Tibet

20-daagse groepsrondreis Hemels Koninkrijk

(35 stemmen)

P. Scholten

Reisdatum: 20-05-2016 t/m 08-06-2016

Mijn vrouw en ik proberen elk jaar, zoals we het zelf noemen, een “wereldreis” te maken. Het hele jaar werken we, halen we boodschappen en doen we alle dingen die van ons verwacht worden. Niet helemaal als zombies maar veel schelen doet het niet. Als we op "vakantie" gaan leven we pas echt, dan gaan we andere culturen zien, vreemde mensen ontmoeten en hebben belevenissen waarvan we in Nederland slechts van kunnen dromen.

De werelddelen worden daarbij regelmatig afgewisseld. De verre reizen hebben we iedere keer laten verzorgen door reisorganisatie Fox. Dat is altijd goed gegaan dus boeken we dit jaar weer bij hen.

Twee jaar geleden hebben we de India en Nepal reis gedaan en die was dermate interessant dat we in Nepal aangekomen niet voldoende geheugenruimte in onze hoofd hadden om ten volle van de schoonheid van het land te kunnen genieten en de informatie in onze hersenen op te slaan. De 14 dagen India moesten eerst verwerkt worden. “Nepal moeten we echt nog een keer te bezoeken” zeiden we tegen elkaar toen we op het vliegveld van Kathmandu afscheid namen van het land. Het plan werd opgevat om Nepal en Tibet het jaar daarop met een gecombineerde reis te visiteren. Helaas ging vanwege de aardbeving op 25 april 2015 de reis "Hemels Koninkrijk" vorig jaar niet door en hebben we een andere reis uitgezocht.

Dit jaar dus wel Nepal en Tibet omdat we vermoeden dat dat laatste land minstens of misschien we meer cultuur- en natuurschoon bezit als Nepal. Nu maar hopen dat de harde schijf in ons hoofd dit jaar wel toereikend genoeg is.

Eerst twee dagen China en Chengdu, de stad waar de zon nooit schijnt.

Het vliegtuig van de KLM vervoert ons op, vooraf gereserveerde, zitplaatsen achter de nooduitgang met een nachtvlucht rechtstreeks naar Chengdu in de Chinese provincie Sichuan. We begroeten samen met onze 6 reisgenoten, waarmee we via de e-mail en op Schiphol al kennis hebben gemaakt, reisleider Patrick en lokale gids Jack. Dan stapt het reisgezelschap in de bus die ons naar het Yinhe Dynasty Hotel brengt. Onderweg vertelt de reisleider dat de stad omringd wordt door bergen. Het klimaat is daardoor zowel 's zomers als 's winters aangenaam maar het is er vrijwel altijd bewolkt. Het hotel ligt vlakbij het centrum van Chengdu en daar maken we gebruik van door wat boodschappen in te slaan zodat we 's avonds nog wat kunnen drinken voor het slapen gaan, de mini-bar op de kamer is namelijk niet gevuld. Tegen vijf uur krijgen we instructie's over onze reis door de reisleider in de lobby van het hotel. Patrick vertelt ons het een en ander over de Chinese cultuur en vooral wat we niet of wel moeten doen als we straks in Tibet zijn. Ook komen dingen als de fooienpot en vertrektijden ter sprake,

Na die informatie lopen we naar een Chinees restaurant voor het diner. De ronde tafel met draaischijf en de daarop geplaatste gerechten, dit keer inclusief pekingeend en de grote flessen bier, we kennen het allemaal van een eerdere vakantie in China. De smaak is er niet minder om.

Als we gegeten hebben lopen we met de reisleider en enkele reisgenoten naar het plein waar een levensgroot standbeeld van Mao de wacht houdt over de flanerende Chengdu-ers die zijn gekomen om te zien maar vooral om gezien te worden. Er is wel veel politie aanwezig en Patrick vertelt dat het voornamelijk is vanwege Tibetaanse monniken die in het verleden, als protest tegen de Chinese overheersing van hun land, zichzelf op het plein in brand staken.

Na de nacht in het The Yinle Dynasty Hotel en het ontbijt worden we met de bus naar het op tien kilometer afstand van Chengdu gelegen Panda Breeding Centre gebracht. We moeten vrij vroeg opstaan omdat panda's ontzettende luie beesten zijn die wel 23 uur per etmaal slapen. Om half negen 's morgens worden ze gevoederd en dat is een van de weinige momenten dat de zwart/witte dieren actief worden. En dat moment willen we natuurlijk niet missen. Helaas komt de regen met bakken uit de lucht vallen, paraplu op en regenjassen aan is de enige methode om het regenwater te bestrijden.

De reuzenpanda's zijn niet alleen een Chinese nationale schat, maar zijn ook geliefd bij mensen over de hele wereld. Ze leven in de provincie Sichuan, Shaanxi en Gansu. In totaal zijn er minder dan 1600 dieren overgebleven, waarvan 80% aanwezig is op het grondgebied van de provincie Sichuan. Dat maakt voor reuzenpanda liefhebbers uit binnen- en buitenland aantrekkelijk die provincie te bezoeken en in het bijzonder de plaats Chengdu.

Het Panda Breeding Research Center bootst voor het fokken van de dieren, zo goed mogelijk het natuurlijke leefgebied van de panda’s na. Het centrum zorgt ook voor andere zeldzame en bedreigde wilde diersoorten en is gelegen op een terrein met een oppervlakte van 92 hectare, waarvan 96% groen is. Reuzenpanda's, rode panda's, pauwen, witte ooievaars en meer dan 20 andere soorten zeldzame dieren worden er verzorgd. Bamboe, heldere bloemen, frisse lucht, een natuurlijke heuvelgebied en een prachtig uitzicht op kunstmatige meren zijn ingenieus samengevoegd op het centrum.

Panda’s hebben niets met discriminatie en dat beelden ze ook uit; ze zijn zwart met wit, ze zijn dik maar hebben toch een uitstraling van: Hé kijk mij eens, ik ben schattig!

Voor de reuzenpanda's is er een voederkamer, slaapvertrekken en een medische praktijk. Daarnaast is er het Giant Panda Museum samen met onderzoekslaboratoria en een opleidingscentrum. Een groot aantal planten en maar liefst tienduizend struiken van bamboe zijn geplant om te zorgen voor voeding en leefgebied van de reuzenpanda's. Het ligt in de planning om het centrum in de toekomst uit te breiden met 500 hectare grond waarop de gefokte reuzenpanda’s in een natuurlijke omgeving kunnen wennen om later weer in het wild te worden uitgezet.

Het Giant Panda museum werd in 1993 geopend voor wetenschappelijk onderwijs en om het publiek bewust te maken van de bescherming van zowel de wilde dieren alsmede hun omgeving te verbeteren. Het is 's werelds enige thematische museum voor zeldzame en bedreigde diersoorten. Het museum bevat voorbeelden van dieren, vogels, amfibieën, reptielen en insecten, evenals fossielen en modellen en biedt een prachtig aanbod voor iedereen die geïnteresseerd is om in de regio iets van de bescherming der natuurlijke biodiversiteit wil zien. De panda's zijn de enigen die geen last hebben van de regen, ze ravotten, spelen en laten die vreemde toeristen deelgenoot zijn van hun eetgedrag.

In de middag bezichtigen we de Wenshu tempel en gaan dan naar het Renmin park om thee te drinken. Beide bezoekjes worden grondig verstierd door de onophoudelijke regen. Zelfs het park waar bij droog weer wordt gedanst, Tai chi beoefend en muziek gemaakt wordt ligt er verlaten bij.

In de avond bezoeken we in een theater de voorstelling Magical Face Change in de Sichuanese opera. Volgens de uitleg is de kunstvorm bekend om zijn zang, die minder beperkingen wordt opgelegd dan die van de meer populaire Peking opera vorm. Sichuan opera is meer als een toneelstuk dan andere uitvoeringen van Chinese opera maar het acteerwerk is zeer gepolijst. De bijbehorende muziek van de Sichuanese opera maakt gebruik van een kleine gong en een instrument genaamd muqin, die vergelijkbaar is met de erhu. De traditionele formule is verrassend met een combinatie van stunts, zoals het plots veranderende masker, acrobatische en vuurspuwende acties. Dit alles wordt vooraf gegaan door een toneelstuk in 4 bedrijven met verschillende personages die de opkomst van de Han-Chinezen uitbeelden.

Seven days in Tibet en Lhasa, een verrassende stad tussen de bergen.

Lhasa betekent letterlijk "plek van de Goden". Oude Tibetaanse documenten en inscripties spreken echter tot vroeg in de 7e eeuw van Rasa, wat "binnenhofplek" of “geitenplaats” betekent.

De volgende dag reizen we heel vroeg per vliegtuig naar het vliegveld van Lhasa. Nadat we kennis hebben gemaakt met Yinmen, onze Tibetaanse gids, en met een klein busje naar de Tibetaanse hoofdstad zijn gebracht, nemen we onze intrek in het Gang-Gyan hotel wat centraal in de hoofdstad van Tibet gelegen is. Uit Nederland heb ik een zuurstofmeter meegenomen omdat ik benieuwd ben naar het zuurstof percentage in de ijle lucht van Tibet. 20,9 % is een normale waarde. De meter geeft echter gewoon 20,9% aan en slaat dus geen alarm. Volgens het stuk mechaniek zou eventuele hoogteziekte dus aan wat anders moeten liggen. Het kan natuurlijk ook zijn dat de meter, die gemaakt is om het zuurstof en koolstofgehalte in opslagtanks te meten niet geschikt is voor dit soort metingen. Tegen de middag lopen we richting het oude cenrum van Lhasa en ontmoeten we vele Tibetanen die er toch heel anders uit zien dan de Chinezen. Ze zijn grover gebouwd en hun zichtbare huid is veel bruiner.

Dan komen we aan bij de Jokhang tempel. Deze tempel is voor de Boeddhisten wat Mekka is voor de Moslims. De mensen komen van heinde en verre te voet naar deze tempel. De nomaden reizen in het voor hen stille seizoen en doen er niet moeilijk over om tot 3000 km te lopen. Eenmaal aangekomen gaan ze hun zonden belijden. Dat doen ze op een erg speciale manier. Ze duiken naar de grond, maken een zwembeweging, gaan weer rechtop staan en herhalen deze handelingen eindeloos. De meesten doen dit aan de ingang van de tempel maar er zijn er ook die zo helemaal rond de tempel zwemmen, telkens 1 steen opschuivend.

We bewegen ons zo rustig mogelijk en nemen alle waarschuwingen over hoogteziekte serieus. Desondanks krijgen we toch last van een zeurderig hoofdpijntje die zich maar slecht laat bestrijden met paracetamol. De stad Lhasa is echter ontzettend mooi en het zien van al deze culturele rijkdom verdoofd de pijn enigzins. Later in de middag wil een van onze reisgenoten weten wat "Boutique Hotel", waar we op dat moment toevallig net voorstaan, precies inhoud. Patrick verteld dat het een typisch Tibetaans verblijf is met tradionele kamers en onverdoten stapt hij binnen en vraagt aan de eigenaar of we een kamer mogen bezichtigen. Dat mag en daarna gaan we op het dakterras van het hotel een biertje drinken. Vroeg in de avond loopt het hele reisgezelschap naar Dunya, het enige restaurant in Lhasa die door Nederlanders wordt uitgebaat en gebruikt daar het diner. Als de maaltijd voorbij is lopen we naar het Potala paleis omdat de bezienswaardigheid in het donker mooi verlicht is. Uiteindelijk naar het hotel voor de nachtrust.

De volgende morgen, Lhasa is een heerlijke stad omdat veel bijzondere gebouwen op loopafstand van elkaar liggen, wandelen we weer naar het Jokhang klooster ditmaal om de binnenkant te bekijken. Het allereerste in Tibet ingevoerde Boeddhabeeld staat hier en dat maakt het voor voor de autochtone bevolking heel bijzonder. Zo bijzonder dat elke nomade ervan droomt om een keer in zijn leven naar Lhasa te komen om het beeld te kunnen aanraken. Daar krijgen wij als toerist geen toestemming voor maar we beklimmen wel via steile trappen het platte dak van de tempel. Vanaf daar hebben we een mooi uitzicht op het Potala paleis en het is er wat minder druk met gelovigen. Weer beneden lopen we samen met Tibetanen de middelste "korah" dat is voor Boeddhisten een heilige rondgang om de tempel. In Lhasa zijn drie van die rondgangen, de buitenste is maar liefst 19 kilometer lang. In het boeddisme moet alles met elkaar in evenwicht zijn. Ying en Yang heet dat en betekent dat er tegenover iets goeds ook iets fouts moet staan. Een andere tempel, de "tempel van het Occulte" beeldt daarom, in tegenstelling tot het goede van de Jokhang tempel, het slechte uit.

Barkhor is in Lhasa een buurt van nauwe straten en het plein voor de Jokhang-tempel. Het trekt veel toeristen sinds de Chinese regering in 1979 de deur open zette voor het toerisme in Tibet en maakt van oudsher onderdeel uit van een pelgrims pad rondom de Jokhang-tempel.

Barkhor is altijd populair geweest als godsdienstige centrale plaats voor pelgrims in Tibet en andere bevolkingen. In een ronde van één kilometer kan er rond enkele adellijke huizen en de Jokhang-tempel worden gelopen, de voormalige zetel van het Tibetaans staatsorakel die het in het klooster Muru Nyingba werd genoemd. De naam Barkhor is afgeleid van de Tibetaanse benaming voor pelgrims in Tibet, gnas skor ba, letterlijk: iemand die een rondgang maakt om een heilige plaats.

Het buitenste pelgrimspad dat als tweeling wordt gezien van de Barkhor is Lingkhor. Een derde ronde is Nangkhor, dat de rituele corridor is om de binnenste kapellen van de Jokhang-tempel. Lingkhor, Barkhor en Nangkhor zijn in te delen als de grote, middelste en kleine ronde. We slenteren door de gezellige straatjes van Lhasa en Patrick houdt voor ons Tibetanen aan en vertelt over hun kleding en de sieraden die ze dragen. De mensen vinden het helemaal niet erg om zo bekritiseerd en door ons gefilmd en gefotografeerd te worden en bekijken op hun beurt ons weer met onverholen belangstelling. Na de lunch stappen we in de bus die ons naar het Pabunka klooster brengt. Vanaf daar hebben we een prachtig uitzicht over Lhasa en de hooggelegen vallei. In het klooster ligt de eerste Tibetaanse in steen uitgebeitelde heilige zin; ooh moni padme nah hum. Boeddhisten murmelen constant deze zin als ze op pelgrimstocht zijn en verklaren daarmee: O heilige juweel zittende op de Lotus ik aanbid U. Bij het kleine klooster bezichtigen we ook de grot waar in opdracht van koning Gampo de heilige schriften voor het eerst vanuit het Sanskriet naar het Tibetaans zijn vertaald. Als we wat verder lopen wijst Patrick ons de plaats aan waar "sky-burrials" worden uitgevoerd. De plek is niet voor toeristen toegankelijk en is geheel afgezet met gebedsvlaggen. Dode Tibetanen worden hier aan de elementen van de natuur overgelaten.

Het Potala paleis.

Het Potala paleis in Lhasa was het winterpaleis van onder andere de dalai lama's, totdat de veertiende dalai lama (de huidige) naar McLeod Ganj, nabij Dharamsala in India vluchtte. Het staat op de heuvel Marpori die door de bevolking de rode berg wordt genoemd. Het ligt slechts enkele kilometers van de oude stadskern. De heuvel steekt zo'n 130 m boven het omliggende dal uit. Onderaan de rode berg ligt het dorp Zhöl met onder meer de pilaar van Zhöl waarop een aantal inscripties die de oudst bekende voorbeelden zijn van het Tibetaanse schrift.

Het paleis is geconstrueerd op een plek waar mogelijk in de zevende eeuw een burcht was gebouwd door Songtsen Gampo. In 1648 werd door de vijfde dalai lama het zogenaamde 'Potrang Karpo' of 'witte paleis' gebouwd. Deze dalai lama gaf het de naam Potala naar het Potolaka, de naam voor het mythische paleis van de boddhisattva Avalokiteshvara.
Sinds 1961 staat het op de lijst van culturele erfgoederen in de Tibetaanse Autonome Regio.

Net buiten Lhasa wordt in het Sera Monastery uitgebreid gedebatteerd door de monniken. Elke dag komen zij op de binnenplaats bij elkaar om in een vraag en antwoord systeem te leren en te corrigeren. Subtiel wordt door de manier waarop de handklap wordt uitgevoerd aangegeven of de vraag goed of fout is beantwoord. Zo volgen zij een zes jarige opleiding die uiteindelijk met een examen in debating wordt afgerond. Tegenwoordig is het verboden om de monniken te fotograferen of te filmen, tenzij het met een smart-phone gebeurd. De zin van deze maatregel ontgaat ons ten enen male.

Na dit culturele bombardement van indrukken vallen we na de avonddis al snel op onze hotelkamer in slaap, wetende dat we morgen Lhasa gaan verlaten. De kleine bus heeft het niet moeilijk om zijn bestuurder, de passagiers en reisleiding 500 meter hoger bij het Yamdrok-meer af te leveren. De chauffeur rijdt goed maar is geen slaaf van de rechter weghelft. Onderweg stoppen we bij een uitkijkpunt waar we ons met Tibetaanse Mastives kunnen laten fotograferen. Dat is een zeer grote hondensoort die eruit zien als mannetjes leeuwen. Ze worden vaak gebruikt om yak-kuddes tegen wolven te beschermen.

Was het voorgaande dagen in Lhasa een (voorlopig) cultureel hoogtepunt van onze reis, vandaag bereikt het natuurschoon wat we te zien krijgen ongeëvenaarde grote hoogten. Het is een mooie heldere dag waarbij het blauw van de lucht wordt afgewisseld met spierwitte wolken. Het geeft fascinerende kleurverschillen in het meer. Schijnt de zon dan kleurt het turquoise, is het bewolkt dan krijgen we grijstinten te zien. Het meer wat omringd is door veel besneeuwde bergtoppen, wordt door een groot aantal beekjes gevoed en heeft een uitloop via een rivier in het westen. Volgens een Tibetaanse legende is het meer gemaakt door een godin. Het is één van de drie grootste heilige meren van Tibet.

Eenmaal over de Karolapas van 5039 meter hoog krijgt de bus het makkelijker en stopt regelmatig bij bezienswaardigheden en uitzichtpunten. Zo kunnen we uitgebreid witte bergtoppen gletsjers en grazende yaks fotograferen en filmen. Zelfs een kleine zandstorm wordt op de gevoelige plaat vastgelegd. Dan, na een rit langs vele stromende riviertjes, arriveren we bij het Hotel Gyantse in het plaatsje Gyantse, hoe komen ze erop. Van ver zagen we het fort Dzong liggen en iets verderop de Kumbum stoepa, op het internet vond ik er een aardige legende over.

Volgens een traditie, begroef Tsongkhapa's vader de nageboorte hier en vrij snel erna groeide er een sandelhouten boom op de plek. Er bestaan echter verschillende legendes over het ontstaan ervan. Een andere lezing vertelt erover dat druppels bloed van de navelstreng van Tsongkhapa op de grond waren gevallen. De boom werd bekend als de boom van het grote nut. De bladeren en de schors staan in de legendes bekend om de impressies van Boeddha, de verschillende mystieke lettergrepen en de lekkere geur van de bloesems. De tempel met vier verdiepingen die om de boom heen gebouwd is, wordt ook wel Serdong of Gouden Boom genoemd en wordt als de heiligste plaats van Kumbum beschouwd. Twee katholieke missionarissen, de abten Évariste Huc en Joseph Gabet, waren van 1844-1846 in Tibet toen de boom nog steeds leefde. Ze kenden de legende en wilden de boom afdoen als een fantastische verzinsel. Huc beschreef het moment echter als: "We waren vervuld met volledige consternatie van verbazing, toen we op elk blad van de boom welgevormde Tibetaanse karakters aantroffen. Onze eerste indruk was een verdenking van fraude door de lama's, maar na een kort onderzoek van elk detail konden we geen enkel bedrog vinden. Een deel van de boom wordt in stand gehouden in de stoepa van de Grote Gouden Tempel op het terrein. Nadat de tempel en stoepa bezichtigd zijn klimmen we een heuvel op om te genieten van het uitzicht over Gyantse, het tempelcomplex en het goedzichtbare fort.

Shigatse, de tweede grote stad van Tibet.

Dan rijden we door een brede vallei naar Shigatse, de op 3840 meter gelegen hoogste en tweede grote stad van Tibet. De huidige stad ontwikkelde zich aan de voet van de oude vesting Samdrubtse die in 1363 herbouwd werd en waarnaar de stad aanvankelijk genoemd was. Tot in de 20e eeuw werd de stad vaak eenvoudigweg Shigatse Dzong genoemd, oftewel fort Shigatse.Tot medio 17e eeuw was Shigatse de zetel van de koningen van Tsang die van hieruit langere tijd over grote delen van Tibet waaronder Lhasa heersten. Toen de gelugorde in de eerste helft van de 17e eeuw met hulp van de Mongolen uit Amdo die heerschappij wist te verkleinen, werd de vijfde dalai lama omstreeks 1642 de heerser van Tibet. De dalai lama liet vervolgens het Potala bouwen, waarbij de Samdrubtse uit Shigatse als voorbeeld zou zijn geweest. In pracht en omvang overklast het Potala deze echter duidelijk.

In 1950 werd Samgrubtse verwoest. Tussen 2005 en 2007 werd de vesting met gelden uit Shanghai gereconstrueerd. Voor de wederopbouw dienden oude foto's als grondslag, hoewel de muren van de huidige versie zijn gebouwd van cement of beton, die van buiten slechts zijn opgesierd met natuursteen.

In Shigatse bevindt zich Tashilhunpo, voorheen de zetel van de pänchen lama, een van de belangrijkste autoriteiten in het Tibetaans boeddhisme. De pänchen lama's verbleven sinds 1546 in dit klooster. Het Tashilhunpo klooster werd in 1447 gebouwd. Het klooster bevindt zich op een heuvel in de stad en de naam betekent in het Tibetaans "alle geluk en voorspoed zijn hier verzameld". Het klooster is de traditionele zetel van de pänchen lama, de tweede tulku linie binnen de gelugschool van het Tibetaans boeddhisme. De gouden Boeddha van maar liefst 26 meter hoog die aan de binnenkant helemaal vol gezet is met kleine Boeddha's springt behoorlijk in het oog.Het is een belangrijke bestemming voor pelgrims in Tibet.

Het klooster werd oorspronkelijk gebouwd door Gendün Drub, de eerste dalai lama en gefinancierd door de lokale adel. Later is het klooster door Lobsang Chökyi Gyaltsen, de 4e pänchen lama, sterk uitgebreid. Sindsdien is het de zetel voor de pänchen lamas geworden. Gyancain Norbu die volgens de Chinese overheid de 11e pänchen lama is, woont officieel hier maar is een groot deel van het jaar in Beijing. Toevallig is de (onechte) 11e panchen lama in Shigatse en leidt een dienst in het klooster. Wij mogen de ruimte niet bezoeken alleen genodigden zijn welkom. De echte 11e panchen lama is spoorloos verdwenen. Het klooster is te bereiken via drie steile trappen. De linker trap is voor het binnengaan van de tempel, de middelste trap voor de pänchen lama en dalai lama en de rechter trap is voor het verlaten van de tempel.

Na het bezoek aan het klooster lopen we nog de kora rondom het klooster en die tocht valt op door de ontelbare gebedsrollen die gelovigen op hun rondgang allemaal aan het draaien moeten brengen. In 1972 werd een ander klooster genaamd Tashilhunpo te Bylakuppe in het zuiden van India gebouwd door Tibetaanse vluchtelingen. Tashilhunpo staat sinds 1961 op de lijst van culturele erfgoederen in de Tibetaanse Autonome Regio.

Het was de bedoeling dat we de volgende dag naar Tingri zouden reizen om te gaan overnachten in het Qomolunga hotel. Qomolunga is de Tibetaanse naam voor de Mount Everest en betekent letterlijk "hoogste". Vanwege de aardbeving op 25 april 2015 is heel veel bebouwing van de grensplaats Zhangmu ingestort en de Chinese regering vindt het niet wenselijk dat buitenlandse reizigers daar langs geleid worden. De grensovergang werd gesloten voor toeristen en ons reisgezelschap mag er dus niet langs. Fox-reizen heeft het programma daarom gewijzigd en we worden in een busdagtocht door een prachtige vallei naar Tsedang gebracht, hier gaan we enkele kloosters bezoeken en vliegen later vanaf Lhasa naar Kathmandu.

Tsedang, voormalige hoofdstad van Tibet.

Na het inchecken in het Yarlung River Hotel, een mooi verblijf met een pompeus ingerichte lobby, eten we bij een Chinees restaurant in de buurt. Op de terugweg naar het hotel komen we langs een plein waar honderden jonge Chinezen en Tibettanen line-dancing aan het beoefenen zijn. Vijf leden van ons reisgezelschap waaronder ik zelf en de reisleider laten zich niet kennen en dansen vrolijk mee, hetgeen hilariteit opwekt bij de autochtonen. Als het festijn is afgelopen willen verschillende jongelingen nog met ons op de foto. En dat weigeren we natuurlijk niet.

De volgende dag bezoeken we het Samye klooster, het allereerste klooster wat in Tibet is gebouwd. Het klooster is cirkelvormig ommuurd maar de bebouwing is vierkant opgezet. Rond van buiten en vierkant van binnen wordt in de Boeddhistische cultuur ook wel een Mandala genoemd. Het klooster zelf heeft drie verdiepingen, de eerste met Tibetaanse cultuur, de tweede met Chinese cultuur en de derde met Indiase cultuur. Op die laatste is ook Yab-yum te vinden, de Boeddha die de liefde bedrijft met een vrouw. Vier verschillende gekleurde stoepa's zijn op het terrein en geven de windstreken aan. Nadat we al het moois hebben bekeken gebruiken we de lunch in het kloosterrestaurant.Het klooster, wat prachtig gelegen ligt in een spectalair landschap, wordt vaak in een adem genoemd met het Tashilhunpo, het Ganden en het Sera klooster.

In de middag brengt de bus ons naar het Yumbulakhang paleis, het oudste gebouw van Tibet en stamt uit de eerste eeuw. Het ligt bovenop een heuvel, om er te komen moeten we aardig wat traptreden beklimmen maar de voldoening is des te groter als we eenmaal naast het paleis staan. We kopen een paar rollen met gebedsvlaggen die we naast de Yumbulakhang ophangen. Vanaf die plaats hebben we tevens een prachtig uitzicht over de vallei en het paleis. Weer beneden bezoeken we even later de plaats waar de tombes opgeslagen zijn van de koningen die tussen de zevende en de negende eeuw in Tibet regeerden.

In de avond dineren we bij een typisch Tibetaans slaapkamer restaurant. Overdag is het een eetgelegenheid maar 's avonds doet het dienst als slaapkamer voor de familie. De inrichting is voor Europese begrippen bizar, goudkleurig behang, kleurige bankstellen en een kristallen kroonluchter die regelmatig van kleur veranderd. Het eten is er niet minder om. Ook bekijken we de heilige kamer van de familie. Die ruimte is ingericht alsof het een tempel is. Natuurlijk een afbeelding van de geestelijk leider maar ook een gebedsmolen die op de warmte van een Yak-boter kaarsje draait en vitrinekast waarin Boeddhistische boeken liggen opgeslagen. Heilige teksten komen uit een soort van mp3 speler die ook voorzien is van een draaiend gebedsmolentje.

Tot slot Nepal.

Op 30 mei verlaten via het vliegveld van Lhasa met enige weemoed Tibet. In de meeste landen van de wereld is natuur- en cultuurschoon te bewonderen maar zoveel en zo overweldigend als in Tibet hebben we nog niet mee gemaakt op onze reizen. We landen op de luchthaven van Kathmandu en rijden meteen door naar Bhaktapur, één van de drie Koningsteden van Nepal.

Dit stadje ligt op 18 kilometer van Kathmandu en is vrijwel één groot monument van oude huizen en tempels met piramidevormige gestapelde daken. De brommers en de fotograferende toeristen verstoren het straatbeeld enigszins maar anders zou je jezelf hier in de middeleeuwen wanen. Het centrum wordt gevormd door het Durbar-Square wat omgeven wordt door een aantal tempels en de “Gouden Poort” die toegang geeft tot het paleis. Helaas zijn twee van die tempels ingestort door de aardbeving van 25 april 2015.

Aan een ander paleis ontdekken we erotische afbeeldingen op de draagbalken, twee jaar terug hadden we de hindoeistische figuren niet opgemerkt maar nu worden we er op gewezen door de gids. Het koninklijk paleis heeft 55 vensters die omlijst zijn door prachtig houtsnijwerk. Dat houtsnijwerk is iets wat je in Bhaktapur vrijwel op elk gebouw tegenkomt. Het hoogtepunt van deze nijverheid is een venster in het Puchhari klooster. Gemaakt uit één stuk hout met een nauwkeurige afbeelding van een pauw en omgeven door rond traliewerk. Momenteel is in het gebouw een houtsnijwerk museum gevestigd.

Het pottenbakkersplein wat we vervolgens inspecteren is interessant door de honderden potten die er liggen te drogen. Het beroep van pottenbakker wordt al honderden jaren door kundige lieden uitgeoefend en ze zijn er zeer bedreven in, een leuk tafereel om af te kijken. Dan gaan we naar een demonstratie van de "Singing Bowls", handgeklopte schalen met een legering van maar liefst zeven verschillende metalen brengen, als ze beroerd worden met een viltbeklede houten pen, een specifieke klank voort. Het water wat in de schaal zit spettert er tijdens deze actie bijna uit. De grotere schalen zouden, als ze op het lichaam geplaatst worden en worden beklopt met een vilten hamer, ook allerlei lichamelijke ongemakken kunnen genezen.

Katmandu, de hoofdstad van Nepal.

Alleen degenen die India hebben beleeft, vinden het verkeer in Katmandu niet krankzinnig. Bij anderen valt de mond meestal open van verbazing over wat voor een heksenketel ze nu weer zijn beland. Wij hebben twee jaar terug de stad bezocht en schrikken niet maar andere reisgenoten vragen zich af of de Nepalese hoofdstad bezoeken wel zo'n goed idee was. Wat later nemen wij onze intrek in het fraaie en rustige hotel Shanker, wat in een voormalig paleis is gevestigd. Aan de buitenkant is het zonder meer de mooiste verblijfplaats van deze reis, ware het niet dat de voorkant van het gebouw juist gerestaureerd wordt vanwege de aarbeving in Nepal. De kamers echter zijn weliswaar netjes maar lijken klein omdat er grote bedden in staan. De verzorging die enkel door keurig geuniformeerde mannen wordt uitgeoefend mag perfect worden genoemd.

Vanwege het twee uur en drie kwartier tijdverschil tussen Tibet en Nepal duurt voor ons de dag wat langer. Vandaar dat we geen zin hebben naar Thamel te lopen, de bruisende uitganswijk van Kathmandu, om daar te gaan dineren. Het eten in het Shanker hotel is helemaal niet slecht en daar maken we op deze avond gebruik van.

De Swayambhunath tempel bezoeken we de volgende dag. Twee jaar geleden was mijn vrouw vanwege een val moeilijk ter been en kon toen niet de trap beklimmen om de stoepa te bewonderen. Dit jaar maakt ze het gemiste visuele geweld goed. Kleine aapjes, gelukkig niet agressief, scharrelen er ook rond wat leuke plaatjes oplevert. De Nepalezen laten de dieren met rust omdat ze de Hindoeïstische god Hanoman vertegenwoordigen. Toch is het beter om ze niet te aaien en zeker niet te voeren omdat ze ziektes bij zich dragen en heel gemeen kunnen bijten. Het prachtige uitzicht vanaf de tempel over de vallei is wel zonder gevaren en daar we genieten volop van.

Het Hanuman-dhoka Durbar plein in Kathmandu is het meest getroffen door de aardbeving. Vele tempels zijn ingestort en het is nog maar de vraag of ze weer opnieuw worden opgebouwd. Het koninklijk paleis heeft heel veel schade maar kan gered worden. De verblijfplaats van de levende godin Kumari heeft weinig schade opgelopen en ze vertoont zich nog een keer aan ons. De levende godin is een meisje die wordt geselecteerd uit een Boedhistische familie. Zij mag net zolang godin blijven totdat ze voor het eerst ongesteld wordt of totdat ze voor die tijd ernstig ziek wordt of zichzelf ernstig verwondt. Dan wordt er een nieuwe Kumari uitgekozen die aan specifieke eisen moet voldoen.

De volgende excursie is Boudhanath. Eerst even lunchen op een dakterras waarbij we een fantastisch uitzicht hebben op een van de grootste stoepa's ter wereld. De stoepa, die deel uitmaakt van het werelderfgoed, staat momenteel in de steigers omdat de "ogen" op de goudkleurige achtergrond scheef stonden na de aardbeving. Bouwvakkers zijn druk bezig om de schade te herstellen. Rondom de stoepa zijn alleraardigste winkeltjes gevestigd en we lopen een paar keer rondom het heilige gebouw.

Dan brengt de bus ons naar Pashupatinath, dat is een plaats voor de Nepalezen om te sterven en gecremeerd te worden. Evenals twee jaar geleden moeten we weer ons best doen om verkopers van sieraden en houtsnijwerk van ons af te schudden maar daar zijn we zo langzamerhand heel bedreven in geworden. De Saddhu’s zijn mensen die hun hele leven lang boetedoening willen doen voor de zonden die zij of hun voorouders zouden hebben begaan. Ze pijnigen zichzelf en hebben zich crematie-as ingesmeerd. Vrijwel ons hele reisgezelschap gaan met de heilige mannen op de foto. Het geld wat ze ermee verdienen gebruiken voor hun levensonderhoud. Dan bekijken we de sobere slaapplaatsen van Saddu's, door ons gekscherend "Pashupatinath Hilton" genoemd.

Op 1 juni reizen we naar Chitwan maar vijf kilometer voor de afslag komen we terecht in een gigantische file. Het blijkt dat er op de weg naar Chitwan een aardverschuiving is geweest die de zeker de helft van de toch al smalle weg heeft geblokkeerd. Na beraad en getelefoneer wordt door de gids, Shiva-tours en de reisleider besloten om niet eerst naar Chitwan te gaan maar naar Pokhara en vrijdag opnieuw de gok te wagen om Chitwan te benaderen. Wanneer we bij de afslag niet linksaf maar rechtsaf geslagen zijn komt de gang er weer in en tegen de avond arriveren we in Pokhara. De wereld om ons heen is, net als bij het Panda Breeding Centre, weer helemaal groen.

Pokhara, stad tussen de bergen.

Het bergstadje met 220.000 inwoners is mooi gelegen aan het Phewa meer en werd in het verleden overspoeld door toeristen waarvan er nu helaas verscheidene weg blijven uit angst voor nog een aardbeving. En dat is vreemd want het stadje heeft amper schade, het is er nu veel minder druk en Nepalezen lijken nu in tegenstelling tot twee jaar geleden weer de overhand te hebben.

We besluiten onszelf in te schrijven voor de optionele wandeltoccht. Patrick vertelt dat de, door mij gekwalificeerde "vrij tamme", wandeltocht van twee jaar geleden (Naunanda-Saringkot) nu niet door kan gaan omdat de weg geasfalteerd gaat worden. Er is een andere tocht uitgezet en die mogen wij voor Fox gaan uitproberen. In totaal gaan vier reizigers mee en nog een tweede gids omdat onze eigen gids de route nog niet kent.

Voor de trekking moeten we vroeg opstaan omdat, als de bus ons heeft afgezet, wij nog een behoorlijk stuk moeten stijgen voordat we weer kunnen afdalen. Zo kunnen we de koelte van de ochtend gebruiken om onze overmatige lichaamswarmte af te voeren. De bloedzuigers wachten ons grijnzend op en verheugen zich op mals een maaltje Nederlands bloed. Ze tellen onze benen en weten als we dichtbij zijn op onze schoenen te komen waarna ze naar boven klimmen en dan het liefst aan de binnenkant van de broekspijp te kruipen om zich tegoed gaan doen aan onze levensvloeistof. Wij verklaren op onze beurt het ongedierte de oorlog en verschilende van die parasieten worden van ons onderlijf verwijderd en gedood. Onze sokken moeten daarna het bloeden stelpen. De trekking is mooi met vele indrukwekkende vergezichten. Toch weet Patrick dat hij Fox gaat adviseren om deze tocht niet als extra excursie op te nemen. Het is namelijk een vrij zware wandeling waarbij grote hoogteverschillen moeten worden overwonnen. De vier reisgenoten ondergaan ogenschijnlijk optimistisch en stevig transpirerend de proef maar na afloop is iedereen vermoeid en niemand heeft veel praats meer als de bus ons uiteindelijk weer naar het hotel brengt. Toch zijn alle stappers enthousiast over de prestatie en hebben absoluut geen spijt van de onderneming.

De middag wordt besteed om naar het klooster te gaan en een Shanti-dienst bij te wonen. Wij gaan niet mee omdat we twee jaar geleden al daarvan getuige mochten zijn.Toen maakte het op mij de volgende indruk: Er mag gefilmd en gefotografeerd worden, zelfs tijden de eredienst. Daarbij wordt door de jonge tot zeer jonge monniken, gepreveld, getrompetterd en gemurmeld. Regelmatig wordt er op de trom geslagen wat een schrikreactie teweeg moet brengen die het hart van de gelovigen moet open stellen. Voor ons is het even moeilijk om het heilige van de ceremonie in te zien dan voor een boeddhist of hindoeist onze eucharistieviering of het heilig avondmaal.

Chitwan, beschermd natuurgebied.

Om de files op de weg naar Chitwan voor te zijn wil de buschaffeur de volgende ochtend vroeg opstaan en dat betekent voor ons om vier uur wake-up call en tegen vijf uur vertrekken. Verkeersopstoppingen blijven echter uit en dat maakt dat we al om tien uur bij het resort aan komen. Tijd voor een ochtendtukje. Doordat we de extra excursie's hebben geboekt is verzorging in het Green Mansion Resort volpension, d.w.z. dat we alleen voor onze al dan niet alcoholische (fris)drankjes moeten betalen. Na de lunch gaan we, de reisleider, een reisgenote en ik, even zwemmen in de rivier. Voor krokodillen hoeven we volgens Patrick niet bang te zijn want die houden niet van stromend water. Wel heeft een vrij grote bloedzuiger mijn linkervoet al snel te pakken maar ik weet het ongedierte te verwijderen voordat hij of zij aan het feestmaal kan gaan beginnen. Na de lunch gaan we met ossenkarren naar een Tharu dorpje. Onderweg komen we verschillende olifanten tegen die met hun berijders doelgericht ergens op af gaan. In het dorpje ontmoeten we mensen die nog zeer primitief leven, ze wonen in plaggenhutten zonder ramen, water moet handmatig opgepompt worden en kippen maar ook eenden die vrij rondscharrelen en toch niet weglopen. Biologischer kan niet. Ook bezoeken een olifantentrainings kamp waar de dikhuiden worden opgeleid om samen met hun bewaker 's nachts het bos te bewaken tegen stropers die snel rijk willen worden met de hoorn van een neushoorn. Dit atribuut brengt namelijk in China omgerekend zo'n 50.000 euro per kilo op.

De volgende dag worden we met z'n allen ingescheept in een vrij grote boomstamkano. Terwijl we langzaam en gebruik makend van de stroming de rivier afzakken, spotten we krokodillen, apen en voor ons zeldzame vogels, zoals een witte reiger en paradijsvogels. In de erop volgende jungle wandeling zien we enkele herten en vinden we veren van een pauw, Na de lunch stapt de hele groep op een jeep-achtig voertuig en rijden dwars door de jungle naar een krokodillenfarm. Onderweg worden nog enkele neushoorns, herten, een wild zwijn en zelfs een jonge zwarte beer gespot. Helaas geen tijger maar dat hadden we ook niet verwacht, wel gehoopt.

Na twee nachten in Chitwan gaan we weer via de file gevoelige weg, die dit keer niet al teveel problemen oplevert, terug naar het Shanker hotel in Kathmandu. Onze vakantie zit er nu al weer bijna op maar we hebben de volgende dag nog één excursie naar Patan, de derde koningstad. Voor ons is alles nieuw want twee jaar geleden hebben we deze plaats niet bezocht. De stad behoort tot de oudste van de Kathmandu-vallei en zou volgens de overlevering zijn gesticht in 299 voor Christus door koning Veer Deva van de Kirat-dynastie. Veelal wordt aangenomen dat er al lang daarvoor een stad lag. In de middeleeuwen is de plaats uitgebreid door de Malla-dynastie. De drie koningen van Kathmandu, Bkaktapur en Patan waren in een concurentiestrijd verwikkeld wie de mooiste stad kon (laten) bouwen. Ze gingen nooit bij elkaar op bezoek maar stuurden spionnen om te kijken wat hun concullega's nu weer voor fraais hadden laten maken. Wat ze dan vervolgens weer probeerden te overtreffen. En inderdaad Patan of Lolitpur, zoals de stad vroeger heette, doet zeker niet onder voor Bhaktapur of Khatmandu en heeft zelfs nog minder door de aardbeving geleden. De tempels en de paleizen zijn vergelijkbaar. De gouden tempel springt het meest in het oog. Smaken verschillen natuurlijk, er mensen die flauw vallen als ze Florence in Italie bezoeken maar wij vinden de drie steden in Nepal toch iets meer klasse hebben dan de Romaans-Christelijke bouwkunst.

Na het bezoek aan Patan stappen we in Katmandu weer uit en leidt Patrick ons door de straatjes van Ason, de originele winkelstraatjes van Kathmandu, waarvan de winkels nog kleiner zijn dan die van Thamel, het bruisende centrum van de Nepalese hoofdstad. In Ason ontdekken we nog een geheel met Tibetaanse gebedsvlaggen versierde stoepa. Niet zo indrukwekkend als de Swayambhunath of de Boudhanath stoepa maar toch zeker niet mis te kijken. We lopen naar een bekend punt in Thamel en worden dan door de reisleider "losgelaten" waarna we de lunch gebruiken in een goed bekend staand restaurant nog wat winkelen en later weer naar het hotel lopen.

Conclusie.

De reis is heel indrukwekkend, mijn hooggespannen verwachtingen zijn volledig waargemaakt, zelfs meer dan dat. De cultuur is o.i. zowel in Tibet als in Nepal overweldigend. Ook de natuur, waaronder het Yamdrukmeer, de hoge bergen in beide landen maar ook de jungle in Chitwan is zonder meer bezienswaardig. Over de Chinese bezettingspolitiek mag iedereen vinden wat hij of zij willen maar wij hebben er gemengde gevoelens over. Over de ene kant vinden we natuurlijk dat een land niet zomaar een ander land mag bezetten en de bevolking onderdrukken maar over de andere kant zorgen de Chinezen er wel voor dat er goede wegen worden gebouwd en dat het land kan profiteren van de techniek van de 21e eeuw. Zonder de Chinezen hadden wij het land waarschijnlijk niet eens kunnen bezoeken. Nepal is daarentegen arm, de aardbeving met het wegblijven van een groot deel der toeristen heeft het voor het land er niet makkelijker op gemaakt. De media helpt ook echt niet mee, zij blijven rondbazuinen dat Nepal helemaal plat ligt en niet wordt opgebouwd maar wij hebben met eigen ogen kunnen constateren dat het verhaal wat zij de wereld inslingeren niet klopt. Er zijn gebouwen beschadigd maar er wordt wel gebouwd. Alleen niet in het tempo die voor Nederlandse begrippen normaal zijn. Toch blijft de bevolking vriendelijk en is blij als westerlingen hun land met een bezoek vereren.

Reisleider Patrick had het naar eigen zeggen op deze reis makkelijk. Een groep van acht personen laat zich wat makkelijker sturen dan een van 24 lieden. Patrick is een voormalige backpacker die van zijn hobby (reizen) zijn beroep heeft gemaakt. Hij houdt van wandelen en door dorpjes slenteren. Hotels met 5 sterren maken op hem geen indruk, hij verblijft liever in simpeler verblijven en zoekt graag contact met de plaatselijke bevolking. Optimstisch bij slecht weer "het klaart zo op" en blij met zonnig weer leidt hij reislustigen rond met een aanstekelijk enthousiasme. Patrick behoort zonder meer tot de betere reisleiders van Fox.

Waardeer dit reisverslag

De waardering is een leidraad en heeft geen invloed op de plaatsing van het verslag!

Terug naar boven