Italië informatie

Landeninformatie Italië

Wat zijn de gewoontes en gebruiken, hoe is het klimaat in de maand dat je vertrekt en wat zijn de hoogtepunten op het gebied van flora en fauna? Kom niet voor verrassingen te staan en lees de landinformatie.

Bevolking

Met ongeveer 60 miljoen inwoners mag Italië zich rekenen tot de Europese landen met de meeste inwoners. De meest dichtbevolkte gebieden liggen rondom de grote steden Rome, Milaan en Napels. 

De bevolking van Italië bestaat uit een samensmelting van verschillende volken, hierbij denkend aan de Etruskische, Gallische, Italische, Punische en Germaanse volken. Aan het einde van de 19e en aan het begin van de 20e eeuw groeide de Italiaanse bevolking erg snel, wat uiteindelijk leidde tot een emigratiegolf. Hierdoor verdeelde de Noord-Italiaanse bevolking zich over delen van Midden- en West-Europa en de Zuid-Italianen vertrokken richting de Verenigde Staten en Zuid-Amerika, hierbij voornamelijk naar Argentinië. Pas in de jaren ’30 verminderde de emigratie en nam deze na de Tweede Wereldoorlog weer toe. Inmiddels is het aantal immigranten in Italië hoger dan het aantal emigranten. Veel illegale vluchtelingen uit Noord-Afrika, Turkije en Albanië proberen via de zuidelijke havens in Italië binnen te komen.

Italianen voelen zich sterk verbonden met de regio waarin zij wonen, maar het centrum van hun leven is van oudsher 'la familia'. De familiebanden zijn veel sterker dan in menig ander Europees land. Dat geldt vooral in het zuiden, waar de tradities nog dezelfde zijn als honderd jaar geleden. Rond het middaguur valt in steden en dorpen het openbare leven stil voor de siësta. De rooms-katholieke kerk is een vanzelfsprekendheid, ook in het dagelijks leven. Grote feesten en processies worden gevierd ter ere van plaatselijk vereerde heiligen, vaak in historische kostuums.

Cultuur

Als men aan cultuur denkt, dan denkt men aan Italië. Nergens vind je meer cultuur dan in dit land. De vele historische steden en beroemde kunstcollecties, dragen hieraan bij. Italië heeft een rijk verleden aan cultuur en geschiedenis en wordt dan ook wel een levende kunstgalerie genoemd. De vele bouwwerken leveren een bonte verzameling van onder meer Amfitheaters, colossea, basillieken, kloosters en ruïnes. Italianen zijn trots op hun artistieke erfgoed, enkele beroemde namen van grote kunstenaars zijn dan ook Leonardo da Vinci, Michelangelo en Raphael. Ook opera staat hoog in het vaandel bij de Italianen.

De mensen in Italië zijn harde werkers en werken dan ook vaak vijf volle dagen in de week en nog eens een halve dag op zaterdag. Maar ondertussen genieten zij van hun vrije tijd. In tegenstelling tot ons, nemen ze ruim de tijd voor een lunch en gaan dan ook vaak even naar huis om te eten en te rusten, alvorens zij weer verder aan het werk gaan. In de avonden worden heerlijke gerechten bereidt en het sociale leven is erg belangrijk. Tot laat in de avond zijn mensen op straat en is er volop gezelligheid. Italianen genieten van het eten en fast food is een begrip dat men hier niet echt kent.

Flora en fauna

De flora van Italië is typisch Mediterraan: olijfbomen, palmbomen en citrusbomen zijn kenmerkend voor dit landschap. In het zuiden van Italië groeien vijgen, dadels, granaatappels en amandelen. De hoger gelegen gebieden van de Apennijnen zijn veel naaldwouden te vinden en kenmerkend voor de lager gelegen hellingen zijn de kastanjes, eiken en cipressen. 

Het dierenleven is echter beperkt, de Italianen staan erom bekend dat zij geen goede natuurbeschermers zijn. In de delen van de Alpen, waar geen mensen komen, leven marmotten, gemzen, wilde geiten en vossen. In de dichte bossen van Calabrië, in het zuiden van Italië, laten wolven en beren zich een enkele keer zien. De vogelwereld wordt sterk bedreigd door de vangst in de trektijd, in het voor- en najaar. Toch zijn nog roofvogels te vinden, waaronder haviken, buizerds en adelaars. In totaal zijn er 19 nationale parken in Italië. Samen bevatten zij vijf procent van de totale landoppervlakte.

Geografie

De totale oppervlakte bedraagt zo’n 301.323 km2. Hiermee is het land zeven maal groter dan Nederland. De afstand van het noorden naar het zuiden is ongeveer 1.200 kilometer. De afstanden van oost naar west liggen maar tussen de 54 en 170 kilometer.

Italië grenst aan de landen Frankrijk, Zwitserland, Oostenrijk en Slovenië, daarbij vormen de Alpen een natuurlijke grens. De bekkens van de Middelandse Zee, die het land omspoelen, heten aan de westkant de Ligurische Zee en de Tyrrheense Zee. Aan het zuiden de Ionische Zee en in het oosten de Adriatische Zee.

Binnen de geografische grenzen van Italië liggen de onafhankelijke republieken San Marino en Vaticaanstad. San Marino, gelegen in het oostelijke deel van het schiereiland, is de oudste republiek ter wereld en gesticht in de vierde eeuw. Vaticaanstad is het kleinste staatje ter wereld en heeft slechts een oppervlakte van 44 hectares. Er wonen hier slechts 800 mensen.


Geschiedenis

De Grieken en de Etrusken waren de eersten die een geordende samenleving opbouwden in Italië. De geschiedenis van Italië is vooral verbonden met de komst van de Romeinen. Rome was aanvankelijk niet meer dan een stadsstaat, gesticht rond 500 v. Chr. Op het hoogtepunt van het Romeinse tijdperk bestreek het keizerrijk een gebied van Engeland tot Noord-Afrika, tot de Atlantische Oceaan tot de rivier de Eufraat in het Midden-Oosten.

Overal in delen van Europa zijn resten van het Romeinse tijdperk te vinden, denk hierbij aan wegen, bruggen en aquaducten. In 395 n. Chr. werd het rijk opgedeeld in een Oost- en West-Romeins rijk. Het oostelijke deel zou nog zo’n duizend jaar stand houden als het Byzantijnse Rijk, met als hoofdstad Constantinopel, nu het huidige Istanbul. Het West-Romeinse rijk viel echter al gauw uit elkaar. In de middeleeuwen kwam de Italiaanse economie tot bloei en ontstonden er in Italië stadsstaten, onder andere Venetië, Florence, Pisa, Genua en Milaan.

Aan het einde van de 18e eeuw viel de Franse keizer Napoleon Italië binnen. Hij voegde de stadsstaten die aan zijn keizerrrijk, maar die toestand duurde niet lang. Geleidelijk ontstond er een beweging die streefde naar eenwording in Italië. In 1861 werd Italië tot een koninkrijk uitgeroepen met de koning van Sardinië, Victor Emmanuel II, als eerste staatshoofd. Aan het einde van de 19e eeuw volgde Italië het voorbeeld van Engeland en Frankrijk en veroverde gebieden in delen van Afrika.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog streed Italië aan de kant van de geallieerden, tegen Duitsland en Oostenrijk-Hongarije. Na de oorlog was de toestand in Italië erg chaotisch. Er waren talloze sociale en politieke conflicten, hoge inflatie en de economie stagneerde. Nationalisten, onder leiding van Benito Mussolini grepen de macht en veranderde Italië in een dictatuur. Mussolini haalde banden aan met Adolf Hitler en aanvankelijk bleef Italië in de Tweede Wereldoorlog neutraal. Maar vele Duitse overwinningen, sloot Italië zich toch aan bij de nazi’s en verklaarde de oorlog. Na het vastlopen van de Duitse invasie in de Sovjet-Unie en door de Amerikaanse deelname aan de oorlog keerde het tij.

In mei 1943 werden de Italianen en Duitsers uit Noord-Afrika verdreven en in juli daaropvolgend volgde de landing op Sicilië. Langzaam rukten de geallieerden zich op naar het noorden en in april 1945 was geheel Italië veroverd. Mussolini werd door de Italiaanse verzetsstrijders geëxecuteerd. Na de oorlog deed Koning Victor Emmanuel III afstand van zijn troon, ten gunste van zijn zoon Umberto II, in een poging het koningshuis te redden. Echter hier waren de Italianen het niet mee eens, dus in 1946 koos de bevolking tijdens een referendum voor afschaffing van het koningshuis. Sindsdien is Italië een republiek.

Klimaat

Italië als geheel heeft een Middellands zeeklimaat. ’s Zomers bedraagt de gemiddelde temperatuur in de laagvlakten 28°C in het zuiden en 22°C in het noorden. ’s Winters blijft de temperatuur en in het midden van het land een behoorlijk eind boven nul; in Rome is de gemiddelde temperatuur dan zo’n 9°C. Gemiddeld valt er per jaar 600mm neerslag. In sommige berggebieden kan dit zelfs oplopen tot boven de 1.000 mm neerslag per jaar. De meeste regen valt in het voor- en najaar.

Toch zijn er een duidelijk aantal verschillende klimaatgebieden te onderscheiden in Italië. De Po-vlakte heeft hete zomers met temperaturen die bijna net zo hoog zijn als op Sicilië, maar de winters zijn er juist koud en vochtig, met veel nevel en mist. Het merengebied in het noorden van Italië, aan het grensgebied van de Alpen ligt meer beschut en daardoor heerst er een zachter klimaat. Het noordelijk deel van de Apennijnen en de hoog gelegen gebieden in Toscane en Umbrië zijn in de winter met sneeuw bedekt. Een uitzondering vormt de Italiaanse Rivièra, aan de noordwestkust. ’s Winters is het hier altijd zacht en de zomers zijn hier droog. Zuid-Italië kent een zeer droge en hete zomer.

Politiek

Vanaf het uitroepen van de Republiek in 1946 hebben de Christen-Democraten een dominante rol gespeeld in de Italiaanse politiek, maar ze werden vaak uitgedaagd door een sterke Communistische Partij en de Socialisten. In 1947 brachten die de regering aan het wankelen door stakingen ongeregeldheden in het hele land.

De politieke spanningen verminderden enigszins toen de Christen-Democraten bij de verkiezingen van 1948 de meerderheid behaalden. Die verloren ze echter weer bij de verkiezingen van 1953. De Italiaanse politiek is daarna allesbehalve stabiel geweest. Kabinetten volgden elkaar snel op. Van 1963 tot 1968 was de Christen-Democraat Aldo Moro premier. Echter wel van drie verschillende kabinetten. Hij vestigde een record door met zijn regering 832 dagen aan te blijven. Dat record werd in 1986 weer verbroken door Bettino Craxi. Sindsdien is het alleen de huidige president Berlusconi gelukt om langer te blijven. Er zijn sinds de Tweede Wereldoorlog meer dan 60 kabinetten geweest.

Halverwege de jaren ’70 van de vorige eeuw belandde Italië in een economische crisis. De regering kondigde bezuinigingen aan in een poging het stijgende inflatiecijfer en het overweldigende tekort op de buitenlandse handelsbalans te verlagen.

De economische neergang, de corruptie en de ontevredenheid met de chaotische politieke situatie dreven de Italianen in de armen van de communisten. Er kwam een coalitie van deze twee partijen. Net als in Duitsland, nam eind jaren ’70 het politieke geweld sterk toe. Linkse terroristische groeperingen hadden het gemunt op politici, intellectuelen, zakenlieden en leden van de rechterlijke macht.

Eind jaren ’80 en begin jaren ’90 werd Italië opgeschrikt door corruptieschandalen. Honderden zakenlieden en politieke figuren zijn in deze periode gearresteerd. Er volgden rechtszaken tegen verschillende partijleiders en vroegere premiers. Gezien de jarenlange dominantie van de Christen-Democraten in de Italiaanse politiek was het niet verwonderlijk dat veel christelijke politici in opspraak raakten. Dat leidde uiteindelijk tot de opheffing van de oude Christen-Democratische partij, die uiteenval in drie partijen.

In 1994 liet media-miljardair Silvio Berlusconi zich voor het eerst als politicus horen. Zijn conservatieve partij, Forza Italia, vormde een coalitie met twee rechtse partijen, de Alleanza Nazionale en Lega Nord. De regering moest echter al na negen maanden het veld ruimen. Echter, liet Berlusconi zich niet ontmoedigen en behaalde in 2001 een grote overwinning bij de verkiezingen. Hij werd opnieuw premier.

De Italiaanse parlementsverkiezingen in 2018 leverden een overwinning op voor de linkse Vijfsterrenbeweging en de extreem rechtse Lega. Giuseppe Conte werd de nieuwe premier.