20-daagse groepsrondreis Hemels Koninkrijk

R. Plukkel

Reisdatum: 20-05-2016 t/m 08-06-2016

Op zaterdag 20 mei om 20.55u vlogen we in een rechtstreekse vlucht van Amsterdam naar Chengdu in China. Op het vliegveld maakte ik kennis met de anderen van de groep, in totaal 8 personen en Patrick de reisleider zagen we in Chengdu, maar hij zat wel in het vliegtuig.

De volgende dag vroeg op, om half negen, om de panda’s te zien eten, want de rest van de dag slapen ze. Jammer dat het goot van de regen en dat deed het de hele dag dan ook. Daarna door naar het Wenchu Klooster, wat een mooi klooster is en s ’middags naar het Renmin Park, waar de Chinezen normaal hun vrije tijd doorbrengen, maar het nu lieten afweten.

In de avond nog naar de voorstelling van Changing Faces geweest. Een waar Chinees spektakel en waar ze in een oogknip de maskers voor hun gezicht veranderen. Vroeg naar bed, want de vlucht naar Gonggar, Lhasa de volgende dag  was de eerste vlucht(7.00u) en daar hadden we dus een volle dag te besteden.

Daar wachtte de Tibetaanse gids Jingme ons op.  Wel eerst wennen aan de hoogte. Niet te hard lopen, veel drinken en blijven eten, was het advies van Patrick, de reisleider.

Later die dag hebben we een wandeling gemaakt door het oude gedeelte van Lhasa en eindigden op de Barkhor voor de Jokhang Tempel, waar veel mesen waren, die zich uitstrekte op straat en weer opstonden. Eten deden we bij Dunja, een restaurant, dat gerund wordt door Nederlanders. Daarna naar het Potala paleis voor foto’s bij avondlicht, wat een mooi effect geeft aan de foto’s.

De volgende dag de Jokhang Tempel met een bezoek vereren, eerst de postrerende mensen voor de tempel (postreren is het uitstrekken op straat, opstaan, rituelen met de handen en weer uitstrekken op straat, en dit om in een volgend leven het beter te krijgen) en dan de tempel zelf. De Jokhang tempel is de belangrijkste tempel in Tibet, omdat daar het eerste Boeddha beeld is gebracht. Staande bij het beeld, waar we uitleg kregen van Jingme, de Tibetaanse gids, was een monnik de offergaven (fruit) aan het verversen en wat schept onze verbazing, de monnik wenkt onze gids en kreeg voor ons een kam bananen, die was voor ons bedoeld. We kregen dus een heilige banaan. Maar wat een mooi gebaar en wat een mooie tempel.

‘s Middags het Pabonga klooster, en de skyburrial plaats. In het Pabonga klooster waren de eerste vertalingen van de leer van Boeddha van het Sanskriet in het Tibetaans en daarom ook een belangrijk klooster. De sky burrial plaats is een plek, waar de Tibetanen na hun dood door een monnik van hun ziel wordt bevrijd, in stukken gehakt en daarna aan de natuur wordt terug gegeven en de gieren doen de rest.

De volgende dag was het Potala Paleis aan de beurt, maar omdat ik die dag heel erg kortademig was, heb ik het niet bezocht. Heel erg jammer, maar het moet er prachtig geweest zijn volgens de anderen en het boek dat door mij gekocht is. Het Potala Paleis is een van de heiligste plaatsen in het boeddhisme en tot 1959 zetelde er de Dalai Lama. Hij moest niet alleen zijn residentie verlaten, maar ook het land naar Dharamsala in India vluchten.

Later naar het Sera Klooster, daar was een nieuwe regeling bij de debatterende monniken: geen foto’s met het fototoestel, maar wel met de telefoon.

Na deze mooie dag  een reisdag naar Gyantse met stops bij o.a. de Tibetaanse Mastieven, mooie grote honden, die als ze niet getemd zijn, hele kuddes schapen en geiten tegen de wolven beschermen. Prachtige passen overgegaan, o.a. de Kambala pas met zijn schitterende Yamdrok meer, de Simila pas op 4200mtr. en de Korala pas op 5039 mtr. met de  gletsjer en tot slot de Simi La Tso met zijn smaragd groene meer  en overal en  altijd maar weer die gebedsvlaggen, prachtig. Ook de andere stops waren zeer de moeite waard.

In Gyantse het oude plaatsje bekeken, waar de koeien nog voor de deur en beneden op stal staan en de mensen wonen en slapen daarboven. In de middag naar Shigatse, door een prachtige vallei en waar we op een top van een berg gebedsblaadjes met mantra’s hebben mee laten waaien  met de wind. De betekenis van deze blaadjes en de gebedsvlaggetjes is dat ze worden geacht vrede, compassie, kracht en wijsheid te verspreiden. Tibetanen geloven dat bij het wapperen in de wind de gebeden en mantra's opstijgen naar de goden, die voorspoed brengen aan de ophanger, zijn familie, vrienden, bekenden en zelfs vijand, de vijf kleuren symboliseerden de vijf elementen aarde, water, vuur, lucht en ruimte, die in balans gebracht moesten worden. Op de vlaggen werd een paard geschilderd dat samen met de wind, het symbool was van vitale energie en dat deze paarden de mantra’s en gebeden snel naar de goden galopperen.

We hebben het Tashilhunpo klooster in Shigatse bezocht. Weer een mooi klooster met allerlei mensen die de kora liepen. Het is het klooster van de Panchen Lama, die door de Chinese overheid is aangesteld. Door een bericht van de Chinese overheid mochten we niet met de bus naar Kathmandu en moesten we uitwijken naar Tsetang waar het Samye klooster is. Het is het eerste boeddhistische klooster dat werd gebouwd en heeft de vorm van een mandala. Het Yumbulakhang paleis lag hoog op een berg, maar je kon ook op een paardje er naar toe, maar deze keer lieten mijn darmen mij in de steek en heb ik verstek laten gaan om naar boven te gaan en ben beneden gebleven. Maar de graftombes van de eerste koningen heb ik wel gezien.

Toen weer de volgende dag naar Lhasa, waar we naar Kathmandu vlogen en weer een andere gids, nl. de Nepalese Robindra op ons wachtte en vervolgens hebben we Bakthapur met het Durban Square bezocht. De mooie oude tempels en vooral die van hout stonden nog fier overeind, maar de stenen tempels waren weg of zwaar beschadigd en van de huizen waren de gevolgen  van de aardbeving van een jaar eerder (2015) nog goed te zien.

Een dag later gingen we naar de Swayambhu, een stupa met ogen en waar veel apen wonen en die dan ook wel Apentempel wordt genoemd. Daarna door naar Durbar Square, waar ook weer oude tempels zien en het huis van de kindgodin Kumari, die we zelf ook te zien krijgen. Ook waren er overal mensen, die wat probeerden te verkopen om zo weer eten te kunnen kopen. Ook de Bouddhanath Tempel werd niet overgeslagen, maar door restauratie waren de grote ogen waar hij zo bekend om is, niet te zien. Hij was goed in gepakt om later weer mooi tevoorschijn te komen.

Als laatste, die dag naar Pushpatinath, daar waar de Saddhu’s zijn en de belangrijkste Hindoe tempel is aan de Bagmati rivier. De tempel mogen wij als niet Hindoe niet in, wat wel jammer is, maar de Saddhu’s, die er zaten maakten veel goed en werden dan ook veelvuldig op de foto gezet.

Dan is het de bedoeling dat we naar het Chitwan Park gaan, maar doordat er een verschuiving van een deel van de berg is en die op het wegdek is terecht gekomen en er een lange file is ontstaan, gaan we eerst naar Pokhara. Daar staat er voor de volgende dag een lange en vrij zware wandeling op het programma, maar deze laat ik lopen en ga inkopen doen en kijken bij het Pewa meer.

Later op de dag gaan we naar het boeddhistische Karma Dudgyud Chhoekhorling Manang Klooster, waar zeer jonge monniken wonen en les krijgen in Chinees, Tibetaans en de leer van boeddha. We wonen er een Shanti-dienst bij, waarbij er op verschillende instrumenten wordt gespeeld en er worden mantra’s opgezegd (gepreveld).

Dan gaan we een dag later naar het Chitwan Park en laten ons op een ossenwagen rondrijden door Taru dorpjes en zien de olifanten terugkeren van hun werk.

De dag daarna gaan we in een uitgeholde boomstam door de rivier varen krokodillen spotten en zien, en lopen door het veld, waar we herten en meer “wild” zien. ‘s Middags gaan we met de jeep erop uit om neushoorns te vinden en ook dat is gelukt. Ook zijn we bij een krokodillen farm, waar deze beestjes gekweekt worden en vrij gelaten als ze groot genoeg zijn.

De volgende dag, op weg naar Patan zien we verschillende hangbruggen, stoppen daar en maken foto’s. Hangbruggen doen mij iets, geweldig vind ik ze! Langs deze weg loopt in de diepte een rivier en door middel van die hangbruggen over dat ravijn hoeven ze geen einden te lopen en met name voor de kinderen is dat geweldig, want die kunnen nu door over die hangbruggen te gaan gemakkelijker naar school.

In Patan lopen we door de kleine straatjes naar het Durbar Square en we zien het Koninklijk Paleis en we vergeten de Kva Bahai of wel de Gouden tempel niet. Daar is veel goud in verwerkt en de hoofdpriester is een kind (jongentje) van elf jaar oud.  Via oud Kathmandu naar  de wijk Thamel gelopen om wat te eten, nog wat souveniers in te kopen en de volgende dag naar het vliegveld om met een avondvlucht naar Delhi te gaan, een lange tussenstop en dan met een nachtvlucht, de volgende dag op Schiphol te landen.

Einde van een prachtige reis met vele mooie momenten, besneeuwde bergen en gebedsvlaggetjes, tempels en kloosters, cultuur en natuur en vele, vele mooie mensen.