil maken. We nemen een kijkje bij de volop van activiteiten voorziene keuken in het pro-Deo restaurant.

Wij nuttigen even later, aangevoerd door onze reisleider, onze lunch in een Indiaas specialiteiten restaurant te New Delhi. Verschillende groenten, roti en kip verschijnen op tafel. De maaltijd wordt afgesloten met een rijstballetje die net zo heftig zoet proeft als Grieks/Turkse baklava. Hiervoor gaan we op vakantie, om culturen te zien en een land culinair te ontdekken.

Weinig tijd vandaag, want na de lunch stopt de bus alweer bij het India Gate. De 42 meter hoge boog werd in 1921 door Edwin Lutyens ontworpen, naar het voorbeeld van de Arc de Triomphe in Parijs. Het monument herinnert aan de soldaten uit Brits-Indië die in de Eerste Wereldoorlog voor het Britse Rijk zijn gestorven. Ingegraveerd zijn de 90.000 namen van deze overledenen en de namen van de 3000 soldaten die in de Derde Anglo Afgaanse Oorlog zijn gesneuveld. Tevens worden de soldaten uit de Bengaalse onafhankelijkheidsstrijd geëerd.  Bron Wikipedia.

De korte nacht, de stevige maaltijd en de nieuwe info zorgen ervoor dat ik tijdens de busrit naar Qutb Minar in slaap val. Ook het met enige Engelse klanken doorspekte slecht verstaanbare gebrabbel van de gids kan er niet voor zorgen dat ik wakker blijf. Eenmaal bij het monument, en weer bij kennis bekijken we de vervallen moskee met ernaast een puntgave minaret van 72 meter hoog. De diameter is aan de basis 14 meter en aan de top nog altijd 2,5 meter. De toren is tussen 1799 en 1826 gebouwd om een overwinning te vieren.

De moskee ernaast heeft de naam Duwwat-ul-Islam wat “de kracht van de islam” betekent. Hoewel de gebouwen een zuiver islamitische ontwerp hebben zijn ze echter gebouwd door Hindoes die het vak van steenhouwer wat beter in de vingers hadden. Helaas mogen we de minaret niet beklimmen want in 1981 is er een ernstig ongeluk gebeurd. Veertig mensen lieten toen het leven door het gedrang op de trappen en de paniek die er vervolgens uitbrak. Weer in het hotel een kleine maaltijd en daarna de nachtrust. Morgen weer een drukke dag.

Jaipur, de roze stad
De hoofdstad van Rajasthan is aan het einde van de achttiende eeuw voornamelijk  ontworpen door maharadja Sawai Singh II. Grote haaks op elkaar staande straten die omgeven worden door hoge vestingmuren. In 1733 organiseerde hij een grootste parade door de juist voltooide amberkleurige stad. Ter ere van de Prins of Wales, die de plaats in 1875 bezocht, werden alle gebouwen roze geschilderd. Sindsdien heet Jaipur de roze stad.

We bekijken eerst aan de buitenkant het Paleis der Winden, die in feite niets meer was dan een gevangenis voor de haremvrouwen van de maharadja. Zij konden vanachter de ontelbare ramen het volk op straat in de gaten houden zonder zelf gezien te worden. De gevel lijkt piramidevormig en kan als inspiratie dienen voor architecten. De geometrische variaties zijn ongekend voor een gebouw van deze beperkte afmetingen. 

Het Amberpalace, buiten de stad heeft nog wel de originele (zand)steenkleur en wordt van de buitenwereld afgesloten door een 9 kilometer lange en 5 meter dikke muur. Het fort is tot de moderne tijd de vestigingsplaats voor opeenvolgende dynastieën geweest. Daar aangekomen stappen we uit de bus en na een fotomoment, in Jeepjes, kleine legervoertuigen die ons naar de ingang van het fort brengen.

Het is een warme dag en reisleider Hein acht het daarom niet verstandig om de tocht naar boven over de slechte weg te voet af te leggen. De spiegelzaal maakt op mij de meeste indruk, vele kleine spiegels zijn in het plafond en de muren ingemetseld om zo goed mogelijk gebruik te maken van het schaarse kaarslicht en warmte. De rest van het paleis lijkt een oneindig doolhof waar men als onbekende gemakkelijk kan verdwalen. Gelukkig wijzen de paaltjes met het opschrift EXIT TomTom-loze toeristen de uitgang.

Weer in Jaipur krijgen we in een textielfabriek een rondleiding, uitleg over de handmatige fabricage van karpetten, demonstratie over de werkwijze en een lunch aangeboden. Dit alles om de ter overname in de winkel zijnde voorraad vloerkleden onder onze aandacht te brengen. Wij vinden de motieven niet mooi en kopen, anders dan in Turkije vier jaar geleden, niets. Dan brengt de bus ons naar het City Palace en daar vind ik de twee tentoongestelde bolvormige zilverenkruiken van 400 liter het meest bijzonder. Ze zijn gebruikt om wat water van de Ganges naar Engeland te transporteren zodat de reizende maharadja zich deze heilige vloeistof kon wassen tijdens zijn staatsbezoek aan Groot Brittanië. Volgens het Guinness Book of Records zijn de twee zilverstukken de grootste ter wereld.

In een andere ruimte bevindt zich het kledingmuseum. Verschillende gewaden van de maharadja’s en hun vrouwen, de maharina’s, zijn tentoongesteld. Het opvallendst is het kostuum van Sawai Madjo Sing I, hij was namelijk 2 meter lang en meer dan 250 kilo zwaar. In een andere zuilenzaal hangt een gigantische kroonluchter en staan twee grote stoelen opgesteld, waarschijnlijk bedoeld voor de maharadja en één van zijn vrouwen. In een rechthoek er omheen staan kleinere stoelen. Het kind in mij gebied me om over de omheining heen te stappen, samen met mijn vrouw te gaan zitten op de twee grote stoelen en vervolgens af te wachten hoeveel drukte er van komt. Mijn volwassen remmingen en vooral de argumenten van mijn echtgenote houden me tegen.

Fatehpuhr Sikri
Onderweg naar Agra levert de bus ons af bij het verlaten paleis Fatehpuhr Sikri, slechts 15 jaar in gebruik geweest en daarna, waarschijnlijk vanwege watergebrek, verlaten. Keizer Akbar had drie vrouwen getrouwd, een hindoeïstische, een islamitische en een christelijke. Hij zal het ongetwijfeld hard genoeg geprobeerd hebben maar toch lukte het hem niet om nakomelingen te verwekken zodat hij bij een kluizenaar op de heuvel Sikri raad ging vragen. De Sheikh Salim Christi, wiens wijsheid en heiligheid alom gerespecteerd werden gaf Akbar zijn zegen waarna er drie kinderen werden geboren. De heilige wilde geen geschenken waarop de keizer besloot om in Sikri zijn nieuwe hoofdstad te vestigen.

Wij bekijken het paleis en proberen wat van de uitleg van de gids te begrijpen. Dat is niet eenvoudig want voordat we één zin hebben ontcijferd, is de beste man alweer drie zinnen verder. Ook gaat hij ervan uit dat wij de basisgeschiedenis van India met haar heersers kennen wat in mijn geval absoluut niet zo is. In feite snap ik niets van zijn betoog en laat het maar zo. Wel genieten we van de prachtige omgeving en het feit dat het paleis amper gebruikssporen vertoont.

Agra
Aangekomen in de stad van de “Taj-Mahal”  bekijken we eerst Itimar-ud-Daula. Dit mausoleum wordt ook wel de baby-Taj genoemd en is in feite de voorganger van de Taj-Mahal. Het is in 1628 gebouwd en vrijwel geheel ontworpen door de even mooie als intelligente dochter van de Perzische dichteres Nur Jahan. Haar vader, de keizerlijke vizier rust in de tombe die door de inbreng van zijn dochter een zeer geraffineerd ontwerp heeft.

Meer vervallen en minder mooi is het 2 kilometer verderop gelegen Chini K Rauza waar we volgens onze grote reisleider beslist moeten gaan kijken. Het is ook een mausoleum, ditmaal voor de minister Afzahlkhan. Interessant is het wel en het bouwwerk heeft ook zijn plaats in de geschiedenis.

Voordat de beroemde piramide van Cheops werd gebouwd hebben de Egyptenaren geoefend op minder mooi uitgevallen piramides. Hetzelfde geldt voor de Chinese muur, in de aanloop naar dit wereldwonder experimenteren de Chinezen met tal van andere muren, echter allemaal minder geslaagd. In de Indiase tijdgeest van de zeventiende eeuw zijn mausoleums schijnbaar belangrijk en verschillende vorsten laten zo’n ding bouwen. De ene nog mooier dan de andere totdat de Taj-Mahal werd gebouwd, het voorlopige toppunt in grafmonumenten. De bus brengt ons naar de achterkant van de Taj-Mahal die prachtig door de avondzon wordt beschenen. Slechts een weiland en een rivier scheiden ons nog van dit wereldwonder. Ooit was het de bedoeling dat op de plaats waar we ons nu bevinden er een zwarte Taj-Mahal zou verrijzen.

Taj-Mahal
Als we een dag later aan de voorkant van het gebouw staan is een lang gekoesterde wens van ons in vervulling gegaan. Aan de Taj-Mahal is door 22.000 arbeiders 22 jaar lang gewerkt. Woorden schieten tekort om de schoonheid van dit perfect onderhouden wit marmeren en vrijwel geheel symmetrische gebouw te omschrijven. Vrijwel symmetrisch…, omdat keizer Shah Janan die het gebouw uit liefde voor zijn te vroeg overleden vrouw liet vervaardigen en voor zichzelf een zwarte kopie wilde laten bouwen. Zijn zoon stak daar een stokje voor en zette zijn vader gevangen. Na zijn dood is Shah Janan naast zijn vrouw neergezet en dat maakt dat het gebouw niet 100% symmetrisch is.

Het Rode Fort
Na de Taj-Mahal en de groepsfoto krijgen we een demonstratie van inlegmarmer. We zien hoe marmerplaten worden door kunstenaars ingehakt en belegd worden met stenen van een andere kleur zodat er een afbeelding ontstaat. Daarna het onvermijdelijke verkooppraatje waar we in dit geval voor zwichten. We nemen een marmeren plaat ter grootte van een pizzabord mee naar huis met de afbeelding van het grafmonument wat we ’s morgens hebben bekeken.

Dan gaan we op weg naar het Rode Fort. Gebouwd tussen 1565 en 1575 en vier keizerlijke dynastieën oefenden van hieruit hun macht over vrijwel geheel India. Dit is ook de plek waar de man die opdracht gaf tot de bouw van de Taj-Mahal acht jaar lang tot aan zijn dood gevangen zat. Weliswaar in een soort van paleis, belegd met edelstenen en met een mooi uitzicht op de graftombe van zijn vrouw, maar toch een gevangenis. Het fort, wat nog gedeeltelijk door het leger in gebruik is, is opvallend goed bewaard gebleven en omgeven door een 2,4 kilometer lange vestingmuur. In 1857 bewees het geheel uit rode zandsteen opgetrokken fort voor het laatst zijn nut toen een Brits garnizoen hier vier maanden stand hield totdat er versterkingen kwamen.

Orcha, de parel van de Madhya Pradesh of wel de ziel van India
Het stadje wat aan een zijrivier van de Yamuna, de Betwa ligt is minder toeristisch maar zeker niet minder mooi. Het gedeelte waar mensen wonen is, zoals zoveel plaatsen in India vies en smerig maar de tempels en paleizen zijn een verhaal apart. We bezoeken allereerst met de Tuk-Tuks de Laksmi Narayan Temple.

Onderweg breekt er een donderbui los en we ervaren dat de voertuigen, die weliswaar overkapt zijn helaas maar weinig beschutting bieden. In de tempel gaat dat beter maar de gids moet vanwege het onweer wel met enige stemverheffing zijn verhaal houden. Hij leert ons dat de stad in de loop van de zestiende eeuw gebouwd is en dat de naam afkomstig is van Oetsja, een kreet die tijdens de jacht werd gebruikt om honden aan te sporen. De tempel staat op een heuvel, heeft op elke hoek een bastion ter verdediging en het interieur is versierd volgens het evangelie van de Hindoes de “Bhagavad-Gita”. Het uitzicht is, zeker vanaf de hoogste toren, heel mooi. Het dorp, het paleis Raha Mahal en de andere tempels zijn goed zichtbaar. Even later brengen de Tuk-Tuks ons naar dat paleis voor een bezichtiging. De regen is opgehouden en de wind is inmiddels gaan liggen. Het paleis is voorzien van indrukwekkende schilderingen die o.a. de legende van Ramayana uitbeelden.

De kamer van de koningin slaat op dat punt alles met buitengewoon religieuze afbeeldingen van Krishna en de melkmeisjes, het goede en het kwade enz. enz. Aan het plafond de tien re-incarnaties van de Hindoe-God Vishnu waarbij Boeddha de negende is.

Naast het paleis is een vleugel waar nu een hotel wordt uitgebaat. Dit deel behoorde eertijds toe aan de zoon van de maharadja. Hij nodigde graag enkele danseressen uit voor een privé voorstelling en om, als ze lenig genoeg bevonden waren, gezellig de nacht met hem door te brengen. Voor dat gebeuren wilde hij natuurlijk niet eerst zijn ouders om toestemming vragen en de dames werden daarom aan- en afgevoerd door een geheime gang onder het paleis.

Wij brengen op speciaal verzoek van de reisleider, die ervoor zorgt dat gesloten deuren voor ons opengaan, nog een bezoek aan het kleine archeologische museum waar kunstvoorwerpen uit de negende eeuw staan opgesteld. Ook zijn er een aantal Sati-gedenkstenen. Deze voorwerpen herinneren eraan dat weduwen vroeger levend op de brandstapel werden geofferd.

Khajuraho
Bij het Clarks hotel in Kajuraho aangekomen is het drukkend en warm weer. Voor de namiddag staat een fietstocht gepland maar die gaat voor mij niet door omdat ik ondanks alle goede voorzorgen toch last heb gekregen van de beruchte “Delhi Belly” een ziekte waar uiteindelijk 21 van de 22 reisgenoten in meer of mindere mate ongemak van krijgen. Hein Albers komt met zelfverklaarde wonderpillen die de buikpijn bij mij weliswaar verdrijven maar de diarree helaas nog niet. Ik ga die middag wat rusten terwijl een groot gedeelte van de groep op fietsen vertrekt. Het gezelschap moet echter snel gaan schuilen in een Hindoe tempel vanwege een windhoos. In de buurt van het hotel sneuvelen vele bomen en ligstoel matjes vliegen bij het zwembad als confetti door de lucht.

Nadat de ergste wind is gaan liggen komen enkele kletsnat geregende medereizigers terug, anderen volgen gewoon de geplande route op krakkemikkige fietsjes over een slechte weg tegen de wind in. Toch zijn ze niet ontevreden over de tocht, één vindt de ervaring zelfs geweldig en adviseert de reisleider om het meegemaakte natuurverschijnsel ook voor andere groepen te organiseren.

De volgende morgen brengen we een bezoek aan de zogenoemde erotische tempels. Toch schiet deze benaming tekort. De afbeeldingen laten vele facetten zien uit het dagelijkse leven en niet alleen seksuele handelingen. Net als in werkelijkheid maakt seks op de tempels deel uit van het leven maar bestaat er niet enkel uit. We zien legers ten strijde trekken maar ook bijvoorbeeld een vrouw die bezig is om een doorn uit haar voet halen. Oorspronkelijk stonden er 85 tempels waarbij het dagelijks leven uit de achtste eeuw werd afgebeeld, maar er zijn er nu nog slechts 22 over. Wel is er een plaquette waarin beschreven staat hoe en wanneer de tempels zijn gemaakt met een beschrijving van het normale leven van belangrijke en minder belangrijke mensen. Humor is niet vergeten, we zien een olifant grijnzen naar een echtpaar waarbij de coïtus overduidelijk een feit is. Op een andere afbeelding stoort een aapje een koppel tijdens de liefdesdaad. Dat soixante-neuf geen Franse uitvinding is bewijst weer een ander beeldhouwwerk op de tempel. Sodomie wordt ook niet geschuwd, een soldaat penetreert op één afbeelding een paard. Alle vrouwen zijn overigens van een behoorlijk rondborstig type wat volgens mij bewijst dat de ontwerpers en de beeldhouwers mannen waren. Het lijkt net alsof er in die tijd ook al borstimplantaten bestonden.

Aan het eind van de middag worden we opgehaald voor een extra excursie naar de Raneh Falls. Ook nu er niet zoveel water is, blijken de waterval en de kloof waar het water doorheen stroomt een enorme schoonheid te bezitten. Een Grand Canyon in het klein, zeg maar. Na een verkoelend drankje gaan we weer de Jeeps in voor een korte safaririt. Achter op de auto staat een boswachter die als dierenspotter meerijdt. Hij wijst ons een antiloop, een pauw, apen en een lammergier aan. Later worden we weer bij het hotel afgezet en kunnen we tevreden terugkijken op deze dag.

Varanasi
In tegenstelling tot Khajuraho waar de cultuur in verstilde vorm aanwezig is Varanasi vol met levende cultuur. De stad is alles wat een Europese stad niet is. Heel erg druk, koeien die tussen het verkeer doorlopen of liggen te slapen op de middenberm, open lucht crematies en rituele wassingen bij de rivier. Je komt hier vaker dan in Delhi, Agra of Khajuraho helmloze Indiase vrouwen tegen op een lichte motorfiets. Met hun kleurige jurken en in de rijwind wapperende sari is dat weliswaar geen spectaculair maar toch een heel vrolijk gezicht.

Eerst gaan we naar Sarnath, in vergelijking met Varanasi een rustig dorpje. Hier bezoeken we de plaats waar Boeddha zijn eerste preek heeft gehouden aan zijn discipelen. We bekijken een tempel waarin middels een muurschildering de levensloop van Boeddha is afgebeeld. 

Weer buiten, even verderop staan onder een boom beelden van een zittende Boeddha en zijn discipelen. De boom zou volgens de gids de vierde generatie zijn van de boom waaronder Boeddha daadwerkelijk heeft gepreekt. De boom wordt nog steeds vereerd door pelgrims.

Sarnath is ook de vindplaats van klooster en stoepa-ruïnes.  Een moslim heerser heeft hier in een ver verleden alles wat niet islamitisch was met de grond gelijk gemaakt. Waarschijnlijk iemand die erg onzeker was over zichzelf en het moslim gedachtengoed. De Dhamek Stûpa, die geheel massief is en daardoor waarschijnlijk maar moeilijk verwoest kon worden, staat er nog wel in volle glorie. Het bouwwerk heeft een diameter van 28 meter en een hoogte van 33 meter.

In het archeologisch museum liggen nog wat relikwieën van de tempel en zelfs de Ashoka Pillar, de bekendste zuil van Sarnath. Fotograferen of filmen is hier verboden. Op de terugweg rijdt de bus nog langs een reusachtige staande Boeddha die enkele jaren terug is gebouwd.

In de namiddag brengt de bus ons naar een riksja standplaats in Varanasi. Deze voertuigen zijn, anders dan in Delhi, niet gemaakt om twee westerse zitvlakken naast elkaar comfortabel te  kunnen vervoeren zodat de meeste groepsleden daarom alleen plaatsnemen op het achterbankje van de fiets. Het verkeer in Varanasi is het beste te omschrijven als krankzinnig chaotisch. Verkeerspurist Koos Spee zou volgens mij hier terstond aan een acute hartaanval overlijden. De riksja-chauffeurs loodsen hun voertuig luid fietsbellend kundig door het verkeer maar de passagiers achterop kunnen de oorverdovende hectiek slechts verbijsterd gade slaan en hopen dat ze de dag zullen overleven. Na een veertigtal verbazingwekkende minuten komen we aan bij een wandelpromenade en gaan we te voet, jawel, richting de Ganges.

Deze, volgens Hindoeïsten en Boeddhisten, heilige rivier is in Nederlandse ogen een gewone waterloop die amper gereguleerd is. Dat wil zeggen dat er vrijwel geen oeverbescherming is toegepast zodat het stromende water zijn loop nogal eens verlegd. Zandbanken komen en verdwijnen ook weer waardoor het voor de scheepvaart erg moeilijk wordt om te navigeren. Die zien we dan ook niet, op een paar met hout geladen zolderbakken na. Roeiboten en kleine open gemotoriseerde passagiersboten zien we wel, maar deze verlaten de stad niet.

Op een wat grotere roeiboot schepen we ons in. Na vertrek zien we Varanasi vanaf de Ganges en drijven langzaam naar de belangrijkste crematieplaats Manikarnika Ghat. Vanaf een bepaald punt mogen we geen foto’s meer maken. Dit uit respect voor de overledenen. De oudste zoon van de dode, die zich voor de ceremonie volledig kaal geschoren heeft, leidt de crematie waarvoor ongeveer 350 kilo hout nodig is en steekt het vuur aan. In ongeveer 3 uur tijd is het hout en de overledene tot as vergaan wat vervolgens in de rivier wordt gestrooid. Dan pas kan, volgens het Hindoeïstische en Boeddhistische geloof, de overledene verder met een volgend leven. Meteen wordt er daarna weer begonnen met het bouwen van een nieuwe brandstapel. Het gebeuren geschiedt allemaal heel respectvol en de ceremonie is door onze groep met grote belangstelling gevolgd. Een ghat verder meert de roeiboot aan en stappen we uit. Door smalle straatjes doorkruizen we het stadsdeel Chowk. We zien de Golden Temple die helaas niet voor publiek geopend is, kleine winkeltjes met een vloeroppervlak van soms maar anderhalve vierkante meter en jongens op brommers die zich door de wijk heen wurmen. Evenals de koeien die er schijnbaar ook wat te zoeken hebben. Een aparte ervaring.

Om zeven uur begint de Puja en voor die tijd hebben we tegen betaling op een dak een plaatsje voor onszelf gereserveerd om het schouwspel gade te slaan. De Puja is een ceremonie ter ere van de Ganges. Zeven priesters en een aantal muzikanten brengen het licht naar de rivier. Het is een prachtige voorstelling met een heel aparte sfeer. Daarna gaan we weer met de riksja’s door het idiote verkeer naar de bus die ons op zijn beurt naar het hotel brengt.

’s Morgens zijn we weer bij de Ganges, nu echter niet in Varanasi maar een stukje stroomafwaarts van de stad. We stappen in een gemotoriseerde boot die ons langs alle ghat’s opvaart. We zien vele Indiërs bezig met hun rituele wassingen en genieten van de aanblik op Varanasi vanaf het water. We passeren weer de crematieplaats met nieuwe actieve brandstapels. Sommige Indiërs noemen de stad “Maha-Shmashan Puri” wat “Vuur dat nooit uitgaat” betekent.

Op de rechteroever van de rivier stappen we uit om het fort Ramnagar te bezoeken. De maharadja woont er ook wat maakt dat we niet overal mogen komen. Wel zijn er in het paleis allerlei voertuigen tentoongesteld. Van een draagstoel tot luxueuze limousine en alles wat er tussen zit, het staat helaas deplorabel te verkommeren onder een dikke laag stof. Met de boot varen we weer stroomafwaarts naar Varanasi en met de bus terug naar een weverij waar mooie sari’s, tafellakens en kussenslopen geproduceerd worden. Heel mooi en kunstig maar voor ons, simpele westerlingen, veel te kleurig. We verlaten het pand en lopen naar het hotel verderop voor een vrije middag.

Indiase mensen
De rijkdom van India is niet bepaald eerlijk verdeeld. In de grootste democratie ter wereld leven de meeste mensen onder het bestaansminimum. Een klein gedeelte van de bevolking is puissant rijk en legt hun wil op aan de rest. Het kastensysteem is wettelijk in 1953 afgeschaft maar de bevolking gedraagt zich nog steeds volgens eeuwenoude normen. Als je voor een dubbeltje geboren bent dan word je nooit een kwartje is het Nederlandse spreekwoord wat hier van toepassing is. Al ben je nog zo handig, als je vader en moeder niet behoren tot de goud en zilversmeden kaste dan zal je dat beroep simpelweg nooit gaan uitoefenen. Volgens mij gaat er op deze manier heel veel talent verloren in India. Het maakt ook lui.

Wat heeft het voor de Indiase man of vrouw voor zin om zichzelf uit te sloven, als je arm bent dan blijf je arm, punt uit. We zien op straat en bij vuilnisbelten heel wat kastelozen op zoek naar iets waardevols. Riksjafietsers trappen zich in de brandende zon uit de naad om de rijkeren op hun bestemming af te leveren. Menige westerse toerist ziet dat alles aan maar maakt zich liever druk over de airconditioning die niet goed werkt of dat er in het hotel geen draadloos internet aanwezig is. Schrijnend…

Chitwan National Resort
Na een lange hobbelige reis komen we in Belahiya aan waar de grensformaliteiten worden afgehandeld. De Indiase bus zullen we op de laatste vakantiedag weer terug zien maar gaat nu weer terug naar Delhi. Op ons staat een Nepalese bus met chauffeur en busjongen te wachten. Lumbini is de eerste stad die we in Nepal bezoeken. Het valt meteen op dat het hier schoner, rustiger en vriendelijker is dan in India. Na het flappentappen nestelt de hele groep zich in afwachting van het diner bij de bar van het overnachtingshotel.

De Nepalees heeft slechts 10 uur per dag elektrische stroom tot zijn beschikking. Vandaar dat vroeg in de avond meestal het licht even uitvalt. Alle hotels zijn voorzien van generatoren, maar het duurt vaak even voordat ze gestart zijn. Soms verbreek ik de donkere stilte dan om Guus Meeuwis te citeren: “En dan denk ik aan Brabant, want daar brandt nog licht…”

De volgende dag bezoeken we in Lumbini de plaats waar Boeddha zou zijn geboren. Om te voorkomen dat deze bijzondere en heilige plaats zou eroderen is er een heel gebouw overheen gezet. Ik vind het best wel vreemd om als christen de heilige Boeddhistische plek te bezoeken terwijl we nog nooit in Bethlehem zijn geweest, de geboorteplaats van Jezus. Maar misschien komt dat nog…

We rijden verder naar Sauraha waar we ons intrek nemen in het Royal Park Hotel. Na de lunch bezoeken we gezeten op Ossenkarren de Tharu-mensen. Deze lieden wonen al eeuwen in het gebied en leven van de landbouw. Vrijwel al hun behoeften levert het land waarin ze wonen. Dan bekijken we een museum waarin de gewoontes van het Tharu-volk wordt uitgelegd. ’s Avonds worden we bij ons verblijf getrakteerd op een Tharu-dansvoorstelling.

Na een nachtrust en een stevig ontbijt worden we opgehaald door kleine bussen die ons naar de rivier brengen. Daar stappen we in uitgeholde boomstammen van het Batavieren-type die ons als boot een stukje stroomafwaarts brengen. We spotten wat wild in de vorm van krokodillen, apen en enkele bijzondere vogels. Weer aan land bekijken we een Elefant Breeding Centre. Olifanten worden hier gefokt om te kunnen helpen in de landbouw of het toerisme. De grote olifanten, allemaal koeien, staan voor de veiligheid van de toeristen vast, maar de kleintjes mogen vrij rond lopen. Eén zo’n jong olifantje vindt de Fox-groep wel interessant en speelt wat in onze nabijheid, het levert leuke foto’s op.

In de middag maken we een optionele safari in Jeeps waarbij we enkele neushoorns, apen en herten spotten. Voorts bezoeken we een krokodillenfarm die de reptielen kweekt om ze later in het wild te kunnen uitzetten in de natuur. Op de terugweg komen we oog in oog te staan met een gelukkig niet agressieve neushoorn die, na ons een tijdje te gemelijk hebben aangestaard, uiteindelijk langzaam achteruit loopt en ons laat passeren. Al met al een bijzondere dag.

Pokhara
De rit naar dit bergstadje is afgezien van het natuurschoon wat we onderweg passeren, niet zo’n succes. Onderweg komen we stil te staan in een dorpje waar de dag ervoor twee bewoners zijn doodgereden door een shovel. De boze familie eist compensatie, heeft met hulp van dorpsgenoten een streekbus gemolesteerd en blokkeert de weg. Politie kan onze veiligheid niet garanderen en houdt veiligheidshalve alle voertuigen tegen. De rij auto’s wordt steeds langer. Uiteindelijk wordt de blokkade opgeheven en kunnen we verder. Het verlies van 2,5 uur kan niet meer worden goed gemaakt en het bezoek aan het klooster van Pokhara wordt uitgesteld. In plaats daarvan nemen mijn vrouw en ik vrijwel meteen na aankomst een kijkje in de winkelstraat van Pokhara. Dat is verrassend, de stad blijkt geheel op het toerisme ingericht en winkeltjes verkopen van alles en nog wat voor de bergliefhebbende toerist. Ook zijn er veel restaurants en zelfs Café Amsterdam ontbreekt niet. Het winkelende publiek is, gemeten naar Nepalese begrippen, over het algemeen van het allochtone soort.

Even later breekt er een gigantisch onweer los wat veel medereizigers belet om de stad te verkennen. Wij zijn inmiddels alweer op onze hotelkamer en bekijken vanaf het balkon de onweersflitsen geamuseerd af.

Voor de volgende dag staat een trekking op het programma. Helaas gaan maar 6 mensen van onze groep met me mee. De andere 15 leden willen liever een ochtend vrij hebben of zijn lichamelijk niet in staat om de tocht te maken. Een busje brengt ons eerst naar een uitzichtpunt op de Anapurna, de hoogste berg in de omgeving van Pokhara. Jammer genoeg is het te heiig om de besneeuwde top goed te kunnen zien. In Naudarna beginnen we onze voettocht over een goed begaanbare weg richting Pokhara.

Onderweg komen we verschillende dorpsbewoners tegen waaronder veel schoolkinderen. De leerlingen zijn voorzien van een schooluniform wat schattig staat en tegelijk toch een professionele uitstraling heeft. Van mij mag het schooluniform ook in Nederland worden ingevoerd worden. Ik ben echter wel bang dat een dergelijk voorstel op veel weerstand zal stuiten. Halverwege de tocht krijgen we een prachtig uitzicht op Pokhara en het meer waaraan het stadje gelegen is. Hanggliders stijgen in de buurt op wat het uitzicht nog iets spectaculairder maakt.

Na dit visuele geweld  lopen we weer verder en dalen een aardig stuk totdat we het busje ontmoeten die ons weer naar het hotel brengt. Al met al is de wandeling ongeveer 12 kilometer lang maar zeker niet te zwaar voor mensen die goed ter been zijn.

Later in de middag visiteren we het klooster die we gisteren vanwege de wegblokkade niet hebben bezocht. Er mag gefilmd of gefotografeerd worden, zelfs tijdens de eredienst. Daarbij wordt er door de monniken, van wie sommige amper de leeftijd van tien jaar hebben bereikt, gepreveld, getrompetterd en gemurmeld. Regelmatig wordt er op de trom geslagen wat een schrikreactie teweeg moet brengen die het hart van de gelovigen meer moet openstellen. Voor ons is het even moeilijk om het heilige van de ceremonie in te zien dan voor een hindoeïst onze eucharistieviering of het heilig avondmaal.

De volgende morgen kom ik vroeg uit bed om op het dak van het hotel een zonsopkomst mee te maken. Die actie is niet vergeefs, voordat we de zon zien schijnt ze op de besneeuwde Anapurna die daardoor tegen de donkere achtergrond mooi oplicht.

Khatmandu
De reis naar de hoofdstad van Nepal gaat goed. Met een flinke gang scheuren we door het dorp waar we twee dagen eerder zo vast stonden. Wel komen we voor de 1500 meter hoge bergpas even stil te staan omdat een vrachtauto net daarvoor een aanrijding heeft gehad en daardoor één rijstrook blokkeerde. De file voor het van de bergpas afgaande verkeer is echter vele malen langer zodat onder de buspassagiers toch een gevoel van valse tevredenheid overheerst.

In Kathmandu bezoeken we allereerst de Swayambhunath stoepa. Kleine aapjes, gelukkig niet agressief, scharrelen er ook rond wat leuke plaatjes oplevert. De reisleider heeft ons voor de dieren gewaarschuwd om ze niet te aaien en zeker niet te voeren omdat ze ziektes bij zich dragen en heel gemeen kunnen bijten. Het prachtige uitzicht vanaf de tempel over de vallei is wel zonder gevaren en daar we genieten volop van.

In het centrum van Kathmandu bekijken we later de tempelmonumenten en het huis van de levende Godin. Dat is een meisje, niet ouder dan een basisschoolkind, die als driejarige gekozen wordt uit vele gegadigden. Ze moet mooi, intelligent en zeker niet bang uitgevallen zijn. Zodra ze haar eerste menstruatie krijgt, ernstig ziek wordt of zich dusdanig verwondt dat haar bloed vloeit, is ze godin af en mag een ander meisje haar rol overnemen.

Van tevoren worden we gewaarschuwd dat we geen foto’s van haar mogen maken als ze aan ons verschijnt. Braaf geven we gehoor aan deze opdracht terwijl het schepsel zich enigszins hooghartig aan ons vertoont.

Tja, wat kun je dan nog zeggen of denken…? Over de ene kant vind ik dat een volk een eigen cultuur met bijbehorende gebruiken mag hebben, over de andere kant ben ik van mening dat een kind lekker moet kunnen buitenspelen en zeker niet als godin vereerd moet worden. Maar goed, ze krijgt wel onderwijs en andere kinderen wonen ook in haar huis zodat ze niet alleen is. Waarschijnlijk is de traditie al 2300 jaar oud maar pas sinds de dertiende eeuw wordt erover geschreven.

Wat later nemen wij onze intrek in het fraaie hotel Shanker, wat in een voormalig paleis is gevestigd. Zonder meer de mooiste verblijfplaats van deze reis.

De laatste “echte” vakantiedag is voor ons een drukke dag. ’s Morgens worden wij, met nog 14 andere leden van onze groep, opgehaald voor een rondvlucht langs de Himalaya. We treffen het, er is vrijwel geen bewolking boven het bergmassief waar de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld, deel van uit maakt. De stewardess geeft ons uitleg over de namen van de verschillende bergen. De piloot die bezoek krijgt van vrijwel elke inzittende weet het kleine vliegtuig aardig recht te houden terwijl de passagiers voor het beste uitzicht op de besneeuwde toppen nogal eens van plaats wisselen. 

Binnen twee uur zijn we weer terug op het vliegveld maar een enorme ervaring rijker. Na het ontbijt in het hotel brengt de bus ons naar Boudhanath, de op één na grootste stoepa ter wereld. De tempel, die ons in de vroege morgen al vanuit de lucht was opgevallen maakt deel uit van het werelderfgoed. Nu bewonderen we het heiligdom vanaf het maaiveld zogezegd.

Dan gaan we naar Pashapatinath, net als Varanasi een plaats om te sterven en gecremeerd te worden. Natuurlijk lopen er ook weer koeien, honden en apen rond wat in mijn ogen in een dergelijke omgeving wat respectloos is, maar zoals eerder gezegd moet ik me niet met de gebruiken in een ander land bemoeien. De stoffelijke overschotten van de mensen die in het buitenland overleden zijn worden ook wel per aluminium kist compleet met pakbon opgestuurd. Op de crematieplaats halen de familieleden het dode lichaam uit de kist en leggen het op de brandstapel. Als alle familieleden gearriveerd zijn kan de verbranding beginnen.

In Pashapatinath zijn ook Saddhu’s, mensen die hun hele leven lang boetedoening willen doen voor de zonden die hun voorouders zouden hebben begaan. Ze pijnigen zichzelf en hebben zich crematie-as ingesmeerd. Geweeklaag komt uit hun monden, behalve als een toerist ze wil fotograferen, dan schreeuwen ze luid om roepies. Een andere attractie is een man die zich als aapgod Hanoman heeft uitgedost, Ook hij gaat graag voor 100 roepies met toeristen of hindoeïsten op de foto. Wij vinden de schouwspelen alleen maar vermakelijk en wandelen weer naar de bus terwijl we constant aan verkopers of verkoopsters moeten uitleggen dat we geen kralenketting, dolk of andere souvenirs willen. De volhardende kooplui zijn vaak alleen maar af te schudden met de zin:  “Even when i get it for free, i don’t want it”. Eerst dan staken ze hun transactiepoging.

Bhaktapur
Dit stadje ligt op 18 kilometer van Kathmandu en is vrijwel één groot monument van oude huizen en tempels met piramidevormige gestapelde daken. De brommers en de fotograferende toeristen verstoren het straatbeeld enigszins maar anders zou je jezelf hier in de middeleeuwen wanen. Het centrum wordt gevormd door het Durbar-Square wat omgeven wordt door een aantal tempels en de “Gouden Poort” die toegang geeft tot het paleis. Die poort is eigenlijk van brons maar draagt een gouden afbeelding van de Godin Taleju.

Het paleis heeft 55 vensters die omlijst zijn door prachtig houtsnijwerk. Dat houtsnijwerk is iets wat je in Bhaktapur vrijwel op elk gebouw tegenkomt. Het hoogtepunt van deze nijverheid is een venster in het Puchhari klooster. Gemaakt uit één stuk hout met een nauwkeurige afbeelding van een pauw en omgeven door rond traliewerk. Momenteel is in het gebouw een houtsnijwerk museum gevestigd.

Het pottenbakkersplein wat we vervolgens bekijken is interessant door de honderden potten die er liggen te drogen. Het beroep van pottenbakker wordt door kundige lieden uitgeoefend. O.., wee als je van hun activiteit een foto van maakt, dan roepen ze luidkeels om roepies. Dat vinden we vreemd en geven daar ook geen gehoor aan. Mijn beroep is binnenschipper en op sluizen of bruggen staan ook vaak toeristen te fotograferen. Het is nog nooit in me opge-komen om daar überhaupt geld voor te vragen. De pottenbakkers oefenen publiekelijk hun beroep uit, de omzetvermeerdering van hun openbare actie zou m.i. voldoende moeten zijn.

De terugreis
Aan alles komt een eind, dus ook aan deze indrukwekkende vakantie. Na een ochtend uitslapen, ontbijt en voor de laatste keer “koffers op de gang” vliegen we naar Delhi. Daar wacht de Indiase buschauffeur ons op en brengt de hele groep naar het Silver Ferns hotel waar het 19 dagen geleden allemaal begon. We kunnen ons daar nog wat opknappen en wat eten terwijl we wachten op de vlucht naar Wenen.

Dan is het moment gekomen om afscheid te nemen van Hein Albers, hij blijft in Delhi maar levert ons niet af bij de juiste incheckbalie omdat hij daar als niet reizende buitenlander geen vergunning voor kan krijgen. Een vriendelijke Indiër neemt die taak van hem over.

Weer terug op het vliegveld, ingecheckt en de laatste roepies opgemaakt krijgen we nog een bijzondere verrassing. Terwijl we naar de juiste gate lopen, worden opeens een aantal Fox-leden omgeroepen met de opdracht zich snel te melden. Onze namen zijn er ook bij. Even later horen we dat onze tickets geüpgraded zijn naar businessclass. Dit vanwege een overboekte touristclass. Nog vijf andere reisgenoten overkomt dit “once in a lifetime experience”. We waren van plan om na het opstijgen snel te gaan slapen, maar nu zijn we toch wat langer wakker gebleven om de voordelen van een dergelijk rijkeluisvliegtochtje zo goed mogelijk uit te buiten. Het mag duidelijk zijn,  Austrian Airlines kan bij ons niet meer stuk!

Conclusie
India is een land met een rijke culturele historie. Verrassend, zowel in positieve als negatieve zin. Want er is heel veel corruptie en al die mooie cultuur wordt amper onderhouden.

Indira Gandhi, de Indiase premier die van 1966 tot 1984 met een onderbreking van drie jaar het land bestuurde, heeft de paleizen en waardevolle bezittingen van de maharadja’s onteigend. Het gevolg is, dat vanwege geldgebrek, vrijwel elk fort of paleis niet meer van het nodige onderhoud wordt voorzien en er jammerlijk uitziet. Een echte miskleun van deze Indiase “Margaret Thatcher”. Ook de opeenvolgende Indiase premiers onderschatten het probleem en besteden er volgens mij te weinig aandacht aan. In India zijn m.i. genoeg goedkope arbeidskrachten die het onderhoud van de oude gebouwen ter hand kunnen nemen. 

De “Delhi Belly”, waar ik zo bang voor ben geweest, bleek een tijdelijk ongemak te zijn die met de juiste medicatie heel goed bestreden kan worden.

Een tip voor toekomstige India-reizigers: Als je kan kiezen uit “a la carte” of “buffet” eten, kies dan altijd voor “a la carte”. Dan weet je tenminste vrijwel zeker dan het eten vers bereid is. Het buffetvoedsel wordt vaak te lang op een temperatuur van 40 gr. Celsius bewaard. Dat is de ideale temperatuur voor bacteriën om zich snel te vermenigvuldigen.

Nepal is voor ons nog verrassender gebleken dan India. De onvermoede cultuurrijkdom, afgestoken tegen een prachtige natuur en vriendelijke mensen zijn voor ons stevige pluspunten, echt een land om nog een keer te bezoeken.

Dankzij de deskundige reisleiding, de gezellige mede-groepsleden en het aanbod van de vele bezienswaardigheden is voor ons deze reis positief onvergetelijk geworden.

Waardeer dit reisverslag

De waardering is een leidraad en heeft geen invloed op de plaatsing van het verslag!

Terug naar boven