Addo is een van de beste plekken in heel Afrika om olifanten te spotten. Dat is niet altijd zo geweest. Al in de negentiende eeuw waren veel olifanten ten prooi gevallen aan ivoorjagers. De resterende dieren gingen nogal eens op zoek naar voedsel bij de plaatselijke boerderijen en richtten daarbij veel schade aan. Daarom kreeg in 1919 een gelouterde jager, majoor P.J. Pretorius, opdracht de gehele olifantenpopulatie af te schieten. Veertien maanden later zat de klus er vrijwel op en hadden 120 olifanten het leven gelaten. Nog geen twintig hadden aan Pretorius’ jachtgeweer weten te ontsnappen.

Curieus genoeg was het Pretorius zelf die vervolgens voorstelde een veilig gebied in te stellen voor het kleine groepje overlevende jumbo’s. Dat was het begin van Addo Elephant National Park. Het kleine gezelschap overgebleven dikhuiden zorgde van tijd tot tijd voor de nodige schade, daarom werd in 1954 een goede omheining  aangelegd. Deze hekken werden gemaakt van treinrails en liftkabels. Nadat het aantal olifanten op een gegeven moment was teruggelopen tot zes en het einde van de kudde onvermijdelijk leek, groeide de populatie in 1968 uit tot 50 dieren. Vandaag de dag lopen er ongeveer 500 olifanten rond in Addo.  Het nationaal park wordt momenteel verder uitgebreid en zal uiteindelijk een van de grootste wildreservaten worden van Zuid-Afrika . Daarnaast bevat het als enige park kustgebieden.

De Big Five

Spot ze alle vijf, er zijn namelijk ook neushoorns, buffels, luipaarden en leeuwen!

Hoewel de olifant het boegbeeld is van Addo, valt er in dit nationale park nog veel meer te zien. De complete Big Five kan je hier spotten, er zijn namelijk neushoorns, buffels, luipaarden en in 2003 zijn er opnieuw leeuwen uitgezet. Verder vind je hier onder meer kudu’s, jakhalzen, hyena’s, cheeta’s, elanden, wrattenzwijnen en struisvogels.

We bezoeken deze plaats tijdens de volgende reizen