Myanmar

15-daagse privé rondreis Legendes van Mandalay

(25 stemmen)

A. Scholten

Reisdatum: 21-12-2014 t/m 04-01-2015

21/22 december 2014
We verlaten een nat Nederland op zondagochtend de 21ste dec 2014. Met taxi en trein komen we aan op Schiphol. Eerst de bestelde Amerikaanse dollars ophalen bij het grenswisselkantoor om ze in Myanmar om te zetten in Kyats. De vlucht naar Kuala Lumpur duurt  11 1/2 uur en we worden uitstekend verzorgd door het cabinepersoneel. 

We brengen 3 uren door op het vliegveld en we vertrekken dan naar Yangon. Een vlucht v 2 1/2 uur. Het tijdsverschil is een rare gewaarwording.  In de ontvangsthal wissel ik gelijk USD voor Kyats. We zien overigens ook diverse Pinautomaten staan.

We worden opgepikt door de gids Nyo en een chauffeur Hannah (spreek uit Wanna) We rijden in ruim een half uur door de drukke stad. Intussen vertelt Nyo ons van alles.

In het hotel worden we vriendelijk ontvangen. Het stikt er van personeel. Ze doen allemaal wat voor je. We hebben een mooie hotelkamer op de 11e verdieping met een mooi overzicht over een deel van de stad. De Shwedagonpagode kunnen we ook zien. We gaan heerlijk in bad, in bed en doen een lekker tukkie. Daar waren we wel aan toe. 

Aan het eind van de middag gaan we in de kleren en lopen naar het restaurant Padonmar, ons al aanbevolen door de gids, ongeveer 10 minuten lopen.  Er is een enorme tuin met gedekte tafels, maar omdat we niet gereserveerd hadden moesten we het met een plekje binnen doen. Ook goed. Ook hier stikt het van het personeel. We bestellen eerst een lekker Myanmarbiertje. Heerlijk! We eten fantastisch: heel verrassende smaken. Het ziet er ook mooi uit. Met nog een espresso rekenen we voor ons tweetjes 35.000 kyats af.  Nog geen 30 euro!

We lopen in het donker nog een ommetje, maar dat is geen succes. De wegen zijn vol, hobbelig en met vele gaten en als je niet oppast struikel je. We komen langs allerlei 'woningen' van mensen. Schuurtjes, afdakjes en we zien daar veel huisraad, veel mensen. Sommigen verkopen van alles. Ook zijn er nog wegrestaurantjes. De ene nog groezeliger dan de andere.

Dinsdag 23 december
Ontbijt. Er staat rijst met vlees, kip en vis en allerhande bijgerechten, maar dat trekt ons nog even niet. We nemen geroosterd brood, een gebakken eitje, jam, rozijnenbrood, jus d' orange en koffie. Dat gaat er allemaal goed in.

Om 09.00 zit Nyo al klaar in de hal en Hanna heeft de auto voor staan. Wat een luxe, de autodeuren worden opengedaan en dat blijft de hele dag zo. We gaan eerst naar de rivier. Een prachtig tafereel van laden en lossen van schepen. We zien mannen met zakken met 25 kilo rijst op de nek en sommigen nemen er zelfs twee. Nyo vertelt dat ze per zak betaald worden. Dit wordt geteld d.m.v. stokjes die afgegeven worden en ieder heeft zijn eigen herkenbare stokje. Ook wordt er gesjouwd met eieren, kokosnoten en grote takken vol trossen bananen.Er wordt bij het water ook van alles verkocht. We zien daar hoe Kun-jar gemaakt wordt. Het is betelblad gevuld met betelnoot, tabak, en een witte substantie: .... carbonaat. Veel mannen kauwen dit en het kleurt hun tanden rood. Volgens Nyo is het niet erg gezond.

Ook zien we hier Birmese meisjes en vrouwen met thanaka op hun gezicht gesmeerd. Een licht gele verfstof die gemaakt wordt van de bast van de Thanaka-boom. De bast wordt over een steen gemalen en daarna vermengd met wat water totdat er een lichte pasta ontstaat. De pasta wordt op de wang gesmeerd, soms met geometrische figuren erin. Thanaka werkt verkoelend, bestrijdt een vette huid en beschermt de huid tegen de zon. Vrouwen die op het veld werken smeren daarom dikke lagen op hun gezicht en armen. Sommige vrouwen geloven dat thanaka de huid lichter maakt en doen het ook 's nachts op.

Het begint lekker warm te worden. De temperatuur stijgt vandaag naar zo'n 30 graden. We moeten een pet en zonnebril op. Even later staat Hanna al weer klaar met de auto. Hij brengt ons naar de Botataung pagode.  Deze pagode is de enige in het land waar je binnenin kunt. Je doet in een hokje allemaal je schoenen uit. We zien daar vele Boeddha's.  We lopen door allemaal gangen zigzaggend en het is allemaal goud om ons heen.  Bij een Boeddha is in een kastje een plukje haar bewaard.  Buiten zijn Boeddha's met de beelden van wezens die bij een geboortedag horen.

Vervolgens worden we afgezet door Wanna bij het postkantoor, vanwaar we gaan wandelen door de Pansodan Street en daar zijn bijzondere koloniale huizen te zien. Vergane glorie, maar ook mooie gebouwen. Ze worden afgewisseld met supermoderne bankgebouwen en in de verte pagoden.

Wanna brengt ons naar een restaurant waar de lokale bevolking komt. Een drukte van belang. We wringen ons langs tafeltjes met etende mensen en dan moeten we bij een vitrine uitzoeken wat we willen. Moeilijk. We nemen 2 soorten vlees met curry en salades (met de traditionele theebladensalade). We vragen of Nyo samen met ons wil eten en dat wil ze graag. We gaan naar buiten en nemen plaats onder een soort afdak. Blijkbaar weten ze waar we terecht gekomen zijn want al gauw worden we voorzien van niet bestelde soep (banana, heerlijk) en een bord met allerlei bladeren en groenten met een pittige saus. Dit als een voorafje!  Vrijwel direct wordt ook het vlees en de salades en een pan met rijst. neergezet. Dat is gebruikelijk in Myanmar.  We bestellen een lekkere Myanmarbier erbij. We eten met lepel en vork. We vertellen Nyo over de gewoonten en gebruiken in Nederland.

Wanna brengt ons naar de Scott markt. Chinatown slaan we over omdat we dat al vaker hebben gezien, weliswaar in andere landen. We lopen over de overdekte markt. Eindeloos veel sierraden van saffier en jade, kleding, oude rommel en goedkope souvenirs.

Dan gaan we met de auto naar de noordkant van Yangon en komen bij een stupa, met de grootste liggende Boeddha van 66 meter lang. Deze is nieuw, in 1966 opnieuw gemaakt met ogen van speciaal geblazen glas uit China. Hij is geplaatst in een nieuwe grote hal van Schotse staalconstructie. De voetzolen zijn bijzonder, daarop wordt het leven van Boeddha in gouden reliefs uitgebeeld.  Het zijn Lekkhana, symbolen die tijgers, vissen, papegaaien, monniken, kloosters etc. voorstellen gerangschikt in 3 elementen; water, aarde en lucht. De zittende boeddha in tegenover gelegen tempel is 12 meter hoog en uit één blok marmer gehouwen. We kunnen onze slippers in de auto laten, want we gaan naar de Shwedagon Pagode. De gouden pagode heeft zowel overdag als 's avonds veel  mystiek en laat veel zien van de geloofsbeleving van de Birmezen. De pagode is gebouwd op de 50 m. hoge heuvel Theingottara (Singuttara) in een buitenwijk van Yangon.

Shwedagon-23-12-14De Shwedagon is de grootste en belangrijkste pagode van Myanmar. Het is een enorm complex van tientallen tazaungs (overdekte gebedsplaatsen), tempels en gedenkplaatsen, opgebouwd rondom de centrale 98 meter hoge stupa. In totaal staan er 82 kleine tempels rondom de stupa en ontelbare mythologische figuren. Op een hoger gelegen achthoekige terras staan nog eens 8 gouden en 4 andere grotere pagodes.

De centrale stupa is bedekt met 50.000 kilo bladgoud, deels geschonken door voormalige koningen en deels afkomstig van de offers van de vele gelovigen. Helaas staat hij voor een deel in de steigers (ja, van bamboestokken en zonder plateau's, levensgevaarlijk voor de werklieden). Het is een restauratie en het plaatsen van giften van mensen tegelijk. Er wordt nieuw bladgoud aangebracht. De geschiedenis van de Shwedagon gaat meer dan 2000 jaar terug toen handelslieden 8 haren van Boeddha meebrachten uit het buitenland. Er werd een 9 meter hoge stupa gebouwd, de eerste in Birma, om deze heilige relikwieën veilig op te bergen. Door de vele aardbevingen en natuurrampen is de pagode vaak beschadigd geraakt en evenzoveel keer opnieuw opgebouwd: telkens nóg groter en nóg mooier. In 1774 bereikte de stupa zijn huidige hoogte van bijna 100 meter. 

We blijven tot zonsondergang. Heel bijzonder zijn de verschillende kleuren op het goud. Bij de allerlaatste zonnestralen krijgt het goud een rode gloed. Op bepaalde plaatsen zie je, als je naar boven kijkt, in de top verschillende kleuren. Dat komt door het licht op de juwelen die in het top te vinden zijn.

Stoffig, moe, maar helemaal voldaan komen we omstreeks 18.30 weer terug bij ons hotel. Eerst een lekker bad. We hebben nog zin in iets. In het hotel zien we zo geen bar en lopen een eindje de straat af. We komen bij een neonverlicht zaakje met wat stoeltjes en tafels buiten en bestellen er bier en wat noedels/pasta. Het bier is niet op voorraad en wordt een eindje verderop gehaald. We krijgen eerst een soepje. De meisjes die in het zaakje werken lijken het maar wat raar/eng te vinden om een paar buitenlanders op het terras te krijgen. We vermoeden dat ze alleen maar autochtonen te eten krijgen.

Woensdag 24 december.
05.00 uur wakeup call, door Nyo geregeld. Om 5.20 zijn we klaar om naar het vliegveld te gaan. We krijgen een ontbijtpakketje mee en Nyo haalt de tickets en zorgt dat iemand (met een tip van Nyo) op onze koffers past. De koffers worden gewogen op een grote analoge weegschaal en krijgen een labeltje aangehangen met een touwtje. Wij krijgen een gele sticker op onze kleren en deze kleur hoort bij een bepaalde vlucht. Dat geeft houvast. Als er namelijk iets omgeroepen wordt, ook al is het in het Engels, dan begrijp je er helemaal niets van. Kwart voor zeven gaan alle ' gele stickers' bij de deur staan en worden met een bus naar het vliegtuig gebracht. Een propeller-vliegtuig!  In het vliegtuig krijgen we ook nog een mini-ontbijtje.

Om 8.20 arriveren we in Bagan. Daar moeten we wachten op de bagage die met handgetrokken/geduwde karren arriveert. Tegen inlevering van je kaartje krijg je je koffer. Dit is een goed systeem. Bij de uitgang worden we al opgewacht. De mannelijke gids met een moeilijke naam, die we AA mogen noemen en de chauffeur Lala (ook om het gemakkelijk te maken) rijden ons al naar de eerste plek, een binnenmarkt waar we (bijna gedwongen) snoep en nootjes kopen en waar we zien hoe de tanaka gemaakt wordt. Ik krijg het op mijn wangen gesmeerd.  Vervolgens bezoeken we allerlei tempels en pagodes. In het gebied staan er maar liefst 3000.

Op verschillende plekken stoppen we voor een bezoek. AA legt ons van alles uit, maar zijn Engels is erg slecht. Hij praat vlot, maar zijn uitspraak is zeer belabberd. We vragen af en toe wat hij zegt en dan zegt hij het letter voor letter en dan blijkt het een heel normaal woord te zijn. Dit is wel lastig. Slippers uit, slippers aan. Boeddha's uit alle tijden en in alle standen met verschillende handuitdrukkingen. Ook horen we over de 7 wonderen. Fresco's in tempels en ook tempels met meerdere etages. We moeten overal wel de mensen van ons af houden die van alles willen verkopen ( t.shirts, potjes, boekjes). Als je iets probeert moet je het kopen, dus blijven we maar ‘no no’ roepen. Intussen probeert AA voor ons nog een luchtballonvaart over Bagan te regelen, maar alles blijkt voor de komende dagen volgeboekt te zijn. Hij regelt wel een dagtocht voor morgen.

Tussen de middag gaan we eten. Het Myanmar-restaurant is overvol en kiezen we voor een Chinees, die ook Myanmareten heeft. AA en Lala eten gratis op een andere plek. Het eten is weer lekker. We krijgen ook een plaatselijk alcoholisch drankje vooraf.

Na het eten worden we naar het nieuwe Bagan gebracht, waar ons hotel staat. Onze kamer is een soort appartementje met een leuke veranda, met uitzicht op een leuke tuin.  We zijn er om 14.30 en om 16.00 worden we weer opgehaald. We gaan naar een plek waar gebruiksvoorwerpen van lak wordt gemaakt. We zien het hele arbeidsproces van bamboerepen tot een lakdoos, bord of wat anders met gegraveerde patronen, gekrast of beschilderd.  Prachtig. Natuurlijk moeten we wat kopen. Het wordt een bakje voor de sleutels en een armband van lak met  kleine stukjes eierschaal.

Bagan-24-12-14Vervolgens gaan we naar een tempel, waar met met enorme hoge traptreden naar boven kunnen en daar maken we de ondergaande zon mee die een prachtig tafereel laten zien van alle pagoden in het prachtige licht.  Als we weer beneden zijn kijken we even bij verkoopsters van longi's, bloesjes etc.  We kopen allebei wat. De meiden dartelen om ons heen om maar zoveel mogelijk te verkopen. Als je iets aanwijst, blijk je al weer bij de kleding van de buurvrouw te zijn en ja, dat is lastig, want die andere wil ook graag dat we wat bij haar kopen en laat het ene na het andere kledingstuk zien.  In totaal kopen we een longhi, en twee blouses. Totaal 60 dollar. Waarschijnlijk veel te veel, maar we weten dat zij een goede dag hebben.

In het halfdonker rijden we terug naar het hotel. Daar maken ze zich bij het hotel op voor Kerstavond. Er worden kleine kaarsjes aangestoken langs alle paden van het hotelpark. Het blijkt dat in ons programma een 'verplicht' kerstdiner zit en we worden uitgenodigd. Om 19.30 lopen we een enorme tuin in, waar allerlei cocktails te verkrijgen zijn en diverse snacks. Er wordt in de tuin ons een tafeltje toegewezen en dan kunnen we van alles halen. Salades, allerlei soorten rijst en noedels en er wordt van alles op de barbecue gelegd.  We eten lekker en ondertussen is er (vermoedelijk) traditionele muziek, een gejengel wat we niet om aan te horen vinden. Er komen ook nog danseressen bij en dan worden er allerlei verhalen gespeeld.  Een optocht van mensen door de tuin, met zelfs een echt paard erbij. Het verhaal lijkt over een jongen en meisje te gaan die willen trouwen, maar er zijn nogal wat obstakels.  Na een bak koffie met wat koek erbij taaien we af.

Donderdag 25 december
In Nederland is het 1e Kerstdag. Ondanks het kleine percentage (7) Christenen wordt ook hier Kerst gevierd. De scholen zijn 10 dagen vrij en de bevolking maakt uitstapjes. We hebben vandaag gekozen voor een aanvullende trip, een dagexcursie naar de Mt. Popa en rondtour Bagan.

Chauffeur en tevens ' gids'  Lin komt ons om 8.00 uur met zijn keurige, wat oude witte Toyota halen. We rijden via een lange weg een natuurgebied in (er wordt ook een soort tol geheven). We kijken eerst bij een 'bedrijfje' waar uit palmbomen palmsap gehaald wordt. Daarvan wordt d.m.v. inkoken en destilleren een alcoholisch drankje gemaakt + snoep (ingekookt suiker vermengd met kokos en allerlei andere toevoegingen). De man die elke dag een aantal keren in de bomen klimt om de bakken met sap te wisselen doet een demonstratie voor ons. Het ging van vader op zoon, maar het stopt omdat zijn zoon het niet wil voortzetten.

Onderweg zien we veel kinderen langs de weg die telkens snel iets oppakken van het wegdek. Het blijkt dat vanwege kerstmis mensen muntjes uit wagens gooien voor de kinderen. Het is leuk om te zien, maar het is levensgevaarlijk en de chauffeur en andere automobilisten toeteren almaar.  Ook lopen er zo nu en dan koeien over de weg.

Mt-Popa-25-12-14We rijden in ruim een uur naar de Popaberg. We zijn niet de enigen. Mensen in afgeladen volle en open wagens en bussen doen hetzelfde. We komen in het verkeer vast te zitten. We stellen Lin voor dat we te voet verder gaan. Hij zal ons 2 uur later onderaan de berg oppikken. Via allerlei soorten trappen gaan we in de mensenmassa de berg op. Onderweg zijn vele mensen die ons wat willen verkopen, maar ook vragen om geld voor allerlei religieuze doeleinden en voor het schoonmaken van de trappen. De Birmanen zijn gul, bij de Boeddha's worden vele geldbriefjes overal tussen gestopt of in glazen kasten gedaan. Boven zijn allerlei ruimten met boeddha's waar mensen mediteren en eren. Er zijn veel apen overal. Mensen voeren ze met de kerstzakjes met snoep erin die aan de kinderen gegeven zijn.

Na een uur zijn we weer beneden. We kijken rond of we Lin zien. We drinken bij een tentje Nescafe koffie (wat ook weer bij de buren gehaald moet worden). We lopen weer naar de voet van de berg. Omdat het lijkt dat er geen enkele auto meer richting berg komt, denken we dat Lin al eerder ergens is blijven steken. We besluiten terug te lopen. Ergens blijven we staan tussen de ronkende bussen en auto's. We vragen een meisje of ze voor ons Lin wil bellen (gelukkig hebben we van hem een kaartje gekregen). Ze krijgt een soort centrale aan de lijn. Ze vertelt waar we zijn. Ze wordt niet teruggebeld, maar ze moet zelf vertrekken. We blijven er een uur wachten, maar Lin komt niet en dan besluiten we maar weer terug te lopen naar de berg.  Het is 1 1/4 uur later dan afgesproken totdat Lin ons ziet. Hij was op een strategisch plekje op een terrasje gaan zitten. Het blijkt dat hij niet per telefoon is bereikt.

Hij neemt ons vervolgens mee terug richting Bagan. Daar bezoeken we een edelsmederij. Het is natuurlijk de bedoeling dat we wat kopen. Als liefhebber van zilver wordt het een set van ketting, armband, oorknopjes en ring van een typisch Myanmar-symbool: 2 ringen in elkaar. Dan bezoeken we een reeks aan tempels en stoepa's die vrij dicht bij elkaar liggen bij Minanthu. Het is uit de tijd tussen 1100 en 1300. In 1300 is de koning naar China gestuurd en toen hield het op met het bouwen van deze prachtige bouwwerken. Een oogverblindende witte tempel (Tayok Pye) en de Payathonzu pagode zijn heel bijzonder. Een aantal tempels hebben prachtige wandschilderingen, waarop boeddha's flink vertegenwoordigd zijn, klein en groot. Plaatselijke mensen laten ons met een zaklantantaarn zien welke prachtige afbeeldingen er zijn. We willen een fooi geven, maar dat wordt niet geaccepteerd.  Een andere wil juist graag dat we zandschilderingen van hem kopen met afbeeldingen van de tempel daar ter plaatse.

Lin vraagt wat we nog willen doen, maar om iets voor vijf vinden we het welletjes. Hij stopt nog een aantal keren om met het prachtige licht voor de ondergaande zon een aantal (van de 3000) stoepa's te fotograferen.  Hij levert ons weer bij het hotel af, waar we al gauw bij het zwembad een lekker biertje nemen. Na een bad gaan we buiten eten. Het eten is prima maar het personeel is onervaren en er gaat veel mis. De kamers zijn echter prima, schoon en elke dag zijn de bedden netjes opgemaakt. Na het eten zoeken we gauw ons bed op.

Vrijdag 26 december
Dit is een rustdag voor ons. We hebben al zoveel gezien en reizen zoveel op een dag...... Na het ontbijt (ook lekker buiten in de vroege zon) gaan we naar het zwembad en vlijen ons op heerlijke ligbedden. Het is er rustig. Schrijven en een boekje lezen.

We nemen een kleine lunch met een fles bier en spelen een potje scrabble. Aan het eind van de middag komen er meer mensen aan het water liggen. We nemen weer een lekker biertje en we nemen weer een lekker bad en gaan om 19.30 weer aan de maaltijd. Het is zo fijn om buiten te eten, vooral als je weet dat het in Nederland koud en nat is. 

Zaterdag 27 december
Oei, vroeg op. De wekker gaat om 05.30. Om 6.00 uur worden we door een chauffeur opgehaald en naar het vliegveld gebracht. Een half uurtje rijden. Er komen direct weer allerlei mensen op ons af die de koffer dragen en alles regelen voor het inchecken en de bagage. We eten ons meegenomen ontbijtje op.

Om 07.35 gaan we weer met een propellervliegtuig de lucht in. Om 8.10 landen we alweer. Na het oppikken van de bagage, een heuse lopende band, staat Judy met chauffeur Mr X ons op te wachten. We beginnen gelijk aan onze bezienswaardigheden. We gaan naar U-Bein, een 1.2 km lange brug van teakhout opTaungthaman meer. Deze is al meer dan 2 eeuwen oud. We lopen tot de helft en maken wat foto's. Er wordt gevist.

Mahagandayonklooster-27-12-14We gaan naar de koninklijke hoofdstad Amarapura. We bezoeken het klooster van Mahagandayon, waar 1500 jonge monniken worden opgeleid. De monniken mogen niet buiten de muren komen. Er zijn nog heel jonge jochies bij. Om 10.30 lopen ze in een rij met een pot naar de ruimte waar ze gaan ontbijten (1 van de 2 maaltijden op een dag). Het is een hele optocht. Best wel genant dat er zoveel mensen staan te fotograferen en de monniken van dichtbij staan te bekijken. 

Even later bezoeken we een weverij, waar de meest moeilijke patronen worden geweven. Ongelooflijk, zo mooi. Natuurlijk is er een winkel bij en wordt ons van alles getoond. Ik koop een zwart bloesje voor 20 dollar. Dan gaan we ergens naartoe waar we met een bootje het water oversteken. Met een paardenkoets worden we verder vervoerd naar een vorige koninklijke hoofdstad Inwa, gesticht in 1364. We bezoeken daar een klooster, met de overhellende toren van Ava, Maha Aungmye Bozan een stenen en gepleisterd klooster, met prachtig beeldhouwwerk. Ook bezoeken we nog een teakhouten klooster Bagaya Kyaung.

We lunchen in een tuin aan het water en eten weer typische Myanmargerechten. Ik heb vis met radijs. Het zijn reepjes rettich of pastinaak met stevige vis, heerlijk. Ook eten we salade van vis. Dan gaan we weer terug met het bootje/pont en dan worden we naar huis gebracht. Hotel Emerald Land Hotel Het ligt buiten de stad. We worden weer gelijk door een horde jonge Birmezen ontvangen, krijgen een drankje en de sleutel en we komen terecht in een grote kamer. Helaas twee losse bedden, wel alles o.k.,maar erg vergane glorie en kil licht. We hebben geen zin in eten meer en er is niets kleins te halen in de buurt. Dus gaan we scrabbelen met de eerder gekochte palmjenever.

Zondag 28 december
De wekker gaat om 7.45. We nemen een lekker ontbijt. Geroosterd brood, croissantje, omelet, fruit, juice en lekkere koffie. Om 09.00 uur is UD (Judy) er weer met de chauffeur. Gisteren heeft hij voorgesteld om het oorspronkelijke halve dagprogramma uit te breiden met een bezoek aan een dorpje dichtbij Mandalay voor 30 Dollar. Daar gaan we eerst naartoe. We kijken onze ogen uit. De huizen staan op palen, omdat in het regenseizoen het water enorm hoog is. Je vaart dan van de ene plek naar de andere (iedereen heeft een boot liggen) of het is een modderpoel. Het water wordt overal opgeslagen, want momenteel staan er veel gewassen op het land. We lopen naar dorpelingen toe die de planten voor watermeloenen aan het bewerken zijn. We rusten even bij een hutje waar ook zij rust nemen en kijken wat hun lunch is, dat in aluminiumbakken zit. De mensen zijn zo gastvrij, dat ze zelfs hun middageten aan ons af willen staan. Natuurlijk laten we het staan.

Het is Boeddhadag, de meeste mensen hebben vrij. Toch wordt er gewerkt aan houtsnijwerk, boeddhabeelden van brons en stoffen die met kraaltjes worden versierd. De koeien staan bij huis, ze zijn er voor de melk. De de grote koeien (ossen, bultkoeien) zijn er voor op het land. We mogen overal kijken en fotograferen. Gelukkig kan dit nu nog. Als het toerisme toeneemt zal het misschien anders worden. Vervolgens brengt de chauffeur ons naar een houtsnijwerkatelier met een winkel erbij. Ongelooflijk wat een mooie beelden, deuren, tafels etc. staan daar.

We gaan naar de Mahamuni Pagoda. Een enorm complex met de Boeddha waarop heel veel mannen (vrouwen mogen dat niet)  in de loop der jaren bladgoud hebben geplakt. Hij wordt steeds dikker en dikker. Het gezicht moet vrij blijven. De mensen aanbidden hem, de mannen van de vrouwen gescheiden. En alles gebeurt natuurlijk weer blootvoets.

We gaan lunchen bij een restaurant waar UD de eigenaar goed kent en hij mag er eten wat hij wil. Voor 17000 Kyats eten en drinken we weer typisch Myanmareten. Heerlijk. Na de lunch zien we hoe het bladgoud gemaakt wordt. Ongelooflijk wat een proces. Eerst puur goud dat tot een streng gemaakt wordt. Dan gaat het in stukjes tussen bladen, een stuk of 50 op elkaar. Dan slaan mannen met een enorme hamer er honderden keren op. Dan wordt het weer gedeeld en weer tussen bladen gelegd en alles gebeurt opnieuw.  Zolang totdat het flinterdun is geworden. Dan leggen vrouwen het in kleine hoeveelheden op papiertjes, meerdere op elkaar en zo worden de pakketjes verkocht. Ik krijg een stukje goudblad op mijn voorhoofd en Frans op zijn hand.

Mandalay-berg-28-12-14Vervolgens gaan we naar de Whwenandaw Monastery. Dit is een van originele koninklijk huis dat geschonken is aan een monnik, waarna het een klooster geworden is. Ongelooflijk mooi houtsnijwerk. Heel dik en diep. Dan gaan we naar de Kuthodaw Pagode. In 729 mini pagodes zijn tegels/bladzijden met boeddhistisch geschriften. Alles bij elkaar het dikste boek van de wereld. Dan gaan we nog naar de Mandalay berg voor een vergezicht over het land en we komen in allerlei ruimten met Boeddhavereringen. Er zit weer een monnik te jeremiëren, luid schallend door geluidsboxen. Hier zie je zuilengalerijen met allemaal inlegwerk van spiegelglas. We vinden dat het wel iets weg van de patronen van de Alhambra in Spanje.

Omstreeks 15.30 worden we weer bij ons hotel afgeleverd.  Lekker in bad, een palmjenever en lezen/schrijven. We besluiten nog wat te eten in het restaurant van het hotel. We zijn een van de twee stellen die wat komt eten. Het is lekker. De sfeer is wat minder. Intussen is er weer iemand op onze kamer geweest om het bed recht te leggen en de badkamer schoon te maken. Er ligt een rozenblaadje in een folie op onze bedden. We gaan koffers pakken en onder zeil.

Maandag 29 dec
De wekker gaat om 6.55. Het is deze nacht nét gegaan met één dunne deken. De nachten zijn een stuk frisser dan de dag. We ontbijten lekker. Weer een eitje naar keuze en dit keer is er ook yoghurt. De koffie is ook lekker.

Om 8.00 uur is UD en de chauffeur al weer aanwezig. In een klein uur rijden we naar het vliegveld. Onderweg is weer van alles te zien. Een markt, stoffige wegtentjes. UD wijst ons de weg naar de check-in en de rest gaat weer vanzelf. Sticker op de mouw, koffernummers aan een label, incheckpapieren. Een paar keer de spullen door een scan. We vliegen weer met een propellervliegtuig. In 35 minuten hebben we 300 km overbrugd. We maken foto’s waarbij we de luchtstroom van de propeller kunt zien op de foto en niet met het blote oog. Bizar.

Na het innemen van de bagage (dit gaat weer handmatig vanaf karren met inruil van je kaartje) en nog een paspoortcontrole staat een dame klaar met een bordje met onze namen. We worden naar onze gids Aung en de chauffeur gebracht. Aung begint gelijk te vertellen wat we gaan doen, geeft vertrouwen en spreekt goed Engels. De tongval is natuurlijk een beetje anders dan die van ons, maar dat went gauw. We rijden een eind. We voelen gelijk dat het weer hier wat minder heet is, er zijn wat wolkenpartijen. Ook is de regio wat rijker, dat zie je aan de bebouwing. Vanwege de temperatuur is hier veel landbouw mogelijk (sesam, kolen, mosterd, etc) en daardoor kan er meer verhandeld worden. We komen ook door een plaats waar de handel bij elkaar komt en doorvervoerd wordt.

De eerste stop doen we aan de kant van de weg waar mensen takken met sesamzaadjes aan het slaan zijn. Er staan karbouwen bij. Dan gaan we naar een grot Mynmathi Natural Cave waarin 600 boeddha's zijn. Er was ooit een monnik die in die grot Boeddha ging vereren. Mensen uit de omgeving wilden graag d.m.v. het plaatsen van een pagode een goed volgend leven, maar niet iedereen kan dat betalen. Daarom worden er in de grotten grote en kleine boeddha's geplaatst met namen en data, ervan uitgaande dat dit ook Boedha zal bevallen. 

We gaan naar een goed restaurant waar we de lunch nemen. Ik neem visprut in banenbladeren gevouwen. Heerlijk. Daarna rijden we naar een hal met een Boeddha Nee Paya, een bamboe Boeddha die met goud bewerkt is. Ook hier begint Boeddha zijn oorspronkelijke vorm te verliezen door het bladgoud. Voor de Boeddha zakken we op de grond en krijgen kopjes thee met nootjes en gefermenteerde theeblaadjes. 

Intussen vertelt onze gids Aung dat hij een 2-maanden oud zoontje heeft. Het is gebruikelijk dat de vrouw thuis blijft wonen en de man erbij intrekt. Hij treft het niet met zijn schoonmoeder. Ze is een in zijn ogen geen prettige vrouw, eentje die alles naar haar hand wil zetten. Ze vindt zijn beroep maar niets: ‘maar wat rondrijden in een auto !’ Zij heeft wel vijf huizen/stukken land en ze vindt dat hij  hard (lichamelijk) moet werken. Soms vlucht hij naar zijn eigen moeder en dan volgt zijn vrouw ook wel eens, om even weg te zijn van schoonmama. Hij heeft een broer die nu in Indonesie is met zijn vrouw omdat ze geen kinderen kunnen krijgen. Daar hopen ze dat wel te kunnen realiseren. Zijn zus woont nog thuis, niet getrouwd, zij is ook gids. Aung heeft jarenlang als kok gewerkt in een restaurant. Daar heeft hij zijn vrouw leren kennen, ze was serveerster. Ook heeft hij daar een goede vriend gekregen. Die werkte te daar als cocktailmaker. Ze schoven elkaar eten en drank toe. Daar is zijn vriend een beetje aan de drank geraakt. Aung heeft belangstelling voor muziek. Hij maakt met zijn vrienden muziek. Hij zingt erbij.

Dan worden we omstreeks 15.00 uur bij ons hotel Dream Mountain Resort in Kalaw afgeleverd. Een gemoderniseerd hotel. Prima ontvangst, alles o.k. Een ruim balkon met middagzon. Ook internet op de kamer. We regelen via het hotel een trip voor morgen de bergen in (anders was het een vrije dag). De gids is er om 17.00 uur en hij vertelt wat we morgen gaan doen.  We gaan lekker lezen op het balkon in de zon, met een wijntje erbij. Om ons heen wordt gebouwd en gezaagd.

We bestellen om 17.30 eten voor de avond. Lekker in bad. We krijgen een seintje dat we kunnen gaan eten. Aangekomen in een kille open zaal staat alles al op tafel. Min of meer koud. Het is wel lekker, maar de ambiance en de temperatuur van het eten is niet echt je dát.  De koffie en het toetje komt tegelijkertijd, dat blijft grappig!

Dinsdag 30 december
Na een goed ontbijt in de koude open zaal, staat om 8.15 de trekkinggids voor onze neus. We lopen vanaf het hotel door een deel van Kalaw. Dan lopen we eruit en komen in prachtige bebossing en landerijen. Omdat het klimaat hier goed is in de winter groeit er van alles: bananen, theebladen, kruiden, sinaasappels en nog veel meer. Her en der zijn mensen op een primitieve manier het land aan het bewerken. De temperatuur loopt snel op. We gaan steeds hoger.

Kalaw-30-12-14Na ruim vier uren komen we bij een uitkijkpunt en daar krijgen we een Indiase maaltijd: pannekoekjes die je zelf vult met een prutje van groente en fruit, verder stukjes  sinaasappel en mandarijn en veel thee. Na ongeveer een uur gaan we weer. De terugtocht is niet zo mooi. We gaan over een brede zanderige weg, waar je stof eet als er een brommer langs komt.

Om 15.00 uur zijn we weer bij het hotel. Dan gaan we lekker in bad, biertje, boekje. We bestellen weer eten, maar laten het nu op de kamer bezorgen.

Woensdag 31 december
In Nederland gaan ze vandaag aan de oliebollen, iets wat dit jaar aan ons voorbij gaat. Wij worden om 8.30 uur door een lachende Aung opgewacht, samen met de chauffeur.  De koffers gaan in de auto en in een paar uur rijden we door allerlei dorpjes en landschappen naar het Inle meer.

Ondertussen laat Aung ons twee nummers van onze eigen dochter horen die hij van Youtube heeft gedownload op MP3. Hij vindt het prachtig.  Ook laat hij nog wat van zijn eigen favoriete muziek horen. We melden ons al even bij het hotel Hu Pin Hotel in Nyaung Shwe zodat we naar de w.c. kunnen. De koffer worden in de gang gezet. De markt die zich voortdurend verplaatst om het Inlemeer is nu hier aanwezig. Dus gaan we nu de markt over. Een kleur aan groenten en fruit, een drukte van belang. Verse en gedroogde vis, diverse hapjes etc.

Inle-meer-31-12-14Van de markt worden we naar het meer gereden (piepklein eindje), waar de chauffeur afscheid van ons neemt. Er ligt van EPG (de zusterorganisatie van Fox)  een VIP-boot voor ons klaar en met z’n drieen, samen met de bootsman stappen we in. We varen een vrij lange tijd over het meer en we zien allerlei boten en ook de vissers die met één been om een stok roeien. Heel bijzonder. We meren aan bij een groot gebouw op palen, waar we zien hoe sigaren worden gemaakt. Dan varen we door een heel oud en authentiek vissersdorp op palen. Alles gaat er met boot. Vervolgens varen we naar een botenwerf. Volgens Aung kost zo'n boot van teakhout 1500 Dollar en met een motor erbij 2000. We kopen er als aandenken een bootje van hout en een flesopener, die we op diverse plaatsen in Myanmar al hebben gezien en ongelooflijk simpel is, schroeven en moeren om een houtje.

Inle-meer-31-12-14-(2)De volgende stop is bij restaurant Royal. We eten er heerlijk en kijken uit over het water. Weer in de boot naar het volgende adres: een weverij met zijde, katoen en de lotusbloem. Uniek op deze plaats. We hebben gezien hoe de miscule draden uit de lotusbloem (steel) worden gehaald. Dan varen we naar de drijvende tuinen. Dat is ook heel bijzonder. Waterplanten vermenigvuldigen zich en gaan aan elkaar vastzitten. De modder van de bodem (slechts 2 a 3 meter diepte) wordt erop gelegd en dan wordt het stevig. Er worden bamboepalen ingeboord om het vast te zetten, zodat het niet wegdrijft.  Dan wordt er van alles op verbouwd.  We zien gewassen met komkommers en tomaten.Tussen de groentebedden is een strook water vrijgehouden zodat de boten er tussendoor kunnen varen. Aung is wat ballorig en stapt even uit de boot om op zo'n groentebed te gaan staan. Alles begint te bewegen. We hebben een enorm plezier. Hij valt bijna om.

Vervolgens gaan we naar de 'Ngaphae Chaung Monastery, wat oorspronkelijk een huis was van de koning en waar hij andere koningen ontving. We varen terug en ergens halverwege stappen we uit bij een kaal gebouw, wachtend op de zonsondergang. Frans legt Aung uit hoe Nederland in elkaar zit en hoe het werkt met de sluizen en de waterhuishouding. Vanaf het water zien we de ondergaande zon. Prachtig.

Om 17.30 meren we aan en lopen naar het hotel. Onderweg komen we nog bij een winkeltje voor accessoires voor gitaren. Frans gaat een paar gitaren bespelen. Ze hebben geen beste kwaliteit. Aung amuseert zich, die vindt muziek maar al te leuk. De eigenaar en zijn vrouw amuseren zich kostelijk. We komen bij het hotel en dan blijkt dat voor oudjaarsavond er al van alles is klaargezet. Vreselijk vette gebakken koekjes (hartig) worden er gebakken en Aung zorg ervoor dat we er goed van worden voorzien. Hij blijft nog even. Er is al muziek, dat door de luidsprekers schalt.

Onze hotelkamer is ver achter het hoofdgebouw, dus hebben we er weinig last van. Dan, na een lekker warm bad, gaan we naar het buffet dat buiten uitgestald staat. Soep, allerlei soorten vlees, nasi, bami, salade. We nemen er een flesje wijn bij en eten ons eten op in een overdekt gedeelte. Met de koffie en nieuwjaarstaart gaan we voor het hotel zitten bij een vuurtje dat daar gestookt wordt. Even aan de praat met het buurmeisje van het hotel, die gids is, en dan een whisky en naar bed. We wachten niet op middernacht omdat het lijkt dat er niet veel spectaculairs zal gaan gebeuren.

Inn-Tain-1-1-15Donderdag 1 januari
De wekker gaat om 7.15.  Een goed ontbijt en om 08.30 staat Aung al weer lachend voor het hotel. We lopen naar het water en daar is onze bootsman van gisteren weer met de Vip boot van EPG. Het is fris, een deken over de benen is wel nodig. We varen naar Inn Tain, een terrein met wel 1000 vervallen pagodes. Indrukwekkend. Voor de stevigheid zijn de pagodes om een boom heen gebouwd en je ziet dat sommige bomen weer uitgelopen zijn. Sommige pagodes worden door mensen gesponsord om weer gerestaureerd te worden. Aung weet de leuke paadjes te vinden. Daar waar het weer druk wordt en allerlei mensen ons sjaals en schilderijen en houtwerk willen verkopen gaan we even een biertje drinken. Vervolgens lopen we weer naar de boot.

Dan varen we weer terug richting Nyaung Shwe en eten we aan het water bij een restaurant op de bovenverdieping een warme maaltijd. Deze is wat minder goed. We praten gezellig met Aung over zijn middelen van bestaan. Omdat het gidsseizoen maar 5 a 6 maanden is verdient hij net te weinig. Hij heeft nog een stuk grond (gekocht van geld bij zijn huwelijk) waarop hij avocado's en tomaten verbouwd. Soms verkoopt het goed, soms niet. Ook koopt hij producten in, zoals knoflook en verkoopt ze met winst (hoopt hij).

Nyaung-Shwe-1-1-15We varen terug naar Nyaung Shwe en dan lopen we even naar het hotel om schoenen te wisselen. We gaan vervolgens fietsen huren, nou ja..... fietsen?  We fietsen over de hobbelige en stoffige wegen naar een wijngaard van een Fransman en op een heuvel boven de wijngaarden met een prachtig uitzicht proeven we vier wijnen. Eentje vinden we lekker en daar nemen we een glas van en we nemen er een fles van mee. We kijken daar naar de ondergaande zon, fietsen weer terug en leveren de fietsen af en zeggen Aung gedag. We lopen nog even rond, kopen een chipje en gaan dan naar het hotel voor een lekker bad, wijntje, knabbeltje, boekje.

Vrijdag 2 januari
Om 7.45 wekker. Dit is onze laatste dag. Aung komt ons met een nieuwe chauffeur om 09.00 ophalen. Onderweg laat hij nog een bijzonder klooster zien. De koning was bang voor overvallen en aan beide zijden van het klooster waren torens van waaruit de 'vijand'  in de gaten gehouden kon worden.

In het klooster zitten jonge monniken op de grond en zijn hard aan het studeren. Ze hebben in februari examen. Het is een prachtig klooster van binnen. In mininisjes staan allemaal heel oude boeddha's, sommigen bedolven onder het spinneweb. Een aantal zijn opgeknapt door donateurs. Dan rijden we naar het vliegveld van Heho, waar we op het vliegtuig naar Yangon gezet worden.

Na een vlucht van ongeveer 1 uur en 20 minuten worden we opgehaald door een nieuwe vrouwelijke gids met de chauffeur die we eerder in Yangon hadden. We willen eigenlijk wel naar het museum, maar volgens de gids is deze om 16.00 uur gesloten. Na het inchecken bij het Pandahotel, waar we de eerste nachten ook hebben doorgebracht,  gaan we direct op pad. We willen lopen naar een kunstmatig meer, maar we pakken al gauw de taxi. Het is niet echt leuk lopen langs de stoffige wegen en het drukke verkeer. Het meer is niet echt daverend, we kunnen er niet omheen lopen en er is weinig te zien of te doen. We gaan een biertje drinken op een terrasje. Dan lopen we wat rond en lopen dan terug naar het hotel, een heel eind, maar het is leuk om het straatbeeld mee te krijgen. Met donker komen we aan. We nemen lekker een bad en nemen dan de taxi naar het restaurant Padonmar waar we de eerste avond ook waren. Wederom hebben we heerlijk gegeten.

Zaterdag 3 januari
Om 09.00 komt de gids met chauffeur ons weer halen. We worden in 3/4 uur naar het vliegveld gebracht. Het inchecken gaat snel. We kopen nog een paar dingen.  Om 12.15 uur vertrekken we. In ruim 2 uur vliegen we naar Kuala Lumpur. We moeten daar 7 1/2 uur wachten. Het is een vreselijk vliegveld. Ongezellig, weinig plek om relaxed te zitten. Onvriendelijk: als je met Dollars betaalt krijg je in Maleisisch geld terug, waar je verder weinig mee kunt. Met Visa kun je wel betalen, maar de betaalapparaten doen het niet altijd. Ik wil twee kleine flesjes bier kopen en kom erachter dat ik 28 Dollar af moet rekenen. Ik zeg dat ik het niet kan geloven en het ook niet wil betalen, ik zie af van de bestelling. We vinden twee redelijke stoelen en blijven daar uren zitten. Er draait een film op een groot t.v.scherm, er is internet.

’s Nachts om 24.00 vertrekken we. Na 13 ½ uur vliegen komen we om 7.15 aan op Schiphol. We kunnen nog net de trein van 8.07 halen en stappen omstreeks 9.30 ons vertrouwde huis binnen. We zijn blij weer thuis te zijn, maar we hadden ook graag nog een paar weken in Myanmar willen blijven.

Wát een fantastische reis wat dit. Een 10 voor Fox en EPG. Uitstekend georganiseerd, een prachtig afwisselend programma en we hebben enorm aardige mensen ontmoet. Misschien gaan we nog eens terug. 

KENMERKENDE ZAKEN MYANMAR
In Yangon mogen geen bromfietsen meer rijden vanwege de drukte en de luchtvervuiling.  In de andere plaatsen stikt het van de brommers, scooters en allerlei andere vervoermiddelen (karren, paardekoetsen). Het is gebruikelijk om constant te toeteren. Toeren als je iemand passeert, als je iemand wilt passeren, als er gevaar is, als er een bocht komt, als je iets wilt zeggen tegen andere weggebruikers (zoals wij binnen de auto praten of mopperen).

De wegen zijn heel wisselend. Sommigen goed geasfalteerd, anderen met knipgaten. Soms wordt een weg zomaar onderbroken door een stuk zandweg.

Soms hebben we het idee dat we 50 tot 100 jaar teruggaan in de tijd. Veel dingen gaan heel primitief. Op scooters en brommers zitten soms meer dan twee mensen en de vrouwen zitten met de benen aan een kant, zoals dat vroeger bij ons ook was. Ze hebben allerlei soorten helmen op, maar de kinderen tussen hun in hebben niets op hun hoofd. Sommigen hangen aan de borst. Op de fietsen, brommers wordt van alles gestapeld en aangehangen. Brommerrijders toeteren ook constant. Chinese buffels: zijn auto's waar voorop een soort tractormotor zit.

Het verkeer rijdt rechts, maar de auto's komen tweedehands uit Japan of China, waar ze links rijden en het stuur zit vrijwel altijd rechts. Grappig was dat als we in de auto van de chauffeur in Kalaw stapten er een vrouwenstem iets zei. We vroegen wat het was. De chauffeur wist het ook niet. Het bleek een soort waarschuwing te zijn voor ' riemen vast' in het Japans. Sommigen dragen ook een juk waar emmers of manden aanhangen. Het weven vindt ook plaats op de ouderwetse manier. Als je door sommige dorpen rijdt hoor je het klatsen van de weefgetouwen.

Jongeren en ouderen lopen met Samsung en Sonysmartphones rond. Heel bizar. De ontwikkeling van vaste telefoon, naar mobiel, naar smartphone  zoals bij ons verloopt hier wat sneller.
Haardracht van jongens ziet er heel gay uit.

Vrouwen, soms ook mannen, smeren hun gezicht vol met tanaka.

Van bamboe wordt alles gemaakt. Van eten tot steigers, trappen, stoelen. De zaken gebeuren niet Arboverantwoord. We zien gevaarlijke klimsituaties, maar dat lijkt zo te horen.

Er is een groot contrast van enorme rijkdom van tempels en pagodes en de armoede van de mensen. Het lijkt dat mensen van bijna niks ook nog offeren.

De mensen zijn ontzettend vriendelijk. Goedendag = Mingelaban wordt overal gezegd of bij het eten wordt na iedere handeling gezegd ' thank you'.  Wij proberen ook Mingelaban te zeggen, maar vergeten het constant. Ook Jesubabe (bedankt). De gids AA zei het ons telkens voor als we iemand moesten bedanken.

De mensen zie je heel veel gehurkt zitten, benen iets uit elkaar en met het achterwerk bijna op de grond. Ze kunnen het ook lang vol houden.

Op straat lopen overal zwerfhonden.

Het leven is doorspekt van het Boeddhisme. Overal is lawaai. Her en der zijn geluidsinstallaties waaruit gebeden worden geblèrd. Soms al om 5.00 uur 's ochtends.

Gestolen wordt er vrijwel niet. Het is ook een van de geboden van Boeddha.

De chauffeurs zijn bijzonder galant. Ze houden altijd de deur voor je open. Voor ons is er altijd een flesje water. Als we op blote voeten hebben gelopen en we komen terug in de auto, krijgen we een doekje om onze voeten schoon te maken.

In de hotels staan er altijd flesjes water voor ons klaar. Ook zijn er slippers.

Bij openbare toiletten bij plaatsen met boeddha's (waar je dus op blote voeten loopt) staan slippers klaar. Meestal zijn het hurk-w.c.'s en dan is het wel handig als je niet in de urine stapt.

Op sommige openbare plekken staan dames bij de wasbakken. Ze smeren je een beetje zeep op de hand, geven je papier om af te drogen en gaan er dan vanuit dat je wat betaalt. Grappig is dat ze 1000 Kyats bovenop hebben liggen wat wel een beetje veel is. 200 is normaal voor zoiets.

Bijna overal, ook in de hotels, moet je het toiletpapier in een bak gooien i.p.v. in het toilet.

Er worden voorbehoedsmiddelen gebruikt. Per gezin zijn er nu 2 tot 3 kinderen.

Volgens de gegevens leeft een derde deel van de bevolking onder de armoedegrens. Je ziet overal bedelende mensen en iedereen spurt op je af om wat voor je te doen, tegen betaling natuurlijk en overal waar je komt, bij alle bezienswaardigheden, wordt aangedrongen om wat te kopen.

Waardeer dit reisverslag

De waardering is een leidraad en heeft geen invloed op de plaatsing van het verslag!

Terug naar boven