Italië informatie

Landeninformatie Italië

Wat zijn de gewoontes en gebruiken, hoe is het klimaat in de maand dat u vertrekt en wat zijn de hoogtepunten op het gebied van flora en fauna? Kom niet voor verrassingen te staan en lees de landinformatie.

Bevolking

Met ongeveer 57 miljoen inwoners mag Italië zich rekenen tot de Europese landen met de meeste inwoners. Dat er zoveel mensen wonen is goed te merken in de stedelijke gebieden, het is daar namelijk vrij dichtbevolkt. Italië heeft een bevolkingsdichtheid van 188 inwoners per km2. De meest dichtbevolkte gebieden liggen rondom de grote steden Rome, Milaan en Napels. Ruim achttien procent van de Italianen woont in een stad met meer dan 350.000 inwoners en ongeveer 36 procent woont in het zuiden van Italië. Sicilië heeft ruim vijf miljoen inwoners en dat is ongeveer negen procent van de Italiaanse bevolking. Er wonen gemiddeld ca. 200 mensen per km2. Behalve de zuidkust zijn de kustgebieden het dichtst bevolkt

De bevolking van Italië bestaat uit een samensmelting van verschillende volken, hierbij denkend aan de Etruskische, Gallische, Italische, Punische en Germaanse volken. Aan het einde van de 19e en aan het begin van de 20e eeuw groeide de Italiaanse bevolking erg snel, wat uiteindelijk leidde tot een emigratiegolf. Hierdoor verdeelde de Noord-Italiaanse bevolking zich over delen van Midden- en West-Europa en de Zuid-Italianen vertrokken richting de Verenigde Staten en Zuid-Amerika, hierbij voornamelijk naar Argentinië. Pas in de jaren ’30 verminderde de emigratie en nam deze na de Tweede Wereldoorlog weer toe. Inmiddels is het aantal immigranten in Italië hoger dan het aantal emigranten. Veel illegale vluchtelingen uit Noord-Afrika, Turkije en Albanië proberen via de zuidelijke havens in Italië binnen te komen.

Italianen voelen zich sterk verbonden met de regio waarin zij wonen, maar het centrum van hun leven is van oudsher la familia. De familiebanden zijn veel sterker dan in menig ander Europees land. Dat geldt vooral in het zuiden, waar de tradities nog dezelfde zijn als honderd jaar geleden. Rond het middaguur valt in steden en dorpen het openbare leven stil voor de siësta. De rooms-katholieke kerk is een vanzelfsprekendheid, ook in het dagelijks leven. Grote feesten en processies worden gevierd ter ere van plaatselijk vereerde heiligen, vaak in historische kostuums.

Cultuur

Als men aan cultuur denkt, dan denkt men aan Italië. Nergens vind men meer cultuur dan in dit land. De vele historische steden en beroemde kunstcollecties, dragen hieraan bij. Italië heeft een rijk verleden aan cultuur en geschiedenis en wordt dan ook wel een levende kunstgalerie genoemd. De vele bouwwerken leveren een bonte verzameling van onder meer Amfitheaters, colossea, basillieken, kloosters en ruïnes. Italianen zijn trots op hun artistieke erfgoed, enkele beroemde namen van grote kunstenaars zijn dan ook Leonardo da Vinci, Michelangelo en Raphael. Ook opera staat hoog in het vaandel bij de Italianen.

De mensen in Italië zijn harde werkers en werken dan ook vaak vijf volle dagen in de week en nog eens een halve dag op zaterdag. Maar ondertussen genieten zij van hun vrije tijd. In tegenstelling tot ons, nemen ze ruim de tijd voor een lunch en gaan dan ook vaak even naar huis om te eten en te rusten, alvorens zij weer verder aan het werk gaan. In de avonden worden heerlijke gerechten bereidt en het sociale leven is erg belangrijk voor ze. Tot laat in de avond zijn mensen op straat en is er volop gezelligheid. Italianen genieten van het eten en fast food is een begrip dat men hier niet echt kent.

Sicilië is in de geschiedenis vele malen van eigenaar gewisseld en de betreffende volken hebben allen hun cultuurschatten nagelaten. Griekse cultuurschatten vindt men in Agrigento, waaronder de fameuze Concordiatempel, Siracusa met zijn theaters, Selinunte en Segesta. In de musea te Palermo, Syracuse en Agrigento zijn vazen, beelden en munten uit die tijd te zien. In de Dom van Monreale en en Capello Palatina in Palermo hebben de Noormannen kunstwerken achtergelaten. Schitterende Romeinse mozaïeken zijn te bewonderen in de Romeinse villa Piazza Armerina. Verder vindt men op beperktere schaal nog resten van de Arabische periode. Uit de Byzantijnse periode is weer vrij veel bewaard gebleven waaronder de Dom van Syracusa en vele ander religieuze bouwwerken.

Flora en fauna

De flora van Italië is typisch Mediterraan: olijfbomen, palmbomen en citrusbomen zijn kenmerkend voor dit landschap. In het zuiden van Italië groeien vijgen, dadels, granaatappels en amandelen. De hoger gelegen gebieden van de Apennijnen zijn veel naaldwouden te vinden en kenmerkend voor de lager gelegen hellingen zijn de kastanjes, eiken en cipressen. 

Het dierenleven is echter beperkt, de Italianen staan erom bekend dat zij geen goede natuurbeschermers zijn. In de delen van de Alpen, waar geen mensen komen, leven marmotten, gemzen, wilde geiten en vossen. In de dichte bossen van Calabrië, in het zuiden van Italië, laten wolven en beren zich een enkele keer zien. De vogelwereld wordt sterk bedreigd door de vangst in de trektijd, in het voor- en najaar. Toch zijn nog roofvogels te vinden, waaronder haviken, buizerds en adelaars. In totaal zijn er 19 nationale parken in Italië. Samen bevatten zij vijf procent van de totale landoppervlakte.

De oorspronkelijke vegetatie van Sicilië, eiken- en dennenbossen, is bijna geheel verdwenen door houtkap en aanleg van cultuurgrond. Nog maar ongeveer vijf procent van de Siciliaanse bodem is met bos bedekt dankzij enkele herbebossingprojecten. Op dit moment overheerst de mediterrane vegetatie, maar ook Atlantische en subtropische vegetatie komen nog voor.De ontbossing en de jacht hebben een desastreuze invloed gehad op de Siciliaanse fauna. Hazen, wilde katten, wezels, bunzings, wilde zwijnen en damherten komen alleen nog maar voor in het Etna-massief en de Siciliaanse Apennijnen.

Vogelsoorten komen nog wel volop voor op Sicilië. Flamingo’s, ooievaars, lepelaars en verschillende reigersoorten overwinteren op Sicilie. Sicilië telt 22 beschermde natuurgebieden: negentien natuurreservaten, twee regionale natuurparken en één nationaal park, het ca. 590 km2 grote Etna- massief (Parco dell’Etna).

Geografie

De totale oppervlakte bedraagt zo’n 301.323 km2. Hiermee is het land zeven maal groter dan Nederland. De afstand van het noorden naar het zuiden is ongeveer 1.200 kilometer. De afstanden van oost naar west liggen maar tussen de 54 en 170 kilometer. Italië grenst aan de landen Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Slovenië, daarbij vormen de Alpen een natuurlijke grens. De bekkens van de Middelandse Zee, die het land omspoelen, heten aan de westkant de Ligurische Zee en de Tyrrheense Zee. Aan het zuiden de Ionische Zee en in het oosten de Adriatische Zee. Binnen de geografische grenzen van Italië liggen de onafhankelijke republieken San Marino en Vaticaanstad. San Marino, gelegen in het oostelijke deel van het schiereiland, is de oudste republiek ter wereld en gesticht in de vierde eeuw. Vaticaanstad is het kleinste staatje ter wereld en heeft slechts een oppervlakte van 44 hectares. Er wonen hier slechts 200 mensen en dagelijks komen hier 800 mensen werken.

Sicilië wordt van het Italiaanse vasteland gescheiden door de maar drie kilometer brede Straat van Messina. Sicilië heeft de grootste, nog werkende vulkaan van Europa: de Etna. Met een hoogte van 3263 meter rijst de Etna boven alles uit. De vulkaan is onmiddellijk te herkennen aan de eeuwige rookpluim. Regelmatig zijn er uitbarstingen, soms wel drie keer per jaar. Ondanks dit dreigende gevaar wonen veel mensen aan de voet van de vulkaan. De grond is daar namelijk zeer vruchtbaar. Tunesië ligt op maar 150 kilometer ten zuiden van Sicilië. Sicilië ligt op dezelfde hoogte als Zuid-Griekenland, Noord-Tunesië en Zuid-Spanje.

Geschiedenis

De Grieken en de Etrusken waren de eersten die een geordende samenleving opbouwden in Italië. De geschiedenis van Italië is vooral verbonden met de komst van de Romeinen. Rome was aanvankelijk niet meer dan een stadsstaat, gesticht rond 500 v. Chr. Op het hoogtepunt van het Romeinse tijdperk bestreek het keizerrijk een gebied van Engeland tot Noord-Afrika, tot de Atlantische Oceaan tot de rivier de Eufraat in het Midden-Oosten.

Overal in delen van Europa zijn resten van het Romeinse tijdperk te vinden, denk hierbij aan wegen, bruggen en aquaducten. In 395 n. Chr. werd het rijk opgedeeld in een Oost- en West-Romeins rijk. Het oostelijke deel zou nog zo’n duizend jaar stand houden als het Byzantijnse Rijk, met als hoofdstad Constantinopel, nu het huidige Istanbul. Het West-Romeinse rijk viel echter al gauw uit elkaar. In de middeleeuwen kwam de Italiaanse economie tot bloei en ontstonden er in Italië stadsstaten, onder andere Venetië, Florence, Pisa, Genua en Milaan.

Aan het einde van de 18e eeuw viel de Franse keizer Napoleon Italië binnen. Hij voegde de stadsstaten die aan zijn keizerrrijk, maar die toestand duurde niet lang. Geleidelijk ontstond er een beweging die streefde naar eenwording in Italië. In 1861 werd Italië tot een koninkrijk uitgeroepen met de koning van Sardinië, Victor Emmanuel II, als eerste staatshoofd. Aan het einde van de 19e eeuw volgde Italië het voorbeeld van Engeland en Frankrijk en veroverde gebieden in delen van Afrika.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog streed Italië aan de kant van de geallieerden, tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Na de oorlog was de toestand in Italië erg chaotisch. Er waren talloze sociale en politieke conflicten, hoge inflatie en de economie stagneerde. Nationalisten, onder leiding van Benito Mussolini grepen de macht en veranderde Italië in een dictatuur. Mussolini haalde banden aan met Adolf Hitler en aanvankelijk bleef Italië in de Tweede Wereldoorlog neutraal. Maar vele Duitse overwinningen, sloot Italië zich toch aan bij de nazi’s en verklaarde de oorlog. Na het vastlopen van de Duitse invasie in de Sovjet-Unie en door de Amerikaanse deelname aan de oorlog keerde het tij.

In mei 1943 werden de Italianen en Duitsers uit Noord-Afrika verdreven en in juli daaropvolgend volgde de landing op Sicilië. Langzaam rukten de geallieerden zich op naar het noorden en in april 1945 was geheel Italië veroverd. Mussolini werd door de Italiaanse verzetsstrijders geëxecuteerd. Na de oorlog deed Koning Victor Emmanuel III afstand van zijn troon, ten gunste van zijn zoon Umberto II, in een poging het koningshuis te redden. Echter hier waren de Italianen het niet mee eens, dus in 1946 koos de bevolking tijdens een referendum voor afschaffing van het koningshuis. Sindsdien is Italië een republiek.

Sicilië was al bekend van de mythen uit de Oudheid. Sicilië was het kruispunt van de handelsroutes van de Phoeniciërs, Carthagers en Grieken. De Romeinen beschouwden het eiland als de graanschuur van Rome. Later heersten de Arabieren en de Noormannen en daarna zwaaiden de Fransen en de Spanjaarden de scepter. Al deze overheersers hebben hun sporen nagelaten: Griekse tempels gaver dan in het moederland, Arabische ornamenten, Normandische kathedralen en veel barokke kerken zijn bewaard gebleven. Griekse steden hadden een aristocratische regeringsvorm. Sicilië deelde in de culturele ontwikkeling van Griekenland. Veel kunstenaars, geleerden en wijsgeren kwamen uit Siciliaanse steden.

Wat betreft recente geschiedenis heeft de aansluiting bij Italië Sicilië niet veel goeds gebracht. De regering van Italië had er weinig belangstelling voor. In juli 1943 hebben de geallieerden hun aanval op het Duitse rijk op Sicilië geopend. Het heeft veel geleden van de bombardementen. Sinds 1947 geniet Sicilië regionale autonomie binnen de republiek Italië. De wetgevende en de uitvoerende macht berusten bij eigen organen. In Palermo zetelt de volksvertegenwoordiging.

Klimaat

Italië als geheel heeft een Middellands zeeklimaat. ’s Zomers bedraagt de gemiddelde temperatuur in de laagvlakten 28°C in het zuiden en 22°C in het noorden. ’s Winters blijft de temperatuur en in het midden van het land een behoorlijk eind boven nul; in Rome is de gemiddelde temperatuur dan zo’n 9°C. Gemiddeld valt er per jaar 600mm neerslag. In sommige berggebieden kan dit zelfs oplopen tot boven de 1.000 mm neerslag per jaar. De meeste regen valt in het voor- en najaar.

Toch zijn er een duidelijk aantal verschillende klimaatgebieden te onderscheiden in Italië. De Po-vlakte heeft hete zomers met temperaturen die bijna net zo hoog zijn als op Sicilië, maar de winters zijn er juist koud en vochtig, met veel nevel en mist. Het merengebied in het noorden van Italië, aan het grensgebied van de Alpen ligt meer beschut en daardoor heerst er een zachter klimaat. Het noordelijk deel van de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden in Toscane en Umbrië zijn in de winter met sneeuw bedekt. Een uitzondering vormt de Italiaanse Rivièra, aan de noordwestkust. ’s Winters is het hier altijd zacht en de zomers zijn hier droog. Zuid-Italië kent een zeer droge en hete zomer.

Sicilië heeft ook een Middellands zeeklimaat met hete, droge zomers en zachte, regen winters met veel regen. Tot 1.500 meter hoogte moet in de zomer rekening worden gehouden met temperaturen die oplopen tot 35 à 40°C. In de berggebieden en langs de kust hebben de zee en de hoogteligging een matigende invloed op de temperaturen. Ook waait op Sicilië de “sirocco”. Dit is een wind afkomstig uit de woestijnen van Noord-Afrika. Deze wind zorgt ervoor dat de temperaturen hoog oplopen. Neerslag valt met name tussen oktober en maart, vaak in grote hoeveelheden. Januari is de koudste maand met temperaturen van ca. 10°C aan de kust en tot beneden het vriespunt boven de 1.800 meter.

Op de toppen van de Siciliaanse Apennijnen valt in de winter sneeuw. Dit komt doordat boven in de bergen een meer continentaal klimaat heerst, met meer regen en koude winters. De Etna is het grootste deel van het jaar met sneeuw bedekt, hier kan zelfs worden geskied. De temperatuur van het zeewater bedraagt in maart ca. 14°C en in augustus ca. 21°C.

Maffia

De maffia (Siciliaans, van het Arabische afah = bescherming; Italiaans: mafia) is een verzamelnaam voor in het begin van de 19de eeuw op West-Sicilië ontstane geheime, netwerkachtige organisaties, die op gewelddadige wijze opereren. De leden van die organisaties heten maffiosi. Het woord maffioso werd voor het eerst in 1863 gebruikt. De ambivalente relaties die de maffia onderhoudt met vertegenwoordigers van de overheid (enerzijds hen bestrijdend, anderzijds met hen samenwerkend) onderscheidt hen van andere misdaadorganisaties. De maffiabazen regeren nu in stilte, want ook nu nog zijn drugshandel en afpersing aan de orde van de dag.

De hoogste baas van de Cosa Nostra is op dit moment de al veertig jaar onvindbare 70-jarige Bernardo Provenzano. Ook diens opvolger is al bekend: Matteo Messina Denaro die alleen nog concurrentie heeft van de hoogste baas van de maffia in Palermo, Salvatore Lo Piccolo. De maffia is actief op Sicilië, maar daar merk je als toerist niets van. De huidige maffiabaas doet niet aan grote bomaanslagen of afrekeningen die de aandacht trekken. Vreemd maar waar: juist omdat de maffia bestaat, kunnen toeristen rustig slapen. De maffia heeft namelijk grote belangen in de wereld van het toerisme. Alleen eilandbewoners, die actief zijn in de politiek of in het bedrijfsleven, hebben te maken met praktijken van de maffia.

Politiek

Vanaf het uitroepen van de Republiek in 1946 hebben de Christen-Democraten een dominante rol gespeeld in de Italiaanse politiek, maar ze werden vaak uitgedaagd door een sterke Communistische Partij en de Socialisten. In 1947 brachten die de regering aan het wankelen door stakingen ongeregeldheden in het hele land.

De politieke spanningen verminderden enigszins toen de Christen-Democraten bij de verkiezingen van 1948 de meerderheid behaalden. Die verloren ze echter weer bij de verkiezingen van 1953. De Italiaanse politiek is daarna allesbehalve stabiel geweest. Kabinetten volgden elkaar snel op. Van 1963 tot 1968 was de Christen-Democraat Aldo Moro premier. Echter wel van drie verschillende kabinetten. Hij vestigde een record door met zijn regering 832 dagen aan te blijven. Dat record werd in 1986 weer verbroken door Bettino Craxi. Sindsdien is het alleen de huidige president Berlusconi gelukt om langer te blijven. Er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog meer dan 60 kabinetten geweest.

Halverwege de jaren ’70 van de vorige eeuw belandde Italië in een economische crisis. De regering kondigde bezuinigingen aan in een poging het stijgende inflatiecijfer en het overweldigende tekort op de buitenlandse handelsbalans te verlagen.

De economische neergang, de corruptie en de ontevredenheid met de chaotische politieke situatie dreven de Italianen in de armen van de communisten. Er kwam een coalitie van deze twee partijen. Net als in Duitsland, nam eind jaren ’70 het politieke geweld sterk toe. Linkse terroristische groeperingen hadden het gemunt op politici, intellectuelen, zakenlieden en leden van de rechterlijke macht.

Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 werd Italië opgeschrikt door corruptieschandalen. Honderden zakenlieden en politieke figuren zijn in deze periode gearresteerd. Er volgden rechtszaken tegen verschillende partijleiders en vroegere premiers. Gezien de jarenlange dominantie van de Christen-Democraten in de Italiaanse politiek was het niet verwonderlijk dat veel christelijke politici in opspraak raakten. Dat leidde uiteindelijk tot de opheffing van de oude Christen-Democratische partij, die uiteenval in drie partijen.

In 1994 liet media-miljardair Silvio Berlusconi zich voor het eerst als politicus horen. Zijn conservatieve partij, Forza Italia, vormde een coalitie met twee rechtse partijen, de Alleanza Nazionale en Lega Nord. De regering moest echter al na negen maanden het veld ruimen. Echter, liet Berlusconi zich niet ontmoedigen en behaalde in 2001 een grote overwinning bij de verkiezingen. Hij werd opnieuw premier. Berlusconi is een omstreden man en heeft een enorme macht over de media. Hij werd beschuldigd van omkoping en om vervolging te voorkomen heeft hij een wet ingevoerd die het onmogelijk maakt om een premier of andere hoge ambtenaar in Italië te vervolgen. In 2004 is hij echter vrijgesproken van corruptie en andere aanklachten werden verworpen.

Het Siciliaanse Statuut, overeengekomen in 1946, zorgde ervoor dat de “regione Sicilia” een vrij vergaande autonomie kreeg. Deze regels zijn vastgelegd in de Italiaanse grondwet van 1948. De Italiaanse regering werd hier destijds bijna toe gedwongen door de sterke drang van de Sicilianen naar meer zelfstandigheid. Velen wilden dat Sicilië zich helemaal zou afsplitsen van Italië. De Sicilianen kunnen hierdoor veel zelf regelen zoals bijvoorbeeld politie, landbouw, transport, publieke werken en gezondheidszorg. Ook de wetgevende en uitvoerende macht berust bij Siciliaanse organisaties en zelfs de belastingen worden door Sicilië zelf vastgesteld.