Land van de Heilige Inca's

Vakantie Peru

18-daagse groepsrondreis Peru & de Inca's

P. Scholten

Reisdatum: 28-05-2018 t/m 14-06-2018

Groepsrondreis Peru & de Inca's

Elk jaar een mooie reis maken naar een verre bestemming, daar hechten mijn vrouw en ik meer waarde aan dan aan bijvoorbeeld een dure auto of prijzige hobby's. Hoewel je eigenlijk onze jaarlijkse tijdbesteding ook wel een hobby zou kunnen noemen. De bestemming wordt heel democratisch gekozen, in de even jaren kiest mijn vrouw de reisbestemming uit en in de oneven jaren heb ik het voor het zeggen.

Dit jaar dus Peru omdat, zoals mijn eega opmerkte, "het vanaf 2020 moeilijker wordt om Machu Picchu te bezoeken". De Peruaanse regering wil dan het massale toerisme naar de oude Inca-stad enigszins aan banden leggen. Op de Inca-trail geldt die restrictie al. Per dag mogen niet meer dan 500 wandellustigen van het voetpad gebruik maken, ik ben op 8 juni één van de gelukkigen.

De reisleider
Jeroen, een bijzonder reislustig type, is op deze reis onze reisleider. Hij spreekt goed Spaans en heeft een voorliefde voor Latijns-Amerika en Peru in het bijzonder. Hij vertelt graag over het land en haar inwoners maar schuwt het niet om af en toe enkele kritische kanttekeningen te plaatsen. Hij leidt ons reisgezelschap strak en geeft aan de groep vooraf aan, te laat te komen niet te accepteren. "Op tijd is op tijd" is zijn leuze. Fietsen doet Jeroen graag en is in het verleden al een keer naar Timboektoe en weer teruggefietst om zich te verdiepen in het conflict Christendom/Islam en zich daarvoor laten sponsoren om een tractor te kopen voor een Project in Mali.

Lima
Het is vaak een beetje mistig in Peru's hoofdstad, dat komt niet door de smog maar door de vochtige lucht die vanuit zee landinwaarts stroomt. De temperatuur is met 20 graden wel aangenaam. Na een vlucht 12 uur heeft het vliegtuig, een Boeing 777 van de KLM, de 10.659 kilometer overbrugt en landen we op de luchthaven Jorge Chávez International in Lima. We maken kennis met andere groepsleden en natuurlijk met reisleider Jeroen. Eenmaal in de bus onderweg naar het hotel feliciteert hij ons met de keuze voor Peru, volgens hem de mooiste reis in het aanbod van Fox, en begint hij zijn verhaaltje over de fooienpot en de entrees van de bezienswaardigheden.

Hotel Britania, onze verblijfplaats voor twee nachten in Lima, ligt in de jonge en hippe wijk Miraflores, vlakbij waar allerlei leuke restaurantjes te vinden zijn. Eten doen we niet meer maar we pinnen wel Peruaans geld en we drinken wat in een cafeetje in de buurt.

De volgende dag treden we na het ontbijt aan voor een stadstour door Lima. Allereerst gaan we naar een piramide achtig iets, gemaakt door een oude beschaving. Het is de Huaca Pucclana uit de pre-Inca tijd en wordt de laatste tijd blootgelegd door archeologen. Waar het precies voor diende is niet bekend omdat de oude volken geen schrift gebruikten. Elke gissing over het nut van het bouwwerk kan waar zijn of niet. Wie het weet mag het zeggen. Het Plaza San Martin, wat we vervolgens bezoeken, is niet het hoofdplein van Lima, dat is het Plaza Mayor, maar is toch bijzonder.

Onafhankelijkheidsstrijder Generaal José de San Martin houdt, gegoten in brons en gezeten op een paard, de wacht over het plein. Het door zuilengangen omgeven plein is gerestaureerd en de gebouwen zijn opnieuw geschilderd. Aan de noordoostzijde staat "Gran Hotel Bolivar", wellicht het bekendste hotel van de hoofdstad. Verschillende staatsmannen uit Noord- en Zuid-Amerika, waaronder de presidenten Kennedy en Nixon hebben hier gelogeerd. Wij mogen de imposante lobby bekijken waar zelfs een T-Ford uit 1920 staat opgesteld. Het hotel is in 1910 opgeleverd en heeft een neoclassicistische stijl.

Dan lopen we via de Jir'on de la Uni'on, ooit de chicste winkelstraat van Lima, naar het Monasterio de San Francisco. De kerk is grappig wit/geel geverfd maar de binnenkant is echt bijzonder. De koepel is van Panamees cederhout en uitgevoerd in Moor-Andalusische mudejarstijl. Onder de acht lagen verf zijn bij de wanden 17-eeuwse muurschilderingen vandaan gekomen. Het klooster heeft vele aardbevingen overleefd dankzij de solide basis van zijn catacomben die tot 1810 dienstdeden als begraafplaats. We lopen door de ondergrondse vertrekken waar alle schedels en botten van de overleden monniken netjes zijn gesorteerd en tentoongesteld worden aan ieder die dat wil zien. Het geeft mij een gevoel dat het leven eindig is en nog een goede reden om zoveel mogelijk uit dit aardse leven te halen.

De wisseling van de wacht bij het presidentiele paleis is het volgende bezoek. Een orkest begeleidt de ceremonie en parmantig stappen de in rood/blauw uniformen gestoken soldaten over het plein, halen twee vermoeide collega's op en laten twee uitgeruste achter.

Plaza de Mayor ligt midden in het historische hart van de stad en de gebouwen rondom het plein zijn okergeel beschilderd, behalve dan het presidentiele paleis wat onbeschilderd door het leven moet. Aan de oostkant staat Catedral de San Juan Evangelista. Vele aardbevingen heeft de kerk meegemaakt en is daarbij beschadigt en even zovele keren is het weer opgebouwd. Misschien dat daardoor de inrichting van de kerk wat sober is. In de zijkapel is het graf van de grote veroveraar van Peru; Francisco Pizzaro. Muur mozaïeken vertellen wat over zijn gewelddadige leven. Volgens Jeroen is het toch wel bijzonder dat een man die zijn hele leven weinig anders gedaan heeft dan de schedels van indianen inslaan, hier zo vereerd wordt.

Het gemeentebestuur van Lima is er inmiddels van overtuigd dat het leefgenot van de bewoners samenhangt met de kwaliteit van de stad. Aan de kust is er daarom een fiets/wandelpad compleet met fitness apparaten en een parkje voor verliefde mensen aangelegd, waar mijn vrouw en ik doorheen lopen, terwijl de andere groepsleden een fietstour maken. Tijdens de wandeling door "Parque del Amor" spotten we het innige beeld "El Beso" (de Kus) van de Peruaanse kunstenaar Victor Delfin en een vuurtoren. Parapenters scheren laag over en surfers ontwikkelen een aardige snelheid dankzij de golven van de Stille Oceaan. Na de activiteit eten we bij een restaurant en proef ik mijn eerste pisco-sour, de nationale (sterke) drank van Peru.

Ballestas eilanden
De volgende dag staan we vroeg op om naar de Ballestas eilanden te gaan. We rijden naar Paracas en krijgen daar een uitleg van een zelfingenomen gids die elke zin in het Engels begint maar halverwege overschakelt naar het Spaans. Hij vindt zichzelf erg grappig en dat er niemand om zijn grapjes lacht is voor hem geen reden om dat zelf niet te doen. Ik begrijp eigenlijk niets van zijn betoog en laat het maar verder zo. In de boot moeten een zwemvest aan, wat eigenlijk m.i. een verkeerde benaming is want zwemmen gaat juist veel slechter met zo'n ding aan. Ondertussen vaart de boot met een aardig gangetje richting de eilanden en onderweg zien we de Candalabro, een grote in het zand getekende afbeelding van een cactus. Eenmaal aangekomen bij de Ballestas eilanden spotten we jan van genten, aalscholvers, zeeleeuwen en pinguïns. Helaas geen albatrossen, die zijn waarschijnlijk op vakantie. Tot het eind van de negentiende eeuw werd de vogelpoep van al die vogels van de rotsen geschrapt en verkocht als guano, destijds een gewilde meststof voor het boerenbedrijf. Na de uitvinding van kunstmest, begin twintigste eeuw, is de guano winning een stuk verminderd.

Ica
Een regenbui is bijzonder in Ica. De druiventeelt voor wijn en de traditionele drank pisco moet het dan ook hebben van irrigatiekanalen. De eerste daarvan stammen nog uit de Inca-periode. Nadat we een drankdestilleerderij bezocht hebben, uitleg hebben gekregen over het fermentatie- en destillatieproces en natuurlijk verschillende soorten Pisco hebben geproefd, komen we aan bij Huacachina, de lunchlocatie voor vandaag. Het is een prachtig gelegen hotel aan een meertje. Over het meer bestaat een aardige legende. Een prinses staat op het punt om te trouwen maar haar geliefde wordt kort voor de huwelijksceremonie weggeroepen om te strijden met een naburige stam. Kortom de geliefde sneuvelt en het feest gaat dus niet door. De prinses huilt elke dag zoveel dat door haar tranen een meer ontstaat. Uiteindelijk kan ze er zelfs in baden. Dat doet ze elke dag, tot ze op een keer wordt gadegeslagen door een verdekt opgestelde jager. Als zij hem na verloop van tijd in de gaten krijgt, schrikt ze daar zo van dat ze wegrent. Dat doet ze met zoveel kracht dat daardoor de zandduinen ontstaan...

Een gedeelte van de groep, waaronder ikzelf, wil dan nog wel het streekmuseum van Ica bezoeken. Het Museo Regional is volgens de reisgids één van de betere kleinere musea van Peru. De tentoongestelde keramiek uit de Nazca en Inca periode lijkt wel nieuw alsof het gisteren bij de IKEA is aangeschaft. De schedels en mummies zijn even luguber als interessant en de kledingcollectie is groot met zelfs een omslagdoek die ingeweefde ara-veren heeft. Ook is er een hand te bewonderen die jarenlang onder het droge woestijnzand heeft gelegen en voor wetenschappelijk onderzoek in een zoutoplossing gehydrateerd is. Fantaserend stel ik me voor hoe het zou zijn om iemand die eeuwen geleden is overleden de hand te schudden.

Nazca
De Nazca cultuur heeft bestaan van 200 voor Christus tot aan het einde van het eerste millennium maar is minder bekend dan de Inca-periode. De cultuur was religieus getint, er werden schedels aan de goden geofferd om ervoor te zorgen dat het land vruchtbaar bleef. Daarnaast hield men zich bezig met astronomische studies. De Nazca-lijnen zijn een tastbaar onderdeel van deze beschaving. We maken een rondvlucht boven de figuren die vanaf het maaiveld nauwelijks zichtbaar zijn. Maria Reiche, een Duitse wiskundige en archeologe, heeft vrijwel haar gehele leven onderzoek gedaan naar de lijnen en hun eventuele betekenis. Ze kwam tot een voor mij aannemelijke theorie dat de tekeningen een astrologische kalender vormen. Deze theorie wordt echter niet door iedere wetenschapper gedeeld. Even onbegrijpelijk als fascinerend zijn de figuren wel en ik vraag me af, daar ben ik waarschijnlijk niet de enige in, waarom een volk grote figuren op de woestijnbodem maakt zonder het resultaat te kunnen aanschouwen.

's Middags gaan we mee met de "buggy and sandboarding tour". Allereerst rijden we met de voertuigen naar een door de Inca's gemaakte Ocongalla Aquaducten. Op een of andere manier wisten de Inca's waar ondergrondse rivieren stroomden en sloten daar hun aquaducten op aan. Het water werd gebruikt voor de landbouw en als drinkwater. Dan rijden we door de Usaca Desert naar een oude Inca-tempel, Cahuachi, die momenteel weer onder het zand vandaan gehaald wordt. Een geweldig complex wat in zijn tijd de grootste en machtigste van zijn omgeving moet zijn geweest.

Op weg naar de zandduinen rijden we langs dodenakkers. Tijdens een stop zien we dat menselijke botten en schedels hier gewoon, door de zon gebleekt, in het zand liggen. Geld om het te conserveren is er niet en men laat de omgeving zoveel mogelijk met rust om de plaats niet verder te onteren, zoals de grafrovers eerder wel hebben gedaan.

Als sluitstuk van de buggy-tocht rijdt de chauffeur, aangemoedigd door zijn gids, knoeperd hard over de zandduinen en pakt daarbij enkele steile hellingen. Weer boven op de zandduin aangekomen kunnen de groepsleden op een sandboard plaatsnemen en met een behoorlijke gang de duin afroetsjen. Na al het snelheidsgeweld worden we weer naar het hotel gebracht.

De sterrenhemel is anders op het zuidelijk halfrond en voor degene die dat willen krijgen 's avonds uitleg over enkele sterrenbeelden, zoals het Zuiderkruis, die in Nederland net zo onzichtbaar is als de Poolster voor de mensen ten zuiden van de evenaar. Ook wordt de telescoop op Jupiter gericht en onderscheiden we twee manen van Jupiter, Europa en Ganimedes. Verder volgt er nog een uitleg over de bevindingen van Maria Reiche en haar ontdekking dat vele van de Nazca-lijnen overeenkomsten hebben met de sterrenhemel in die tijd.

Arequipa
Met bijna 900.000 inwoners is deze stad in grootte de tweede stad van het land, 2325 meter boven de zeespiegel en 1000 kilometer van Lima. Dat is ongeveer de afstand tussen Maastricht en Wenen. Het plein in de stad heet zoals in zoveel Peruaanse steden "Plaza de Armas" en geldt dankzij de kathedraal en de koloniale gebouwen als een van de mooiste van het land.

Over de naamgeving van de stad doen verschillende verhalen de ronde. Het volk Aymara noemde de stad zo omdat Ari "berg" betekent en Quipa "achter". De plaats achter de berg dus, waarbij met berg de vulkaan Misti bedoeld wordt. In een ander verhaal reisde de vierde leider van de Inca's, Mayta Capac, door de vallei. Hij vond de omgeving zo mooi dat hij tegen zijn reisgezelschap "Ari Quipa" riep wat grof vertaald zou kunnen worden als: "Ja, hier blijven wij".

De weg van Nazca naar Arequipa is lang, bochtig en druk, dus een groot gedeelte van de dag wordt met de busrit in beslag genomen. Onderweg zien we een vulkaan waar op dat moment net een pluimpje rook uit komt, bijzonder en volgens reisleider Jeroen heel toevallig.

Eenmaal in Arequipa aangekomen is er toch nog tijd om het Plaza de Armas te bezoeken. Catedral San Pedro ligt met zijn twee toren aan een kant van het plein, de overige zijden worden in beslag genomen door twee verdiepingen hoge zuilengalerijen. De gebouwen verraden Moorse invloeden en zijn na de aardbeving van 2002 weer keurig gerestaureerd. In het centrum van het plein staat een witte fontein die voor ons helaas niet zichtbaar is omdat hij op dat moment toevallig net opgeknapt wordt. De Engelse gaslantaarns verlichten mooi de nadrukkelijk aanwezige palmbomen en de gebouwen rondom het plein.

De volgende dag staan we weer op het Plaza de Armas en bekijken al het moois bij daglicht. We bezoeken de Catedral maar mogen, omdat er net een mis aan de gang is, niet uitgebreid de binnenkant bekijken.

Dan maar naar de Jezuïetenkerk La Compania met zijn bijzonder versierde voorgevel. Die bestaat uit o.a. voorstellingen van Goede-Vrijdagmissen waarbij de engelen zijn afgebeeld met indianenhoofden en één ervan zelfs een verentooi draagt. De rest van de gevel strijden de zuilen, zigzaglijnen, bloemen, vogels en wijnranken om de meeste aandacht. Tot slot het ingemetselde jaar van voltooiing, 1698, van de kerk. De binnenkant is al even indrukwekkend met een verguld altaar in Peruaanse barok. In de sacristie is het plafond overdekt met miniatuurschilderingen en het snijwerk is belegd met bladgoud en rode verf.

We lopen verder naar een museum waar het ijsmeisje "Juanita" in een doorzichtige diepvrieskist ligt en ze ziet er, ondanks haar leeftijd van 500 jaar, erg goed uit. Juanita is feitelijk het slachtoffer geworden van het Inca-geloof. Dat schreef voor om regelmatig kinderen te offeren teneinde de goden gunstig te stemmen zodat men bespaard zou blijven voor aardbevingen en vulkaanuitbarstingen. We bekijken eerst de documentaire in het museum om vervolgens het meisje aan een nadere inspectie te aanschouwen.

De grootste bezienswaardigheid van Arequipa is het Santa Catalina klooster. Gesticht in 1580 als bescherming voor de dochters van de voornaamste families in de stad. Tot 1970 is het klooster afgesloten geweest van de buitenwereld en is sindsdien voor het publiek toegankelijk. Een klein gedeelte van het klooster wordt nog bewoond door nonnen. Het vormt een stad op zich en de kleurig beschilderde huizen zijn stuk voor stuk het fotograferen waard. De vijfhonderd nonnen die hier in het verleden woonden moesten allemaal een bruidsschat van minimaal 1000 goud peso meebrengen. Wat een flink bedrag was. In het klooster is het rustig, in tegenstelling tot als men weer buiten komt. Dan raast het verkeer al toeterend weer voorbij.

De bewoners van Arequipa voelen zich wat meer dan de gemiddelde Peruaan en willen, net als de Catalanen en de Basken in Spanje, onafhankelijk worden. Maar de mensen uit Lima lachen erom en vinden dat ze zich niet zo moeten aanstellen. Wij eten 's avonds voor het eerst in ons leven Alpacavlees en genieten ervan.

Op zondagmorgen rijden we via de Colca Canyon naar het dorpje Coparaque nabij het plaatsje Chivay. Onderweg gaat het regenen en het zicht is niet meer dan een teleurstellende 300 meter. Het uitzichtpunt op de pas van 4900 meter wordt daardoor overgeslagen. Bij aankomst staat er een lunch op ons te wachten en de verdere middag besteden we door een bezoek aan een zwavelzwembad met een watertemperatuur van 38 graden Celsius. Tijdens het baden blijkt een pisco-sour uitstekend te smaken. 's Avonds nemen we wat rust om te acclimatiseren voor de hoogte waarop wij ons nu bevinden.

Colca Canyon
Hoewel het nog wel bewolkt is rijden we de volgende morgen verder de Colca Canyon in op zoek naar mooie uitzichten en natuurlijk de condors. De vogels behoren tot de grootste ter wereld en zijn al langer op aarde dan de mensachtigen. Op het uitzichtpunt aangekomen, waar de dieren zich meestal laten zien, blijkt het vooral mistig te zijn. Condors maken gebruik van thermiek en dat is bij mist is maar matig aanwezig. We krijgen van de reisleider een uur de tijd om condors te spotten. Het ziet er niet naar uit dat de dieren zich laten zien en we vermaken ons met het kopen van truien en het kijken naar een man in een condorpak. Maar opeens gaat de zon schijnen en trekt de mist uit het dal op. Condors laten zich nu zien, fotograferen en filmen. Dan is, toch nog weer te snel, het uur voorbij en vertrekken we weer met de bus.

Onderweg naar Puno krijgen we nog wat uitleg over het gebied. De Colca Canyon is dieper dan de Grand Canyon in de V.S. maar heeft minder steile wanden. Colca slaat op de gaten die in het landschap te zien zijn en werden gebruikt door de Inca's om o.a. aardappelen in te bewaren, zodat het voedsel minder snel bedierf. Ook zijn de colca's als graven gebruikt voor belangrijke mensen. Spanjaarden bouwden kerken in de Vallei, die de bewoners van de vallei vervolgens niet onderhielden en vrijwel allemaal in verval raakten. De bus met de reislustige Fox-reizigers verlaat de Colca Canyon en rijdt via de hooggelegen pampa verder, waarbij we onderweg zelfs nog flamingo's spotten. In de avond komen we in Puno aan.

Puno en het Titicacameer
 De stad Puno met 144.000 inwoners ligt aan het Titicacameer en op 3860 meter hoogte. Bij de haven kan de boot naar Bolivia genomen worden. Nergens ter wereld kan men voor een vaartochtje terecht op een meer dat nog hoger ligt. Om te verduidelijken: De hoogste berg in Oostenrijk is de Grossglockner die een hoogte heeft van 3798 meter. Wij staan nu aan een meer dat op 3812 meter nog iets hoger ligt. Met (en afmeting van 8340 vierkante kilometer is het Titicacameer het grootste meer van Zuid-Amerika. Geen van de 25 langzaam stromende rivieren die in het meer uitmonden is van grote betekenis maar samen zorgen ze er wel voor dat het water in het meer op peil blijft. De lichtzoute watermassa heeft namelijk geen afvoer naar de zee. Wel is er een rivier, de "Desaguadero" die voor afvoer zorg draagt, maar deze rivier komt via het Popomeer uit op de zoutvlakte van Uyuni waar al het water verdampt. Dankzij de langzaam stromende rivieren is het westen van Bolivia en het zuidoosten van Peru altijd een hoogvlakte gebleven. Het water heeft zich nooit diep in het landschap kunnen insnijden. Aan de overkant van het meer ligt Bolivia en een stad met een intrigerende naam. Net zoals het beroemde strand in Rio de Janeiro heet de plaats Copacabana. Geen bestemming op onze reis maar misschien bezoeken we in de toekomst nog wel een keer Bolivia en dan zal de stad niet ontbreken tijdens de rondreis.

In het Titicacameer liggen 41 eilanden en enkele daarvan zijn dichtbevolkt. Bekender zijn de Uross-eilanden, rieteilanden van de Uross-indianen. Niet alleen de eilanden zijn van riet gemaakt, de indianen maken alles van riet, huizen, boten, huisraad en nog veel meer. De oprukkende Inca's deden de indianen vluchten met hun van riet gemaakte eilanden. Tegenwoordig leven de meeste indianen van het toerisme.

Wij varen met een snelle boot eerst naar Isla Taquile alwaar de bewoners hun traditionele levensstijl nog niet hebben opgegeven en zij ons gastvrij ontvangen. We krijgen uitleg over hun kunstnijverheid en leren dat de vrouwen voornamelijk weven en de mannen hun tijd vullen met breiwerkjes. Aan de kleurige mutsjes, die de mannen dragen is af te lezen of ze vrijgezel, getrouwd of vader zijn. De bevolking toont ons hun vaardigheden, maken muziek en nodigen ons uit om vrolijk mee te dansen. In hun winkel worden truien, vesten, sjaals en tal van andere wollen kledingstukken verkocht. Na het drinken van een kopje coca thee lopen we weer naar de boot die ons naar het lunch-adres brengt.

Een andere indianenstam heeft daar in een volledig ondergrondse oven het middageten voor ons bereidt. Onder onze nieuwsgierige blikken wordt de kookput opengemaakt en komen bananen, aardappelen, bonen, kip en forel onder de hete stenen vandaan. 's Lands wijs 's lands eer, niet iedere reiziger kan deze manier van koken waarderen. Na de lunch varen naar een rieteiland van de Uross indianen en krijgen les over opbouw en onderhoud van een dergelijke constructie.

In de haven van Puno liggen ook nog enkele stoomboten die in 1862 in Engeland gebouwd zijn en die, om naar het hoog gelegen meer verzonden te kunnen worden, plaat voor plaat en onderdeel voor onderdeel weer uit elkaar zijn gehaald. Daar zijn de schepen weer in elkaar gezet en hebben ze tot 1975 dienstgedaan. Tegenwoordig is er een klein museum op één van de schepen gevestigd. 's Avonds eten we met de hele groep in een restaurant tegenover de kathedraal aan het met de imposant bewerkte voorgevel aan het Plaza de Armas.

De weg Van Puno naar Cuzco is lang en daarom komt reisleider Jeroen met het voorstel om de oude Inca Ruïne Sillustani over te slaan. Het is te lang omrijden en in plaats daarvan bezoeken Raqchi, een andere Inca ruïne. Ook is er dan nog tijd om de Kerk van Andahuaylillas aan te doen.

Eerst rijden we door het niet toeristische stadje Juliaca, wat evenals twee dagen ervoor niet echt opschiet. De reden daarvoor is dat het gemeentebestuur vergeten is om een rondweg om de stad aan te leggen en al het verkeer door het centrum moet.

Eenmaal bij Raqchi kijken we onze ogen uit. Er zijn restanten van een rechthoekige tempel, heel bijzonder voor het Inca-volk, met kazernes en zover als het oog reikt; voorraadschuren. Dit moet echt een plaats zijn geweest waar het Inca-volk haar kostbare (etens)waren opsloegen, anders zou het niet met een legerafdeling verdedigd hoeven worden. De straat door de aan beide kanten gebouwde kazernes ligt in lijn met de zonnewende, zodat men precies wist wanneer de zomer afgelopen was.

De jezuïetenkerk van Andahuaylillas wordt vanwege de plafond en muurschilderingen ook wel de Sixtijnse kapel van het Peru genoemd. Ik heb in ieder geval nog geen kerkgebouw gezien die overdadiger versiert is dan deze. Als men de kerk uitgebreid wil bestuderen dan moet je daar zeker een dag voor uit trekken. In de avond komen we aan in Cuzco en nadat we het Plaza de Armas nog even hebben bekeken vallen we na het diner als een blok in slaap. Morgen weer een (drukke) dag.

Heilige Inca vallei
Peru en Nederland hebben wel wat gemeen, allebei de landen zijn ooit onderdrukt door de Spanjaarden. In de 16e eeuw was Spanje een beetje een dwingeland, ze vielen andere landen binnen en dwongen de bewoners voor hen te werken. In Peru ging het zelfs gepaard met de teloorgang van de Inca-cultuur in tegenstelling tot Nederland, ons land kwam zelfs sterker uit het conflict met de Spanjolen. Na de tachtigjarige oorlog was en is ons land zelfs een geduchte speler op het West-Europese politieke toneel. Toch heeft het Inca-volk zich wel verdedigd. Door collaboratie van de door het Inca Volk onderdrukte stammen en volken hebben ze de strijd met de Spanjaarden uiteindelijk verloren. Een grote slag werd geleverd bij het fort Sacsayhuaman. Dit ongelofelijk sterke fort, gebouwd met stenen die wel tot vijftienduizend kilo zwaar zijn, werd uiteindelijk veroverd door de Spanjaarden waarna de Inca-soldaten op de vlucht sloegen en zich, onbereikbaar voor de vijand, in Vilcabamba in het oerwoud vestigden. Een Amerikaanse wetenschapper, Hiram Bingham, was in juli 1911 naar die stad op zoek toen hij Machu Picchu ontdekte. Er zijn verschillende theorieën over hoe een dergelijk grote stad in de vergetelheid kon raken en ze zijn allemaal even interessant als geloofwaardig. Ik zou graag een tijdmachine willen hebben om te kijken hoe het in die periode er echt aan toe ging. Helaas is dat niet mogelijk en doe het maar met de geste die op Wikipedia staat. De stad Machu Picchu is voor een handelsstad in feite ontoegankelijk en heeft slechts 750 woningen waardoor aangenomen wordt dat zij is gebouwd voor de edelen van het Inca-rijk. Geschat wordt dat de stad in 1440 is gebouwd en dat ze tot 1532 bewoond is geweest. In dat jaar veroverden de Spanjaarden het gebied maar Machu Picchu hebben ze nooit gevonden.

Pisac bezoeken we op weg naar Ollantaytambo en daar staan ook nog wat Inca-ruïnes. Terrassen voor voedsel bebouwing, rituele baden en een zonnetempel, dat zijn de ingrediënten voor een Inca-stad. Zowel Pisac als Ollantaytambo voldoen eraan. Alleen de laatste is, waarschijnlijk vanwege de komst van de Spanjaarden, nooit voltooid. Het is net of de arbeiders hun werk op een dag neerlegden en nimmer zijn teruggekeerd. Grote stenen liggen nog op de plaats waar ze bewerkt werden en ingehakte kunstwerken zijn maar half af. Ondanks dat is van alle Inca-nederzettingen, Ollantaytambo wel de best bewaarde stad gebleven met oude muren en huisjes die nog steeds overeind staan. Ook stroomt er nog steeds water door diepe, vermoedelijk in de 15e eeuw aangelegde, goten.

Inca Trail
Het Inca-volk had een uitgebreid en goed geplaveid wegennetwerk van wel 22.550 km. in hun rijk aangelegd en dat bood hen een relatief snelle vorm van transport door het Andesgebergte. Het waren voornamelijk wandelwegen want de Inca's waren onbekend met paarden en rijtuigen. Goederenvervoer werd gedaan op de rug van alpaca's of lama's, die daarmee als lastdier fungeerden. Vandaag de dag is er in Peru van dat uitgebreide wandelwegennetwerk weinig meer over. Het nog bestaande Capaq Nanpad van Ollantaytambo naar Machu Picchu is een Incapad dat rechtstreeks toegang geeft tot het park. Slechts 500 wandelaars worden per dag, onder leiding van een gids, toegelaten. Fox biedt de mogelijkheid om, voor de mensen die bijtijds weten dat ze dat willen, gedurende twee of vier dagen een gedeelte van het Inca-trail te lopen. Bij het vierdaagse traject wordt er drie keer in tenten overnacht. Dat zie ik niet zitten en loop liever de tweedaagse variant zodat ik 's nachts in het Flowers House hotel te Auguas Calientes gewoon naast mijn partner slaap, die de wandeltocht liever over slaat. Wij worden 's morgens vroeg met een taxibusje opgehaald van ons overnachtingshotel in Yucay en op het station in Ollantaytambo afgeleverd. De trein brengt ons vervolgens naar km 104, niet dat op die plaats een station is..., maar de machinist stopt daar om ons te laten uitstappen. We steken via een hangbrug de rivier over en wandelen na de eerste controlepost. Daar laten we de eerste stempel in ons paspoort plaatsen. Dan klimmen we, met tussenpozen, van 2000 naar 2650 meter hoogte en komen onderweg langs het verlaten Inca boerendorp Huinay Huayane, met de typische Inca-terrassen, rituele baden. Verderop rusten we even bij een waterval. De lunch gebruiken we bij het basiskamp Winaywayna, waar de vierdaagse variant van de Inca-trail de laatste nacht overnacht. Vandaar blijven we, soms stijgend en soms dalend, op vrijwel dezelfde hoogte totdat we bij de Zonnepoort "Intipunku" aankomen. Vanaf deze plaats hebben we een magnifiek, en na al die inspanningen enigszins emotioneel, uitzicht op Machu Picchu. Op 21 december, de langste dag in Peru, schijnt de zon bij het opkomen precies door de Zonnepoort op Machu Picchu. Vanaf die plaats dalen we naar de voormalige stad en grootste toeristentrekker van Peru. We bezoeken de stad (nog) niet maar worden met een bus via een haarspeldbochtig wegje naar Auguas Calientes gebracht waar we dineren en zoals gezegd overnachten in het hotel. De tweede dag gaan we met de bus weer naar boven en krijgen uitleg over het reilen en zeilen in de stad in de tijd ze nog gebruikt werd door het Inca-volk.

Het autovrije Auguas Calientes is een heel gezellig bergdorp, wat uitsluitend leeft van de toeristen die naar Machu Picchu gaan en is vergelijkbaar met Zermatt en Saas Fee in Zwitserland of Pokhara in Nepal. Tal van hotels, eettentjes en souvenirs-kraampjes strijden om de gunst van de, in bergschoenen uitgedoste, toerist.

Moray en Maras
In deze extra excursie gaan we eerst naar, door het Inca-volk gemaakte, cirkelvormige terrassen. De gids vertelt dat de locatie werd gebruikt om te experimenteren met landbouwgewassen. Onder in de put is het namelijk iets warmer dan op het hoogste terras. De landbouwhogeschool van het Inca volk kon zo kijken welke producten bij welke temperatuur en met welke bemesting de meeste opbrengst gaf.

In Maras zien we van klei gemaakte zoutpannen die gevuld worden met zout water uit de berg. Dit droogt op in de pannen waarna het zout eruit geschept wordt. Het lijkt mij een arbeidsintensieve manier van zout winnen die slechts 135 ton calciumchloride per jaar oplevert, maar de gids vertelt ons dat zoutmijn in deze hoedanigheid, ondanks de in mijn ogen geringe opbrengst, al sinds de pre-Inca tijd gebruikt wordt.

Dan bezoeken we Chinchero waar we een prachtig uitzicht hebben over de vallei en achterliggende bergen. Volgens de overlevering verbleef Inca Tupac Yupanqui er graag. De zoon van Pachatuec, Tupac Inca, bezat er zelfs een landgoed. Verder is er naast de Inca-ruïne een kerk, houden de bewoners er een traditionele levensstijl op na en tonen ons hoe men wol wast en verft.

Cuzco
Het is feest tijdens onze logeerpartij in Cuzco. Vanwege de zonnewende lopen drumbands, majorettes en verklede dansers en danseressen over straat. Het lijkt wel Braziliaans carnaval. Niet eenvoudig voor de gids en reisleider om bij dat rumoer iets over de stad te vertellen.

Eerst bekijken we de San Blas kerk in Cuzco. Deze kerk, gebouwd op een voormalige Inca-tempel, heeft een bijzonder mooie uit hout gesneden preekstoel, ze wordt zelfs beschouwd als een van de mooiste ter wereld. Het altaar is rijkversierd in de, voor Latijns-Amerikaanse maatstaven, sober ingerichte kerk.

Hoe anders is de Catedral aan de Plaza de Armas. Vrijwel alles in dit gebouw, met zijn twee aanleunende kerken, is versierd. Een altaar van houtsnijwerk, een altaar van zilver en een koor met prachtige stoelen, die wederom van kunstig houtsnijwerk zijn voorzien. Ook is er een schilderij waarop het laatste avondmaal is afgebeeld. De voorstelling is iets anders dan wij in Europa kennen. Maria Magdalena zit naast Jezus, misschien dat Hij het daarom niet erg vond, om de voeten van de aanwezigen te wassen... Op tafel staat een gegrilde cavia en rode pepers afgebeeld die in het Israël, wat toen Juda werd genoemd, niet voorkwamen. Vrije geest van de schilder zullen we maar zeggen.

Iglesia de Santo Domingo was ooit El tempel del Corichancha, oftewel de zonnetempel. De tempel was voor het Inca-volk de navel van de wereld en rijkelijk versierd met wel zevenhonderd gouden platen die ook nog bezet waren met smaragden en turkooizen. Als de zon naar binnen scheen, spiegelde het zonlicht oogverblindend op het edelmetaal. Al die rijkdom is weg geroofd maar we kunnen nog wel genieten van de Inca-bouwkunst die al twee aardbevingen overeind is gebleven. Aardbevingen komen in Cuzco met een nauwkeurige regelmaat voor; om de driehonderd jaar beweegt het oppervlak. In 1350, 1650 en 1950 was het flink raak. Bij die laatste aardbeving viel het Spaanse stucwerk van de oude Inca-muren en is sindsdien geheel verwijderd. Hoewel de Santo Domingo kerk een mooie kerk is, haalt het gebouw het toch niet bij de fonkelende schoonheid van de zonnetempel. Wat mij betreft hadden die vervelende Spanjaarden dus beter thuis kunnen blijven. Onder de tuin bij de kerk is nog een klein Inca-museum ingericht met wat opgravingen en enkele interessante maquettes. De heel mooi bewerkte kledingspelden laten zien dat de zilversmeden in die tijd hun vak verstonden.

Aan de Calle Santa Clara is een markt te vinden die nog vrij traditioneel is en niet op de toerist is afgestemd maar op de plaatselijke bevolking. Naast de Jezuïetenkerk is er nog een natuurkundig museumpje. Vele dieren die in Peru voorkomen, waaronder de condor en de poema, zijn hier opgezet te bewonderen.

Conclusie
Peru en de Inca's heet deze reis en met de gewoonten in het Inca-rijk hebben we uitgebreid kennis mogen maken. Veel dingen worden verondersteld, want het Inca-volk heeft niets op schrift achtergelaten. In feite was het één van de hoogst ontwikkelde ongeletterde volken ter wereld. Waarschijnlijk dreven ze handel d.m.v. knopen die in gekleurde touwtjes werden gelegd, maar niemand weet dit zeker.

Er is één boek, die de handel en wandel van het Inca-volk beschrijft, geschreven door een zoon van een Spaanse conquistador en een Inca-prinses. Zijn moeder gaf hem de info voor zijn boek maar in hoeverre dit met de werkelijkheid overeenstemt, kunnen we slechts gissen. De Spanjaarden vernietigden vrijwel alles wat met de Inca-cultuur te maken had en gedroegen, hoewel ze beweerden christenen te zijn, zich in feite barbaarser dan het overwonnen volk.

De steden in het huidige Peru maken een wat rommelige indruk. Omdat de Peruanen voor een huis wat nog niet voltooid is minder belasting hoeven te betalen, hebben ze weinig haast met het afbouwen van hun woning. In combinatie met de slechte en smerige bestrating geeft het een wat deplorabele leefomgeving, heel anders dan het keurig aangeharkte Nederland. Maar de te bewonderen cultuur en natuur in dit deel van de wereld, met zijn drie verschillende landschappen (kustgebied, hooggebergte en jungle), zijn heel indrukwekkend. Mijn vrouw en ik hebben van elke dag die we in Peru aanwezig waren enorm genoten.